maandag 14 september 2020

Het Baken

 

'We bellen alleen naar huis als er iemand overlijdt, anders nooit.' Ik zag de verbijsterde blik in de ogen van mijn moeder. We hadden zojuist ‘nou, tot morgen’ tegen mijn vader gezegd. Met een brok in haar keel was mijn moeder de kamer uitgelopen. Kon dit wel? Mocht dit wel? De man met wie ze 63 jaar lief en leef had gedeeld zomaar in de steek laten. 'We gaan heel goed op hem passen hoor'', de verzorgende probeerde haar op te beuren. 'Ook ’s nachts?', vroeg ze. 'Natuurlijk, we houden met een monitor oog op hem.' Mijn moeder: 'Hij moet vaak om het kwartier naar de wc en daarbij heeft hij steeds hulp nodig, beseffen jullie dat?'

Mijn vader werd vorige week opgenomen in een verpleegtehuis omdat het te zwaar werd voor mijn moeder om voor hem te zorgen. De situatie in hun huis in het bos in Ermelo kreeg het stempel ‘crisis’: dat betekent opname binnen 24 uur ergens in Nederland. De dag erna brachten mijn moeder en ik hem naar ‘Het Baken’, een woon-zorgcentrum voor ouderen in Elburg. De naam voor dit huis is helemaal van toepassing, want als mijn moeder iets nodig heeft in deze tijd is het een baken dat haar helpt om veilig te navigeren op de zee van dementie. Het is een onbekende zee voor mijn vader en ook voor mijn moeder en hun vijf dochters.

Ik heb de afgelopen vier jaar in de Westereen veel vrouwen leren kennen die me vertelden dat ze werken in een verpleegtehuis voor demente bejaarden. Ik nam het altijd voor kennisgeving aan. Nu ik van heel nabij mee mag maken wat dat werk inhoudt ben ik diep onder de indruk. Wat een taak om een baken te zijn voor echtparen die ronddobberen op de zee van dementie.

maandag 7 september 2020

Sloppenwijk

 

Het is dinsdagmiddag 1 september kwart voor vier ’s middags en ik plof uitgeput op de bank van de caravan neer. Het is niet een echte ligbank want hij doet ook dienst als eetkamerbank. Dat gaat zo in een caravan. Dus van liggen komt niet veel op deze bank. Vier stappen van de bank verwijderd is ons bed, daar neerploffen en blijven liggen had gekund, maar ik kreeg inspiratie voor dit blogje en nu zit ik te typen met het uitzicht op andere caravans, een grote koeienstal en nog verder weg een akker met mais.

Mei en september zijn mijn lievelingsmaanden: mei omdat het nog net geen zomer is, september omdat het nog net geen herfst is. Het zijn maanden die een verwachting met zich meedragen: bijna zomer, bijna herfst. Omdat we deze hele maand in de caravan gaan wonen - in verband met Bernards nieuwe baan- had ik naar 1 september uitgekeken. “Voor jou is het vakantie, voor mij hard werken”, met een grijns was Bernard vanmorgen vroeg naar Utrecht vertrokken. Het enige wat mij te doen stond was de caravan in te ruimen. Want daar waren we gisteren niet aan toe gekomen. In de voortent stonden dozen en koffers en bakken met levensmiddelen, kleren, toiletartikelen, en schoenen.

Ik had gedacht dat alles in een paar uurtjes gepiept zou zijn. Maar dat viel vies tegen. En opeens kwam mijn hulp Jacintha in Kenia in mijn gedachten. De eerste keer dat ik bij haar -in de sloppenwijk- op bezoek kwam in Nairobi was ik onthutst geweest.  Al haar bezittingen waren in een ruimte van drie bij drie meter gepropt. Niet slordig, maar keurig. Het had me destijds verbijsterd. Vandaag besefte ik voor het eerst  hoeveel werk het haar dagelijks kost om een beetje normaal te kunnen leven in een sloppenwijk.  

maandag 31 augustus 2020

Missen

 

”We zullen jullie wel missen hoor!”, heel vaak hoorde ik dat de afgelopen weken. Nu hoeft dat uiteraard niet per se positief te zijn. Je kunt iets of iemand ook missen als kiespijn. (Op die manier zal ik het  eeuwige waaien in Friesland gaan missen. Maar ook daar zit ook een positieve kant aan: de lucht is hier zuiverder dan in de rest van Nederland.)

