maandag 10 juli 2023

Het slavernijverleden

 

7 juli is een familiedatum in de familie van mijn vader, want het was de verjaardag van zijn moeder, mijn oma. Dan kwamen we allemaal samen als neven en nichten, ooms en tantes. Die oma is al lang overleden, 7 juli zit nog steeds in mijn hoofd als een feestelijk begin van de zomer.

7 Juli 2023 zal de geschiedenis ingaan als de val van kabinet Rutte IV. En opeens is het geen komkommertijd meer op radio en tv. Helemaal nu premier Rutte heeft bekend gemaakt dat hij gaat aftreden zijn politieke programma’s populair bij iedereen. En daarmee heeft de gebeurtenis van 7 juli, 1 juli opeens naar de achtergrond geschoven. Maar mijn blogje over 1 juli lag al klaar, dus ik heb alleen dit begin veranderd.

Voor wie vergeten is wat er voor belangrijks is aan 1 juli: Op 1 juli was het honderdvijftig jaar geleden dat aan slavernij in het toenmalige Koninkrijk der Nederlanden een einde kwam. (Die slavernij was al tien jaar eerder op papier afgeschaft, de uitwerking van zoiets heeft altijd meer tijd nodig.) 1 juli is nu officieel ‘Keti koti – dag’. Bevrijdingsdag voor de slaven: de keti (=ketenen) werden koti (= verbroken). Nu is ‘Ons Nederlandse slavernijverleden’ een term die ver van mij afstaat. Het enige dat ik als kind meekreeg over slavernij was ‘De negerhut van oom Tom’. Het woord ‘neger’ mocht je in mijn jeugd hardop uitspreken, ik was zwaar onder de indruk van de zwarte oom Tom en het akelige van zijn leven.

Toen wijzelf in Kenia een ‘housegirl’ in huis kregen (iets wat van blanke expats verwacht werd) klonk dat woord verdacht veel op ‘slaaf’ en dat was uiteraard het laatste wat ik wilde. (Voor mij hoefde een dagelijkse hulp in de huishouding helemaal niet, maar in Kenia kijken ze daar anders tegen aan, housegirl is een gewild beroep.) Dus kwam het voor dat ik tegen Jacinta zei, als ze de koffiekopjes van de tafel naar de keuken bracht: ’Dat hoef je niet te doen hoor, dat kan ik zelf ook wel’ en dat ze dan bijna met tranen in haar ogen zei: ’Dus je vindt dat ik het niet goed doe?’ Waarmee ik maar zeggen wil dat aan ‘afschaffen van een slavernijverleden’ heel veel kanten zitten. Mijn housegirl wilde niets liever dan de hele dag mij uit eigen beweging, van harte dienen. Het enige dat zij van mij verlangde was respect en dankbaarheid.  

maandag 3 juli 2023

In the pocket

 

Wanneer je meer dan tien jaar niet in Nederland gewoond hebt moet je bij terugkomst veel dingen aanleren en ben je vergeten ‘hoe onze manieren zijn’. Zo verging het mij toen ik op een vroege morgen in juni 2009 in Leusden op de fiets naar de winkel ging. Fietsend door het leven gaan hoort bij onze manieren, ik was het  genoegen daarvan helemaal vergeten, maar opeens remde ik af: wat hing daar aan een vlaggenstok van een huis? Geen vlag maar één of ander vreemd bundeltje. Het was nog vroeg in de morgen en ik zag niemand op straat om het te vragen dus ik fietste verder maar wat schetste mijn verbazing: overal hingen rugzakken aan vlaggenstokken. Was het vandaag misschien een feestdag die mij ontgaan was?

