maandag 17 april 2017

Eet dit boek

Bernard en ik zijn dol op boeken. “Hebben jullie die allemaal gelezen?”, vraagt iemand die door het huis loopt. Ons nieuwe huis in de Westereen telt zeven kamers en van die zeven zijn er twee waar niet een boekenkast staat, elk van de overige heeft er meerdere. Zo’n nieuwe verhuizing biedt nieuwe mogelijkheden: we hebben nu een speciale kamer voor romans en een andere met biografieën. Bernards studeerkamer staat vol met theologie en in de mijne vind je psychologie, pedagogiek en vrouwenboeken. De woonkamer heeft een mengelmoes van van alles en nog wat. Veel boeken over Afrika daar, want dat continent heeft voor altijd ons hart gestolen.  Voor elk wat wils en voor elke stemming een passend boek. “Maar hebben jullie al die boeken echt helemaal gelezen?”, die vraag blijft komen. “Ik lees alleen maar de bijbel, meer heeft een mens niet nodig”, mompelt iemand anders.

“Eet dit boek”, is de titel van één van onze boeken geschreven door Eugene Peterson, de schrijver van ‘The Message’. Met ‘dit’ boek wordt de bijbel bedoeld: de bijbel is volgens hem anders is dan elk ander boek in de wereld. De bijbel moet je ‘eten’: eerlijk tot je door laten dringen, Jezus de Zoon van God er echt in ontmoeten, naar Hem luisteren en gaan doen wat Hij zegt. Wanneer je dat doet zul je merken dat je inderdaad genoeg hebt aan een paar porties bijbel per dag. Waarom dan toch al die andere boeken in ons huis? Laat ik het in één zin samenvatten: om kennis te maken met andere mensen en andere culturen, de reden waarom anderen dol zijn op reizen naar nieuwe bestemmingen en andere landen. God leren we kennen door de bijbel, mensen door de Westereenders en door onze boeken. Die hebben we overigens nog niet allemaal gelezen, maar we doen ons best 😊. En iemand die net als wij ook dol is op boeken mag gerust eens langskomen om er eentje te lenen. 


maandag 10 april 2017

Waar is de Ha-Ra?

Ha-Ra” is een begrip in de wereld van professionele schoonmakers. Voor het schrijven van deze column had ik er nog nooit van gehoord maar al schrijvende staarde ik met verbijstering naar de pittige prijzen op het internet. Waarom struint een vrouw die schoonmaken en opruimen altijd uitstelt het internet af voor Ha-ra? Omdat ze een Ha-ra is kwijtgeraakt.

Dat zit zo: toen lieve gemeenteleden in november hielpen met schoonmaken en sauzen nam één van hen zijn Ha-ra-raamwisser mee: “Want die stok is zo handig om een verfroller aan vast te maken”. Het mooie plafond van onze woonkamer hebben we dus aan een Ha-Ra te danken. Ik wist alleen niet dat het een Ha-Ra was, raakte de stok kwijt en had geen enkele neiging om er lang naar te zoeken. Totdat in maart het zonnetje me uitnodigde om de garage eens onder handen te nemen. En daar lagen, onder een hoop troep en afval, een paar stokken en wissers waarvan er eentje de Ha-ra zou moeten zijn. Ik wist inmiddels dat het geen gewone stok was maar had er nog geen plaatje (en prijskaartje) bij.

Had ik nu maar eerder het internet afgestruind, dan zou ik niet triomfantelijk met de verkeerde stok bij dat lieve gemeentelid zijn aangekomen: “Nee, dat is em niet, hij ziet er anders uit, beetje aqua kleur.” Ik werd knalrood want ik wist waar de stok met die kleur beland was: de kringloop. Restte ons niets anders dan een ritje naar de kringloop om de Ha-Ra terug te kopen. Bleek die inmiddels verkocht. “Ik koop een nieuwe hoor”, meer kreeg ik er niet uit. Leuk geprobeerd maar opnieuw fout gescoord: “Das niet mogelijk, want dat model is al lang uit het assortiment, het was een erfstuk, van onze overleden vader zie je”.

Op zo’n moment besef je: Wat stelt een mens nu eigenlijk voor zonder vergeving en genade? Gelukkig heb ik die gekregen, ik schreef toch dat het lieve gemeenteleden zijn?  


zaterdag 1 april 2017

"En de boer die kiest een vrouw''

“Vind je het nog een beetje leuk hier?”  ‘Boer zoekt vrouw’ loopt ten einde. Nog twee vrouwen zijn overgebleven bij de vijf buitenlandse boeren en die krijgen soms deze vraag. Uiteraard ‘vinden ze het nog steeds heel erg leuk’, want Zambia en Frankrijk zijn prachtig en de Nederlandse cameramannen filmen op sublieme locaties. Doe mij ook maar zo’n tripje.