Vandaag is de dag dat we vanuit Friesland naar Nederland vertrekken. ‘Ik vertrek’ is een televisieprogramma over mensen die echt ver weggaan. Voor een oprechte Fries is alles buiten Friesland ver weg. Friezen zijn trots op hun provincie, hun taal en hun geschiedenis en Westereenders doen daar nog een schepje bovenop. Tussen dat volkje -dat ons helemaal in zich opgenomen heeft- mochten wij vier jaar wonen. En dat zal ik missen: het leven in een (h)echte, levendige dorpsgemeenschap. Waar het nieuws van iedere dorpsbewoner belangrijker is dan het wereldnieuws, waar mensen elkaar van de wieg tot het graf kennen, waar ze elkaar begroeten met ‘hoi leave’. (Spreek uit ‘li-i-fu’=lieve).

Westereenders deelden hun leven met ons en wij het onze met hen. Ik heb in vier jaar echt honderden mensen leren kennen. Sommigen waren net geboren toen we hier kwamen en die gaan nu naar school. Anderen waren al oud en zijn nog ouder geworden. Ik mocht in de rouwdienst van één oude mevrouw voorgaan toen Bernards collega met ziekteverlof was. Die ene dienst en de gesprekken aan haar overlijden voorafgaand, hebben diepe indruk op me gemaakt.

Ik zal de Westereenders  gaan missen, dat is zeker. Maar ik zal ook heel vaak aan hen terugdenken. Dat is nog zekerder. En ik hoop met mijn blogjes door te gaan op een andere plek. Daar komt nog een nieuwe naam voor, maar voorlopig blijft het: Oost-West (ereen) best! 

maandag 24 augustus 2020

Verhuizen

 

'Wij gaan verhuizen'. Een kort zinnetje waarin ons hele leven van de afgelopen weken besloten ligt. Verhuizen is: 'Je inboedel van het oude naar het nieuwe huis overbrengen.' Dit is de definitie zwart op wit, maar wat er niet bij staat is:

-      Hoe enerverend het is om elk voorwerp van die inboedel door je handen te laten gaan en je af te vragen: gaat dit mee, naar de kringloop, of naar de stort?

-     Wat we tot half december (als het nieuwe huis beschikbaar is) kunnen laten opslaan en wat we beslist mee moet nemen naar onze tijdelijke woning.

-      De stress die het kwijtraken van iets heel belangrijks met zich meebrengt: In welke doos had ik dat ook maar weer gedaan? 

H  Het unheimische gevoel dat een onttakeld huis met zich meebrengt: Wanneer zal ons leven weer normaal zijn? (De komende vier maanden nog niet, dat staat vast.)

    Het hoort allemaal bij verhuizen, niet voor niets staat dat ergens bovenaan op het lijstje van omstandigheden die stress veroorzaken. Nu zijn Bernard en ik veel vaker verhuisd, dus we kennen het klappen van de zweep. We zijn daarom bewust niet op vakantie gegaan om in alle rust, zonder veel stress, in te pakken. En deze keer blijven mij gelukkig veel andere dingen bij. Dingen die ook niet zwart op wit staan:

-      Het plezier dat wij sommige mensen konden doen met het afstaan van bepaalde spullen die echt niet meer in het nieuwe huis passen.

-      De herinneringen aan een rijk leven dat achter ons ligt en opgeroepen werd door de vele foto’s die opeens opdoken.

-     Het besef dat dit leven op aarde uiteindelijk een tijdelijk leven is: we laten Friesland achter ons, gaan ons in Utrecht vestigen, maar het is allemaal een pelgrimstocht naar de eeuwigheid.

maandag 17 augustus 2020

Aldi-fan

 

De ‘Aldi’ is niet meer uit Nederland weg te denken sinds 1973. Mijn moeder was vanaf het begin een grote fan en toen ik in 1976 in Groningen ging studeren ging dat op mij over: ik ben dus al meer dan 44 jaar trouwe klant en was daarom aangenaam verrast toen vier jaar geleden bleek dat de Westereen een grote Aldi heeft. Momenteel is die gesloten vanwege verbouwingswerkzaamheden maar in oktober zal de Westereense Aldi de grootste van Friesland zijn. ‘Misschien zelfs de grootste van heel Nederland’, vertelde Anneke mij.

‘Anneke van de Aldi’: wie in de Westereen kent haar niet? Ze woont zelf in Damwoude, een dorpje vlak bij de Westereen, maar werkt al meer dan twintig jaar hier: achter de kassa, tussen de schappen, inladend, sorterend, prijsstickers plakkend en lachend: dat laatste is haar handelsmerk en ik geloof dat de Aldi er goed aan gedaan heeft om haar als werkneemster aan te nemen. ‘Ik heb vier keer moeten solliciteren, want ik had niet de goede papieren.’ Hoe dom kun je zijn als werkgever? En hoe standvastig als sollicitant.