‘Veel leerlingen kregen vandaag te horen of ze geslaagd waren’, vertelde de NOS ons die avond en opeens wist ik het: het waren lege schooltassen die daar triomfantelijk hingen. Aan het einde van de week hingen ze er nog steeds, sommige tassen waren inmiddels verregend maar wat deed dat er toe? Die tassen waren niet meer nodig, fietsen naar school was niet meer nodig, want ‘het diploma was ‘in the pocket.’ Nu verbaas ik me al jaren over die uitdrukking. Want door het hele jaar heen klinkt het: ’Hij of zij heeft dit of dat in the pocket’. Het is het Engels voor ‘in zijn zak’. Jaszak of broekzak, het doet er niet toe, het zit er in en het blijft er in. Niet alleen diploma’s, ook mooie herinneringen: ’dit of dat wat we meemaakten ‘kan niemand ons meer afnemen’, synoniem voor ‘in the pocket’.

Komt het door die jaren in arm Afrika dat ik een beetje allergisch ben voor die bezitterige termen? In Kenia waren (en zijn) veel mensen die niet eens een pocket hebben, laat staat iets in die pocket. Dat zijn mensen die elke dag alleen maar kunnen hopen op iets goeds. Veel van hen houden daarbij bewust rekening met de Degene die bij machte is ieder mens op elk moment iets goeds te geven. God zij dank heeft Hij met name op mensen die helemaal niks in the pocket hebben een oogje.   

maandag 26 juni 2023

Knielen


‘En dan mogen jullie nu naar voren komen om te knielen’, bruid en bruidegom gingen staan, liepen het trapje op naar het podium -de bruid heel voorzichtig om niet te struikelen over de sleep- en bogen voorover op de knielbank die deze keer, op hun verzoek, andersom  stond. Het is gebruikelijk dat de gemeente de geknielden van achteren ziet, nu keken we naar voorovergebogen gezichten en armen die leunden op de boven richel van de knielbank.

Knielbanken worden in protestantse kerk alleen bij gelegenheden uit de kast gehaald. In de katholieke kerk is knielen tijdens een kerkdienst heel gebruikelijk en kan iedere kerkganger op elk moment knielen. En voor moslims hoort een knielende, voorovergebogen houding op een matje op de grond bij de dagelijkse godsdienst. Ik was vroeger bevriend met een moslima die zich soms even terugtrok ‘om te bidden’ en dat deed ze knielend op haargebedsmatje. Ik weet dat ik altijd dacht: dit is wel heel onderdanig. Als protestanten zijn wij niet zo van het knielen. In mijn eerste gemeente kwam een jong stel bij me dat wilde trouwen. Hij was boer en kwam nooit in de kerk: ’We trouwen in de kerk omdat zij het wil maar ik ga niet knielen.’ Ik vermoed dat die boer eventueel wel zou willen knielen voor zijne majesteit koning Willem Alexander maar voor de allergrootste Majesteit vertikte hij het. Hij was niet opgevoed met kerkgang, dus ik heb het geaccepteerd maar het was waarschijnlijk tegen de regels.

Maar onlangs, toen ik het Onze Vader las, zag ik opeens dat dit gebed eigenlijk één herhaalde uiting van onderdanigheid is:

Uw Naam worden geheiligd   -  niet onze eigen naam

Uw Koninkrijk kome              -  niet ons eigen koninkrijk(je)

Uw wil geschiede                  -  niet dat wat wijzelf willen

Van U is het Koninkrijk          -  herhaling van het tweede

En de kracht                         -  kracht komt van U

En de heerlijkheid                  - en ook geluk komt van U

Wie hardop het onze Vader bidt knielt met woorden.

maandag 19 juni 2023

Myn bern en myn blommen

 

‘Myn bern en myn blommen’ (spreek uit mien ben en mien blommen), het Fries zong door mijn hoofd en ik gniffelde in de snelbus van Drachten naar Groningen. Ik was een weekend bij mijn ouders geweest in Nijega waar mijn vader predikant was. Elke keer voelde het als een immense overgang, van de stad naar het platteland, van mijn bovenetage zonder tuin, naar de pastorie omzoomd door een tuin waar de schapen net lammetjes hadden gekregen. Mijn moeder had de hele dag geroepen ‘ach, beestje toch’, ze moest een lammetje met de fles grootbrengen. Ik vermoed dat ze in stilte hoopte op kleinkinderen. Ze vertelde:’ Aukje heeft er nu zeven en ze roept de hele dag ‘myn bern en myn blommen’, daar leeft ze voor.’ Voor mijn moeder bleef het bij bloemen en schapen.

