maandag 12 augustus 2019

Dankbaar


Hoe langer de zomer duurt, des te meer bijen en vlinders in onze tuin rondfladderen. Allerlei soorten en kleuren. De ene al mooier dan de ander. Ik ben trots op mijn tuin en aan mij zal het niet liggen dat er steeds minder bijen zijn. Ze weten onze tuin te vinden en doen zich te goed aan de vlinderstruiken, de zinnia, margrieten, goudsbloemen en kamille. En dat is nog maar een greep uit onze vlinder-en bijenkeuken. Voor elk wat wils hier.

Maar tussen al die insecten hipt elke dag een merel. Die deed dat al voor dat de tuin in bloei stond. De bloei is niet dankzij maar ondanks die merel want het vogeltje was dol op de zaadjes die ik in maart plantte. Elke ochtend ontdekte ik opnieuw dat de merel de grond had rondgewoeld om die zaadjes te pakken te krijgen. Gelukkig zaaide ik in overvloed en doen de vlinders zich nu te goed aan de zinnia.

Het blijft overigens al die weken bij die ene merel. De rest van de vogels in de Westereen houdt het voor gezien wat onze tuin betreft. Op een paar duiven na. Ik weet ook dat het steeds dezelfde merel is want één van zijn vleugels is een beetje stuk. En ik weet hoe dat kwam. Nog vroeg in het voorjaar was de (toen nog kleine) merel een keertje de verkeerde kant opgevlogen: in plaats van de tuin uit onze carport in. En daar was ie ingesloten vanwege de caravan die hem het zicht belette. Bernard moest eraan te pas komen om hem te bevrijden uit zijn benarde situatie. Hoe lang dat benarde geduurd heeft weet ik niet, maar dat hij blij was met zijn bevrijding is ons wel duidelijk. 

Die ene merel in onze tuin is gewoon een dankbare merel.

maandag 5 augustus 2019

Fluisteren


“Oma, zullen we even in het oor fluisteren doen?” Nynkes zusje Louise zit op mijn schoot en het is warm. Ze is moe gespeeld van al het moois is dat de camping te bieden heeft: een zwembad, een speelbos en veilige wegen om rond te sjezen op haar loopfiets (“fietsloop”). Ze loopt echt als een speer op dat fietsje om haar grote zus op een echte fiets bij te houden. Twee en half jaar en heel pittig: “Ik ben een pittig meisje”. Als ik haar vraag: ”Wat is dat pittig?” is het antwoord: ”Dat weet ik niet”.

Louise leeft nog van het horen. En in het oor horen fluisteren vindt ze leuk. Dus doe ik wat ze vraagt en fluister heel zachtjes, zodat niemand het kan horen dan zij alleen: ”Ik vind jou lief.” Ze schuift haar hoofdje naar mijn oor en fluistert terug: ”Daar word ik heel blij van.” Dat ontroert me. Een klein meisje dat blij wordt om te horen dat van haar gehouden wordt. En daar dan ook nog antwoord aan geeft: ”Dáár word ik blij van.” Van al het bovengenoemde van onze camping werd ze ook blij. Dat is de allereerste keer in haar korte leventje dat ze kampeert en alles is spannend. En toch: die fluistering: ”Ik houd van jou”, gaat niet langs haar heen. 

God houdt van de wereld. Van ieder mens in de wereld. Hij fluistert de hele dag ons in het oor: ”Ik vind jou lief.” Horen we dat? Of zijn we te druk met al het moois dat de wereld te bieden heeft. En als we het horen, geloven we dan dat Hij dat meent. Dat Hij dat heeft laten zien door zijn enige Zoon bij ons te brengen om het helemaal goed te maken tussen Hem en ons.




maandag 29 juli 2019

Toekomst en toeval


Is dromen over de toekomst alleen voor jonge mensen? Toen ik jong was droomde ik veel. Ik was net veertig toen wij naar Kenia afreisden en wat we daar beleefden hadden we op geen enkele manier van tevoren kunnen plannen. Nu zijn we alweer tien jaar in Nederland, waarvan de afgelopen drie in Friesland. Wat gaat de toekomst brengen? Ik merk dat ik nog niet uitgedroomd ben.

