maandag 16 december 2019

Vergeten verleden


‘Ik dacht dat jullie mij vergeten waren. Ik begrijp het wel hoor, jullie hebben overal gewoond en kennen zoveel mensen. Maar toch: het deed wel pijn. Maar nu ben je hier en ik ben er zo blij om. Hoe is het nu met jullie kinderen? En met je ouders? En met Bernards ouders?’ 

Na maanden uitstel en bijna afstel ben ik dan toch in Ternaard beland. Vanaf de Westereen maar een kippeneindje over de Centrale As. Het laatste stuk weg is inmiddels ‘Werelderfgoed van Unesco’. Ik geniet van de weidse vlakte die alleen maar weidser lijkt te worden richting Ternaard. Bijna dertig jaar geleden werd mijn nieuwe huis de gereformeerde pastorie aan de Nesserwei. Met uitzicht op de dijk die Ternaard afgrenst van het Wad. Wadlopers uit heel Nederland komen hier. Ik woonde er. Ver van de drukke Randstad vandaan. Ver van alles vandaan. Maar met mijn prins op het witte paard. Dat was voor mij meer dan genoeg.

En nu doe ik met één autoritje een sprong van dertig jaar in het verleden. De bochten op de weg van Dokkum richting Hantum en Ternaard kan ik nog steeds wel dromen. De verleiding om even langs Hantum te rijden is groot maar ik houd de blik gefocust op mijn bezoek in Ternaard. In haar huis is alles nog hetzelfde. Op een vlizotrap na: ’Dat was altijd mijn grote wens en die is nu vervuld, wat ben ik blij met mijn vliering.’ Dankbaarheid kan in hele kleine dingen liggen.

Op de terugweg overpeins ik mijn eigen leven. Veel weer wensen dan ik destijds had durven dromen zijn vervuld in dertig jaar. Met een schok realiseer ik me dat door die sprong in het verleden. Er rijdt een dankbare vrouw terug over de Centrale As waarboven opeens een regenboog verschijnt. 

maandag 9 december 2019

Allerhande


Eén van de leuke dingen in mijn huisvrouwenbestaan is de gang naar Albert Heijn op gezette tijden. Op zijn minst één keer in de maand, want dan ligt daar voor iedereen de “Allerhande” klaar. Helemaal gratis met allerhande recepten. In Kenia kregen we het blad van een vriendin vanuit Nederland opgestuurd en mijn buitenlandse vriendinnen bewonderden altijd de schitterende culinaire foto’s. In onze tuin in Nairobi hadden we een avocado-boom, dus in de loop van de jaren heb ik veel avocado recepten uitgeprobeerd die me niets kosten. (In Nederland hangt aan een avocado echt een prijskaartje.)

Maar het is hier niet het tijdschrift van Albert Heijn dat ik wil aan prijzen maar het boek van God: de bijbel. Die lijkt in een bepaalde opzichten op de Allerhande. Het is (geestelijk) culinaire stof. Van Jezus zijn de woorden: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van elk Woord dat uit de mond van God uitgaat. (Mattheüs 4:4) De bijbel zou je de Allerhande van God kunnen noemen: Boordevol recepten, oude en nieuwe. Gezonde, en ook lekkere. Voor elk wat wils. Albert Heijn weet dat niet iedereen van hetzelfde soort eten houdt. God weet dat dat ook voor geestelijk voedsel geldt en daarom staan er in de bijbel allerhande verhalen: Psalmen: voor gevoelige mensen. Verhalen: voor mensen die van romans houden. Waargebeurde verhalen, zoals het verhaal van Jezus. En fictie, sommige van de verhalen die Jezus vertelde. Theologische kost zoals de brieven van Paulus, en profetieën zoals de Openbaring van Johannes en een hele serie oudere profeten.

Iedereen die in het bezit van een bijbel is heeft eigenlijk een kleine bibliotheek in huis. (Het woord ‘bijbel’ komt van ‘biblia’: boeken.) En die boeken mogen dan allemaal niet hetzelfde zijn, de ondertoon is het wel: God hield en houdt van mensen!

maandag 2 december 2019

Hartelijk gefeliciteerd


‘Ga je jezelf even lekker verwennen?’ Het is vijf uur ’s middags en al bijna donker. Met een groot gemengd boeket bloemen sta ik achter de kassa bij de Aldi. De man die me aanspreekt heeft waarschijnlijk mijn verrukte blik gezien.  ‘Uh, nee, dit is voor mijn oudste dochter, die wordt vandaag achtentwintig jaar.’ ‘Ziet er goed uit voor uw dochter, mooi vers boeket: gefeliciteerd.’ ‘Ja he, morgen hoop ik de jarige te feliciteren. Toen ze nog bij ons woonde was het 26 november de hele dag feest, nu is ze een werkende moeder en moet het een dagje wachten.