‘Myn bern en myn blommen’, ik keek naar buiten, de bus was bijna bij de rondweg rond Groningen, straks zou ik weer achter mijn bureau in mijn zonnige kamer zitten. Zonder bern en bloemen maar met veel boeken en een interessante studie. Er zijn dus vrouwen die leven voor hun bern en hun bloemen, dacht ik en ook hoe ver dat van mij af stond.

Maar toen ontmoette ik, in een ander Fries dorp een man die de mijne werd en verliep mijn leven zoals dat van Aukje en mijn moeder en vele andere vrouwen. Ik kreeg mijn eerste kind en mijn moeder kon haar geluk als oma niet op. Andere kinderen volgden en onze kleindochters werden haar eerste achterkleindochters. Op 9 juni jongstleden werd onze eerste kleinzoon geboren. Ik was net bezig met mijn bloemen toen het telefoontje kwam. Het was drie weken voor de uitgerekende datum, dus nietsvermoedend nam ik op. ‘Jullie hebben er weer een kleinkind bij’, riepen de kersverse vader en moeder. En ik wist niet hoe gauw ik mijn Friese bloementuin achter me moest laten. We sprongen in de auto om dat kleine jongetje zo snel mogelijk te bewonderen. ‘Myn bern en myn blommen’, is inmiddels ook mijn lijfspreuk.

maandag 12 juni 2023

Tijdlijn

 

‘Tachtig vrienden hebben iets op je tijdlijn geplaatst voor je verjaardag’: dat is hoe we vandaag de dag onze verjaardag vieren op Facebook. Het gaat allemaal lekker snel, je scrolt er even door heen en klaar is Kees. [Voor de senioren: ’Je spreekt het uit als skrol-len. Het is het bewegen van de schuifbalk onderin en/of rechts van het venster. Hierdoor worden andere delen van het document zichtbaar.’ Zo staat het op het ‘Seniorweb’, hoe verhelderend is dit vraag ik me af.]

Mijn tijdlijn heeft het getal 65 bereikt. Voor onze kleinkinderen iets waar zij zich helemaal niks bij voor kunnen stellen. ‘Oma, je bent nu 6 + 5, dus een beetje ouder dan ik’, zegt Anne van 6. Onze kinderen weten wel beter: ’Jullie zijn echt van een andere generatie hoor niks mis mee, maar toch.’ Mijn moeder ziet het van een andere kant: ’Ach jo, 65 is nog lang geen 85.’ Ik zelf kan me herinneren dat ik mezelf al vreselijk oud vond toen ik 50 werd, een leeftijd die me nu tamelijk jong aandoet.

Toen ik twee dagen 65 was werd ik gebeld door een oudere dame. Haar tijdlijn staat op 88 maar ze doet niet aan tijdlijnen want ze is te oud en te ziek om achter de computer te zitten. ‘Hallo Margriet, ik bel je even voor je verjaardag. Hoeveel jaar ben je nu?’ ‘Och, ik ben 65 geworden, oud he?’ ‘Tjonge, dat had ik niet gedacht, zo oud al?’ Wrijf het in, dacht ik bij mezelf maar zij ging verder: ’Dan schiet het voor jou dus ook al op’. ‘Wat bedoet u?’ ‘Nou, ik weet dat jij een prachtig leven hebt, maar wat er gaat komen is onvoorstelbaar veel mooier en grootser, en daar ben jij nu weer een jaartje dichter bij.’ Ik viel stil. ‘Ik ben zo vreselijk benieuwd’, doorbrak zij de stilte. En ik voelde me beschaamd. Heel erg beschaamd. Zij is een alleenstaande vrouw met een klein pensioen dat ze elke maand voor het grootste gedeelte naar een paar vrienden in Afrika stuurt: ’Die kunnen het zo goed gebruiken, ik heb bijna niks nodig.’

