maandag 28 augustus 2023

Verliefd (slot)

 

‘De Vader heeft Jezus naar de wereld gezonden om de Beste Vriend te worden van ieder mens die daar naar verlangt. Je hoeft alleen maar ‘ja ik wil’ tegen Hem te zeggen.’ Het was de uitdrukking op haar gezicht die mij het meest raakte. ‘De Heer is zo bijzonder’, zei ze uit de grond van haar hart en ik begon te blozen want ik dacht aan de jongen over wie ik nu al vijf jaar droomde. Ik wist nog steeds niet hoe hij over mij dacht, het was een beetje zoals sommige vriendinnen verliefd waren op Rod Stewart. En nu vertelde Marjan mij dat zij verliefd was op Jezus, de Zoon van God.

‘Maar hoe kan je een relatie hebben met iemand die twintig eeuwen geleden leefde?’, vroeg ik. Marjan knikte, dus het was geen domme vraag.’ Dat kan inderdaad niet’, zei ze. Ik pakte weer een boterham van de schaal en zag dat Marjan nadacht voordat ze verder ging: ‘Voor veel mensen is Jezus Christus eigenlijk alleen een belangrijk historisch figuur. Belangrijk omdat Hij voor onze zonden is gestorven. Ik knikte, dat was de Jezus die ik kende. ‘Maar die mensen missen de clue, want als Jezus niet meer was dan dat zou ik niet naar de kerk gaan elke zondag.’ Met opgetrokken wenkbrauwen keek ik haar aan. ‘Die mensen missen de clue’: miste ik ook de clue?

‘Weet je Margriet, God is veel dichterbij dan veel mensen beseffen. Hij is hier bij ons in de kamer, onzichtbaar, dat wel, maar niet onvoorstelbaar, want bij Jezus kun je je echt wel iemand voorstellen, toch?’ Ik knikte want ik had de verhalen uit het Nieuwe Testament van jongsafaan aan gehoord. ‘En de vraag die Jezus aan Petrus stelde, vlak voordat Hij naar de hemel ging , stelt Hij ook aan jou.’ Ik kende de vraag: ‘Heb je Mij lief?’ En opeens schaamde ik me. Want ik wist dat mijn antwoord tot nu toe ‘nee’ was geweest. Mijn geliefde was een onbereikbare jongen en het idee van Jezus als geliefde was nog nooit bij me opgekomen.

Hoe ons gesprek verder ging weet ik niet maar terug op de fiets bedacht ik het volgende: Zodra ik op mijn kamer ben, kniel ik voor mijn bed en zeg ik ‘ja ik wil’ tegen Jezus. Ik was twintig en vanaf dat moment werd mijn leven een avontuur dat nog steeds niet afgelopen is.  

maandag 21 augustus 2023

Een statement


Ik smeerde mijn derde boterhammetje bij Marjan en bedacht dat ik ’s middags  een andere afspraak had. Gelukkig keek ze niet teleurgesteld toen ik wegging. Ze vroeg wel: ’Kom je nog eens terug?’ Een paar weken later was het zover. ‘Ik heb veel over je nagedacht’, zei ze toen we weer samen aan haar eettafel zaten. Ik begon te blozen, ik had helemaal niet aan haar gedacht. ‘Wat mooi dat je vader veel preekte over het kruis waar de Here Jezus aan stierf’. Ik haalde opgelucht adem want ik had natuurlijk wel een flater geslagen de vorige keer toen ik haar vroeg over welk heer ze het eigenlijk had.

‘Maar weet je ook dat de heer niet dood is gebleven? ’ Ja, Hij is opgestaan uit de dood’, zei ik nog voor ze verder zou gaan, ‘dat vieren we met Pasen.’ Ze moest vooral niet denken dat dat ik dat niet wist. Marjan lachte vriendelijk en zei: ’Ja, dat is het goede nieuws van de kerk: Jezus leeft, Hij is Heer, Hij is mijn Heer en ik heb hem net bedankt dat hij mijn gebed verhoord heeft en dat je weer bent gekomen.’ Ik legde mijn vork naast mijn bord en keek haar aan. Daar begon ze dus weer over die heer alsof ze de hele dag met Hem in gesprek was. ‘Gebeden?’, vroeg ik ongelovig. Marjan knikte: ’Ik bespreek altijd alles met hem, ik zou niet weten hoe ik zonder hem zou moeten leven’.

