dinsdag 16 juli 2019

Loslaten


Losgemaakt worden, van een of andere verslaving, is fijn. Loslaten is moeilijk. Ooit trok een tandarts bij mij een tand uit die echt problemen gaf. Die tand werd losgemaakt en ik was er blij mee. Maar loslaten is nooit alleen maar fijn en meestal moeilijk. Als ouders je kinderen loslaten wanneer ze volwassen geworden zijn: De één kan dat beter dan de ander, maar het kost altijd wat. Loslaten is namelijk iets verliezen waar je aan gehecht was. Dat je leven vorm en inhoud gaf. Waar je van hield.

Ik houd van mijn tuin. Iedereen die mijn blogjes leest weet dat. En die tuin moet ik een aantal weken loslaten want we zijn er op uit met de Kip. Dat betekent dat ik de eerste bloei van de Agapanthus en Dahlia’s niet mee zal maken. Dat loslaten kost wat, ik geef het eerlijk toe. Als ik niet met Bernard getrouwd zou zijn was ik thuisgebleven. In elk geval tot en met de Agapanthus uitgebloeid was. Maar nu zijn we vorige week weggereden naar een kleine, rustige, boerencamping waar we niet eerder waren. Wij googelen altijd op ‘rustig en klein’ en laten ons dan verrassen. Deze keer was de verrassing groot. Heel groot. De camping is heel klein en heel rustig. Dat was wat we gehoopt en verwacht hadden. Onverwacht was de groente-en bloementuin die erbij hoorde. “Je mag alles plukken en oogsten wat je wilt. 

Het kost niets”, vertelde de campinghoudster. Dus staat er nu in de Kip een vaas met zelf geplukte Dahlia’s en Margrieten. En aten we gisteren peultjes en tuinbonen die ons niets gekost hadden. Het voelt allemaal als een stralende knipoog van God die zegt: ”Wie zijn leven zal verliezen zal het vinden.” Nooit geweten dat vers geplukte tuinbonen zo lekker zijn!

maandag 8 juli 2019

Vrucht


Het is 3 juli en dus is Mattheüs 3 aan de beurt. Dat zit zo: Bernard en ik hebben ons voorgenomen om in de maand juli, onze vakantie maand, samen het Mattheüs evangelie te lezen. Dat heeft 28 hoofdstukken, dus kunnen we drie dagen smokkelen. Als je 61 jaar bent heb je Mattheüs uiteraard al vele malen gelezen. Maar de bijbel zou de bijbel niet zijn als die niet steeds iets nieuws te vertellen heeft. Zoals vanmiddag. 

Ik zit in de tuin het hoofdstuk van de dag te lezen. Johannes de Doper verschijnt in Mattheüs 3 ten tonele. “De voorloper van Jezus Christus”, zo kende ik hem al als kind. Ik begreep daar destijds niets van, wat is een voorloper? Nu weet ik dat hij degene is die als eerste vertelt dat de Messias geboren en opgegroeid is en dat het bijna zover is voor Hem om op te treden. ‘Let op Hem’, zegt Johannes, ‘zorg dat je ervoor klaar bent om Hem te ontmoeten.’ Johannes legt als het ware de loper uit voor Jezus. Figuurlijk gesproken uiteraard. ‘Bekeer u want het koninkrijk van de hemel is nabij’, daarover gaan al zijn preken en iedereen is daar zo ondersteboven van dat Johannes er gewoon een dagtaak aan heeft om al die bekeerlingen te dopen. Wat een feest he? Nee dus. Johannes is niet onder de indruk van al die bekeerlingen. Tegen sommigen zegt hij: ’Brengt dan vrucht voort die aan de bekering beantwoordt.’ 

Dit zinnetje springt er uit voor mij  terwijl ik mijn bloeiende tuin overzie. Niet alles wat ik geplant heb is mooi gaan groeien. Vrucht voortbrengen kun jezelf niet doen. Dat moet God bewerken. Je kunt alleen de randvoorwaarden scheppen. Dat kost geduld en tijd. Opeens begrijp ik waarom een eenmalige bekering nog niet zoveel zegt. 

maandag 1 juli 2019

(Sint) Maarten


Sint Maarten, Sint Maarten, de koeien hebben staarten, de meisjes hebben rokjes aan: daar komt Sinte Maarten aan. In november zingen de meisjes en jongens dit. Eind juni 2019 zong iedereen in Friesland voor Maarten van der Weijde die inmiddels door zijn enorme zwemprestatie ook al bijna heilig is verklaard.