Waarschijnlijk zonder dat ze het besefte gaf ze mij een prachtig cadeau: doorleefde visie op de eeuwigheid.

maandag 5 juni 2023

Van twee kanten


Nog een paar dagen en dan zijn Bernard en ik 33 jaar getrouwd. Die 33 jaar zijn omgevlogen in tegenstelling tot de 30 jaar waar ik op de ware Jacob wachtte. In die tijd kwam ik af en toe iemand tegen die mij de ware leek. Maar elke keer zag de betreffende dat niet zo. Andersom kwam het ook voor. Steeds weer was het: jammer maar helaas. Maar tussen Bernard en mij kwam de liefde van twee kanten. Dat is en blijft een wonder en een groot geluk.

De bijzondere boodschap van het Nieuwe Testament is dat God in elk mens ter wereld een ware ziet, iemand met wie Hij een eeuwige liefdesrelatie wil aangaan. ‘Alzo lief heeft God de wereld…’. De spannende vraag voor God is natuurlijk: wie ziet Hem als de ware, de enige, degene die de moeite waard is om op te wachten. Als ik de statistieken mag geloven is dat in Nederland minder dan twintig procent van de bevolking.

‘Jezus als de Ware Levenspartner’, de meeste mensen zien het niet. Ik zag het ook niet, totdat ik deze Bijbeltekst las: ’Verlustig u in de Heer, dan zal Hij u geven de wensen van uw hart’.* Het was alsof God mij toefluisterde: ‘Ga toch eens een beetje meer van Mij houden, verdiep je in Mij, je kent Mij nog lang niet echt, Ik ben heel erg de moeite waard, Ik ben de ware Minnaar.’ Ik ben op zoek gegaan, heb andere gelovigen vragen gesteld en antwoorden gekregen. En stukje bij beetje werd Jezus ook mijn ware liefdespartner. Tien jaar later ontmoette ik Bernard, iemand die wat dit betreft hetzelfde pad was gegaan. Wij werden op elkaar verliefd en ik kon en kan mijn geluk niet op. ‘Dan zal Hij u geven de wensen van uw hart….’

(* Psalm 37:4)

maandag 29 mei 2023

Bevrijd van het gips

 

Ik keek er naar uit zoals een kind naar zijn verjaardag: 23 mei, de dag dat in de Sionsberg in Dokkum het gips van mijn pols afgeknipt zou worden. Twee weken hiervoor was het harde gips er afgezaagd. Eventjes zag ik hoe zielig gelig en magertjes die pols er bij lag. ‘Tjonge, die heeft echt een klap gehad’, zei Bernard, alsof die vreemde kleur voor hem meer overtuigend was dan de röntgenfoto. ‘We doen nu zacht in plaats van hard gips’, zei de gipsmeester en thuis merkte ik dat zacht gips aangenamer is dan hard. Niet alleen voor mezelf, ook voor Bernard. Ik had hem ’s nachts onbewust een paar keer een harde een mep gegeven in mijn slaap.

Op 23 mei zou de pols dus weer open en bloot door het leven mogen gaan. Ik zag er naar uit maar was ook bang en hoopte vurig dat het gelige verdwenen zou zijn. De orthopeed en de gipsmeester leken er gerust over. Ze bekeken de röntgenfoto, en vroegen of het ongeluk vier weken geleden was. Ik knikte en de gipsmeester pakte de grote schaar. Het was in een paar seconden gepiept. ‘Het gaat allemaal volgens het boekje bij u, dan kan nu het oefenen beginnen’, zei hij. ‘Het oefenen?’ vroeg ik terwijl ik opgelucht zag dat die gele kleur nagenoeg was verdwenen. ‘Ja zeker het oefenen, dat gaat ook weer vier weken duren, probeer je beide handen maar eens naar buiten te draaien. ’Au, dat doet pijn’, riep ik. Verbeeldde ik het me dat de gipsmeester lachte? ‘Dat bedoel ik dus, oefenen, hoe meer je oefent hoe beter het zal gaan’, zei hij vriendelijk.

