maandag 26 september 2022

Libelle

In de elf jaar dat wij in Nairobi woonden heb ik de Libelle leren kennen en waarderen. Voor die tijd las ik dat damesblad alleen bij de kapper. Maar dankzij een vriendelijke dame uit Zeist, die ons vanuit Nederland iedere maand een stapel tijdschriften stuurde, veranderde dat.  Ik keek steeds weer uit naar die grote, witte, dikke enveloppe en las altijd het eerst de columns van Wieke Biesheuvel in de Libelle. Eenmaal terug in Nederland verscheen er niet meer elke maand een kilo post. Die tijd was voorbij. Dus ging ik vaak even naar de bieb om Wiekes column te lezen. Helaas schrijft ze nu niet meer in de papieren Libelle en alleen nog maar online. Wat schetste dus mijn verbazing toen ik in de bieb een heel Libelle-artikel van Wieke onder ogen kreeg met als titel ‘Liefs uit Afrika en 9 levenslessen’?

Toen wij al lang weer in Nederland terug waren vertrok Wieke met haar man, een arts, naar Zambia. Inmiddels is ze zelf ook terug, maar in Afrika leerde ze veel. En als Afrika liefhebster geef ik een paar van die levenslessen door:

1.   Geduld is een schone zaak.

2.   Wees wat minder direct: In Afrika begint elk gesprek altijd met een glimlach en met: ’Hoe gaat het met je?’

3.   Boos worden is nutteloos.

4.   Ouderen zijn van onschatbare waarde. Als een Afrikaanse vrouw bejaard is wordt de vraag: ’Wat doen we met oma’, niet gesteld. Mijn wijze, stokoude vriendin Nkhalilamo liep krom va de osteoporose, zag bijna niets meer, kon niet lezen en schrijven, maar was de vraagbaak voor jonge meisje uit het dorp.

5.   Wees dankbaar voor water. ‘Als je je eigen water draagt zul je de waarde van elke druppel zien’, zei een Afrikaanse vrouw ooit toen we water haalden bij een bron.’

6.   Leer van elkaar. Met bewondering heb ik jarenlang gezien hoe mensen in primitieve omstandigheden terugveren. Honger? Dan maar één keer per dag eten. Koud? Dicht tegen elkaar aankruipen en een deken delen. Mensen nemen hun leven zoals het zich voordoet.

Van Afrikanen valt veel te leren 😊  (Wordt vervolgd) 

maandag 19 september 2022

Koningin Elizabeth

 

Vandaag is de begrafenis van koningin Elizabeth en de afgelopen week was zij meer op televisie dan ooit. ‘Van de doden niets dan goeds’, hoorde ik iemand mompelen. En inderdaad: niets dan goeds over het leven van Elizabeth op de BBC. Tot 1963 was zij ook koningin van Kenia omdat dat een kolonie van Engeland was. Toen wijzelf in Kenia gingen wonen was het al meer dan dertig jaar geen kolonie maar een onafhankelijke staat met een eigen Keniaanse president. Toch zal ook Kenia koningin Elizabeth altijd blijven herinneren en herdenken.

Mijn vader en moeder kwamen bij ons altijd in februari in Nairobi logeren. Hartje zomer in Kenia, hartje winter in Nederland. Op één van die bezoeken gingen ze samen naar de ‘Treetops-lodge in de Aberdare, een nationaal park. Met een stralende lach vertelde mijn vader ons bij terugkomst in Nairobi: ’Wij hebben in Treetops in de kamer van de koningin geslapen.’ Het was de kamer waar Elizabeth en Philip in 1952 het bericht hadden gekregen dat de koning van Engeland was overleden. Dus in die kamer in een Keniaans wildpark hoorde Elizabeth dat zij de nieuwe koningin van Engeland was geworden. Vijf en twintig jaar jong.

Nu zou zij moeten waarmaken wat ze vier jaar hiervoor in een radio uitspraak beloofd had aan het Gemenebest:  ‘Ik verklaar voor u allen dat mijn hele leven, of dat nu lang of kort zal zijn, in het teken zal staan van dienstbaarheid aan u en aan onze grote wereldwijde familie (‘great imperial family’) waartoe we allemaal behoren.’’