‘Ik ben gestopt met bidden toen ik zestien wat’, zei ik zachtjes:’ Tot dan toe bad ik altijd ’s avonds in bed, maar opeens leek dat zo kinderlijk en ik was ook niet meer zeker van het bestaan van God. Maar ik geloof sinds kort dat God wil dat ik van Hem houd en ook dat Hij van mij houdt. Alleen begrijp ik niet hoe dat allemaal kan.

Ik zag Marjan oplettend luisteren en toen ik stil was stond ze op, liep naar me toe, ging voor me staan en zei plechtig: ’Dus daarom heeft de heer jou naar mij gestuurd: ik mag je vertellen dat ook jij een relatie met hem kunt hebben, net zoals ik. De Vader heeft Jezus naar de wereld gezonden om de Beste Vriend te worden van elk mens die daar naar verlangt, je hoeft alleen maar ‘ja ik wil’ tegen Hem te zeggen.’ Ik was verbouwereerd. Marjan had een statement gemaakt. 

(Wordt vervolgd)

maandag 14 augustus 2023

Verliefd (3)

 

Het kwam binnen als een bliksemschicht en als het suizen van een zachte koelte: God wil in de eerste plaats dat ik Hem van Hem houd en ik mag er van overtuigd zijn dat Hij van mij houdt. Daar stond ik dan koffie te drinken in de Nieuwe Kerk, het was er niet meer stil, de dienst was voorbij, de mensen praatten en lachten. Maar ikzelf was nog steeds een beetje verdwaasd: dus God houdt van mij?

Ik was twintig en hield niet van mezelf. Ik vond mezelf te dik, te lawaaiig, te vol van allerlei ergernissen, bepaald niet een liefdevolle persoon. Niet naar andere mensen toe in elk geval. En nu had God gefluisterd: Ik houd van jou. Dus God keek voorbij dat lawaaiige en dat praterige? Had God daar geen moeite mee? ‘Hallo, ik heb je inmiddels al een paar keer hier gezien, ik ben Marjan, ben je lid van onze gemeente?’ Een jonge vrouw met een blond bobkapsel, hele lichtblauwe ogen en een zwierige bloemetjes rok sprak me aan. ‘Uh, nee’, stamelde ik. ‘Nou ja, vind je het leuk om bij mij te lunchen of heb je daar geen tijd voor?’ Dat was me nog nooit overkomen als student, een wildvreemde die me uitnodigde bij haar thuis. Als het niet een kerkganger was had ik misschien bedenkingen gehad, maar die zwierige bloemetjes jurk en stralende ogen verjoegen elke twijfel. 

‘Je vindt het dus wel leuk in onze kerk?’, vroeg Marjan in haar huis. Ik knikte en zij zei: ’Ik dank de heer elke zondag als ik thuiskom van de dienst.’ ‘Welke heer?’, vroeg ik verbaasd. Even leek het alsof Marjan van haar stuk gebracht was, of verbeeldde ik me dat? Ze stond op en liep naar de keuken en toen ze terugkwam met iets voor de lunch vroeg ze: ’Weet je echt niet wie ik bedoelde?’ Ik schudde mijn hoofd. ‘Maar je vader is toch dominee, preekte die nooit over de Here Jezus?’, Marjan hield voet bij stuk. ‘O, bedoel je die?’, zei ik, ‘dat is de zoon van God die voor de zonden van de wereld gestorven is, dat noemt hij heel vaak, maar ik ben niet een grote zondaar, dus dat boeit me niet echt.’

