maandag 27 januari 2020

(V)rijbewijs


“Pietsje heeft het in de pocket”, stralend vertelt ze het. Pietsje is dochterlief van zeventien, ze zit op school, heeft nog geen diploma, maar wel vier zwemdiploma’s en nu dus het rijbewijs. “In the pocket”, een Engelse uitdrukking die hier dagelijks over de tong gaat. Want als je iets in het uitgestrekte Friesland nodig hebt is het een rijbewijs. De afstanden zijn groot. Van de Westereen naar Heerenveen is een half uur met de auto. Dat doe je niet zomaar op de fiets. Friesland is nog vrijwel file-loos, een autootje hoort er gewoon bij. Voor veel huizen hier staan vier auto’s: één voor vader, één voor moeder, één voor zoon en één voor dochter. Pietsje kan zich een eigen autootje nog niet veroorloven, maar ze kan er nu wel met moeder of vader als bijrijder op uit. En dat geeft een goed gevoel. “Zit ik niet vast hier, de wereld is toch groter dan de Westereen?” Wat een rijbewijs al niet met een mens doet. Naar dat gevoel van vrijheid snakken ook veel vrouwen die jaren ouder zijn dan Pietsje, ik ken er een paar die het rijbewijs haalden toen ze ouder dan zestig waren. Eentje van hen moest tien keer examen doen voor het zover was. Een rijbewijs krijg je niet voor niets.

Vanmorgen moest ik aan Pietsje denken die nu stralend rondrijdt: als ze door een politieagent wordt aangehouden omdat haar rijgedrag nog niet optimaal is, dan hoeft ze alleen maar haar rijbewijs te laten zien. En daarna kan ze zo vrij als een vogeltje verder gaan. Een christen, iemand die op Jezus Christus vertrouwt, is ook vrij. Vrij van allerlei regels die precies zeggen hoe het moet. Vrij om het ene nodige te doen: je naaste liefhebben als jezelf. Zijn ‘vrijbewijs’ is het kruis op Golgotha.  

maandag 20 januari 2020

Genieten


‘Genieten’ is een woord dat vaak gehoord wordt op de Nederlandse televisie in januari, de maand waar we binnen moeten blijven en alvast mijmeren over de komende zomer. De helft van alle reclames op tv gaan over het ‘vakantie genieten’. De ene reisorganisatie is al creatiever dan de andere om een voorproefje te geven van ‘straks’. En mensen die niet (meer) werken hoeven niet eens op de zomervakantie te wachten, want maar een paar uurtjes vliegen -voor ook nog bijna geen geld- en het genieten kan beginnen. Aan het zwembad, in bikini, met een tropische cocktail, in verre vakantielanden. Al die kleurrijke zonnige reclames met lachende families kwamen in mijn gedachten toen ik iets las dat me trof:

“De mens heeft het niet in zijn macht om te eten en te drinken en zich te goed te doen bij zijn zwoegen; dit heb ik wel ontwaard, dat het van de hand Gods komt. Want wie kan eten en wie kan iets genieten buiten Hem?

Dit citaat, dat ongeveer drieduizend jaar oud is, is pijnlijk voor al die reisorganisaties die ‘genieten’ proberen te verkopen. Genieten is niet ‘te koop’. Genieten moet je gegeven worden. Genieten komt van God. En nu is het even goed om te weten van wie dit citaat komt: van de allerrijkste koning die ooit in Israël leefde. Koning Salomo. Niet alleen schatrijk, ook nog eens heel wijs want hij bedacht deze wijze woorden nadat hij geprobeerd had om van het leven te genieten met werkelijk alles wat hij zich veroorloven kon. Eindigt Salomo dus met: dikke pech als het je niet lukt om echt te genieten? Gelukkig niet! Hij schrijft: ieder mens, die er echt zijn best voor doet om God een plezier te doen, zal als beloning zelf plezier krijgen: genieten dus! (Prediker 12:13, 14)

maandag 13 januari 2020

Goed nieuws dat (bijna) nooit in het nieuws komt



Het ‘evangelie’: wat is dat? Het is niet een term die je vaak op de radio of televisie hoort, terwijl het ‘goed nieuws’ betekent. In de bijbel gaat het heel vaak over dat nieuws. De eerste vier Bijbelboeken van het Nieuwe Testament heten zelfs het ‘evangelie’ van Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes. Deze historische figuren (ze hebben echt bestaan) hebben alle vier een verhaal geschreven dat de geschiedenis is ingegaan als ‘goed nieuws’: evangelie.