Afgelopen zaterdag heb ik afscheid van haar genomen. Dat waardeerde ze: ‘Er hebben hier eens Syriërs gewoond - voor slechts een jaar- en die kwamen ook afscheid nemen.’ Anneke heeft een blijvende indruk bij mij achtergelaten. Dat weet ik zeker. En erover peinzend wist ik opeens waarom: zij is altijd vrolijk. Echt altijd. Terwijl het hard werken bij de Aldi is. ‘Ik houd van lekker stevig bezig zijn’, vertelde ze me eens. Voor mij is zij een voorbeeld: iemand die met veel enthousiasme zwaar werk verricht, dag in dag uit, zonder te klagen, alsof het een feestje is. Ik zal haar missen. En ben oprecht blij voor haar dat de grootste Aldi van Friesland haar nieuwe werkplek wordt 😊

maandag 10 augustus 2020

Schouderklopje

 

“Kinne jo gjin jild krije?”, de pinautomaat haperde maar de vrouw die sprak bleef gelukkig op de vereiste afstand want ik was niet in de stemming om haar vraag te beantwoorden. In Leusden had ik volkomen anoniem met mijn karretje door Albert Heijn kunnen schuifelen. Hier kreeg ik op de meest onverwachte momenten een schouderklopje. Gisteren nog: met een stralend gezicht had een bejaarde man me midden in de supermarkt aangesproken met: ”Ha, u kent mij niet, maar ik u wel!” Iedereen in het dorp wist inmiddels wie ik was, voor mij zou het veel langer duren om gezichten te onderscheiden en namen te kennen.

“Het heeft tijd nodig hoor”, dezelfde vrouwenstem ging over in het Nederlands. Had ze aangevoeld dat ik moe was van alle veranderingen? Ze keek naar me op met ogen die een praatje verwachten. “Nou, ik geniet er best van om hier te wonen hoor”, ik hoopte dat dit joviaal genoeg klonk. Maar zij fronste haar wenkbrauwen: “Ik bedoel eigenlijk dat wij als Westereenders tijd nodig hebben. Het is een grote overgang voor ons, de vorige dominee was zo heel anders en die heeft hier elf jaar gewoond. Maar ik zeg tegen iedereen: ”We moeten deze mensen ook een kans geven, over een half jaar zijn we waarschijnlijk wel gewend.”

Op 20 september 2016 was dit mijn eerste blogje. Meer dan 200 zouden volgen. Wonen en werken als domineesvrouw in de Westereen bleek een grote inspiratie. En nu ben ik er helemaal aan gewend ben om elke maandag een uurtje te schrijven. Op 1 september van dit jaar stopt Bernards baan en dus ook mijn leven in de Westereen. Straks zal ik opnieuw anoniem door Albert Heijn in Leusden lopen maar ik durf te wedden dat ik die schouderklopjes echt zal gaan missen.

maandag 3 augustus 2020

Instrument

“Ik dacht dat jullie het hier in de Westereen zo naar de zin hadden, ja toch?” Met een uitdagend gezicht kijkt hij me aan. Gelukkig hoef ik me niet te verdedigen, want hij heeft gelijk: we hebben het hier in de Westereen naar onze zin. In een gemeente die voor onze komst nog twee waren, in een kerkgebouw waar naast de preek ook naar onze ‘eigen’ gospelband geluisterd kan worden, in een gebied waar je ‘de waarden van rust en ruimte en een grote mate van sociale samenhang vindt.' (citaat Friesch Dagblad 1 augustus 2020). We vertrekken naar een deel van Nederland en een dorp waar je anoniem kunt leven, dicht op elkaar, met files op de snelweg als opperste vorm van sociale samenhang. Waarom?

Veel mensen die ik de afgelopen week sprak hadden vraagtekens in hun ogen. In de preek van gisteren lag een antwoord besloten. Die preek ging over het bekeringsverhaal van Paulus. Voor mensen die thuis zijn in de bijbel een bekende figuur: iemand die van een fanatieke vervolger een (overigens niet minder fanatieke) volgeling van Jezus Christus werd. Hoe komt iemand van vervolgen (najagen, proberen om te brengen) tot volgen? (meegaan met, luisteren naar.) Bij Paulus kwam de ommekeer toen hij ging geloven dat Jezus Christus niet alleen die man uit Nazareth was die aan het kruis tot zijn einde gekomen was, maar de levende, opgestane Heer. Een Heer die boven hem als getrouwe Farizeeer stond, een Heer die boven alle mensen staat, een Heer die regeert over de wereld vanuit zijn eigen domein, de hemel. Een Heer in wiens hand een mens niet meer maar ook niet minder is dan een instrument.