Het antwoord is dan ook vaak: ”Ja, ik heb er geen spijt van, ik voel me hier thuis, ik ga jou ook steeds leuker vinden en daar gaat het toch om he?” Boer Herman geniet er duidelijk van: ”Tjonge, nu loop ik rond met twee vrouwen die me allebei zo leuk vinden dat ze gewoon jaloers zijn op elkaar.”  Good for Herman, maar pijnlijk voor ‘zijn’ vrouwen.

“En de boer die kiest een vrouw”: sommige boeren zijn daar duidelijk mee in hun sas, maar boer Mark vindt de situatie met twee ‘concurrerende vrouwen’ bizar: “Ik begrijp opeens waarom monogamie het beste is”. Steeds als de serie bijna afgelopen is heeft Nederland te doen met de vrouwen die ‘de finale dreigen te verliezen’: “Ik vind je heel leuk hoor, je hebt ook hele mooie ogen”. Maar ja die ander is net een tikje leuker.

“Het lijkt wel koehandel”, zeggen sommigen. Intussen zitten ruim drie miljoen kijkers voor de buis op zondagavond. Waarom is deze koehandel zo populair?Uitverkoren worden, de favoriet zijn: dat willen we allemaal. Het verlangen naar die ene die speciaal met jou zijn leven wil delen: dat zit vanaf de geboorte in elk mens. Het goede nieuws is dat als de Zoon van God iemand uitkiest dat nooit ten koste van een ander gaat. Want die ander - ieder ander- kiest Hij ook! Dat kan Hij (alleen) doen omdat Hij God zelf is. Onzichtbaar wil Hij zijn leven delen met iedere vrouw en man die naar die speciale Partner verlangt. Hij wijst nooit iemand af die graag bij Hem wil wonen.

maandag 27 maart 2017

Het trotse oma-gevoel

Sinds drie weken hebben we niet één, maar twee kleindochters. Wat een rijkdom! Vanwege mijn mobieltje - inmiddels vol met filmpjes en foto’s - weet half de Westereen van hun bestaan. “De trots straalt je je ogen uit”, hoor ik. De trots van het oma-schap. Toen Nynke, ons eerste kleinkind, ter wereld kwam woonden wij twee uur bij haar vandaan. Daarom maakten we haar ontwikkeling sprongsgewijs mee. “Dat gaat me met kleinkind nummer twee niet gebeuren”, en dus appte ik naar onze dochter: “Zal ik morgen even langskomen, misschien kan ik je met iets helpen.” “Super mam, dan kunnen we mooi wandelen, ik achter de kinderwagen en jij met Nynke op haar fietsje met de stok er aan vast.” Mijn trots groeide: ik bleek nodig als oma.

“We doen een kort wandelingetje, even bij de Hema lunchen en dan weer terug want Nynke moet het wel volhouden op haar fietsje.” Ik begreep het en genoot van elke stap. De baby lag lekker te slapen, we bespraken de bevallingsperikelen, het zonnetje scheen, iedereen was blij. Totdat we na onze lunch bij de Hema nog even door de paden liepen. “Let jij op Nynke, dan ga ik met de kinderwagen deze kant op”. “Komt in orde”, lachte ik.  Ik hield de stok van het fietsje vast en leidde Nynke naar de rekken van onze gezamenlijke interesse: oorbellen. Intussen keek ik zelf met een schuin oogje naar een ander schap, schatte dat een halve minuut nodig was om daar iets van te pakken en liet de stok van het fietsje even los. Precies in die halve minuut gebeurde het: Nynke verdween. En een trotse oma veranderde in een schuldbewuste. Welke kant zou ze opgegaan zijn, was ze überhaupt nog in de Hema, liep hier een kinderlokker rond die ik niet had opgemerkt?

“Blijf jij maar bij de kinderwagen, dan kijk ik wel rond”, mijn dochter reageerde gelukkig kordaat. In twee minuten was Nynke gevonden en na nog weer twee minuten waren wij op de terugweg naar huis. Het zonnetje scheen nog steeds maar het trotse oma-gevoel was even helemaal ondergesneeuwd door schuld en schaamte.

maandag 20 maart 2017

De winnende partij

Politiek geëngageerd of niet: meer dan 80 % van de mensen met kiesrecht ging vorige week woensdag naar de stembus. Diezelfde avond kregen de zenders die de uitslagen uitzonden de meeste kijkers: meer dan twee miljoen. Op de één of andere manier verbond dit mensen met elkaar, hoewel het ging om een strijd waarbij winnaars en verliezers uit de bus kwamen. 