En zeg nou zelf: wie zou hem dat na doen? Deze -boven gemiddeld- lange Nederlander presteerde het om de Elfstedentocht niet op schaatsen, noch op de fiets, maar al zwemmend te doen. Geen Fries was eerder op dat idee gekomen. Maarten is dan ook niet de eerste de beste. Hij won voor deze bijzondere juni maand al veel zwemwedstrijden waaronder goud in China tijdens de Olympische Spelen van 2008. Maar door Friesland zwemmen was niet bedoeld om een of ander medaille te halen. Ook niet om Friesland eens even mooi op de kaart te zetten (wat intussen wel gebeurd is 😊). Maarten deed het om ‘geld te verdienen’ voor kankeronderzoek. Zelf was hij patiënt, maar hij is genezen en nu zo dankbaar dat hij zijn talent inzet voor een hoger doel. En iedereen, in en buiten Friesland, was in de ban van Maarten voor vier dagen. In ons dorp was het stil op straat. De mensen zaten voor de tv of stonden ergens langs het water Maarten toe te juichen. En dat moet hem enorm geholpen hebben om niet op te geven.

Een sportprestatie als deze is niet voor iedereen weggelegd. Maar ‘ervoor zorgen dat je de eindstreep haalt’ wel. Iedere volgeling van Jezus heeft met zijn eigen wedloop te maken. Soms is het -zoals bij Maarten- zichtbaar waar iemand doorheen gaat, vaak is het verborgen. Dan staat er niemand aan de kant te juichen. Wat eenzaam moet de grootste Heilige aller tijden, onze Here Jezus vaak geweest zijn.



maandag 24 juni 2019

Vakantie



Eén en twintig juni is gepasseerd, de zomer is begonnen en de eerste vakantiekiekjes verschijnen. Vroeger moest je daar lang op wachten: eerst je fotorolletje uit het fototoestel halen, vervolgens naar de fotograaf, dan een halve week of nog meer wachten en daarna je eigen mapje met vier en twintig of zes en dertig stuks ophalen.De meeste mensen deden dat als ze weer thuis waren. Foto’s kijken was het nagenieten met familie en kennissen.

Nu is dat allemaal een ander verhaal. In mijn kamertje in de Westereen krijg ik dagelijks tientallen foto’s uit Verweggistan. Thailand is momenteel in trek als ik die foto’s en filmpjes moet geloven. Vakantiebelevenissen delen doe je ook niet meer alleen met vrienden maar met iedereen op Facebook. Zo leer ik trouwens een heleboel mensen uit onze gemeente kennen.

Maar vorige week kwam er een ansichtkaart door de bus. Een ouderwetse kaart. Uit Gelderland. Van een ouder echtpaar dat als afzender alleen hun voornaam had geschreven. Gelukkig was ik wel eens bij hen op bezoek geweest dus kende ik hen. Op de voorkant stonden zeven kleine kiekjes. De grootste van die zeven in het midden: de afbeelding van een echtpaar op de fiets. Voor oudere mensen hier is dat de ultieme vakantiepret.

 De achterkant heb ik wel tien keer gelezen:

               Met ons gaat het goed
                  bij jullie ook.
                  Er is al weer een week voorbij.
                  nog een week
                  en dan gaan we weer naar huis

                  groeten
                  van Sybe Antje *

Ik weet niet wie de kaart schreef, Sybe of Antje. (Oudere Friese vrouwen noemen soms de naam van hun man voor hun eigen naam.) Maar ik lees en herlees het als een gedicht. En dat gedicht raakt mij meer dan twintig foto’s uit Thailand op een rij. 

*(De namen heb ik veranderd)






maandag 17 juni 2019

Klagen


De regen klettert op het afdak achter ons huis. Dat afdak hebben de vorige bewoners aan de achterkant laten plaatsen en daardoor is het huis ietsje langer geworden. Bij de eerste stap naar buiten word je dus niet kletsnat. Maar nu zie ik dat het afdak aan de achterkant lekt. En daardoor wordt de tuinstoel die precies daar staat nat. Bah! Ik trek de stoel wat verder naar binnen en bekijk de lucht: grauw en bewolkt. Een binnen-zit dagje dus. Alsof de winter nog niet voorbij is.