Marjan ging weer bij de tafel zitten en ik keek recht in die grote lichtblauwe ogen. Had ze er spijt van dat ze met uitgenodigd had?         (Wordt vervolgd)

maandag 7 augustus 2023

Verliefd (2)


’Het grootste gebod is om de Here uw God lief te hebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand en uw naaste als uzelf.’  Als een bliksemschicht kwam dit mijn leven binnen toen ik vijftien was en voor de eerste keer verliefd. Dus God wil dat ik Hem liefheb, met nadruk op Hem. Tot dat moment had ik God beschouwd als iemand die met name eist om veel dingen niet te doen. Een ding mocht dus wel, moest zelfs: Hem liefhebben!  

Als achttienjarige, toen ik ging studeren in Groningen, liet ik de kerk achter me. Want God mocht dan met liefde te maken hebben, liefde is niet iets dat je kunt eisen, liefde laat zich niet dwingen, liefde is iets dat je overkomt. Ik was nog steeds verliefd op dezelfde jongen en hoefde alleen maar  een glimp van hem op te vangen om daar dagen op te teren.

 Maar de kerk liet mij niet los. Was het een schuldgevoel naar mijn vader en moeder toe dat ik in Groningen weer een voet over de drempel zette? Daar was het precies zoals eerder : het leek alsof alle andere kerkgangers iets hadden waar ik geen grip op kreeg. God liefhebben boven alles, hoe moest dat? Zou ik daar ooit toe in staat zijn?

En toen kwam op een bewuste zondag opnieuw een preek die mijn leven op zijn kop zette. Deze keer niet als een bliksemschicht maar eerder als het suizen van een zachte stilte. Vijf jaar had ik (bewust en onbewust) lopen peinzen over dat grote gebod en opeens was daar het antwoord: ’Wij hebben lief omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.’* Dus dat liefdesgebod van God was niet zomaar een eis in het wilde weg. Het was alsof God me tussen de kalksteen muren en pilaren van die kerk toefluisterde: ‘Ik houd van jou, net zoals ik houd van al die andere mensen die hier zitten. Wanneer ga jij daar eindelijk eens op reageren?’ Na de dienst was er koffiedrinken en opeens keek ik met andere ogen naar de mensen die lachend met elkaar spraken. Zouden zij dit geheim al eerder ontdekt hebben?

         *1 Johannes 4:19                                        (Wordt vervolgd)

maandag 31 juli 2023

Verliefd

 

Het speelt zich vijftig jaar geleden af op een zondagmorgen in de Grote Kerk op de Kerkstraat in Hoogeveen. Ik ben vijftien jaar en een jaar eerder was ik met mijn vader en moeder en vier zusjes van Nunspeet op de Veluwe naar het Drentse Hoogeveen verhuisd. In Nunspeet hadden we als domineesdochters altijd pal vooraan op de ‘domineesbank’ gezeten, met andere domineesvrouwen en hun kinderen. In Hoogeveen was niet zo’n bank en als die er was zou ik hem geweigerd hebben. Ik was geen kind meer dat aan de leiband van mijn moeder naar de kerk ging. Ik zat in de kerk omdat het moest, maar ik koos zelf de plek waar ik wilde zitten, het liefst ergens achteraan, niet opvallend. Het laatste wat ik wilde was geassocieerd worden met de dominee die vooraan op de hoge, roodbruin geverfde, preekstoel stond te oreren.