’Ik verheug me op morgen: eerst met de trein naar jarige Maartje en vervolgens met de trein naar mijn moeder, de vierentachtige oma Maartje, naar wie ze genoemd is. In onze familie zijn het allemaal Maartjes. Onze dochter is de vierde generatie. Mijn doopnaam is overigens Margriet Maartje: met zowel de oudere als de jongere Maartje voel ik me verbonden. Naast moeder en dochter zijn het ook hele goede vriendinnen: vrouwen bij wie ik mezelf kan zijn, naar wie ik mijn hart kan uitstorten en die dat ook soms naar mij doen.

‘Hartelijk gefeliciteerd!’ zullen mijn eerste woorden naar de jonge Maartje zijn. ‘En jij gefeliciteerd met je dochter’, zal oma Maartje later uitspreken. In Nederland is dat overal zo de gewoonte: iedereen die bij de jarige hoort krijgt een felicitatie. Niet overal ter wereld doet men dat. In Kenia werden wij er vreemd op aangekeken. Maar als ik met die mooie bos bloemen de Aldi uitloop besef ik opeens dat die man achter de Aldi bijna profetisch sprak: Met de komst van onze dochter Maartje achtentwintig jaar geleden voelden Bernard en ik onszelf heel erg verwend. Het is terecht om “Gefeliciteerd met Maartje”, tegen ons te zeggen!”

maandag 25 november 2019

Jip en Janneke


Wat is de beste Bijbelvertaling? In Nederland kun je je veroorloven om die vraag te stellen. Omdat hier bijbels in de meest uiteenlopende vertalingen te koop zijn voor iedereen. Nederlandse, Engelse, Duitse, Franse, Zuid-Afrikaanse, Spaanse: noem maar op. En met Nederlandse vertalingen is de kous nog niet af: want die heb je in allerlei soorten: de Statenvertaling, de herziene Statenvertaling, het Boek (=Het Levende Woord, even voor de echte kenners), het NBG (Nederlands Bijbelgenootschap, 1951), de NBV (Nieuwe Bijbelvertaling, 2004), de BGT (Bijbel in gewone taal, 2014), de KBV (Katholieke Bijbelvertaling). Ik houd hier maar even op, want anders wordt dit blogje te lang en ik neem aan dat het je nu al duizelt.

Wat is de beste van al deze vertalingen? Die vraag duikt af en toe op. Het juiste antwoord is niet makkelijk. Het levert ook vaak hele discussies op. 'Mensen die niet in de Statenvertaling lezen zijn geen goede christenen.' Of: 'De Bijbel in gewone taal is  Jip en Janneke taal: dat kan toch niet de bedoeling van de bijbel zijn?' Mensen zijn blijkbaar in staat om elkaar af te wijzen op grond van het lezen van de verkeerde vertaling. Dát kan de bedoeling niet zijn, dunkt me.

Mensen die elkaar afwijzen is niet de bedoeling, maar mensen die elkaar om de oren slaan met Bijbelteksten is al helemaal niet de bedoeling. “Het Woord [van God] is mens geworden”, staat in Johannes. God heeft het niet bij woorden alleen gelaten. Hij heeft het niet bij het Oude Testament alleen gelaten. Hij heeft aan de wereld laten zien wie Hij echt is door zelf een mens te worden. Jezus Christus is voor een kind te begrijpen. Kleine kinderen gaan nog niet verder dan Jip en Janneke en Jezus trekt daar zijn neus niet voor op.  

maandag 18 november 2019

Steekpartij


Bewust koos ik dit als titel van mijn blogje van deze week. Om de aandacht te trekken. Want een schrijver wil niets liever dan dat zijn werk gelezen wordt. In ons dorp was vorige week een steekpartij. En het hield de gemoederen bezig. Nu is een steekpartij niet iets uitzonderlijks voor de Westereen. “Mijn Herder is mijn redder”, is een gezegde dat iedereen hier kent. Met ‘Herder’ wordt in dit geval een Duits zakmes van het uitstekende merk ‘Herder’ bedoeld. Die uitdrukking wil dus zeggen: Zorg dat je een mes op zak hebt als je op weg gaat want je weet nooit welke vijand je tegenkomt. 