Tijdens de koffie staar ik aan de voorkant van ons huis naar de tuin. Het gras ziet er groener uit na een nacht met regen. Dat moet ik toegeven. En eigenlijk was en is de grond veel te droog. De boeren verlangen al weken naar regen, dat is mij toch ook niet ontgaan? Waarom dan toch dat geklaag? Zelfs onze olijfboom in de achtertuin heeft immers regen nodig? Maar klagen zit in het menselijk bloed. De bijbel is daar heel duidelijk over. Het volk Israël wordt na generaties lang zwoegen voor de Egyptenaren in de vrijheid gesteld. Al na een paar maanden begint het geklaag en wil het terug naar dat oude zware leven omdat het nieuwe toch niet precies is wat ervan verwacht werd.

Wij mensen hebben oneindig veel mogelijkheden, ‘gemaakt naar Gods beeld’, dat zegt al genoeg. Maar daarmee zijn we nog niet God zelf. God is in de hemel, wij zijn op de aarde. Hij heeft het totaaloverzicht, Hij weet precies wat ons te wachten staat, waarom regen soms nodig is en een andere keer juist niet. Klagen is iets voor kortzichtige mensen. Mensen die geloven in de hemelse Vader en zijn Zoon Jezus Christus zouden beter moeten weten: het allermooiste ligt immers klaar in de hemel voor hen.


maandag 10 juni 2019

Workaholic


Gisteren was het eindelijk zover en liepen we over het terrein van de Bonifatiuskapel. De kapel was omgetoverd tot een theater waar “Titus, leven tussen stilte en stress” werd opgevoerd. Toneel, zang en dans over de beroemde katholieke, Fries, Titus Brandsma. Vanwege de tragische afloop van zijn leven in Dachau in 1942 spreekt hij anno 2019 nog steeds tot de verbeelding. Tijdens zijn leven was hij in Nederland bekend, zowel binnen als buiten katholieke kringen. Want hij publiceerde wekelijks artikelen over allerhande onderwerpen. Hij had een brede visie op het leven maar het fundament van alles was zijn rotsvast geloof in Jezus Christus.

Wij waren onder de indruk, van alles: de acteur die Titus speelde, de twee acteurs die -soms al zingende-vertelden. De ene beeldde “God” uit, de andere de “duivel”. In het verleden gebeurde dat heel vaak zo, net als overigens in het Bijbelboek Job: God en de duivel die met elkaar in gesprek zijn. Voor toehoorders (of lezers) ontstaat zo automatisch de vraag: Hoe denk ik eigenlijk zelf over bepaalde zaken?

Weer thuis lees ik de recensies. In één van hen wordt Titus Brandsma als een ‘workaholic’ beschreven. Dat woord heeft een negatieve klank. En die recensie raakt mij op een negatieve manier. Want Titus Brandsma was niet een workaholic: iemand die verslaafd is aan werk. Hij kreeg als ingetreden Karmeliet de naam Titus. Dat moet hem blij verrast hebben want zijn vader heette zo. Het is ook de naam van een Bijbelboek, ‘de brief van Paulus aan Titus’. Uit pure interesse lees ik dat Bijbelboek weer eens door. En wat me dan opvalt is verrassend: meer dan vijf keer wordt daar over ‘goede werken’ gesproken. “Blink daarin uit”, roept Paulus Titus toe. De Friese Titus heeft dat ongetwijfeld vaak gelezen en in zijn leven helemaal waargemaakt.  


maandag 3 juni 2019

Gods tuin (2)


Heb jij dat ook wel eens: dat je jezelf te moe voelt om zelfs maar uit bed te komen? Dat je overal tegenop ziet? Ontbijt klaarmaken, uitkiezen wat voor kleren je zult aantrekken, boodschappen doen, badkamer schoonmaken, kamer stofzuigen. Alleen al van het opschrijven word ik moe.

Wanneer ik me zo voel grijp ik altijd naar mijn lievelingsvers: ”Komt tot Mij allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven.” Toch geweldig dat dit in de bijbel staat. Vermoeid zijn is dus niet typisch iets voor onze hectische 21 eeuw. Twintig eeuwen geleden hadden mensen daar ook al mee te kampen. En Jezus heeft oog voor ze. Hij ziet ook dat het om veel mensen gaat want hij spreekt over ‘allen’. Iedereen die vermoeid en belast is moet bij Hem komen. Maar waarom eigenlijk? Wat heeft Hij te bieden aan uitgeputte mensen?