Maar wat is dat goede nieuws? Ik schreef dit midden in december, de maand van Advent en Kerst die vol met kerkdiensten zit. Kerkdiensten waar uitgebreid wordt herdacht en gevierd hoe Jezus Christus werd verwacht en uiteindelijk werd geboren. Die geboorte, meer dan tweeduizend jaar geleden, was en is goed nieuws voor de hele wereld. Maar wat betekent dat? Jaarlijks worden er miljoenen baby’s geboren, wat maakt baby Jezus zo bijzonder?

Het bijzondere zit niet zozeer in de geboorte als wel de levensloop van Jezus. Want als volwassen man handelt en spreekt Hij opeens op een buitengewone manier. Hij zegt en doet dingen die feitelijk onmogelijk voor een ‘gewoon’ mens zijn. Het meest wonderlijke gebeurt aan het einde van zijn leven: onterecht wordt hij veroordeeld en gekruisigd en dan blijkt hij drie dagen na zijn dood weer te leven. Dat is nieuws dat zo opzienbarend is dat het niet zomaar in de krant komt. Want dat is nieuws dat een mens moet geloven. 

Paulus kan daarover meepraten: Hij geloofde er eerst niets van totdat Jezus zichzelf aan hem bekend maakte. Dat veranderde zijn leven compleet. Paulus verwoordt het later zo: ’Het evangelie is een kracht!’ Niet een theorie of een dogma maar een levens veranderende kracht die beschikbaar is voor ieder mens die daar echt naar verlangt!

maandag 6 januari 2020

"Je zit hier niet voor je lol"


 
Die eerste dagen weer naar (de middelbare) school, na de Kerstvakantie: ronduit vervelend vond ik ze vroeger. Twee weken hoefde je helemaal niks, mocht je lekker binnen blijven, hoe koud het ook was, geen vervelende repetities of onverwachte schriftelijke overhoringen. Met de overgang naar januari leek het wel alsof het allemaal gedaan was met de pret. ‘Je zit hier niet voor je lol, er moet gewoon gewerkt worden’: alsof je dat niet snapt als leerling. De hele december maand mocht je blijkbaar wel een beetje lol hebben, wij deden op school ook aan Sinterklaas en Kerst, maar in januari moest dat allemaal voorbij en vergeten zijn. ‘Je zit hier niet voor je lol’. Ik bedacht toen al, hoe ik januari als volwassene - zonder leerplicht- zou beleven.

Inmiddels heb ik 61 keer Sinterklaas en kerst meegemaakt. En geloof me: na zo veel keren precies dezelfde feesten (die ook nog op dezelfde manier als vroeger gevierd worden) is het spannende daar voor mij vanaf.  En de middenstand werkt ook niet bepaald mee om die feesten levendig en speciaal te houden want al in augustus zijn pepernoten en kerstkransjes verkrijgbaar.

Op dit moment vind ik januari een prachtmaand. En wel precies om dezelfde reden waarom ik vroeger de kerstvakantie zo fijn vond: in januari hoef ik niks. Alle kerstfeesten en diensten en maaltijden en vieringen zijn voorbij. De agenda is bijna blanco. En dat vind ik heerlijk, want dat geeft ruimte voor het onverwachte. December staat bomvol vaste verwachtingen, januari is heerlijk leeg en geeft inspiratie, een vrij gevoel. In januari is het weer tijd om te gaan geloven in: ‘Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensen hart is opgeklommen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben.’ (1 Korinthiërs 2:9)  

maandag 30 december 2019

Gooi- en smijtwerk


Een paar keer per jaar doe ik aan ‘gooi- en smijtwerk’. Sinds wij uit Kenia terug zijn in Nederland en ik bekend werd met het fenomeen ‘milieustraat’. ‘Milieuheuvel’ zou een beter woord zijn want het is een heuvel van een paar meter hoog waar je je auto-met-weggooispullen op kunt oprijden om die vervolgens in de daarvoor bestemde container te mikken. Gooien is de enige manier om het te doen, op die heuvel sta je boven containers uitziende op wat je voorgangers erin kieperden. Daar stond en sta ik elke keer weer versteld van: complete bankstellen liggen schots en scheef en in de regen. En kasten, lampenstandaards, fietsen, stoelen en tafels. Maar ook prachtige boeken en speelgoed. 