Aan het einde van de evangelien moet er ook gestemd worden. Pilatus, de stadhouder van de Joden, roept het volk toe: ”Wie moet er gekruisigd, Jezus of Barrabas?” Het volk roept roept dan -bijna uit één mond-: “Jezus!”, terwijl het notabene een paar dagen daarvoor Jezus als mogelijke nieuwe koning in Jeruzalem had toegejuicht. De stemming was helemaal omgeslagen. En als er één is die dat verbaasd moet hebben zal het Pilatus geweest zijn. Want die had er alles aan gedaan om de stemming positief voor Jezus te laten uitlopen. Maar Jezus had alles ondergaan: ”Mijn koninkrijk is niet van deze wereld en daarom komt er nu geen redding voor mij.”

De mensen die Jezus ‘wegstemden’ dachten dat het ging om de verkiezingsstrijd tussen Hem en Barrabas. Maar Jezus wist dat het om een hele andere strijd ging: zijn sterven zou de definitieve overwinning zijn van het goede over het kwade. Zijn belangrijkste volgeling, Petrus, had hem daar bijna van afgehouden: “Dat verhoede God, dat zal u niet overkomen”. Het goede nieuws is dat het doodsvonnis Jezus niet jammerlijk overkomen is maar dat Hij- als de rechtmatige Koning van de wereld- er zelf voor koos om te sterven. En Hij heeft daarmee voor eens en voor altijd de macht van de heerser van de wereld (satan) ongedaan gemaakt. 

Hierover gaat het in de kerk, iedere zondag weer: De schijnbare Verliezer blijkt de uiteindelijke Winnaar te zijn.



maandag 13 maart 2017

Afkes tiental

Welke Fries kent het niet? “Afkes tiental”, geschreven door Nynke van Hichtum, vrouw van Pieter Jelles Troelstra. Haar echte naam is Sjoukje de Bok. Ze was de vijfde dochter van een dominee en werd in 1860 geboren in Nes, zo’n twintig minuten van de Westereen. Nes is het meest noordelijke dorpje boven Dokkum en ligt vlak bij Ternaard, waar Bernard en ik ook een tijdje woonden. Het mag dus niemand verwonderen dat Nynke van Hichtum tot mijn verbeelding spreekt. Dat deed ze overigens al toen ikzelf, als oudste van vijf domineesdochters, in Nunspeet woonde. Een oom bracht in die tijd “Afkes tiental” als verjaardagscadeautje voor één van ons mee. In die dagen speelden wij heel vaak ‘vadertje en moedertje.’

Toen ik een jaar of twintig was en de tijd aanbrak om aan een echte man te denken duurde het even voor die opdaagde. Ik was jaar in haar uit verliefd, dan weer op deze, dan weer op gene, maar de ware Jacob liet op zich wachten. Niet één, niet twee of drie jaar, maar meer dan tien. En dus begon pas op mijn 33e het echte moederschap. Wij kregen drie prachtige kinderen, een mooi getal, maar tien was in mijn beleving nog mooier geweest.


Onze kinderen zijn nu alle drie de twintig gepasseerd en vlotter op het liefdespad dan hun moeder. Dat betekent dat wij nu al drie plus twee (schoon-)kinderen hebben. Drie plus twee maakt vijf. Vijf plus één kleinkind brengt het aantal op zes. Vorige week werden we opnieuw opa en oma, van onze tweede kleindochter, waardoor het totaalaantal op zeven komt. Zeven (schoon, klein-) kinderen! Zoveel had ik nooit durven dromen toen die man maar op zich liet wachten. En nu kan ik bijna niet wachten met voorlezen van “Afkes tiental” aan onze kleindochters.    

maandag 6 maart 2017

Van preken naar strijken

De rol als ‘vrouw ván de predikant’, bevalt me opperbest. Want van mij wordt niet verwacht om elke zondag met een frisse preek de preekstoel te beklimmen en paraat te zijn bij kerkeraads-vergaderingen en familieaangelegenheden. En dat niet moeten geeft rust. Sinds onze trouwdag neem ik de telefoon niet op: “Met dominee Steenbeek”, maar: “Met Margriet Terlouw”. Ik vond dat veel mooier klinken en sprak het met trots uit. Want Bernard Terlouw was de prins op het witte paard, man van mijn dromen die mij ten huwelijk had gevraagd. Wie zou nog meer verlangen?