De meeste Nederlanders houden ervan om toekomstplannen te maken. We hebben dan ook planbureaus voor van alles en nog wat. We plannen onze carrières, onze vakanties, onze gezinnen en ga zo maar door. Sommige dingen zijn beter te plannen dan andere: het krijgen van kinderen bijvoorbeeld. Soms lukt dat niet en soms krijgen we ze toevallig. Iets waar we helemaal geen invloed op hebben is het weer. Kijk maar naar wat er gebeurde in de Tour de France dit jaar: lang uitgedokterde schema’s moesten helemaal veranderd vanwege een toevallige weersituatie. Deze zin uit de krant vat het samen: ”Regen, modder, gestaakte etappe en Colombiaan Bernal in het geel.” Voor de laatste een jongensdroom die opeens werkelijkheid werd.

In mijn leven was en is veel toeval. Het ontmoeten van Bernard bijvoorbeeld. Toen ik destijds predikant wilde  worden in Hantum verzuchtte mijn vader: ”Geen goed plan, daar vind je nooit een man en dat is toch jouw toekomstdroom?” Ik ging in geloof en daar verscheen toevallig Bernard op mijn levens-toneel. Mijn meisjesdroom kwam toch uit. Een christen mag geloven dat zijn Schepper een Meesterbrein heeft. Wat hier op aarde toeval mag lijken is in de hemel bedacht door Iemand met veel toekomstvisie.

Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensenhart is opgekomen, al wat God heeft bereid voor degenen die Hem liefhebben.” (1 Corinthiërs 2:9)  


maandag 22 juli 2019

Maxima


"Maxima" leerde ik als woord kennen in 2 Gymnasium. Het is het Latijns voor "grootste". Bijna twintig jaar is Maxima de grootste vrouw in Nederland, figuurlijk gesproken. Want ze is onze koningin. Haar ouders kozen die naam voor haar niet wetende dat die zo toepasselijk zou worden. Want Maxima is inderdaad het ‘grootste’, populairste, best geklede en meest goedlachse lid van ons koningshuis. Zelfs anti-royalisten hebben een zwak voor haar: met Maxima kunnen we als Nederlands volk voor de dag komen.


Maar een paar weken geleden ging het even mis. Maxima was als VN-vertegenwoordiger op bezoek in Saudi-Arabië en sprak daar met de kroonprins. Uiteraard werd er een foto gemaakt en Maxima stond erop zoals ze is, niet breed lachend, wel met een glimlach.  Ik vermoed dat het die glimlach was waarom ze kritiek kreeg op dat onderhoud. Die kroonprins heeft namelijk een politieke moord op zijn geweten en Maxima had dat serieus aan moeten kaarten. Iedereen sprak erover. Premier Rutte en koning Willem Alexander zelf moesten eraan te pas komen om dit voor haar recht te breien.

Maxima zelf bleef in de luwte en kwam weer aan het woord tijdens de zomer-fotosessie op Huis ten Bosch. "Hoe doet u dat eigenlijk, uw werk als ambassadeur combineren met het gezin?" Maxima's antwoord lag mijlenver van de politiek. Ik heb haar nog nooit zó horen spreken: "Oh, dat werk gaat allemaal zo effectief mogelijk. Ik probeer altijd zo snel mogelijk weer thuis te zijn bij de kinderen, want die gaan voor alles." Ik had met haar te doen. Ook onze grote koningin moet dus -als het er echt op aankomt- weten wat haar plaats is: de moeder van haar gezin. En dat terwijl ze als Koningin der Nederlanden en als vrouw van onze Koning echt een van de allergrootsten is.


dinsdag 16 juli 2019

Loslaten


Losgemaakt worden, van een of andere verslaving, is fijn. Loslaten is moeilijk. Ooit trok een tandarts bij mij een tand uit die echt problemen gaf. Die tand werd losgemaakt en ik was er blij mee. Maar loslaten is nooit alleen maar fijn en meestal moeilijk. Als ouders je kinderen loslaten wanneer ze volwassen geworden zijn: De één kan dat beter dan de ander, maar het kost altijd wat. Loslaten is namelijk iets verliezen waar je aan gehecht was. Dat je leven vorm en inhoud gaf. Waar je van hield.