De dichtstbijzijnde ‘milieuheuvel’ hier is in Damwoude, vlak bij Dokkum. Dokkum is op het moment dat ik dit schrijf nog helemaal in kerstsfeer. Overal lonken de lichtjes en etalages naar mensen om kerstspullen te kopen. Het ene al mooier dan het andere. Kerstcadeaus doen niet onder voor Sinterklaascadeaus en bij Kerst hoort natuurlijk een prachtige verpakking met mooi glimmend papier. Verkoopsters zijn er maar druk mee. En het is alleen een kwestie van tijd die dat ene schitterende, prachtig ingepakte cadeautje in een wegwerpartikel verandert. Eigenlijk onthutsend: het ene moment shop je stad en land af om iets te kunnen kopen. Een paar jaar later gooi je hetzelfde ding met een ferme zwaai in de container: zie zo, daar zijn we ook weer vanaf.

 “Onze hulp is in de naam van de Heer, die hemel en aarde (en ook ons mensen) gemaakt heeft en die nooit loslaat wat zijn hand begonnen is.” Het begin van elke kerkdienst zondags. Al een preek op zichzelf: God gooit nooit iets weg wat Hij zelf gemaakt heeft, hoe oud en lelijk het ook is geworden. 

maandag 23 december 2019

Stille Nacht


‘Stille Nacht’ is een lied dat voor en met Kerst gezongen wordt. Een lied dat we zingen in de kerstnacht, 24 december, de nacht dat Jezus geboren werd. God werd mens, werd een piepklein mens, werd een baby. Een baby die uitgroeide tot Jezus van Nazareth die rondging predikende en weldoende. Aan die dingen denken we nog niet met Kerst. Dan gaat het om Jezus als kindje in de kribbe. 

Een baby kan nog niks. Helemaal niks. Alleen maar huilen en slapen. Jezus sprak zelf niet in de kerstnacht. Engelen en herders deden het vol glorie en vol verwondering voor hem. Hij zelf lag daar stil. Zijn eigen spreken zou pas dertig jaar later komen. Wonderlijk eigenlijk dat de Zoon van God in de meeste jaren dat Hij op aarde was stil was. Pas als Jezus zo rond zijn dertigste met zijn bediening begint gaat hij spreken. Daarvoor is hij stil. En ook aan het einde van zijn leven is Hij weer stil. Als Hij de voeten van de discipelen wast en geknield voor hen ligt. Als Hij verhoord wordt door de overheid. Als Hij aan het kruis hangt. Hij spreekt dan slechts een enkel woord, de toespraken zijn voorbij. Zijn eigenlijke werk doet Hij in stilte.

Wat een voorbeeld is dat voor mij. Een voorbeeld dat in de ‘Stille Nacht’ begonnen is en tot nu toe voortduurt. Ik houd van praten en ook preek ik graag. Dan wil ik fijntjes uit de doeken doen ‘hoe het zit met het christelijk geloof’. En dan vraag ik me soms naderhand af of ik echt goed uitgelegd heb ‘hoe het zit’. Jezus begon stil. En eindigde stil. En in dat stille ligt de kern van zijn boodschap. Die stille boodschap is: Ik houd van jou, houd je ook van Mij?

maandag 16 december 2019

Vergeten verleden


‘Ik dacht dat jullie mij vergeten waren. Ik begrijp het wel hoor, jullie hebben overal gewoond en kennen zoveel mensen. Maar toch: het deed wel pijn. Maar nu ben je hier en ik ben er zo blij om. Hoe is het nu met jullie kinderen? En met je ouders? En met Bernards ouders?’ 

Na maanden uitstel en bijna afstel ben ik dan toch in Ternaard beland. Vanaf de Westereen maar een kippeneindje over de Centrale As. Het laatste stuk weg is inmiddels ‘Werelderfgoed van Unesco’. Ik geniet van de weidse vlakte die alleen maar weidser lijkt te worden richting Ternaard. Bijna dertig jaar geleden werd mijn nieuwe huis de gereformeerde pastorie aan de Nesserwei. Met uitzicht op de dijk die Ternaard afgrenst van het Wad. Wadlopers uit heel Nederland komen hier. Ik woonde er. Ver van de drukke Randstad vandaan. Ver van alles vandaan. Maar met mijn prins op het witte paard. Dat was voor mij meer dan genoeg.