Deze belofte verscheen vorige week bijna elke dag op de BBC. Ik heb het heel vaak bekeken en elke keer ontroerde het me omdat ze werkelijk trouw is gebleven aan de roeping die ze bij haar geboorte ontving: ze was de kroonprinses die koningin zou worden op het moment dat haar vader overleed. Ze deinsde er niet voor terug toen ze die roeping al heel jong moest zien waar te maken. Daarmee is ze een voorbeeld voor jongeren. En ze bleef trouw aan die roeping tot in haar ouderdom. Een voorbeeld voor ouderen!

dinsdag 13 september 2022

Eer uw vader en uw moeder (3)

 

‘Eer uw vader en uw moeder, opdat het ú welga in het land dat de Heer uw God u geven zal.’ volgens Barry Grosskopf moet je je ouders eren - en dat begint soms met vergeven- voor je eigen welzijn. Er staat niet: ’opdat het je ouders welga’, maar ‘opdat het jou als kind welga’. De volgende vraag is: Hoe? Hoe moet je ouders vergeven die jou (soms), (bijna) onvergeeflijke dingen hebben aangedaan? Ik heb het nu niet over mezelf hoor. Maar wel over mensen die ik ken en waarover ik gelezen heb. Over kinderen die uit huis moesten worden geplaatst omdat het eigen huis en eigen vader en moeder een gevaar vormden. Niet alle ouders zijn in staat om kinderen op te voeden. En zulke ouders moeten ook geëerd worden? Ouders bij wie kinderen alleen maar nare associaties hebben? Zelfs als zulke ouders al jaren dood zijn kan de naam van vader of moeder weerzin oproepen: Eer je vader en je moeder?

Barry Grosskopf zegt: je moet beginnen in je ouders echte mensen te gaan zien,  mensen met een eigen verleden waar jij als kind geen weet van had/hebt. Mensen die zelf gevormd en opgevoed zijn door ouders en in omstandigheden die er ook vaak niet om logen. Waarom deed je vader zo naar? Door wie is hij opgevoed? Hoe waren je opa en oma, die jezelf alleen als hele oude mensen kent, toen ze je vader opvoedden? De eerste vraag die Barry Grosskopf iemand die bij hem in therapie komt stelt is: ’Vertel eens wat over je oma’. Dat lijkt een bizarre vraag voor iemand die counseling voor zichzelf wil. Maar verdieping in het verleden van je ouders blijkt een geweldig hulp als je hen echt wilt vergeven. Ieder mens wordt gevormd door (de omstandigheden van) ouders die zelf ook weer gevormd zijn door (de omstandigheden van) ouders en ga zo maar door. Iemand die begrip voor zijn/haar ouders gaat opbrengen, in plaats van hen te blijven beschuldigen voor hun kwalijke opvoeding, zal merken dat hij/zij zelf een evenwichtiger persoon wordt.

maandag 5 september 2022

Eer uw vader en uw moeder (2)

 

‘Het klonk mooi wat je schreef over het eren van je vader en je moeder, maar ik denk dat je niet beseft dat sommige mensen zijn opgevoed op een manier waar geen eer aan te halen valt’: één van de reacties op mijn vorige blogje. Dit blogje is een reactie op die opmerking. ‘Eer uw vader en uw moeder’, moet dat altijd? Ook als je mishandeld ben door je ouders, of achter gezet, of verlaten of noem maar op? Dat kan toch niet waar zijn? Moet al het kwaad dan maar met de mantel der liefde bedekt worden? Is God eigenlijk wel eerlijk?

Ik zelf heb jaren met die vraag rondgelopen. In de puberteit, toen ik vrijwel elke dag ruzie met mijn vader had, zei hij soms met een soort dreigend vingertje: ’Eer uw vader en uw moeder!’ Dat moest dan het laatste woord zijn. Ik moest mijn plek als dochter weten, God stond aan zijn kant, ik zat fout, ik mocht geen ruzie maken, ik moest hem eren. Dat stond in de bijbel.

