maandag 17 januari 2022

Gloeispiraal

 

De pelletkachel is onze warmtebron. En dat niet alleen. Hij is ook vaak een bron van ergernis vanwege de as die achterblijft en zich overal in de kamer aan hecht. Maar daar schreef ik al eerder over. Inmiddels kochten we een dure, goeie stofzuiger en ik zie een groot verschil: minder stof, minder ergernis. Maar er is een ander puntje dat vaak ergernis oplevert bij mij. Ik ‘verzorg de kachel’, want Bernard verzorgt de preken. Dus ik ben degene die s ’morgens vroeg steeds de kachel aan het roken moet zien te krijgen.

En laat dat nou met onze nieuwe pelletkachel helemaal niet meer ‘appeltje eitje’ zijn. Als alles goed loopt zie ik na een paar minuten achter het raampje van de kachel een klein oranje puntje verschijnen, snel daarna veel rook en ineens is er dan vuur en de kachel brandt. Maar soms duurt het wel meer dan tien minuten voor dat puntje verschijnt en inmiddels weet ik dat het dan niet gaat gebeuren. Er gaat niks gloeien, het bakje loopt vol pellets. Enige wat er opzit is de kachel uit te doen en weer van voren af aan helemaal opnieuw beginnen. Dit gebeurt dus een paar keer per week.

Als er niks gaat gloeien, dan gaat er niks branden. Dat geldt niet alleen voor een pelletkachel. Ook in de kerk en in het persoonlijke geloofsleven moet er eerst iets gaan gloeien voor het geloofs- en kerkelijk leven kan branden. In vuur en vlam staan voor Jezus gaat niet vanzelf. Daarvoor is een echte ontmoeting met Hem nodig. Hij is -niet oneerbiedig bedoeld- de grote, onzichtbare, Gloeispiraal. Als je het gevoel hebt dat er helemaal niks meer in je brandt, zorg dan dat je tijd met Hem doorbrengt.

Palletkachel: bron van warmte, ergernis en nu ook inspiratie!

maandag 10 januari 2022

Beëdiging

 

Het is elf uur en we zitten bij de televisie voor de beëdiging van het nieuwe kabinet, Rutte 4. ‘Zo waarlijk helpe mij God almachtig’, grijns ik naar Bernard. Ik ben benieuwd hoeveel nieuwe ministers en staatssecretarissen dit zullen uitspreken. Zo mogen zelf kiezen of ze God bij hun jawoord betrekken of alleen ‘dat verklaar en beloof ik’ uitspreken. Ik kan het niet nalaten om te tellen hoeveel nieuwe ministers God bij name noemen. Ik kom tot zes. ‘Minister Kaag ook en dat terwijl ze van D66 is’, hoor ik later een verbaasde journalist zeggen. De koning wenst alle genodigden ‘veel wijsheid en gezondheid toe bij het uitvoeren van hun zware ambt’. Wijsheid en gezondheid zullen ze zeker nodig hebben. Ik zou niet graag in de schoenen van één van hen staan. Om een heel land onder je verantwoordelijkheid te hebben lijkt mij loodzwaar, helemaal in een tijd waar mensen maar weinig respect voor de overheid hebben.

De ‘zo waardig helpe mij God almachtig’-uitsprekers hebben bij mij als gelovige een streepje voor. Ik denk altijd bij zo iemand: die heeft respect voor God. Maar zit em dat in het uitspreken van de naam van God? Jezus heeft gezegd: ’Niet iedereen die Heer, Heer tegen mij zegt, zal het Koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader.’ (Mattheüs 7:21) ‘Handelen naar de wil van mijn hemelse Vader’: hoe is iemands doen en laten? Hoe gedraagt iemand zich? Uit de hoogte of dienend? Bereid om de tweede mijl te gaan of de kantjes er aflopend? Met respect voor collega’s of betweterig? Vriendelijk en opbouwend of haatdragend en afbrekend? Al peinzende neem ik een Nieuwjaars besluit: regelmatig voor hen te bidden: dat God elk van hen de kracht mag geven om zijn wil te doen.

maandag 3 januari 2022

Kleinkinderen

 

‘Nee, ik wil niet naar de speeltuin, dat is voor kleine kinderen’, Nynke van zeven trekt haar neus op. ’Speeltuin, ja!’, Anne is al bij de kapstok om haar jas te halen. En ik denk: even naar buiten met die meisjes, een frisse neus halen. Zo denk je als je drie-en zestig bent.