Ik peins erover en loop even door mijn tuin. Elke dag heeft die wel een verrassing voor me in petto, vandaag is dat een klein lichtblauw bloemetje dat vlak boven de grond uit een bolletje is gekomen. Ik was bijna vergeten dat ik het geplant had. “Kijk eens naar de bloemen,’ zegt Jezus ergens anders, “ze vermoeien zich niet met werk.” Ik ben alleen geen bloem, het enige wat zo’n bolletje hoeft te doen is rustig te blijven staan op de plek waar het geplant is.

Maar zou God, die blijkbaar dag en nacht aan het werk is geweest om dat tere fijne bloemetje uit dat bolletje te laten groeien, mij vergeten omdat ik geen bloem ben? Is mijn grootste valkuil misschien dat ik vaak vergeet dat het God Zelf is die het eigenlijke werk in mijn leven doet? Met een onzichtbare hand maakt Hij er toch steeds iets heel moois van?

  


maandag 27 mei 2019

De tuin van God


Ik houd van de zomer en die is bijna aangebroken. Wakker worden van het zonlicht, lange lichte avonden, studeren op mijn eigen kamertje boven (in de winter is het daar te koud), zonder jas naar buiten en ‘last but not least’: werken in de tuin. Daar krijg ik eigenlijk nooit genoeg van. Aan poetsen in huis heb ik een hekel, maar tuinieren is een hobby. In de Westereen deel ik die hobby met het halve dorp, de ene tuin is al mooier dan de andere.

Vanavond heb ik ‘Ipoemia Knowlians’ geplant. Tegen de schutting. Gekregen van een gemeente lid. Hij had deze zelf bij een kwekerij gekocht: “Hele mooie plant, ik kan de naam alleen niet onthouden.” Daarom gaf hij me er een kaartje met naam bij. In het Nederlands heet ie ‘Klimmende winde’. Ziet er inderdaad veelbelovend uit op internet. En nu de temperatuur eindelijk aan het stijgen is heb ik grote verwachtingen.

Dat is misschien wel de reden waarom ik tuinieren zo leuk vind: je spit wat rond, zaait en plant, begiet een beetje, geeft wat mest, snoeit wat bij en dan is het afwachten. Want God doet het eigenlijke werk. Maar toch ook weer niet: ik werk met Hem mee. Hij laat alles groeien en ik zorg ervoor dat de randvoorwaarden op orde zijn. Werken in de gemeente lijkt er eigenlijk op: je spit wat rond, zaait en plant, begiet een beetje, geeft wat mest en snoeit wat bij en dan is het afwachten. Zullen er mensen gaan groeien en bloeien in Jezus? Zullen ze standhouden als het weer niet meezit? Zal de gemeente zich gaan uitbreiden? En zal er nieuwe jonge aanwas bijkomen?

Het is fantastisch om te zien dat dat inderdaad gebeurt: er groeit en bloeit veel moois in onze gemeente.


maandag 20 mei 2019

Lekker ite


Ik loop de afhaal Chinees in Dokkum binnen en haal opgelucht adem: er zijn geen wachtenden voor me. Maar omdat de koks ons lievelingsgerecht, Chinese nasi met garnalen, niet vaak maken moet ik toch wachten. Ik vang een gesprek op: ‘Ja, ze was zomaar dood, niemand had het gemerkt, de thuiszorg ook niet.’ ‘Tjonge, dat is wel erg, maar aan de andere kant, ze was 85 en zo plotseling lijkt mij eigenlijk wel een mooie dood. Nou, lekker ite he!’ ‘Ja, jullie ook!’

Een mooie dood: bestaat dat? Is de dood mooi? Ik sta bij die Chinees omdat er vanmiddag een begrafenis in ons dorp was en er weinig tijd overbleef om te koken. De overledene was 80, vader en opa. Zijn kleinkinderen spraken voor een volle kerk. Onder veel tranen. ‘Doodgaan is niet leuk’, zingen Elly en Rikkert. Maar het is het enige waar alle mensen ter wereld, man of vrouw, rijk of arm, blank of zwart gelijk in zijn. Allemaal gaan we een keer dood. Dan stopt ons leven. Dan houdt alles op waar we ons nu druk of blij of bezorgd over maken.

En dan? Is dat het laatste wat er over ons te zeggen valt? We leven een tijd of een tijdje op aarde en dan houdt het op? Deze maand overleden twee vrouwen die ‘maar’ 37 jaar werden: Kinga Ban en Rachel Held Evans. Een zangeres en een schrijfster. Beide leefden niet met ‘Laten wij eten en drinken en vrolijk zijn want morgen sterven we.’ Het was eerder het tegenovergestelde. Zij beseften dat leven met Jezus sterven aan jezelf inhoudt en dat dat geen verlies, maar winst is.