Mijn vader las elke zondagmorgen hardop de Tien Geboden voor en dat was een wekelijkse confrontatie: ’Gij zult niet begeren…’ Ik begeerde nogal veel en begreep intussen dat dat goed fout was. Soms voegde mijn vader er als kers op de taart aan toe: ‘En één van hen, een wetgeleerde, vroeg om Hem te verzoeken, Meester wat is het grootste gebod in de wet?’ Jezus’ antwoord had ik inmiddels ook vaak gehoord maar sinds onze verhuizing naar Hoogeveen luisterde ik er met andere oren naar. ’Het grootste gebod is om de Here uw God lief te hebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand en uw naaste als uzelf.’  En wat me in Nunspeet nooit was overkomen gebeurde nu, bij ‘liefhebben met geheel uw hart’ begon ik steeds spontaan te blozen. Want er was iemand die ik liefhad met mijn hele hart: een jongen uit zes gymnasium. Ik zat zelf in de derde, was te bleu om het aan iemand te vertellen, laat staan aan hemzelf, maar het hield me dag en nacht bezig. Ik geloof dat ik hem liefhad met geheel mijn hart en geheel mijn ziel en geheel mijn verstand.

En nu beweerde mijn vader dat ik de Here God op die manier zou moeten liefhebben. De Here God bij wie ik me helemaal niemand kon voorstellen. Mijn geliefde was een jongen van vlees en bloed met donkere krullen en een lach op zijn gezicht. Alleen al door aan hem te denken werd ik warm van binnen. En dat was dus goed fout…                                                               (Wordt vervolgd)

maandag 24 juli 2023

Wie niet werkt, die...

 

‘Wie niet werkt zal ook niet eten’ is de slogan van Mieke. Ze groeide in de Noordoostpolder op een boerderij op en werken werd haar met de paplepel ingegoten. Toen ze zelf een man kreeg die maar moeilijk een baan kon vinden deinsde ze er niet voor terug om kostwinster te zijn. Mensen die leven van een uitkering, om wat voor reden dan ook, verdraagt ze maar moeilijk: ‘Wie niet werkt, zal ook niet eten.’

In Kenia was en is nog steeds een enorme werkloosheid. Veel mensen zouden graag willen werken, maar er is geen werk en dus ook geen eten. Niemand krijgt daar een uitkering, ook zwaar gehandicapte mensen niet en dus zijn ze afhankelijk van familie en vrienden. Nederland is nog steeds een verzorgingsstaat en ik geloof dat we daar dankbaar voor mogen zijn. Hier hebben we inmiddels een andere slogan: ’Wie niet werkt, wordt niet voor vol aangezien’. Werk geeft status. Vrouwen die hun baan opgeven om voor het gezin te zorgen tellen niet echt mee. Nu zijn er uiteraard vrouwen die moeten werken omdat het gezin anders tekort komt, maar vrouwen die bij hun gezin blijven weten het: ’Wie niet werkt kan niet (zo vaak) op vakantie…’

‘Ik heb op aarde uw grootheid getoond door het werk te volbrengen dat U mij opgedragen hebt’, sprak Jezus vlak voor hij de aarde verliet.* Die zin raakte me. Hij sprak over zichzelf maar voor zijn volgelingen zit er ook een boodschap in.

-      Jezus was op de eer van zijn Vader gericht in alles wat Hij deed.

-      Hij deed alleen dat wat de Vader Hem had opgedragen.

Nu kun je je afvragen: wat voor werk deed Hij dan? Hij had de timmermanswerkplaats verlaten en trok rond door het land. Maar tijdens dat rondtrekken hield hij toespraken waar mensen enorm door geraakt werden en genas hij her en der allerlei mensen van vreselijke ziektes. Dat was dus het werk dat Hij van de Vader had gekregen: Jezus was tot zegen voor anderen en daarmee eerde Hij de Vader. In één van zijn toespraken, die op de Bergrede, zegt Hij dat de slogan ‘Wie niet werkt zal ook niet eten’, niet waar is, want: ’Vraag je niet bezorgd af: Wat zullen we eten of wat zullen we drinken maar zoek liever eerst het Koninkrijk van God, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.’ 

* Johannes 17:4 

maandag 17 juli 2023

Voor altijd slaaf

 

Ik kreeg nog nooit eerder zo weinig reacties op een blogje als op het laatste. Meestal heb ik niets te klagen en verschijnen er na publicatie duimpjes en hartjes. (Dat laatste beschouw ik als een compliment) Maar ‘slavernijverleden’ spreekt blijkbaar tot niemands verbeelding. Toch waag ik me er nog een keer aan want ik stuit er steeds weer op, niet alleen in de huidige media ook in… de bijbel!