Komt tot Mij allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven’, zegt Jezus. Dat is stap 1 in het leven van een christen. Maar die rust is niet het eindpunt. Stap 2 is: ’Neem mijn juk op  en leert van Mij’: het oefenen aan de hand van Jezus. Vandaag is het tweede Pinksterdag, ik oefen nu een halve week met mijn hand. Soms doet het weer pijn, maar ik weet dat dat bij het oefenen hoort. Oefenen aan de hand van Jezus gaat soms ook met horten en stoten, maar iedereen die daar zijn best voor doet merkt: dit is het echte leven!

maandag 22 mei 2023

Spiegel


Als je iemand vraagt: ’Hoeveel keren per dag kijk jij de spiegel?’, kun je de meest uiteenlopende antwoorden verwachten. ‘Bijna nooit’, zegt één van mijn zusjes steevast. ‘Wel honderd keer op een dag’, een andere vriendin die in elke kamer van haar huis een spiegel heeft hangen. ‘Ik word alleen maar onzeker over mezelf als ik in de spiegel kijk’, of: ‘Ik heb de spiegel nodig om zeker over mezelf te worden, zonder spiegel zou ik mezelf nooit kunnen opmaken, en zonder make up ben ik niet om aan te zien.’ In de spiegel zien we wat eraan mankeert en de spiegel helpt ons onszelf te verbeteren.

Als je aan iemand vraagt: ‘Hoeveel keer per week lees jij in de bijbel?’, kun je ook de meest uiteenlopende antwoorden verwachten. ‘Ik lees nooit in de bijbel want ik vind het een veel te moeilijk boek’, of:’ elke dag na het eten dat ben ik zo gewend, of:’ s avonds voor het slapen gaan een klein stukje.’ Sommige mensen bezitten heel veel bijbels, in allerlei verschillende vertalingen. Anderen hebben alleen hun trouw bijbel. Nu loopt het aantal bijbels dat iemand bezit en het aantal keren dat hij erin leest vaak niet parallel. Ik ken mensen die heel veel bijbels in huis hebben en er toch nooit inlezen. En dat is vreemd, want iemand die veel spiegels heeft kijkt er meestal ook vaak in. Waarom gaat dat voor de bijbel niet op?

Ik denk dat dat komt omdat de meeste mensen niet begrijpen dat de bijbel ook een soort spiegel is. De bijbel is niet alleen een boek over God en over Jezus, de bijbel is ook een boek over de mens, over jou en mij. De bijbel is geschreven op dat mensen zichzelf erin herkennen. Zonder spiegel kun je jezelf voor de gek houden, voor de bijbel geldt hetzelfde. Die laat je zien hoe je er van binnen aan toe bent. Dat is soms even schrikken, maar mensen die verder en vaker lezen zullen ontdekken dat diezelfde bijbel hen laat zien hoe ze van binnen beter kunnen worden. En hoe meer ze dat gaan ontdekken, des te vaker zullen ze erin blijven lezen 😊 

maandag 15 mei 2023

Onthand

 

‘Je hebt geluk dat het je linker pols is, want je bent rechtshandig toch?’, vroeg één van mijn zussen nadat ze gehoord had over het breken van mijn pols. Ze had uiteraard gelijk, een gebroken rechter pols was pas echt onhandig geweest. Maar na twee weken hard, en één week zacht gips om die linker pols vraag ik me af of het heel anders was geweest als het mijn rechterpols was. Want ik ben erachter gekomen dat mijn rechterhand niet zonder de linker en de linker niet zonder de rechter kan. Ze vullen elkaar aan. Ze hebben elkaar nodig, van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Wie ooit weleens in zijn leven geprobeerd heeft om zich met één hand aan te kleden weet waar ik het over heb. Het lukte mij de eerste week niet. En om een boterham te besmeren met boter en jam en daarna in stukjes te snijden lukte ook niet. Koken met één hand bleek moeilijk, strijken simpelweg onmogelijk.