 ‘Laten wij sterven met Jezus, want misschien is het morgen al zover dat we mogen opstaan om voor eeuwig met Hem aan tafel te gaan’



maandag 13 mei 2019

Andere blik


Na een week in de caravan brak de dag aan dat ik langer dan een kwartier naar buiten kon. Want de lucht toonde niets onheilspellendst. ‘Ik ga even naar de receptie onze koelelementen verwisselen’. Bernard bleef binnen. Vlak bij de receptie viel mijn oog op iets dat eerder aan me voorbijgegaan was: het begin van een smal wandelpad rechtstreeks het bos in. Dit was mijn kans. Mijn enige want vandaag was onze laatste dag in Gaasterland. Van tevoren had ik me ontzettend verheugd op de bossen. Welgeteld twee fietstochtjes hadden we gemaakt. Vanuit de auto had al dat frisse ontluikende groen me toegefluisterd: ’Kom wandelen in dit paradijselijke oord’. Bernard zou me niet missen als ik ietsje langer wegbleef. Het pad liep vlak langs de camping. De stacaravans waar ik meerdere keren langs was gelopen waren nu van achteren te zien. En tussen de caravans door ving je een glimp van de camping op. De rij stacaravans hield op, het pad ging verder de Gaasterlander bossen in. Nog eventjes een klein eindje, besloot ik. Lichtgroene varens, ritselende vogels, vakantiehuisjes nog net niet helemaal verscholen tussen de kleine lenteblaadjes. Het kwartier werd een half uur. Ik wilde dat ik uren door zou kunnen gaan. Maar dan zou Bernard me echt missen. Dus toch maar een keertje afslaan zodat ik in elk geval niet verder van de camping afdwaalde. In de verte zag ik de dijk langs het IJsselmeer. Verdwalen is niet mogelijk hier. Ik passeerde meerdere campings met vaste stacaravans en droomde van een eigen huisje in Gaasterland. En toen zag ik het: een kleine Kip caravan met lichtbruine safari-achtige voortent op een groen veldje midden in het bos. ‘Die mensen hebben het getroffen met hun plek’, schoot door me heen.

‘Mooi gewandeld? ’, vroeg Bernard. ‘Wij boffen’, lachte ik.


maandag 6 mei 2019

Koelkast


‘Wat staat altijd bij jou in de koelkast?’ Het is 8 uur s’ morgens en ik open in onze Kip een nieuw pakje Pickwick thee met labeltjes. Die Pickwickthee had ik voor Gaasterland bewaard. In de vakantie is het leuk om samen over die vragen te mijmeren. ‘’Pickwick wil het zout nog even in de wond wrijven’, mompel ik richting Bernard. In het koelkastje van onze Kip staat namelijk helemaal niks. Simpelweg omdat het niet meer doet waar het zijn naam aan te danken heeft.

Dus waren we vertrokken met twee gevulde koelboxen en een stapeltje koelelementen. ‘Vroeger hadden we op de camping een hele grote diepvries waar iedereen elke morgen zijn koelelementen kwam verwisselen’, vertelde de campinghoudster, ‘maar nu hebben mensen hun eigen koelkastjes’. Wij niet dus. Wat we ook niet hebben is zon. Daarom zitten we de meeste tijd achter de raampjes van de Kip naar buiten te koekeloeren terwijl de regen gezellig op het dak tikt.

Terwijl ik over de vlakte van een bijna lege camping staar (wie gaat er met dit weer op vakantie?) komen herinneringen van vroeger naar boven. Mijn ouders hadden een vakantiehuisje in Oosterlittens. Daar was nog meer niet dan hier: geen stromend water, geen elektriciteit, geen toilet binnenshuis. Het vakantiehuisje was zelfs alleen bereikbaar via het water. Ik zie mezelf nog liggen met mijn zusjes op de zolder, onder een enorme stapel dekens. Boven was uiteraard geen verwarming. Het enige houtkacheltje stond in de kleine kamer waar mijn ouders in de bedstee sliepen. Het was daar allemaal gewoon ons eigen ‘Kleine huis op de prairie.’ ‘Less is more’, noemen ze dat tegenwoordig.

‘Niks in de koelkast' is niet een antwoord dat Pickwick verwacht  maar met een temperatuur die niet onderdoet voor een koelkast hebben we zelfs geen koelbox nodig.