maandag 13 januari 2020

Goed nieuws dat (bijna) nooit in het nieuws komt



Het ‘evangelie’: wat is dat? Het is niet een term die je vaak op de radio of televisie hoort, terwijl het ‘goed nieuws’ betekent. In de bijbel gaat het heel vaak over dat nieuws. De eerste vier Bijbelboeken van het Nieuwe Testament heten zelfs het ‘evangelie’ van Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes. Deze historische figuren (ze hebben echt bestaan) hebben alle vier een verhaal geschreven dat de geschiedenis is ingegaan als ‘goed nieuws’: evangelie.

Maar wat is dat goede nieuws? Ik schreef dit midden in december, de maand van Advent en Kerst die vol met kerkdiensten zit. Kerkdiensten waar uitgebreid wordt herdacht en gevierd hoe Jezus Christus werd verwacht en uiteindelijk werd geboren. Die geboorte, meer dan tweeduizend jaar geleden, was en is goed nieuws voor de hele wereld. Maar wat betekent dat? Jaarlijks worden er miljoenen baby’s geboren, wat maakt baby Jezus zo bijzonder?

Het bijzondere zit niet zozeer in de geboorte als wel de levensloop van Jezus. Want als volwassen man handelt en spreekt Hij opeens op een buitengewone manier. Hij zegt en doet dingen die feitelijk onmogelijk voor een ‘gewoon’ mens zijn. Het meest wonderlijke gebeurt aan het einde van zijn leven: onterecht wordt hij veroordeeld en gekruisigd en dan blijkt hij drie dagen na zijn dood weer te leven. Dat is nieuws dat zo opzienbarend is dat het niet zomaar in de krant komt. Want dat is nieuws dat een mens moet geloven. 

Paulus kan daarover meepraten: Hij geloofde er eerst niets van totdat Jezus zichzelf aan hem bekend maakte. Dat veranderde zijn leven compleet. Paulus verwoordt het later zo: ’Het evangelie is een kracht!’ Niet een theorie of een dogma maar een levens veranderende kracht die beschikbaar is voor ieder mens die daar echt naar verlangt!

maandag 6 januari 2020

"Je zit hier niet voor je lol"


 
Die eerste dagen weer naar (de middelbare) school, na de Kerstvakantie: ronduit vervelend vond ik ze vroeger. Twee weken hoefde je helemaal niks, mocht je lekker binnen blijven, hoe koud het ook was, geen vervelende repetities of onverwachte schriftelijke overhoringen. Met de overgang naar januari leek het wel alsof het allemaal gedaan was met de pret. ‘Je zit hier niet voor je lol, er moet gewoon gewerkt worden’: alsof je dat niet snapt als leerling. De hele december maand mocht je blijkbaar wel een beetje lol hebben, wij deden op school ook aan Sinterklaas en Kerst, maar in januari moest dat allemaal voorbij en vergeten zijn. ‘Je zit hier niet voor je lol’. Ik bedacht toen al, hoe ik januari als volwassene - zonder leerplicht- zou beleven.

Inmiddels heb ik 61 keer Sinterklaas en kerst meegemaakt. En geloof me: na zo veel keren precies dezelfde feesten (die ook nog op dezelfde manier als vroeger gevierd worden) is het spannende daar voor mij vanaf.  En de middenstand werkt ook niet bepaald mee om die feesten levendig en speciaal te houden want al in augustus zijn pepernoten en kerstkransjes verkrijgbaar.

Op dit moment vind ik januari een prachtmaand. En wel precies om dezelfde reden waarom ik vroeger de kerstvakantie zo fijn vond: in januari hoef ik niks. Alle kerstfeesten en diensten en maaltijden en vieringen zijn voorbij. De agenda is bijna blanco. En dat vind ik heerlijk, want dat geeft ruimte voor het onverwachte. December staat bomvol vaste verwachtingen, januari is heerlijk leeg en geeft inspiratie, een vrij gevoel. In januari is het weer tijd om te gaan geloven in: ‘Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en wat in geen mensen hart is opgeklommen, al wat God heeft bereid voor degenen, die Hem liefhebben.’ (1 Korinthiërs 2:9)  

maandag 30 december 2019

Gooi- en smijtwerk


Een paar keer per jaar doe ik aan ‘gooi- en smijtwerk’. Sinds wij uit Kenia terug zijn in Nederland en ik bekend werd met het fenomeen ‘milieustraat’. ‘Milieuheuvel’ zou een beter woord zijn want het is een heuvel van een paar meter hoog waar je je auto-met-weggooispullen op kunt oprijden om die vervolgens in de daarvoor bestemde container te mikken. Gooien is de enige manier om het te doen, op die heuvel sta je boven containers uitziende op wat je voorgangers erin kieperden. Daar stond en sta ik elke keer weer versteld van: complete bankstellen liggen schots en scheef en in de regen. En kasten, lampenstandaards, fietsen, stoelen en tafels. Maar ook prachtige boeken en speelgoed. 