Dus bleef er veel tijd over om te peinzen, over tweetallen. Een mens heeft niet alleen twee handen maar ook twee voeten, twee ogen, twee oren, twee neusgaten. Om te lopen moeten linker en rechtervoet samenwerken en voor horen zien en ruiken geldt hetzelfde. Niet alleen bestaat het menselijk lichaam voor een aanzienlijk gedeelte uit tweetallen, ook mensen onderling functioneren het beste op die manier. ‘Het is niet goed dat de mens alleen is’, staat in Genesis. Ik prees mijzelf de afgelopen weken gelukkig dat Bernard er was om me te helpen met koken, aankleden en zelfs strijken.

Maar met wat ik het liefste doe, schrijven, typen op de computer, kon hij me niet helpen. En daarvan baalde ik echt. Maar Bernard zei met een lachje: ’Nu kun je er eindelijk niet meer onderuit.’ ‘Waaronderuit?’, vroeg ik. ‘Met je tekst inspreken, in plaats van opschrijven’, zei hij. Hij zelf doet dat al jaren en het gaat inderdaad veel sneller dan typen. Maar ik wilde er nooit aan. Omdat het voor mijn gevoel dan net lijkt alsof dat wat er op papier komt niet van jezelf is. Maar toen ik daar over mijmerde -ik had immers tijd genoeg om te mijmeren- bedacht ik dat het vroeger heel gebruikelijk was om hard op uit te spreken wat iemand anders dan opschreef. Veel van Paulus brieven zijn zo geschreven.

En nu spreek ik alles dus al een paar weken in en komt het zonder mijn hand op papier. Met mijn stem is gelukkig helemaal niks mis.

maandag 8 mei 2023

The big five

 

Aan het einde van onze vakantie in Kenia kwam het er, met gebroken pols en al, toch nog van: een tweedaagse safari naar Tsavo, het grootste van de 50 nationale parken en reservaten van Kenia. ‘Safari ’ is het woord voor rondrit in een Afrikaans wildpark waarbij het er op aankomt ‘de grote vijf’ te schieten. Niet letterlijk zoals vroeger, maar figuurlijk, met de camera. Iemand die op safari is geweest krijgt altijd de vraag: ’En heb je ze alle vijf gezien?’ De olifant, de buffel,  de leeuw, het luipaard en de neushoorn.

Om kwart voor zes ’s morgens, het begon net een beetje licht te worden, werden we opgehaald door een echte safari-landrover waarvan het dak naar boven kan zodat iedereen staande om zich heen kan kijken. Voordat dat zover was haalde onze chauffeurs eerst onze vier medereizigers op: een half joods echtpaar uit Polen en een Keniaanse man met Zwitserse vriendin, wildvreemde mensen voor ons, het enige wat we deelden was ons gezamenlijk verlangen om de grote vijf te zien.

Precies vijf uur later kwamen we aan bij de ingang van het park en hadden we er dus al een hele reis op zitten. Gelukkig hoefden we, eenmaal in het park, niet lang te wachten want al na een kwartier stopte de landrover voor een rode olifant op anderhalve meter afstand. Ik had nog nooit een rode olifant gezien,  deze was rood geworden van het rode zand van Tsavo. Olifanten bleken er overal rond te lopen : mannen, vrouwen en zelfs baby olifantjes. 'Maar ik ben gekomen voor de leeuwen’, zei de Pool. De chauffeur vertelde dat de giraf zijn lievelingsdier is, die zagen we binnen het uur, maar die hoort niet bij de grote vijf. Tegen de avond wees de chauffeur ons op een buffel, niet zo dichtbij als de eerste olifant, maar goed genoeg om gespot te worden. De rest van de dag zagen we  giraffen, zebra’s, antilopen in soorten en maten en struisvogels. Maar niet één van de grote vijf.