De dader vorige week was alleen geen Westereender maar een buitenlander. Was het daarom dat iedereen opeens een mening over het drama had? Het zinnetje wat ik het vaakst hoorde was dit: Hoe kan iemand zoiets doen? Hoe komt iemand zover dat hij een ander met geweld kapot wil maken? Natuurlijk vraag ook ik me dit af. De dader haatte blijkbaar het slachtoffer zo erg dat dit nu met steekwonden in het ziekenhuis ligt.

Ik heb nooit een mes op zak. Mijn man wel, van een Noors merk. Maar haat draag ik wel met me mee. Niet altijd en niet naar iedereen toe. Maar wel naar sommige mensen. En neem van me aan dat ik daar mijn redenen voor heb. Er zijn mensen die mij afgewezen en tekortgedaan hebben. Heel oneerlijk. Als ik iemand van hen ontmoet voel ik de haat naar boven komen. Soms schrik ik er van dat dat blijkbaar ook in mij zit. Het zat in Kain die Abel doodde, het zit in elk mens in deze wereld. En vroeg of laat komt het eruit.

Onze ‘zonde’ noemt de bijbel dat. Jezus Christus is gekomen om ons daarvan te bevrijden!   

maandag 11 november 2019

Sta in de weg


Rode lopers: we zien ze niet zo veel meer in Nederland. Op Prinsjesdag op de televisie en af en toe bij een trouwerij. Een luxe trouwerij wel te verstaan. Onze jongste dochter trouwde vorig jaar eind september in het oude stadhuis in Amersfoort en ‘alles klopte’: de rode loper voor het bruidspaar, de zacht-lichte nazomerzon, de bruiloftsgasten in prachtige kleren en natuurlijk het allerbelangrijkste: het bruidspaar als een plaatje uit een tijdschrift.

We stonden met zijn allen te wachten aan de kant van de rode loper die tot op de tegels buiten het stadhuis was uitgelegd. Aan weerszijden van de loper de gasten. Onze kleinkinderen, de twee kleine nichtjes van het verse bruidspaar dartelden er ook rond. ‘Niet op de loper staan, meisjes’, zei hun moeder, ‘die is voor het bruidspaar, wij gaan zo meteen hen toejuichen.’ En daar kwamen ze aan in hun roomkleurige trouw-Volvo-met chauffeur: alles klopte. Als moeder van de bruid kon ik mijn vreugde niet op. Ik stond gelukkig helemaal vooraan, ik zag ze aankomen: zo prachtig, zo blij.

Een ‘loper’ wordt altijd uitgelegd voor bijzondere mensen: de koning en koningin, een bruid en een bruidegom. Die loper geeft aan: dat is voor de hoofdpersoon (of personen) van het verhaal. In het Marcus-evangelie is Jezus de hoofdpersoon. Aan het begin van het evangelie maakt Johannes de Doper dat meteen duidelijk: hijzelf is alleen maar gekomen om de loper voor Hem uit te leggen. Alle aandacht zal naar Jezus moeten uitgaan. Johannes cijfert zijn eigen persoon helemaal weg: ik ben alleen maar een stem die roept in de woestijn. 

Johannes de Doper was de voorloper van Jezus, hij mocht de loper uitrollen en hij is nog steeds een voorbeeld voor iedereen die zelf niet een sta in de weg voor het evangelie wil zijn.


maandag 4 november 2019

Wachten


De laatste opdracht die Jezus aan zijn leerlingen geeft, vlak voordat hij naar de hemel gaat is een beetje vreemd: Hij zegt hen dat ze moeten blijven zitten waar ze zitten en helemaal niks mogen ondernemen maar moeten blijven wachten. Niet wachten op een opdracht, maar wachten op een belofte. Iemand als Petrus kan er duidelijk niet mee uit de voeten want zodra Jezus naar de hemel gegaan is komt hij in actie: Hij bedenkt zich dat ze als leerlingen nu niet meer met zijn twaalven zijn en dat ze moeten zorgen dat er iemand in de plaats van Judas komt. Met zijn allen kiezen ze eerst twee mannen uit en loten vervolgens wie de uitverkorene gaat worden. Ze doen dit al biddend, dat moet toegegeven worden. Maar is dit zo echt de bedoeling van God geweest? In Handelingen 9 verschijnt een zekere Saulus van Tarsus die als Paulus snel een positie als die van Petrus inneemt.