En nu doe ik met één autoritje een sprong van dertig jaar in het verleden. De bochten op de weg van Dokkum richting Hantum en Ternaard kan ik nog steeds wel dromen. De verleiding om even langs Hantum te rijden is groot maar ik houd de blik gefocust op mijn bezoek in Ternaard. In haar huis is alles nog hetzelfde. Op een vlizotrap na: ’Dat was altijd mijn grote wens en die is nu vervuld, wat ben ik blij met mijn vliering.’ Dankbaarheid kan in hele kleine dingen liggen.

Op de terugweg overpeins ik mijn eigen leven. Veel weer wensen dan ik destijds had durven dromen zijn vervuld in dertig jaar. Met een schok realiseer ik me dat door die sprong in het verleden. Er rijdt een dankbare vrouw terug over de Centrale As waarboven opeens een regenboog verschijnt. 

maandag 9 december 2019

Allerhande


Eén van de leuke dingen in mijn huisvrouwenbestaan is de gang naar Albert Heijn op gezette tijden. Op zijn minst één keer in de maand, want dan ligt daar voor iedereen de “Allerhande” klaar. Helemaal gratis met allerhande recepten. In Kenia kregen we het blad van een vriendin vanuit Nederland opgestuurd en mijn buitenlandse vriendinnen bewonderden altijd de schitterende culinaire foto’s. In onze tuin in Nairobi hadden we een avocado-boom, dus in de loop van de jaren heb ik veel avocado recepten uitgeprobeerd die me niets kosten. (In Nederland hangt aan een avocado echt een prijskaartje.)

Maar het is hier niet het tijdschrift van Albert Heijn dat ik wil aan prijzen maar het boek van God: de bijbel. Die lijkt in een bepaalde opzichten op de Allerhande. Het is (geestelijk) culinaire stof. Van Jezus zijn de woorden: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van elk Woord dat uit de mond van God uitgaat. (Mattheüs 4:4) De bijbel zou je de Allerhande van God kunnen noemen: Boordevol recepten, oude en nieuwe. Gezonde, en ook lekkere. Voor elk wat wils. Albert Heijn weet dat niet iedereen van hetzelfde soort eten houdt. God weet dat dat ook voor geestelijk voedsel geldt en daarom staan er in de bijbel allerhande verhalen: Psalmen: voor gevoelige mensen. Verhalen: voor mensen die van romans houden. Waargebeurde verhalen, zoals het verhaal van Jezus. En fictie, sommige van de verhalen die Jezus vertelde. Theologische kost zoals de brieven van Paulus, en profetieën zoals de Openbaring van Johannes en een hele serie oudere profeten.

Iedereen die in het bezit van een bijbel is heeft eigenlijk een kleine bibliotheek in huis. (Het woord ‘bijbel’ komt van ‘biblia’: boeken.) En die boeken mogen dan allemaal niet hetzelfde zijn, de ondertoon is het wel: God hield en houdt van mensen!

maandag 2 december 2019

Hartelijk gefeliciteerd


‘Ga je jezelf even lekker verwennen?’ Het is vijf uur ’s middags en al bijna donker. Met een groot gemengd boeket bloemen sta ik achter de kassa bij de Aldi. De man die me aanspreekt heeft waarschijnlijk mijn verrukte blik gezien.  ‘Uh, nee, dit is voor mijn oudste dochter, die wordt vandaag achtentwintig jaar.’ ‘Ziet er goed uit voor uw dochter, mooi vers boeket: gefeliciteerd.’ ‘Ja he, morgen hoop ik de jarige te feliciteren. Toen ze nog bij ons woonde was het 26 november de hele dag feest, nu is ze een werkende moeder en moet het een dagje wachten.

’Ik verheug me op morgen: eerst met de trein naar jarige Maartje en vervolgens met de trein naar mijn moeder, de vierentachtige oma Maartje, naar wie ze genoemd is. In onze familie zijn het allemaal Maartjes. Onze dochter is de vierde generatie. Mijn doopnaam is overigens Margriet Maartje: met zowel de oudere als de jongere Maartje voel ik me verbonden. Naast moeder en dochter zijn het ook hele goede vriendinnen: vrouwen bij wie ik mezelf kan zijn, naar wie ik mijn hart kan uitstorten en die dat ook soms naar mij doen.