De dichtstbijzijnde ‘milieuheuvel’ hier is in Damwoude, vlak bij Dokkum. Dokkum is op het moment dat ik dit schrijf nog helemaal in kerstsfeer. Overal lonken de lichtjes en etalages naar mensen om kerstspullen te kopen. Het ene al mooier dan het andere. Kerstcadeaus doen niet onder voor Sinterklaascadeaus en bij Kerst hoort natuurlijk een prachtige verpakking met mooi glimmend papier. Verkoopsters zijn er maar druk mee. En het is alleen een kwestie van tijd die dat ene schitterende, prachtig ingepakte cadeautje in een wegwerpartikel verandert. Eigenlijk onthutsend: het ene moment shop je stad en land af om iets te kunnen kopen. Een paar jaar later gooi je hetzelfde ding met een ferme zwaai in de container: zie zo, daar zijn we ook weer vanaf.

 “Onze hulp is in de naam van de Heer, die hemel en aarde (en ook ons mensen) gemaakt heeft en die nooit loslaat wat zijn hand begonnen is.” Het begin van elke kerkdienst zondags. Al een preek op zichzelf: God gooit nooit iets weg wat Hij zelf gemaakt heeft, hoe oud en lelijk het ook is geworden. 

maandag 23 december 2019

Stille Nacht


‘Stille Nacht’ is een lied dat voor en met Kerst gezongen wordt. Een lied dat we zingen in de kerstnacht, 24 december, de nacht dat Jezus geboren werd. God werd mens, werd een piepklein mens, werd een baby. Een baby die uitgroeide tot Jezus van Nazareth die rondging predikende en weldoende. Aan die dingen denken we nog niet met Kerst. Dan gaat het om Jezus als kindje in de kribbe. 

Een baby kan nog niks. Helemaal niks. Alleen maar huilen en slapen. Jezus sprak zelf niet in de kerstnacht. Engelen en herders deden het vol glorie en vol verwondering voor hem. Hij zelf lag daar stil. Zijn eigen spreken zou pas dertig jaar later komen. Wonderlijk eigenlijk dat de Zoon van God in de meeste jaren dat Hij op aarde was stil was. Pas als Jezus zo rond zijn dertigste met zijn bediening begint gaat hij spreken. Daarvoor is hij stil. En ook aan het einde van zijn leven is Hij weer stil. Als Hij de voeten van de discipelen wast en geknield voor hen ligt. Als Hij verhoord wordt door de overheid. Als Hij aan het kruis hangt. Hij spreekt dan slechts een enkel woord, de toespraken zijn voorbij. Zijn eigenlijke werk doet Hij in stilte.

Wat een voorbeeld is dat voor mij. Een voorbeeld dat in de ‘Stille Nacht’ begonnen is en tot nu toe voortduurt. Ik houd van praten en ook preek ik graag. Dan wil ik fijntjes uit de doeken doen ‘hoe het zit met het christelijk geloof’. En dan vraag ik me soms naderhand af of ik echt goed uitgelegd heb ‘hoe het zit’. Jezus begon stil. En eindigde stil. En in dat stille ligt de kern van zijn boodschap. Die stille boodschap is: Ik houd van jou, houd je ook van Mij?

maandag 16 december 2019

Vergeten verleden


‘Ik dacht dat jullie mij vergeten waren. Ik begrijp het wel hoor, jullie hebben overal gewoond en kennen zoveel mensen. Maar toch: het deed wel pijn. Maar nu ben je hier en ik ben er zo blij om. Hoe is het nu met jullie kinderen? En met je ouders? En met Bernards ouders?’ 

Na maanden uitstel en bijna afstel ben ik dan toch in Ternaard beland. Vanaf de Westereen maar een kippeneindje over de Centrale As. Het laatste stuk weg is inmiddels ‘Werelderfgoed van Unesco’. Ik geniet van de weidse vlakte die alleen maar weidser lijkt te worden richting Ternaard. Bijna dertig jaar geleden werd mijn nieuwe huis de gereformeerde pastorie aan de Nesserwei. Met uitzicht op de dijk die Ternaard afgrenst van het Wad. Wadlopers uit heel Nederland komen hier. Ik woonde er. Ver van de drukke Randstad vandaan. Ver van alles vandaan. Maar met mijn prins op het witte paard. Dat was voor mij meer dan genoeg.