(Op iets) wachten is moeilijk. Wachten in de wachtkamer van een dokter, wachten op de uitslag van een examen, wachten op de juiste levenspartner, noem maar op. Ook wachten op een belofte is moeilijk. Abraham duurde het wachten op kind van Sarah te lang en hij ondernam zelf het één en ander. Net als in het geval van Petrus had dat niet gehoeven, want als God iets belooft, dan komt het altijd goed. Hoe lang je ook moet wachten. Die leerlingen hadden geen idee waar ze precies op moesten wachten. ‘De doop met de Heilige Geest’ was iets heel nieuws. Maar toen het kwam wisten ze allemaal: Dit is dus waar we op moesten wachten. Een wervelwind met zoveel kracht dat ze niet op hun stoelen konden blijven zitten. De Geest zelf stuurde hen precies de kant op die Hij wilde.

maandag 28 oktober 2019

Handen uit de mouwen


‘Meester, wat is het allerbelangrijkste gebod?’ In Jezus’ tijd op aarde werd dit aan hem gevraagd en iedereen die een beetje thuis is in de bijbel weet het antwoord: God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf. Al meer dan veertig jaar heb ik daar mijn handen vol aan. Ik was twintig toen ik de keuze maakte om met en voor Jezus te leven.

Maar soms verlang ik naar meer: dat wil zeggen naar meer concrete aanwijzingen. Want zeg nou zelf: hoe doe je dat: God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf? Mijn meest nabije naaste is Bernard, elke dag weer is het mijn opdracht om van hem net zoveel te houden als van mezelf. Ik probeer dat te doen door me in hem te verplaatsen, door niet alleen van mijn eigen gezichtspunt uit te gaan. Valt lang niet altijd mee, maar ik oefen mijzelf. Maar God liefhebben boven Bernard en boven mezelf is een heel ander verhaal. Hoe doe je dat? Wat vraagt God op dit moment van mij?

Vorig jaar werd ik om deze tijd gevraagd om pastoraal werk te doen in de gemeente. Dat kwam toen heel duidelijk op mijn pad. Maar nu? Ik weet het niet. Dus besluit ik om elke dag een hoofdstuk uit ‘Handelingen (van de apostelen)’ te lezen. Om te zien hoe die apostelen dat aanpakten. En meteen al in Handelingen 1 valt me iets bijzonders op: het laatste wat Jezus, vlak voor zijn hemelvaart, aan zijn leerlingen vraagt is om helemaal te niks te doen: ze moeten blijven wachten ‘op de belofte van de Vader’. Hoe zal iemand als Petrus, die graag de handen uit de mouwen stak, dat gevonden hebben? Jezus gaat naar de hemel, en het enige wat hij moet doen is wachten.

(Wordt vervolgd)

maandag 21 oktober 2019

Wonderboom


Ik sta op, ga naar beneden om koffie (voor Bernard) en thee (voor mezelf) te maken en trek de rolgordijnen naar boven. Iedereen is al naar het werk: op het pleintje voor ons huis staat geen enkele auto. Wat er wel staat is de boom in het midden met rondom een zitbank. (Waar ik overigens in drie jaar nog nooit iemand op heb zien zitten.) Die boom is een hele gewone boom, niet een eik of een kastanje. Bovenuit steekt zelfs een vreemde dode tak die altijd in het oog valt. (Ook in drie jaar is die nog steeds niet weggehaald.) Die boom is ooit veelbelovend daar neergezet, compleet met bankje er omheen, maar hij heeft de belofte nooit kunnen waarmaken. 

Alleen is het nu herfst en is die hele gewone boom voor een paar dagen in een wonderboom veranderd: goudgeel van kleur, het stralende middelpunt van ons pleintje. Gauw loop ik naar buiten om een foto te maken en binnen tien minuten hebben op Facebook al meer dan tien mensen hun waardering voor die boom uitgesproken. Dat heb je met bomen in de herfst.