Ik dus. Want na een aantal maanden in de huwelijkse staat had ik genoeg van het strijken van de overhemden van mijn prins, kon koken me niet werkelijk boeien, om van stofzuigen nog maar te zwijgen. Ik verlangde terug naar het maken van een stevige preek en naar de ferme handdrukken erna. Bernard en ik hadden het samen zo besloten: hij zou het werk in de gemeente doen, ik zou zorg dragen voor het gezin. Maar het verlangen naar ‘meer’: meer status, meer ‘echt werk’, meer voldoening begon op de achtergrond aan me te knagen.

Totdat ik op een goede dag het ‘Onze Vader’ bad en dat gebed niet verder kwam dan de eerste twee woorden. Als in een flits zag ik het voor me: God wil dat wij Hem als Vader zien en onszelf als zijn kind. Het maakt niet uit of iemand president, bejaardenverzorgster, kleuter, accountant, asielzoeker, predikant of huisvrouw is. God ziet in ieder mens allereerst een kind waarvan Hij de Vader is en als goede Vader weet Hij precies wat ieder van zijn kinderen nodig heeft. 

Die morgen beleed ik: ”Onze Vader, vergeef me dat ik zo vaak wat anders wil zijn dan alleen uw kind.”

    

maandag 27 februari 2017

Gewetenswroeging

Plaats van handeling is de Co-op in de Westereen die mij vaak verleidt met de ‘aanbieding van de week.’ Deze keer was de “Cabernet” uit Chili zo goed geprijsd dat ik twee dozen á zes stuks in mijn karretje laadde. (Soms heb ik hamsterneigingen.) “Wilt u het bonnetje mee?”, vroeg de kassière. “Jazeker”, bonnetjes worden door mij altijd gecontroleerd. En inderdaad: deze keer was het volgens mijn berekening niet goed gegaan. In plaats van twaalf keer korting (op twaalf flessen wijn) was er maar zes keer korting afgegaan en vijftien euro te veel betaald. ”Daar kun je bijna een boek van kopen”, bedacht ik afstevende op de bedrijfsleidster. Eén blik op het bonnetje was voor haar voldoende, joviaal trok ze de kassa en overhandigde mij twee briefjes.

Wat ik eigenlijk normaliter nooit doe, nu dus wel: thuis nog een keer het bonnetje bestuderen. Dat kwam omdat mijn moeder me belde vlak na deze reuzeaankoop: ”Hoeveel heb je er dan voor betaald?”, vroeg ze. “Ik weet het niet helemaal precies meer, maar echt een hele goed prijs, geloof me.” Toch nog maar eens kijken naar het precieze bedrag, nadat we hadden opgehangen. En toen las ik wat wij beide, de bedrijfsleidster en ik, over het hoofd hadden gezien: er was wel degelijk twee keer zes (=twaalf keer) korting afgerekend. Op die vijftien euro, waar ik al een boek voor in mijn gedachten had, had ik dus helemaal geen recht. 

Die wijn zou me niet lekker gaan smaken en zat er dus niets anders op dan terug naar de Co-op met vijftien euro en een stuntelend verhaal. “Tjonge, dankjewel, en wacht nog even”, zei een bedremmelde bedrijfsleidster. Met een vrolijk roze/paars gekleurd boeketje gerbera’s - “als blijk van waardering voor de eerlijkheid”- kwam ze terug. Had ik toch nog een boek(et).




   

maandag 20 februari 2017

De baas spelen

Lonicera henry i, Hydrangea- Petiolaris, Vitis Lambrusca Himrod…: als je na deze woorden afhaakt om verder te lezen snap ik dat. Toch hoop ik dat je dat niet doet en laat ik dit alvast verklappen: die vreemde woorden zijn de Latijnse namen van ‘kamperfoelie, klimhortensia en witte druif’: nieuwe planten in onze tuin. Vorige week was het zover en ging de tuinman/kweker uit de buurt aan de slag. Ik stond erbij en ik keek ernaar en vroeg hem de oren van het lijf. “Hoeveel mest moet daarbij, wanneer moet dit gesnoeid, heeft deze veel zon nodig en ga zo maar door”. Mijn kennis over tuinieren is in een paar uur verrijkt en het resultaat van zijn werk mag er zijn.