Speeltuin is een groot woord voor het stukje weiland met een hek eromheen, maar Anne ziet in één oogopslag de grote nestschommel. ‘Die hebben we ook op school oma’, zegt Nynke. Het klinkt als ‘niks bijzonders aan’. Anne zit nog maar een jaar op de basisschool en zij heeft nog lang niet genoeg van nestschommels. Ze rent erheen en haalt er allerlei acrobatische kunststukjes op uit: wijdbeens, zittend, half hangend aan de touwen. ‘Voorzichtig’, roep ik om de minuut. Ik kan het bijna niet aanzien.

Nynke verkent intussen de speeltuin en loopt nog steeds een beetje sip rond. Speeltuinen zijn boven haar waardigheid als zevenjarige. Maar dan ontdekt ze een grote plas water onder aan de glijbaan. ‘Er niet afglijden hoor, je hebt geen laarzen aan’, roep ik. Maar Nynke staat al boven aan de glijbaan. ‘Ik spring er wel op tijd af hoor’. Heel behendig springt ze over de waterplas heen en dan roept ze: ’Dit is ons meer, en we gaan er een eilandje in maken, Anne doe je mee?’ Op hun hurken in de modder maken ze met hun handjes grote modderballen die ze in het midden van de waterplas gooien. ‘Dit is echt leuk oma’, grijnst Nynke. Na een half uur is mijn neus fris genoeg: ’Ik wil naar huis kids’, zeg ik. ‘Nee oma, we willen hier blijven, het eiland is nog lang niet af.

Het is 2 januari 2002, een nieuw jaar ligt voor ons, vandaag is een veelbelovend begin.

maandag 27 december 2021

Gebroken

 

Baby Jezus is gelukkig nog heel, maar het hoofd van de kameel ligt naast zijn lichaam, een oortje van de ezel is nergens meer te vinden en de engel mist een vleugel. Verslagen kijk ik naar wat ik zelf heb aangericht in mijn schoonmaakwoede. ’s Ochtends op tweede Kerstdag overviel me die. Het gordijn naast de televisie had ik daar in een bundel overheen gehangen zodat ik overal goed bij kon. Die bundel was te zwaar en viel regelrecht naar beneden op de kerststal onder de televisie. Niet zomaar een kerststal. Meer dan veertig jaar geleden was het een cadeau van een goede vriendin. Kleine elegante figuurtjes van wit gips, zelfgemaakt en helemaal compleet. In die veertig jaar is er wel vaker iets gebroken: een van de herders mist een arm. Maar vanmorgen was de ravage echt groot.

‘Wat ontzettend jammer’, zei Bernard: ’Hoe kon je zo dom zijn?’ Onze kinderen waren gelukkig alweer vertrokken, die kerststal hoort bij ons familieleven met Kerst. Als gezin zijn we vaak verhuisd, de stal verhuisde steeds mee. Ik zette het hoofd weer even op de kameel en bedacht me dat er met lijm misschien wel wat gerepareerd kan worden. Het kleinste figuurtje van onze witte gipsen kerststal is baby Jezus met allemaal doeken om zich heen. Op afstand lijkt het een kleine sneeuwbal die op de grond geplet maar nog net niet uit elkaar is gevallen. Pas als je dichtbij komt zie je het gezichtje van een kind en gelukkig is dat niet gebroken. Straks mag het allemaal veilig in een doos naar zolder zodat we er volgend jaar weer van kunnen genieten.

In het echt bleef Jezus als volwassene niet heel. Hij werd gebroken en dat is niet alleen ‘ontzettend jammer.’ Christenen geloven in dit mysterie: Hij werd voor ons gebroken.

Gelukkig Nieuw Jaar! 

maandag 20 december 2021

Het ene nodige

 

Het is half negen s’ ochtends en nog een beetje donker. Ik stap snel in de auto. Mijn plan om om tien uur weer in huis te zijn zal niet slagen. Ik had al een half uur eerder in de Aldi willen rondlopen. Dus nu komt het aan op snel doorpakken: twee Kerstmaaltijden en cadeautjes voor onder de Kerstboom. Vroeger vonden we dat maar werelds: cadeautjes geven met Kerst. Maar vroeger aten we dan wel heel lekker en dat heeft eigenlijk ook niks met Kerst te maken.

‘Ik bin sa verdrietig’, ik schuif snel met mijn karretje langs de schappen en vang flarden van gesprekken op. ’Ja, het zal allemaal wel niks worden, het is heel slim’*. Ook bij de Aldi gaat het over de Coronamaatregels. ‘Er is maar één onderwerp op de radio’, verzuchtte Bernard vanmorgen. ‘Ja, maar lockdown of niet, we krijgen drie gasten en nu moet ik gauw weg’, zei ik. In de winkels blijkt er dus ook maar één onderwerp te zijn. ‘Ik heb het deze week heel druk met mijn werk, dat moet dus boven op onze slaapkamer online want de kinderen zijn thuis, het is een regelrechte ramp voor mij’, dit geluid hoorde ik gisteren van een vriendin en ik besef dat het ongemak van de lockdown regels verschillende gradaties kent.