Over een paar dagen staat hij er weer maandenlang kaal en saai bij. Het enige wat dan nog overblijft is hoop: op de lente, de zomer en de herfst. Hoop is iets dat niet echt past bij deze tijd. Op iets dat we nog niet zien wachten we hoogstens een dag, maar dan moet het toch echt zichtbaar zijn anders worden we ongeduldig. Maar: ‘Hoop die gezien wordt is geen hoop want hoe zal men hopen op dat wat men ziet? Maar als we hopen op dat wat we niet zien, verwachten we het met volharding.’ (Romeinen 8)

Misschien heeft God daarom wel de winter bedacht: om mensen te laten oefenen in echte verwachting. 


maandag 14 oktober 2019

Verkeerd uitgelegd


Het verhaal van Maria en Martha wordt vaak verkeerd uitgelegd. Dat gaat dan als volgt: ‘Martha, Martha, leg je bezem neer, al dat werken komt een andere keer.’ Neem een voorbeeld aan Maria, die zit stil te luisteren. Werkheiligheid tegenover devoot stil zijn. En Jezus zou de voorkeur geven aan het laatste.

Maar rijmt dat wel met teksten als: ‘Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook’? Of: ‘De Zoon des mensen is niet gekomen om zich te laten dienen maar om te dienen’. En: ‘Wij moeten werken de werken van degene, die Mij gezonden heeft, zolang het dag is. Jezus is niet tegen werken en ook niet tegen dienen. Het tegendeel: ‘Juist de werken die Ik doe getuigen van Mij dat de Vader Mij gezonden heeft.’ (Dit zijn teksten uit Mattheüs en Johannes.)

Wat Martha verkeerd doet is niet dat zij hard werkt en dient om het allemaal in orde te maken. Wat wel verkeerd van haar is is haar houding: ze is ongeduldig naar Maria toe en jaloers. Ze vindt zichzelf geweldig en is verbitterd. Ze kan het gewoon niet hebben dat Maria heel rustig bij Jezus zit terwijl zij zich als een gek uitslooft. Ze voelt zich een slachtoffer en eist bijna van Jezus dat Hij iets voor haar doet.

Ik geloof dat Jezus wel degelijk ziet hoe zij zich uitslooft. Maar Hij wil haar iets leren. Het is dezelfde les die Saulus moest leren voordat hij Paulus werd: Hard werken vanuit een negatieve grondhouding stelt niks voor in de ogen van God. ‘Al ware het dat ik al wat ik heb tot spijs uitdeelde…maar had de liefde niet, het baatte mij niets.’(1 Corinthiërs 13)

Het ene nodige wat Jezus vraagt en wat eraan ontbreekt bij Martha is de liefde.

(Einde)

zaterdag 5 oktober 2019

Mzungu



Wanneer je als toerist een aantal dagen in Kenia rondloopt kan het niet anders of je leert het woord ‘mzungu’, het Kiswahili woord voor ‘blanke’. Onze vakantie in Kenia bestaat uit anderhalve week in Nairobi: oude bekenden ontmoeten. En een halve week de toerist uithangen aan de kust bij Mombassa. In Nairobi waren we nog Bernard en Margriet, hier aan de kust zijn we alleen ‘mzungu’. Je hoeft maar een stap buiten de deur te zetten of je hoort mensen tegen je roepen: ‘mzungu, mzungu!’ “Er niet op ingaan hoor, ze willen gewoon met je praten en je dan één of ander souvenir verkopen. Dat is het enige vervelend aan Kenia, dat niemand je hier met rust laat”, hoor ik een toerist mompelen. “Niemand kent je hier bij naam hoor, dus doe ook maar gewoon alsof je neus bloedt en loop de mensen straal voorbij”, een andere.

Ik denk aan de Westereen en aan mijn leven als vrouw van de dorpsdominee daar. “Ha Margriet!”, ik hoef maar een stap in het winkelcentrum te zetten of ik hoor dat. Iemand straal voorbijlopen hoort er niet bij in de Westereen. En ik wil dat ook helemaal niet. Want het is toch prachtig om op de hoogte te zijn van elkaars wel en wee? Dit is juist één van de redenen waarom we hier naartoe verhuisd zijn: leven in een gemeenschap waar je de mensen kent. In de Westereen ben ik niet een anonieme ‘mzungu’ maar mag ik wel helemaal mezelf zijn: Margriet Terlouw. Ik heb nu al zin om verhalen te gaan vertellen over wat we hier allemaal beleefd hebben. En dan maar hopen dat niemand me iets van het één of ander wil verkopen. Want Westereenders lijken in dat opzicht een beetje op de Kenianen aan het strand van Mombassa 😊