Die avond las ik in Genesis over Adam en Eva in de paradijs-tuin: ”Jullie moeten de baas zijn over de aarde”, zei God tegen hen (Genesis 1:28). Ze mochten name geven aan de planten en de dieren en het tuinmanschap ging hen goed af, totdat ze ongehoorzaam werden aan dat ene verbod: eten van de boom die ‘je leert wat goed is en wat kwaad is’.  (2:17) Dat had grote gevolgen. Ze werden uit het paradijs verdreven, het bewerken van de aarde zou met pijn en moeite gepaard gaan en (tot overmaat van ramp): Adam zou niet alleen de baas worden over de planten, vissen en vogels, maar ook over zijn vrouw! (3:16) Dat was niet Gods oorspronkelijke plan, de baas spelen over elkaar is nooit ‘zeer goed’.

De adviezen van mijn tuinman waren de adviezen van een ‘baas’ die helemaal gericht was op (mijn wensen voor) mijn tuin. Ik had hem dat gezag gegeven omdat ik hem vertrouwde. Als mensen de baas over elkaar gaan spelen omdat ze kicken op hun macht als ‘de Baas’ moet je alert zijn!


maandag 13 februari 2017

De jongen zonder been

Afgelopen vrijdag hadden we een feestje. In de Westereen zijn ze daar dol op. Eerst taart met koffie, later op de avond bier en wijn en worst en kaas en nog meer worst en kaas. Tot in de late uurtjes. Ik zag Bernard uit een ooghoek geanimeerd met iemand praten en was nieuwsgierig. Zo nieuwsgierig dat ik niet oplette in het gesprek dat ik zelf met iemand voerde. Dus ving ik flarden op hier en flarden op daar. “Hoe is het nu eigenlijk afgelopen met die jongen op het voetbalveld?”, vroeg ik op de terugweg. “Niet best, ligt in het ziekenhuis, moet geopereerd.” 

Het was laat, we gingen slapen, ik vergat de jongen op het voetbalveld maar twee dagen later ving ik opnieuw iets op: ”Heb je het al gehoord: de operatie van het been is mislukt, ziet er niet best uit.” Die avond was er een gesprekskring in de kerk en bleek het been van de jongen dorpsnieuws van de dag: “Been moet hoogstwaarschijnlijk geamputeerd”, zoemde overal rond. Boudewijn de Groot schreef een lied voor zijn zoontje toen het nog klein was: ”Als hij maar geen voetballer wordt, ze schoppen hem halfdood.” Arme ouders, dacht ik bij mezelf. Deze keer kon ik niet slapen, ik had die jongen, zonder been en met een prothese, steeds op mijn netvlies. 

En wie reed er de volgende dag door onze straat? De jongen, stralend op een gewone fiets met op elke trapper een been. “Wat was er nu eigenlijk aan de hand met je been?”, vroeg ik hem. “Oh, viel allemaal reuze mee, deed even pijn, ze moesten me van het veld dragen, maar na een avondje rust op de bank gaat het weer goed.”  

Moraal van het verhaal: vertrouw alleen de juiste bron J



maandag 6 februari 2017

Pakje shag

Ik dwaal door de Aldi (in de Westereen is die zo groot dat je er kunt dwalen) en kom er niet uit als ik voor de groente sta: alle soorten zijn vreselijk duur. Opgevoed door een vader die tot op zeer hoge leeftijd zijn eigen groente verbouwde vind ik een euro voor een pond prei al gauw teveel, maar deze keer is bijna alles boven de twee euro.

Als ik mijn glazen potten met sperziebonen en bietjes van de band haal begin ik een praatje met de man achter de kassa:” Geen verse groente deze keer, want een bloemkool voor 2.79 is echt te veel!” Hij reageert begrijpend: ”Niet alleen bij ons hoor, overal zijn groenten duur, de oogst in het zuiden van Europa was heel slecht.” Ik bewonder zijn kennis over de oogst maar de klant achter mij doet een duit in het zakje, naar mij toe: “Nou, ik vind dat u niet moet zeuren. Ik denk nooit na over de prijs, voor mij is 2.79 euro helemaal niet te veel voor een bloemkool. U weet vast niet hoeveel een pakje shag kost?” Bedremmeld knik ik ‘nee’. “Meer dan een bloemkool, dat mag u weten, en ik was gewend om heel veel pakjes shag te kopen. Maar nu niet meer, godzijdank. Ik ben trots op elke bloemkool die ik koop en ik let nooit op prijs."

”Sta ik hier notabene in de Aldi en wijst een onbekende mij op iets waarvan een variant in de bijbel te vinden is. Deze vrouw weet het: het is of het één, of het ander. “Jullie kunnen niet God dienen én de mammon”, zegt Jezus. Ik geloof dat ik als christen God dien, maar dien ik misschien toch af en toe een beetje de god van het geld?