De volgende dag begon onze safari vroeg, om zeven uur: ‘op dit tijdstip hebben we meer kansen’, zei de chauffeur. Hij bleek ervaringsdeskundige , want binnen het uur stopte hij de Land Rover, niet voor één, maar voor maar liefst tien leeuwen. Ademloos gingen we alle zes rechtop staan en het aantal foto's dat gemaakt werd valt niet op twee handen te tellen. Om elf uur reden we het park weer uit,  van de grote vijf hadden we er  drie gezien, maar de vier wildvreemde mensen waren inmiddels al lang geen wild vreemden meer.

maandag 1 mei 2023

Pole Sana

 

Vorige week maandag arriveerden we dan toch eindelijk in Kenia. Blij en opgelucht want ook deze keer was er een hindernis geweest: de lekke band van onze auto een paar honderd van ons huis. We waren net met  koffers en al in gestapt om naar het station te rijden. Het gebeurde vlak voor het huis van een vriend die naar buiten rende toen hij zag wat er gebeurde: ‘Stap maar gauw met jullie koffers in mijn auto, jullie móeten naar Kenia’. We haalden de trein naar Schiphol en ook het vliegtuig naar Kenia en landden de volgende dag 's middags op het vliegveld in Mombassa. Daar wachtte onze taxi en anderhalf uur later kwamen we op de plaats van bestemming in Ukunda aan. Achterin de taxi was ik oren en ogen tekort gekomen. Wat te denken van ‘Pas op, overstekende kamelen’, kris kras rijdende tuk tuks (bromfiets rick shaws), passagier busjes in fel beschilderde kleuren en overal prachtig geklede Afrikaanse vrouwen. Het voelde als een ‘trip down to memory lane’.

Maar een paar dagen later had zich een ander gevoel van mij meester gemaakt. Een ongemakkelijk gevoel. Een gevoel dat ik helemaal niet kende van de jaren die wij in Nairobi woonden. Ik begon te beseffen dat iedereen mij hier alleen ziet als een mzungu* bij wie je je hand mag ophouden. Het feit dat ik  meer dan tien jaar in Kenia woonde valt  nergens uit op te maken: ik heb de verkeerde kleur en spreek maar een klein mondje Swahili. In Nairobi hebben we een aantal Keniaanse vrienden voor wie het verschil tussen zwart en wit niks uitmaakt, maar Nairobi is ver van hier.

En toen kwam de omme slag, op een manier die ik van tevoren nooit had kunnen bedenken. Aan de kant van de weg, vlak voor een souvenir stalletje, struikelde ik over iets, viel achterover op de grond en kon niet meer overeind komen. Bernard en de eigenaar van het stalletje trokken me omhoog en zetten me op een stoel. Ik voelde me misselijk van de pijn en dat was van mijn gezicht af te lezen want de koopman pakte subiet een ketting van zijn plank die hij in mijn hand duwde: ‘Oh pole sana* mama, you get this one for free from me’. De rollen waren omgedraaid. Op weg naar het ziekenhuis vroegen mensen die zagen dat ik verbeten mijn hand omhoog hield: ‘What happened with your hand mama?’ En in de wachtkamer van het ziekenhuis was ik gewoon een van alle andere mensen die op behandeling wachten.

Nu loop ik al dagen met mijn gebroken pols in knalgroen gips en een arm in een mitella. Dat knal groene gips heeft de wandelende geldautomaat in een echt mens veranderd. En dat voelt vizuri sane.*

 

* blanke

* het spijt me zo

* heel goed