‘Hartelijk gefeliciteerd!’ zullen mijn eerste woorden naar de jonge Maartje zijn. ‘En jij gefeliciteerd met je dochter’, zal oma Maartje later uitspreken. In Nederland is dat overal zo de gewoonte: iedereen die bij de jarige hoort krijgt een felicitatie. Niet overal ter wereld doet men dat. In Kenia werden wij er vreemd op aangekeken. Maar als ik met die mooie bos bloemen de Aldi uitloop besef ik opeens dat die man achter de Aldi bijna profetisch sprak: Met de komst van onze dochter Maartje achtentwintig jaar geleden voelden Bernard en ik onszelf heel erg verwend. Het is terecht om “Gefeliciteerd met Maartje”, tegen ons te zeggen!”

maandag 25 november 2019

Jip en Janneke


Wat is de beste Bijbelvertaling? In Nederland kun je je veroorloven om die vraag te stellen. Omdat hier bijbels in de meest uiteenlopende vertalingen te koop zijn voor iedereen. Nederlandse, Engelse, Duitse, Franse, Zuid-Afrikaanse, Spaanse: noem maar op. En met Nederlandse vertalingen is de kous nog niet af: want die heb je in allerlei soorten: de Statenvertaling, de herziene Statenvertaling, het Boek (=Het Levende Woord, even voor de echte kenners), het NBG (Nederlands Bijbelgenootschap, 1951), de NBV (Nieuwe Bijbelvertaling, 2004), de BGT (Bijbel in gewone taal, 2014), de KBV (Katholieke Bijbelvertaling). Ik houd hier maar even op, want anders wordt dit blogje te lang en ik neem aan dat het je nu al duizelt.

Wat is de beste van al deze vertalingen? Die vraag duikt af en toe op. Het juiste antwoord is niet makkelijk. Het levert ook vaak hele discussies op. 'Mensen die niet in de Statenvertaling lezen zijn geen goede christenen.' Of: 'De Bijbel in gewone taal is  Jip en Janneke taal: dat kan toch niet de bedoeling van de bijbel zijn?' Mensen zijn blijkbaar in staat om elkaar af te wijzen op grond van het lezen van de verkeerde vertaling. Dát kan de bedoeling niet zijn, dunkt me.

Mensen die elkaar afwijzen is niet de bedoeling, maar mensen die elkaar om de oren slaan met Bijbelteksten is al helemaal niet de bedoeling. “Het Woord [van God] is mens geworden”, staat in Johannes. God heeft het niet bij woorden alleen gelaten. Hij heeft het niet bij het Oude Testament alleen gelaten. Hij heeft aan de wereld laten zien wie Hij echt is door zelf een mens te worden. Jezus Christus is voor een kind te begrijpen. Kleine kinderen gaan nog niet verder dan Jip en Janneke en Jezus trekt daar zijn neus niet voor op.  

maandag 18 november 2019

Steekpartij


Bewust koos ik dit als titel van mijn blogje van deze week. Om de aandacht te trekken. Want een schrijver wil niets liever dan dat zijn werk gelezen wordt. In ons dorp was vorige week een steekpartij. En het hield de gemoederen bezig. Nu is een steekpartij niet iets uitzonderlijks voor de Westereen. “Mijn Herder is mijn redder”, is een gezegde dat iedereen hier kent. Met ‘Herder’ wordt in dit geval een Duits zakmes van het uitstekende merk ‘Herder’ bedoeld. Die uitdrukking wil dus zeggen: Zorg dat je een mes op zak hebt als je op weg gaat want je weet nooit welke vijand je tegenkomt. 

De dader vorige week was alleen geen Westereender maar een buitenlander. Was het daarom dat iedereen opeens een mening over het drama had? Het zinnetje wat ik het vaakst hoorde was dit: Hoe kan iemand zoiets doen? Hoe komt iemand zover dat hij een ander met geweld kapot wil maken? Natuurlijk vraag ook ik me dit af. De dader haatte blijkbaar het slachtoffer zo erg dat dit nu met steekwonden in het ziekenhuis ligt.

Ik heb nooit een mes op zak. Mijn man wel, van een Noors merk. Maar haat draag ik wel met me mee. Niet altijd en niet naar iedereen toe. Maar wel naar sommige mensen. En neem van me aan dat ik daar mijn redenen voor heb. Er zijn mensen die mij afgewezen en tekortgedaan hebben. Heel oneerlijk. Als ik iemand van hen ontmoet voel ik de haat naar boven komen. Soms schrik ik er van dat dat blijkbaar ook in mij zit. Het zat in Kain die Abel doodde, het zit in elk mens in deze wereld. En vroeg of laat komt het eruit.

Onze ‘zonde’ noemt de bijbel dat. Jezus Christus is gekomen om ons daarvan te bevrijden!