‘Jezus legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen, en droogde ze af met de doek die Hij omgeslagen had. Toen Hij bij Simon Petrus kwam, zei deze: ’U wilt toch niet mijn voeten wassen, Heer?’ In die dagen waste je je voeten zelf als je arm was, rijken lieten hun voeten wassen door een slaaf. Jezus gedraagt zich dus als een slaaf en dat gaat Petrus te ver: ‘O nee’, zei Petrus, ‘mijn voeten zult U niet wassen, nooit!’

Petrus lijkt wel een moderne Nederlander,  tegen elke vorm van slavernij. Nederlanders willen zelf geen slaaf zijn (‘Better dea as slaaf’ zeggen Friezen) en ze willen ook niemand tot slaaf maken, zoals dat in het verleden helaas wel gebeurde. Maar Jezus heeft daar geen enkele moeite mee! ‘Begrijpen jullie wat Ik gedaan heb?’, vroeg Hij….Ik heb een voorbeeld gegeven; wat Ik voor jullie gedaan heb, moeten jullie ook doen.’ Zo, die zit! Jezus stelt zich als een slaaf op naar zijn leerlingen en Hij verwacht dat ze dat ook naar elkaar zullen doen. Dit is toch wel even iets om je achter de oren te krabben. Wil Jezus mensen tot slaaf maken? (Daar zijn we toch eindelijk van af?) Ik geloof dat Jezus wist dat deze vraag vroeg of laat zou komen, want een eindje verderop zegt Hij: ‘Ik noem jullie geen slaven meer, want een slaaf weet niet wat zijn meester doet, vrienden noem ik jullie, omdat Ik alles wat Ik van de Vader gehoord heb, aan jullie bekend gemaakt heb.’

‘Ik noem jullie mijn vrienden, en toch wil ik dat jullie je als slaaf gedragen.’ Jezus maakt niemand tot slaaf, maar hij verwacht wel dat zijn volgelingen zich als slaven zullen gedragen. Niet als iets dat hen van boven af wordt opgelegd maar als iets waar zij van harte zelf voor kiezen. Net zoals hij dat deed.

maandag 10 juli 2023

Het slavernijverleden

 

7 juli is een familiedatum in de familie van mijn vader, want het was de verjaardag van zijn moeder, mijn oma. Dan kwamen we allemaal samen als neven en nichten, ooms en tantes. Die oma is al lang overleden, 7 juli zit nog steeds in mijn hoofd als een feestelijk begin van de zomer.

7 Juli 2023 zal de geschiedenis ingaan als de val van kabinet Rutte IV. En opeens is het geen komkommertijd meer op radio en tv. Helemaal nu premier Rutte heeft bekend gemaakt dat hij gaat aftreden zijn politieke programma’s populair bij iedereen. En daarmee heeft de gebeurtenis van 7 juli, 1 juli opeens naar de achtergrond geschoven. Maar mijn blogje over 1 juli lag al klaar, dus ik heb alleen dit begin veranderd.

Voor wie vergeten is wat er voor belangrijks is aan 1 juli: Op 1 juli was het honderdvijftig jaar geleden dat aan slavernij in het toenmalige Koninkrijk der Nederlanden een einde kwam. (Die slavernij was al tien jaar eerder op papier afgeschaft, de uitwerking van zoiets heeft altijd meer tijd nodig.) 1 juli is nu officieel ‘Keti koti – dag’. Bevrijdingsdag voor de slaven: de keti (=ketenen) werden koti (= verbroken). Nu is ‘Ons Nederlandse slavernijverleden’ een term die ver van mij afstaat. Het enige dat ik als kind meekreeg over slavernij was ‘De negerhut van oom Tom’. Het woord ‘neger’ mocht je in mijn jeugd hardop uitspreken, ik was zwaar onder de indruk van de zwarte oom Tom en het akelige van zijn leven.