Ik houd van mijn tuin. Iedereen die mijn blogjes leest weet dat. En die tuin moet ik een aantal weken loslaten want we zijn er op uit met de Kip. Dat betekent dat ik de eerste bloei van de Agapanthus en Dahlia’s niet mee zal maken. Dat loslaten kost wat, ik geef het eerlijk toe. Als ik niet met Bernard getrouwd zou zijn was ik thuisgebleven. In elk geval tot en met de Agapanthus uitgebloeid was. Maar nu zijn we vorige week weggereden naar een kleine, rustige, boerencamping waar we niet eerder waren. Wij googelen altijd op ‘rustig en klein’ en laten ons dan verrassen. Deze keer was de verrassing groot. Heel groot. De camping is heel klein en heel rustig. Dat was wat we gehoopt en verwacht hadden. Onverwacht was de groente-en bloementuin die erbij hoorde. “Je mag alles plukken en oogsten wat je wilt. 

Het kost niets”, vertelde de campinghoudster. Dus staat er nu in de Kip een vaas met zelf geplukte Dahlia’s en Margrieten. En aten we gisteren peultjes en tuinbonen die ons niets gekost hadden. Het voelt allemaal als een stralende knipoog van God die zegt: ”Wie zijn leven zal verliezen zal het vinden.” Nooit geweten dat vers geplukte tuinbonen zo lekker zijn!

maandag 8 juli 2019

Vrucht


Het is 3 juli en dus is Mattheüs 3 aan de beurt. Dat zit zo: Bernard en ik hebben ons voorgenomen om in de maand juli, onze vakantie maand, samen het Mattheüs evangelie te lezen. Dat heeft 28 hoofdstukken, dus kunnen we drie dagen smokkelen. Als je 61 jaar bent heb je Mattheüs uiteraard al vele malen gelezen. Maar de bijbel zou de bijbel niet zijn als die niet steeds iets nieuws te vertellen heeft. Zoals vanmiddag. 

Ik zit in de tuin het hoofdstuk van de dag te lezen. Johannes de Doper verschijnt in Mattheüs 3 ten tonele. “De voorloper van Jezus Christus”, zo kende ik hem al als kind. Ik begreep daar destijds niets van, wat is een voorloper? Nu weet ik dat hij degene is die als eerste vertelt dat de Messias geboren en opgegroeid is en dat het bijna zover is voor Hem om op te treden. ‘Let op Hem’, zegt Johannes, ‘zorg dat je ervoor klaar bent om Hem te ontmoeten.’ Johannes legt als het ware de loper uit voor Jezus. Figuurlijk gesproken uiteraard. ‘Bekeer u want het koninkrijk van de hemel is nabij’, daarover gaan al zijn preken en iedereen is daar zo ondersteboven van dat Johannes er gewoon een dagtaak aan heeft om al die bekeerlingen te dopen. Wat een feest he? Nee dus. Johannes is niet onder de indruk van al die bekeerlingen. Tegen sommigen zegt hij: ’Brengt dan vrucht voort die aan de bekering beantwoordt.’ 

Dit zinnetje springt er uit voor mij  terwijl ik mijn bloeiende tuin overzie. Niet alles wat ik geplant heb is mooi gaan groeien. Vrucht voortbrengen kun jezelf niet doen. Dat moet God bewerken. Je kunt alleen de randvoorwaarden scheppen. Dat kost geduld en tijd. Opeens begrijp ik waarom een eenmalige bekering nog niet zoveel zegt. 

maandag 1 juli 2019

(Sint) Maarten


Sint Maarten, Sint Maarten, de koeien hebben staarten, de meisjes hebben rokjes aan: daar komt Sinte Maarten aan. In november zingen de meisjes en jongens dit. Eind juni 2019 zong iedereen in Friesland voor Maarten van der Weijde die inmiddels door zijn enorme zwemprestatie ook al bijna heilig is verklaard.

En zeg nou zelf: wie zou hem dat na doen? Deze -boven gemiddeld- lange Nederlander presteerde het om de Elfstedentocht niet op schaatsen, noch op de fiets, maar al zwemmend te doen. Geen Fries was eerder op dat idee gekomen. Maarten is dan ook niet de eerste de beste. Hij won voor deze bijzondere juni maand al veel zwemwedstrijden waaronder goud in China tijdens de Olympische Spelen van 2008. Maar door Friesland zwemmen was niet bedoeld om een of ander medaille te halen. Ook niet om Friesland eens even mooi op de kaart te zetten (wat intussen wel gebeurd is 😊). Maarten deed het om ‘geld te verdienen’ voor kankeronderzoek. Zelf was hij patiënt, maar hij is genezen en nu zo dankbaar dat hij zijn talent inzet voor een hoger doel. En iedereen, in en buiten Friesland, was in de ban van Maarten voor vier dagen. In ons dorp was het stil op straat. De mensen zaten voor de tv of stonden ergens langs het water Maarten toe te juichen. En dat moet hem enorm geholpen hebben om niet op te geven.