Door een Joodse psychiater, wiens boek ik toevallig tegen kwam in een supermarkt in Kenia, ben ik anders gaan denken. Hij heet Barry Grosskopf en hij schreef:’Forgive your parents, heal yourself’. Ik zag het liggen, nam het mee en las en herlees het nu al twintig jaar. Het woordje ‘forgive’, raakte me want ik vond dat ik mijn ouders wel één en ander te vergeven had. Ik kon ze niet zomaar eren. Barry Grosskopf bleek naast een goede psychiater ook werkelijk thuis in het Oude Testament en zijn uitleg van het zesde gebod was compleet nieuw voor mij: ’Eer uw vader en moeder, opdat het u wel ga in het land dat de Here uw God uw geven zal.’ Samenvattend zegt Barry: ‘Eren van je vader en je moeder doe je in de eerste plaats voor jezelf! Als je wroeging blijft houden over je verleden maak je jezelf kapot. Probeer je ouders te vergeven, als je dat doet dan genees je jezelf.’ Dit was helemaal nieuw voor mij.

(Wordt vervolgd)

maandag 29 augustus 2022

Eer uw vader en uw moeder

 

In een ver verleden studeerde ik wijsgerige pedagogiek: filosofie van de opvoedkunde. Meer dan veertig jaar geleden kreeg ik mijn doctoraalbul en in die jaren ging er geen week voorbij dat ik dacht aan ‘mijn’ vak: opvoedkunde. Ik had dit vak gekozen omdat ik al als achttienjarige besefte: iedereen ter wereld heeft hiermee te maken: elk mens, waar of wanneer ook maar geboren, werd opgevoed door ouders of stiefouders of nog weer andere mensen die voor hem gezorgd hebben, hem hebben leren lopen, praten en ga zo maar door.

De meesten mensen kunnen zich nog maar weinig herinneren van de eerste vier jaar van hun leven. Ik zelf eigenlijk niets. Maar mijn moeder des te meer. Ik was haar eerste kind, ze was nog maar drie en twintig. Mijn herinneringen beginnen zo ongeveer vanaf mijn vijfde jaar. Inmiddels had ik twee zusjes en daarna zouden er nog twee bij komen. Ik ben op gegroeid in een meidengezin met een vader die, als predikant, meestal afwezig was en een moeder die als gevolg daarvan de ‘honneurs waarnam’. Ze had geen keuze. Ze moest wel.

In de pubertijd ging ik me verzetten tegen de manier waarop ik ben opgevoed: afwezige vader, aanwezige moeder. Zich afzetten tegen ouders hoort bij de pubertijd en bij volwassen worden, als dat afzetten blijft voortduren tot na de pubertijd is er een probleem. En dat probleem ging bij mij opspelen toen ik een jaar of veertig was en inmiddels zelf drie kinderen had. Ik wilde het allemaal heel anders doen dan mijn ouders. Ik zou het beter gaan doen. Ik meende opeens te zien hoe verkeerd zij het hadden gedaan.

Ik ben bang dat veel mensen zich hierin herkennen. En ik geloof dat Mozes van God daarom het zesde gebod: ’Eer uw vader en uw moeder’ moest opschrijven. Mijn definitie hiervan is: ’Probeer in je eigen ouders mensen te zien die, net als ieder mens ter wereld, gedaan hebben wat in hun vermogen lag om hun kinderen groot te brengen. Niemand ter wereld is hierin volmaakt. Maar ouderschap verdient een compliment!      

maandag 22 augustus 2022

Landgoed

 

Voor wie zich nu afvraagt: heeft ze echt niks anders gedaan in de vakantie dan hanen bestuderen en naar de Kringloop en Action gaan, is het antwoord: jawel. Wij deden wel degelijk iets anders: we wandelden. Elke dag. Niet zomaar een wandeling.

We wandelden over ‘de Grote Scheere’, een historisch cultuurlandschap: eeuwenoude zandpaden verbinden er weiden, akkers, bossen, natuurterrein en houtwallen. In het landschap wisselen riet gedekte boerderijen met karakteristieke luiken en andere streekeigen gebouwen elkaar af. Dit zorgt voor een uniek landschap met een rijke geschiedenis.’ 