Toen wijzelf in Kenia een ‘housegirl’ in huis kregen (iets wat van blanke expats verwacht werd) klonk dat woord verdacht veel op ‘slaaf’ en dat was uiteraard het laatste wat ik wilde. (Voor mij hoefde een dagelijkse hulp in de huishouding helemaal niet, maar in Kenia kijken ze daar anders tegen aan, housegirl is een gewild beroep.) Dus kwam het voor dat ik tegen Jacinta zei, als ze de koffiekopjes van de tafel naar de keuken bracht: ’Dat hoef je niet te doen hoor, dat kan ik zelf ook wel’ en dat ze dan bijna met tranen in haar ogen zei: ’Dus je vindt dat ik het niet goed doe?’ Waarmee ik maar zeggen wil dat aan ‘afschaffen van een slavernijverleden’ heel veel kanten zitten. Mijn housegirl wilde niets liever dan de hele dag mij uit eigen beweging, van harte dienen. Het enige dat zij van mij verlangde was respect en dankbaarheid.  

maandag 3 juli 2023

In the pocket

 

Wanneer je meer dan tien jaar niet in Nederland gewoond hebt moet je bij terugkomst veel dingen aanleren en ben je vergeten ‘hoe onze manieren zijn’. Zo verging het mij toen ik op een vroege morgen in juni 2009 in Leusden op de fiets naar de winkel ging. Fietsend door het leven gaan hoort bij onze manieren, ik was het  genoegen daarvan helemaal vergeten, maar opeens remde ik af: wat hing daar aan een vlaggenstok van een huis? Geen vlag maar één of ander vreemd bundeltje. Het was nog vroeg in de morgen en ik zag niemand op straat om het te vragen dus ik fietste verder maar wat schetste mijn verbazing: overal hingen rugzakken aan vlaggenstokken. Was het vandaag misschien een feestdag die mij ontgaan was?

‘Veel leerlingen kregen vandaag te horen of ze geslaagd waren’, vertelde de NOS ons die avond en opeens wist ik het: het waren lege schooltassen die daar triomfantelijk hingen. Aan het einde van de week hingen ze er nog steeds, sommige tassen waren inmiddels verregend maar wat deed dat er toe? Die tassen waren niet meer nodig, fietsen naar school was niet meer nodig, want ‘het diploma was ‘in the pocket.’ Nu verbaas ik me al jaren over die uitdrukking. Want door het hele jaar heen klinkt het: ’Hij of zij heeft dit of dat in the pocket’. Het is het Engels voor ‘in zijn zak’. Jaszak of broekzak, het doet er niet toe, het zit er in en het blijft er in. Niet alleen diploma’s, ook mooie herinneringen: ’dit of dat wat we meemaakten ‘kan niemand ons meer afnemen’, synoniem voor ‘in the pocket’.

Komt het door die jaren in arm Afrika dat ik een beetje allergisch ben voor die bezitterige termen? In Kenia waren (en zijn) veel mensen die niet eens een pocket hebben, laat staat iets in die pocket. Dat zijn mensen die elke dag alleen maar kunnen hopen op iets goeds. Veel van hen houden daarbij bewust rekening met de Degene die bij machte is ieder mens op elk moment iets goeds te geven. God zij dank heeft Hij met name op mensen die helemaal niks in the pocket hebben een oogje.   

maandag 26 juni 2023

Knielen


‘En dan mogen jullie nu naar voren komen om te knielen’, bruid en bruidegom gingen staan, liepen het trapje op naar het podium -de bruid heel voorzichtig om niet te struikelen over de sleep- en bogen voorover op de knielbank die deze keer, op hun verzoek, andersom  stond. Het is gebruikelijk dat de gemeente de geknielden van achteren ziet, nu keken we naar voorovergebogen gezichten en armen die leunden op de boven richel van de knielbank.