Een sportprestatie als deze is niet voor iedereen weggelegd. Maar ‘ervoor zorgen dat je de eindstreep haalt’ wel. Iedere volgeling van Jezus heeft met zijn eigen wedloop te maken. Soms is het -zoals bij Maarten- zichtbaar waar iemand doorheen gaat, vaak is het verborgen. Dan staat er niemand aan de kant te juichen. Wat eenzaam moet de grootste Heilige aller tijden, onze Here Jezus vaak geweest zijn.



maandag 24 juni 2019

Vakantie



Eén en twintig juni is gepasseerd, de zomer is begonnen en de eerste vakantiekiekjes verschijnen. Vroeger moest je daar lang op wachten: eerst je fotorolletje uit het fototoestel halen, vervolgens naar de fotograaf, dan een halve week of nog meer wachten en daarna je eigen mapje met vier en twintig of zes en dertig stuks ophalen.De meeste mensen deden dat als ze weer thuis waren. Foto’s kijken was het nagenieten met familie en kennissen.

Nu is dat allemaal een ander verhaal. In mijn kamertje in de Westereen krijg ik dagelijks tientallen foto’s uit Verweggistan. Thailand is momenteel in trek als ik die foto’s en filmpjes moet geloven. Vakantiebelevenissen delen doe je ook niet meer alleen met vrienden maar met iedereen op Facebook. Zo leer ik trouwens een heleboel mensen uit onze gemeente kennen.

Maar vorige week kwam er een ansichtkaart door de bus. Een ouderwetse kaart. Uit Gelderland. Van een ouder echtpaar dat als afzender alleen hun voornaam had geschreven. Gelukkig was ik wel eens bij hen op bezoek geweest dus kende ik hen. Op de voorkant stonden zeven kleine kiekjes. De grootste van die zeven in het midden: de afbeelding van een echtpaar op de fiets. Voor oudere mensen hier is dat de ultieme vakantiepret.

 De achterkant heb ik wel tien keer gelezen:

               Met ons gaat het goed
                  bij jullie ook.
                  Er is al weer een week voorbij.
                  nog een week
                  en dan gaan we weer naar huis

                  groeten
                  van Sybe Antje *

Ik weet niet wie de kaart schreef, Sybe of Antje. (Oudere Friese vrouwen noemen soms de naam van hun man voor hun eigen naam.) Maar ik lees en herlees het als een gedicht. En dat gedicht raakt mij meer dan twintig foto’s uit Thailand op een rij. 

*(De namen heb ik veranderd)






maandag 17 juni 2019

Klagen


De regen klettert op het afdak achter ons huis. Dat afdak hebben de vorige bewoners aan de achterkant laten plaatsen en daardoor is het huis ietsje langer geworden. Bij de eerste stap naar buiten word je dus niet kletsnat. Maar nu zie ik dat het afdak aan de achterkant lekt. En daardoor wordt de tuinstoel die precies daar staat nat. Bah! Ik trek de stoel wat verder naar binnen en bekijk de lucht: grauw en bewolkt. Een binnen-zit dagje dus. Alsof de winter nog niet voorbij is.

Tijdens de koffie staar ik aan de voorkant van ons huis naar de tuin. Het gras ziet er groener uit na een nacht met regen. Dat moet ik toegeven. En eigenlijk was en is de grond veel te droog. De boeren verlangen al weken naar regen, dat is mij toch ook niet ontgaan? Waarom dan toch dat geklaag? Zelfs onze olijfboom in de achtertuin heeft immers regen nodig? Maar klagen zit in het menselijk bloed. De bijbel is daar heel duidelijk over. Het volk Israël wordt na generaties lang zwoegen voor de Egyptenaren in de vrijheid gesteld. Al na een paar maanden begint het geklaag en wil het terug naar dat oude zware leven omdat het nieuwe toch niet precies is wat ervan verwacht werd.