Als ik de Aldi uitstap staan er nog steeds weinig auto’s op het parkeerterrein. Maar de lucht is helderblauw en de ramen van onze Renault glanzen. Na drie sombere bewolkte dagen is dit een mooie verrassing van Boven. Dank U Heer, zeg ik stilletjes vanbinnen. Ik ben iemand die zon nodig heeft om me goed te voelen. ‘Je weet eigenlijk wel beter’, hoor ik van binnen die stem fluisteren.

Hij heeft gelijk: Ik heb alleen Hem nodig.

*(‘Slim’ = waardeloos)

maandag 13 december 2021

De trein

‘Je kunt het beste rijdendetreinen.nl gebruiken. Die site klopt altijd. 9292 moet je niet nemen, helemaal niet voor Arriva. Schrijf het maar even op: Rijden de treinen punt nl.’ De conducteur is van middelbare leeftijd en vriendelijk. Hij neemt alle tijd. Toen ik hem zag staan achter de ramen van de trein had ik opgelucht ademgehaald: een deskundige om me te redden.

Want het leek allemaal even mis te gaan in de vroegte op die druilerige zondagmorgen. Het is ook veel te vroeg om met de trein te reizen, dacht ik bij mezelf. Op de fiets was ik maar net op tijd bij het station in de Westereen. Ik checkte in en ging niet op een bankje zitten want de trein kon elk moment komen. Ik wachtte een minuut, toen nog een minuut en na vijf minuten kreeg ik argwaan en wandelde terug naar het begin van het kleine perron. ’Op 12 december veranderen de reistijden’, las ik op het scherm. Vandaag was het 12 december. Ik zou niet alleen een half uur moeten wachten maar dat half uur zou ook mijn verdere reisplannen in de war brengen. En de plannen van de mensen naar wie ik zo vroeg in de morgen op weg was. ‘Mensen van middelbare leeftijd kunnen dat niet he, zulke sites goed lezen’, ik hoorde het al in mijn hoofd. Toen ik een twintiger en zelfs een dertiger was waren er geen schermen en sites. Alleen maar trein- en busboekjes, elk jaar een nieuwe. Geen veranderingen tussendoor.

De rode Arriva trein doemde op in de mist en ik zag dat hij bijna helemaal leeg was. Ik stapte in en de enige treinreiziger, zonder jas in groenblauw gekleed, stapte op me af. Ik pakte mijn ov-chipkaart en hij vroeg: kan ik u helpen?         

maandag 6 december 2021

Opvreten

 

Als oma bof ik toch maar met dagelijkse apjes van foto’s en filmpjes van onze drie kleindochters. Het ene filmpje is al leuker dan het andere. Kleindochter no. 3  is 9 maanden, ze praat nog niet, dus de filmpjes van haar zijn ‘stomme filmpjes’, waarop we haar zien kruipen, knuffelen en knabbelen. Ze heeft twee tandjes waarmee ze hele bananen en broodkorsten naar binnen werkt. Maar het lekkerste en fijnste om op te eten is mama en die is ook een heerlijk knuffelobject. Deze week kwam er een filmpje waarop ze, met haar armpjes om mama’s hoofd heen, mama’s gezicht helemaal aflikt met haar tongetje en dat alles gaat gepaard met knorrende geluiden. ‘Ze wil je wel opvreten’, schreef iemand in de gezins-ap.

‘Ik kan je wel opvreten’ is de uitdrukking van een verlangen dat ieder mens wel kent: zoveel van iemand houden dat je helemaal in die persoon wil opgaan. Veel relaties beginnen zo. Dan wil je altijd bij die ander zijn, dan wil je dat die ander altijd bij jou is, wil je elkaar nooit loslaten, nooit meer gescheiden zijn. Helaas ebt dat gevoel vaak weg en scheiden stelletjes die ooit waren begonnen ‘om elkaar op te vreten’ na verloop van tijd toch. God wil ook een relatie met de mens hebben, met ieder mens. En daarom stuurde hij zijn Zoon naar de aarde. ‘Ik ben het brood dat leven geeft’, zegt Jezus. ’Mijn lichaam is het ware voedsel’. Hij wil dat we Hem opeten. In geestelijk opzicht uiteraard: hij wil dat we Hem nooit meer loslaten, blijven vasthouden.

De grote vraag is natuurlijk: waarom? Waarom wil Hij dat we altijd dicht bij Hem blijven? Het antwoord is heel simpel: omdat we Hem nodig hebben. Zonder Hem kunnen we niet echt leven en helemaal niet echt liefhebben!