Knielbanken worden in protestantse kerk alleen bij gelegenheden uit de kast gehaald. In de katholieke kerk is knielen tijdens een kerkdienst heel gebruikelijk en kan iedere kerkganger op elk moment knielen. En voor moslims hoort een knielende, voorovergebogen houding op een matje op de grond bij de dagelijkse godsdienst. Ik was vroeger bevriend met een moslima die zich soms even terugtrok ‘om te bidden’ en dat deed ze knielend op haargebedsmatje. Ik weet dat ik altijd dacht: dit is wel heel onderdanig. Als protestanten zijn wij niet zo van het knielen. In mijn eerste gemeente kwam een jong stel bij me dat wilde trouwen. Hij was boer en kwam nooit in de kerk: ’We trouwen in de kerk omdat zij het wil maar ik ga niet knielen.’ Ik vermoed dat die boer eventueel wel zou willen knielen voor zijne majesteit koning Willem Alexander maar voor de allergrootste Majesteit vertikte hij het. Hij was niet opgevoed met kerkgang, dus ik heb het geaccepteerd maar het was waarschijnlijk tegen de regels.

Maar onlangs, toen ik het Onze Vader las, zag ik opeens dat dit gebed eigenlijk één herhaalde uiting van onderdanigheid is:

Uw Naam worden geheiligd   -  niet onze eigen naam

Uw Koninkrijk kome              -  niet ons eigen koninkrijk(je)

Uw wil geschiede                  -  niet dat wat wijzelf willen

Van U is het Koninkrijk          -  herhaling van het tweede

En de kracht                         -  kracht komt van U

En de heerlijkheid                  - en ook geluk komt van U

Wie hardop het onze Vader bidt knielt met woorden.

maandag 19 juni 2023

Myn bern en myn blommen

 

‘Myn bern en myn blommen’ (spreek uit mien ben en mien blommen), het Fries zong door mijn hoofd en ik gniffelde in de snelbus van Drachten naar Groningen. Ik was een weekend bij mijn ouders geweest in Nijega waar mijn vader predikant was. Elke keer voelde het als een immense overgang, van de stad naar het platteland, van mijn bovenetage zonder tuin, naar de pastorie omzoomd door een tuin waar de schapen net lammetjes hadden gekregen. Mijn moeder had de hele dag geroepen ‘ach, beestje toch’, ze moest een lammetje met de fles grootbrengen. Ik vermoed dat ze in stilte hoopte op kleinkinderen. Ze vertelde:’ Aukje heeft er nu zeven en ze roept de hele dag ‘myn bern en myn blommen’, daar leeft ze voor.’ Voor mijn moeder bleef het bij bloemen en schapen.

‘Myn bern en myn blommen’, ik keek naar buiten, de bus was bijna bij de rondweg rond Groningen, straks zou ik weer achter mijn bureau in mijn zonnige kamer zitten. Zonder bern en bloemen maar met veel boeken en een interessante studie. Er zijn dus vrouwen die leven voor hun bern en hun bloemen, dacht ik en ook hoe ver dat van mij af stond.

Maar toen ontmoette ik, in een ander Fries dorp een man die de mijne werd en verliep mijn leven zoals dat van Aukje en mijn moeder en vele andere vrouwen. Ik kreeg mijn eerste kind en mijn moeder kon haar geluk als oma niet op. Andere kinderen volgden en onze kleindochters werden haar eerste achterkleindochters. Op 9 juni jongstleden werd onze eerste kleinzoon geboren. Ik was net bezig met mijn bloemen toen het telefoontje kwam. Het was drie weken voor de uitgerekende datum, dus nietsvermoedend nam ik op. ‘Jullie hebben er weer een kleinkind bij’, riepen de kersverse vader en moeder. En ik wist niet hoe gauw ik mijn Friese bloementuin achter me moest laten. We sprongen in de auto om dat kleine jongetje zo snel mogelijk te bewonderen. ‘Myn bern en myn blommen’, is inmiddels ook mijn lijfspreuk.