Wij mensen hebben oneindig veel mogelijkheden, ‘gemaakt naar Gods beeld’, dat zegt al genoeg. Maar daarmee zijn we nog niet God zelf. God is in de hemel, wij zijn op de aarde. Hij heeft het totaaloverzicht, Hij weet precies wat ons te wachten staat, waarom regen soms nodig is en een andere keer juist niet. Klagen is iets voor kortzichtige mensen. Mensen die geloven in de hemelse Vader en zijn Zoon Jezus Christus zouden beter moeten weten: het allermooiste ligt immers klaar in de hemel voor hen.


maandag 10 juni 2019

Workaholic


Gisteren was het eindelijk zover en liepen we over het terrein van de Bonifatiuskapel. De kapel was omgetoverd tot een theater waar “Titus, leven tussen stilte en stress” werd opgevoerd. Toneel, zang en dans over de beroemde katholieke, Fries, Titus Brandsma. Vanwege de tragische afloop van zijn leven in Dachau in 1942 spreekt hij anno 2019 nog steeds tot de verbeelding. Tijdens zijn leven was hij in Nederland bekend, zowel binnen als buiten katholieke kringen. Want hij publiceerde wekelijks artikelen over allerhande onderwerpen. Hij had een brede visie op het leven maar het fundament van alles was zijn rotsvast geloof in Jezus Christus.

Wij waren onder de indruk, van alles: de acteur die Titus speelde, de twee acteurs die -soms al zingende-vertelden. De ene beeldde “God” uit, de andere de “duivel”. In het verleden gebeurde dat heel vaak zo, net als overigens in het Bijbelboek Job: God en de duivel die met elkaar in gesprek zijn. Voor toehoorders (of lezers) ontstaat zo automatisch de vraag: Hoe denk ik eigenlijk zelf over bepaalde zaken?

Weer thuis lees ik de recensies. In één van hen wordt Titus Brandsma als een ‘workaholic’ beschreven. Dat woord heeft een negatieve klank. En die recensie raakt mij op een negatieve manier. Want Titus Brandsma was niet een workaholic: iemand die verslaafd is aan werk. Hij kreeg als ingetreden Karmeliet de naam Titus. Dat moet hem blij verrast hebben want zijn vader heette zo. Het is ook de naam van een Bijbelboek, ‘de brief van Paulus aan Titus’. Uit pure interesse lees ik dat Bijbelboek weer eens door. En wat me dan opvalt is verrassend: meer dan vijf keer wordt daar over ‘goede werken’ gesproken. “Blink daarin uit”, roept Paulus Titus toe. De Friese Titus heeft dat ongetwijfeld vaak gelezen en in zijn leven helemaal waargemaakt.  


maandag 3 juni 2019

Gods tuin (2)


Heb jij dat ook wel eens: dat je jezelf te moe voelt om zelfs maar uit bed te komen? Dat je overal tegenop ziet? Ontbijt klaarmaken, uitkiezen wat voor kleren je zult aantrekken, boodschappen doen, badkamer schoonmaken, kamer stofzuigen. Alleen al van het opschrijven word ik moe.

Wanneer ik me zo voel grijp ik altijd naar mijn lievelingsvers: ”Komt tot Mij allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven.” Toch geweldig dat dit in de bijbel staat. Vermoeid zijn is dus niet typisch iets voor onze hectische 21 eeuw. Twintig eeuwen geleden hadden mensen daar ook al mee te kampen. En Jezus heeft oog voor ze. Hij ziet ook dat het om veel mensen gaat want hij spreekt over ‘allen’. Iedereen die vermoeid en belast is moet bij Hem komen. Maar waarom eigenlijk? Wat heeft Hij te bieden aan uitgeputte mensen?

Ik peins erover en loop even door mijn tuin. Elke dag heeft die wel een verrassing voor me in petto, vandaag is dat een klein lichtblauw bloemetje dat vlak boven de grond uit een bolletje is gekomen. Ik was bijna vergeten dat ik het geplant had. “Kijk eens naar de bloemen,’ zegt Jezus ergens anders, “ze vermoeien zich niet met werk.” Ik ben alleen geen bloem, het enige wat zo’n bolletje hoeft te doen is rustig te blijven staan op de plek waar het geplant is.

Maar zou God, die blijkbaar dag en nacht aan het werk is geweest om dat tere fijne bloemetje uit dat bolletje te laten groeien, mij vergeten omdat ik geen bloem ben? Is mijn grootste valkuil misschien dat ik vaak vergeet dat het God Zelf is die het eigenlijke werk in mijn leven doet? Met een onzichtbare hand maakt Hij er toch steeds iets heel moois van?