Zo staat het in de website. ‘De Grote Scheere is een landgoed van 800 hectare dat lijkt op een filmset tussen Hardenberg en Coevorden . Aan de rand van dit landgoed ligt het buurtschap Holthone, dat overgaat in Anerveen, het  buurtschap waar onze camping staat. Op één van mijn wandelingen liepen twee dames van mijn leeftijd op me af en raakten we gezellig aan de praat. ‘Wij doen dit rondje elke dag samen’, zeiden ze. ‘Ik zit op de camping’, vertelde ik. Boffen zij dat ze hier wonen, dacht ik. ‘Wonen jullie in Holthone?’, vroeg ik. ‘Nee, was dat maar waar’, verzuchtte één van hen: ‘Wij wonen in Anerveen, we profiteren alleen mee van de grandeur van Holthone’, zei de ander. Ik schoot in de lach want aan de achterkant van het bord ‘Holthone’, staat ‘Anerveen’. En ik dacht aan ons eigen dorp, de Westereen dat aan de ene kant grenst aan Twijzelerheide en aan de andere kant aan Kollumerzwaag. De dorpen gaan in elkaar over maar iedere dorpeling moet zijn plek weten: een Westereender woont in de Westereen en een Twijzelerheidenaar in Twijzelerheide. Een buitenstaander ziet geen verschil tussen de dorpen. En met die borden is het precies hetzelfde als hier: aan de ene kant staat de naam van het ene dorp, aan de andere kant van het andere. Er is geen grens noch enige verandering in het landschap.

‘Nou, als er één persoon echt van jullie landgoed’- met nadruk op  jullie- ‘meeprofiteert ben ik het’, lachte ik: ’want ik heb echt geen landgoed op loopafstand van mijn Friese huis. 😊

maandag 15 augustus 2022

Dieptepunt

 

Wij wonen nu ruim een jaar aan de Pastorijloane  in de pastorie van onze gemeente. Gebouwd in de zeventiger jaren van de vorige eeuw in de “Bauhaus stijl.” Dat laatste weten wij sinds kort want we kregen een paar maanden geleden een Duitse dame op bezoek die helemaal verrukt uitriep:’Aber dies ist gans Bauhaus!’ Ze liep door het huis en slaakte de ene na de andere verrukte kreet. We kregen ook commentaar: op de kleuren, die hadden meer in de lijn van Mondriaan moeten zijn. Maar om in een blauw-geel-rode kamer te wonen lijkt ons niets. Het huis heeft iets vierkantigs, de kamer is een groot vierkant van bijna 8 bij negen vierkante meter. En overal zijn ramen. Grote ramen en kleine raampjes: twee en veertig stuks in totaal.

Ik heb ze vanavond geteld want vandaag was een bijzondere dag: de dag dat bijna al die twee en veertig ramen gezeemd werden. Het afgelopen jaar heb ik een paar keer de ramen aan de voorkant, die van Bernards studeerkamer en van de keuken onder handen genomen. Voor de rest heb ik het laten zitten: te veel werk, te veel heen en weer slepen met trappen en emmers en spons en zeem. Vandaag kreeg ik hulp, maar zelfs met zijn tweeën zijn we uren bezig geweest. Van huishoudelijk werk ben ik nooit gecharmeerd geweest en ramen zemen vind ik het dieptepunt. Als er werkelijk niks anders meer te doen is doe ik dat. Dus nooit. Want er zijn oneindig veel dingen belangrijker en leuker om te doen dan ramen zemen. Ik had tegen deze morgen opgezien. Maar toen Bernard vorige week zei: ’Het lijkt wel of er vitrage voor de ramen hangt’, besefte ik dat het gebeuren moest.

En nu hangt er geen vitrage meer, geen enkel spinnenweb, helemaal niks, we kunnen weer dwars door het vensterglas kijken, en wat geeft dat een mooi gevoel. Een beetje zoals wanneer je een nieuwe bril hebt. Had ik dit maar veel eerder gedaan. Ik voel me een beetje schuldig naar ons Bauhaus toe. Maar ja, twee en veertig ramen is niet niks….