En nu doe ik met één autoritje een sprong van dertig jaar in het verleden. De bochten op de weg van Dokkum richting Hantum en Ternaard kan ik nog steeds wel dromen. De verleiding om even langs Hantum te rijden is groot maar ik houd de blik gefocust op mijn bezoek in Ternaard. In haar huis is alles nog hetzelfde. Op een vlizotrap na: ’Dat was altijd mijn grote wens en die is nu vervuld, wat ben ik blij met mijn vliering.’ Dankbaarheid kan in hele kleine dingen liggen.

Op de terugweg overpeins ik mijn eigen leven. Veel weer wensen dan ik destijds had durven dromen zijn vervuld in dertig jaar. Met een schok realiseer ik me dat door die sprong in het verleden. Er rijdt een dankbare vrouw terug over de Centrale As waarboven opeens een regenboog verschijnt. 

maandag 9 december 2019

Allerhande


Eén van de leuke dingen in mijn huisvrouwenbestaan is de gang naar Albert Heijn op gezette tijden. Op zijn minst één keer in de maand, want dan ligt daar voor iedereen de “Allerhande” klaar. Helemaal gratis met allerhande recepten. In Kenia kregen we het blad van een vriendin vanuit Nederland opgestuurd en mijn buitenlandse vriendinnen bewonderden altijd de schitterende culinaire foto’s. In onze tuin in Nairobi hadden we een avocado-boom, dus in de loop van de jaren heb ik veel avocado recepten uitgeprobeerd die me niets kosten. (In Nederland hangt aan een avocado echt een prijskaartje.)

Maar het is hier niet het tijdschrift van Albert Heijn dat ik wil aan prijzen maar het boek van God: de bijbel. Die lijkt in een bepaalde opzichten op de Allerhande. Het is (geestelijk) culinaire stof. Van Jezus zijn de woorden: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van elk Woord dat uit de mond van God uitgaat. (Mattheüs 4:4) De bijbel zou je de Allerhande van God kunnen noemen: Boordevol recepten, oude en nieuwe. Gezonde, en ook lekkere. Voor elk wat wils. Albert Heijn weet dat niet iedereen van hetzelfde soort eten houdt. God weet dat dat ook voor geestelijk voedsel geldt en daarom staan er in de bijbel allerhande verhalen: Psalmen: voor gevoelige mensen. Verhalen: voor mensen die van romans houden. Waargebeurde verhalen, zoals het verhaal van Jezus. En fictie, sommige van de verhalen die Jezus vertelde. Theologische kost zoals de brieven van Paulus, en profetieën zoals de Openbaring van Johannes en een hele serie oudere profeten.

Iedereen die in het bezit van een bijbel is heeft eigenlijk een kleine bibliotheek in huis. (Het woord ‘bijbel’ komt van ‘biblia’: boeken.) En die boeken mogen dan allemaal niet hetzelfde zijn, de ondertoon is het wel: God hield en houdt van mensen!

maandag 2 december 2019

Hartelijk gefeliciteerd


‘Ga je jezelf even lekker verwennen?’ Het is vijf uur ’s middags en al bijna donker. Met een groot gemengd boeket bloemen sta ik achter de kassa bij de Aldi. De man die me aanspreekt heeft waarschijnlijk mijn verrukte blik gezien.  ‘Uh, nee, dit is voor mijn oudste dochter, die wordt vandaag achtentwintig jaar.’ ‘Ziet er goed uit voor uw dochter, mooi vers boeket: gefeliciteerd.’ ‘Ja he, morgen hoop ik de jarige te feliciteren. Toen ze nog bij ons woonde was het 26 november de hele dag feest, nu is ze een werkende moeder en moet het een dagje wachten.

’Ik verheug me op morgen: eerst met de trein naar jarige Maartje en vervolgens met de trein naar mijn moeder, de vierentachtige oma Maartje, naar wie ze genoemd is. In onze familie zijn het allemaal Maartjes. Onze dochter is de vierde generatie. Mijn doopnaam is overigens Margriet Maartje: met zowel de oudere als de jongere Maartje voel ik me verbonden. Naast moeder en dochter zijn het ook hele goede vriendinnen: vrouwen bij wie ik mezelf kan zijn, naar wie ik mijn hart kan uitstorten en die dat ook soms naar mij doen.

‘Hartelijk gefeliciteerd!’ zullen mijn eerste woorden naar de jonge Maartje zijn. ‘En jij gefeliciteerd met je dochter’, zal oma Maartje later uitspreken. In Nederland is dat overal zo de gewoonte: iedereen die bij de jarige hoort krijgt een felicitatie. Niet overal ter wereld doet men dat. In Kenia werden wij er vreemd op aangekeken. Maar als ik met die mooie bos bloemen de Aldi uitloop besef ik opeens dat die man achter de Aldi bijna profetisch sprak: Met de komst van onze dochter Maartje achtentwintig jaar geleden voelden Bernard en ik onszelf heel erg verwend. Het is terecht om “Gefeliciteerd met Maartje”, tegen ons te zeggen!”

maandag 25 november 2019

Jip en Janneke


Wat is de beste Bijbelvertaling? In Nederland kun je je veroorloven om die vraag te stellen. Omdat hier bijbels in de meest uiteenlopende vertalingen te koop zijn voor iedereen. Nederlandse, Engelse, Duitse, Franse, Zuid-Afrikaanse, Spaanse: noem maar op. En met Nederlandse vertalingen is de kous nog niet af: want die heb je in allerlei soorten: de Statenvertaling, de herziene Statenvertaling, het Boek (=Het Levende Woord, even voor de echte kenners), het NBG (Nederlands Bijbelgenootschap, 1951), de NBV (Nieuwe Bijbelvertaling, 2004), de BGT (Bijbel in gewone taal, 2014), de KBV (Katholieke Bijbelvertaling). Ik houd hier maar even op, want anders wordt dit blogje te lang en ik neem aan dat het je nu al duizelt.

Wat is de beste van al deze vertalingen? Die vraag duikt af en toe op. Het juiste antwoord is niet makkelijk. Het levert ook vaak hele discussies op. 'Mensen die niet in de Statenvertaling lezen zijn geen goede christenen.' Of: 'De Bijbel in gewone taal is  Jip en Janneke taal: dat kan toch niet de bedoeling van de bijbel zijn?' Mensen zijn blijkbaar in staat om elkaar af te wijzen op grond van het lezen van de verkeerde vertaling. Dát kan de bedoeling niet zijn, dunkt me.

Mensen die elkaar afwijzen is niet de bedoeling, maar mensen die elkaar om de oren slaan met Bijbelteksten is al helemaal niet de bedoeling. “Het Woord [van God] is mens geworden”, staat in Johannes. God heeft het niet bij woorden alleen gelaten. Hij heeft het niet bij het Oude Testament alleen gelaten. Hij heeft aan de wereld laten zien wie Hij echt is door zelf een mens te worden. Jezus Christus is voor een kind te begrijpen. Kleine kinderen gaan nog niet verder dan Jip en Janneke en Jezus trekt daar zijn neus niet voor op.  

maandag 18 november 2019

Steekpartij


Bewust koos ik dit als titel van mijn blogje van deze week. Om de aandacht te trekken. Want een schrijver wil niets liever dan dat zijn werk gelezen wordt. In ons dorp was vorige week een steekpartij. En het hield de gemoederen bezig. Nu is een steekpartij niet iets uitzonderlijks voor de Westereen. “Mijn Herder is mijn redder”, is een gezegde dat iedereen hier kent. Met ‘Herder’ wordt in dit geval een Duits zakmes van het uitstekende merk ‘Herder’ bedoeld. Die uitdrukking wil dus zeggen: Zorg dat je een mes op zak hebt als je op weg gaat want je weet nooit welke vijand je tegenkomt. 

De dader vorige week was alleen geen Westereender maar een buitenlander. Was het daarom dat iedereen opeens een mening over het drama had? Het zinnetje wat ik het vaakst hoorde was dit: Hoe kan iemand zoiets doen? Hoe komt iemand zover dat hij een ander met geweld kapot wil maken? Natuurlijk vraag ook ik me dit af. De dader haatte blijkbaar het slachtoffer zo erg dat dit nu met steekwonden in het ziekenhuis ligt.

Ik heb nooit een mes op zak. Mijn man wel, van een Noors merk. Maar haat draag ik wel met me mee. Niet altijd en niet naar iedereen toe. Maar wel naar sommige mensen. En neem van me aan dat ik daar mijn redenen voor heb. Er zijn mensen die mij afgewezen en tekortgedaan hebben. Heel oneerlijk. Als ik iemand van hen ontmoet voel ik de haat naar boven komen. Soms schrik ik er van dat dat blijkbaar ook in mij zit. Het zat in Kain die Abel doodde, het zit in elk mens in deze wereld. En vroeg of laat komt het eruit.

Onze ‘zonde’ noemt de bijbel dat. Jezus Christus is gekomen om ons daarvan te bevrijden!   

maandag 11 november 2019

Sta in de weg


Rode lopers: we zien ze niet zo veel meer in Nederland. Op Prinsjesdag op de televisie en af en toe bij een trouwerij. Een luxe trouwerij wel te verstaan. Onze jongste dochter trouwde vorig jaar eind september in het oude stadhuis in Amersfoort en ‘alles klopte’: de rode loper voor het bruidspaar, de zacht-lichte nazomerzon, de bruiloftsgasten in prachtige kleren en natuurlijk het allerbelangrijkste: het bruidspaar als een plaatje uit een tijdschrift.

We stonden met zijn allen te wachten aan de kant van de rode loper die tot op de tegels buiten het stadhuis was uitgelegd. Aan weerszijden van de loper de gasten. Onze kleinkinderen, de twee kleine nichtjes van het verse bruidspaar dartelden er ook rond. ‘Niet op de loper staan, meisjes’, zei hun moeder, ‘die is voor het bruidspaar, wij gaan zo meteen hen toejuichen.’ En daar kwamen ze aan in hun roomkleurige trouw-Volvo-met chauffeur: alles klopte. Als moeder van de bruid kon ik mijn vreugde niet op. Ik stond gelukkig helemaal vooraan, ik zag ze aankomen: zo prachtig, zo blij.

Een ‘loper’ wordt altijd uitgelegd voor bijzondere mensen: de koning en koningin, een bruid en een bruidegom. Die loper geeft aan: dat is voor de hoofdpersoon (of personen) van het verhaal. In het Marcus-evangelie is Jezus de hoofdpersoon. Aan het begin van het evangelie maakt Johannes de Doper dat meteen duidelijk: hijzelf is alleen maar gekomen om de loper voor Hem uit te leggen. Alle aandacht zal naar Jezus moeten uitgaan. Johannes cijfert zijn eigen persoon helemaal weg: ik ben alleen maar een stem die roept in de woestijn. 

Johannes de Doper was de voorloper van Jezus, hij mocht de loper uitrollen en hij is nog steeds een voorbeeld voor iedereen die zelf niet een sta in de weg voor het evangelie wil zijn.


maandag 4 november 2019

Wachten


De laatste opdracht die Jezus aan zijn leerlingen geeft, vlak voordat hij naar de hemel gaat is een beetje vreemd: Hij zegt hen dat ze moeten blijven zitten waar ze zitten en helemaal niks mogen ondernemen maar moeten blijven wachten. Niet wachten op een opdracht, maar wachten op een belofte. Iemand als Petrus kan er duidelijk niet mee uit de voeten want zodra Jezus naar de hemel gegaan is komt hij in actie: Hij bedenkt zich dat ze als leerlingen nu niet meer met zijn twaalven zijn en dat ze moeten zorgen dat er iemand in de plaats van Judas komt. Met zijn allen kiezen ze eerst twee mannen uit en loten vervolgens wie de uitverkorene gaat worden. Ze doen dit al biddend, dat moet toegegeven worden. Maar is dit zo echt de bedoeling van God geweest? In Handelingen 9 verschijnt een zekere Saulus van Tarsus die als Paulus snel een positie als die van Petrus inneemt.

(Op iets) wachten is moeilijk. Wachten in de wachtkamer van een dokter, wachten op de uitslag van een examen, wachten op de juiste levenspartner, noem maar op. Ook wachten op een belofte is moeilijk. Abraham duurde het wachten op kind van Sarah te lang en hij ondernam zelf het één en ander. Net als in het geval van Petrus had dat niet gehoeven, want als God iets belooft, dan komt het altijd goed. Hoe lang je ook moet wachten. Die leerlingen hadden geen idee waar ze precies op moesten wachten. ‘De doop met de Heilige Geest’ was iets heel nieuws. Maar toen het kwam wisten ze allemaal: Dit is dus waar we op moesten wachten. Een wervelwind met zoveel kracht dat ze niet op hun stoelen konden blijven zitten. De Geest zelf stuurde hen precies de kant op die Hij wilde.