In de hand van deze levende Heer zijn ook wij instrumenten die Hij ergens anders wil gebruiken: in Utrecht en Leusden en….


maandag 27 juli 2020

Afscheid


‘Komt er nog een afscheidsdienst?’, vragen mensen mij. Vanwege Corona weet ik dat niet en om die reden bezoek ik een aantal mensen thuis, om persoonlijk afscheid te nemen. Wel zo mooi eigenlijk. Heel mooi was dat gisteren.

Zij is over de tachtig en een echte Westereense die de helft van haar leven buiten de Westereen woonde en werkte als verpleegkundige. Onder andere in Sneek en Meppel, de laatste twintig jaar weer in de Westereen. Ze kent daar niet meer veel mensen en mensen kennen haar niet meer. Ze komt nauwelijks buiten want ze lijdt aan glaucoom: een oogziekte die haar langzaam helemaal blind maakt. Ze kan nu nog voor zo’n 15 procent zien en alleen van dichtbij. In haar kleine huisje weet ze precies de weg, naar haar keukentje, de slaapkamer en de cd-speler met luister-cd’s van de bibliotheek.

‘Ik ben Margriet, de vrouw van de dominee’, zeg ik als ik binnenkom. ‘Ja, ik hoor het en ik zie het nu ook en wat ruikt daar zo heerlijk?’, vraagt ze als ik dichterbij kom. Ik zet het kleine vaasje met lathyrus uit onze tuin voor haar neer en ze is blij verrast. ‘Wat is dat voor een vaasje?’, zegt ze. ‘O, heel gewoon hoor, eigenlijk een medicijnflesje, ik heb het etiket eraf gehaald, u mag het houden’. En dan komt het. Ze staat op, schuifelt naar de vensterbank en grijpt voorzichtig naar een rank vaasje. In echte Jugendstil, van paars glas, met een bolle onderkant in de vorm van een kleine tennisbal en een hele hoge slanke hals: ‘Dit krijg je van mij, als afscheidscadeau’.

Zou ze beseffen dat ze met dit cadeau het afscheid ongedaan gemaakt heeft? Want aan haar zal ik altijd blijven denken als ik straks in Leusden een bloem in dat prachtige vaasje zet. 

maandag 20 juli 2020

Mus


“Zelfs de mus vindt een huis en de zwaluw een nest waarin zij haar jongen neerlegt”. Ik las deze zin in Psalm 84, een paar weken geleden, toen wij onze eerste stappen zetten in het nieuwe leven dat voor ons ligt. Bij dat nieuwe leven hoort een nieuw huis. Blijven wonen in de Westereen is geen optie. “Jullie huis hier zijn jullie zomaar kwijt”, vertelden kenners ons, “maar een huis vinden daar in het westen wordt een stuk moeilijker.” Die kenners hadden gelijk. Als twee mussen gingen wij op zoek en het leek zoeken naar een speld in een hooiberg. ‘Mevrouw, op dit huis is al een bod gedaan’, of: ‘dit huis is al verkocht’, of: ‘wilt u gaan bezichtigen, dat kan maar er zijn nog 20 wachtenden voor u.’ De hooiberg was Funda. De speld dat ene betaalbare huis voor ons. Nooit geweten dat er zoveel mussen op zoek zijn naar een huis.

In een andere tekst, in het Nieuwe Testament, staat dat een mens in Gods ogen meer waard is dan een mus. Er zou toch ergens een huis voor ons klaarstaan? Na honderden huizen op Funda bekeken en tientallen telefoontjes gepleegd te hebben werd ik het zoeken moe. ‘Ik ga een stuk wandelen en laat Funda even voor wat het is’, mompelde ik op een avond tegen Bernard. Toen ik terugkwam zag ik hem triomfantelijk op de bank zitten met de laptop op zijn schoot: ‘Kijk, ik zie hier een huis waar ik echt graag zou willen wonen, dat al drie weken te koop staat. Nog niet verkocht dus.’ Dit huis zijn we gaan bekijken, het bleek nog beter dan op de foto’s. Er staat nu ‘verkocht onder voorbehoud' bij die foto’s. Want wij kochten het, op dezelfde dag dat wij ons huis in de Westereen verkochten.

Wonderlijk!

maandag 13 juli 2020

Kom uit de ark


“Heb je ’t al gehoord, Noach bouwt een boot, kom maar gauw aan boord hij is reuzegroot, doet wat hij je zegt, anders kom je om, recht is recht en krom is krom. Kom aan boord, kom aan boord!” Elly en Rikkert: een lied met timmergeluid op de achtergrond. ‘Kom uít de ark’ is de titel van de preek van Reinder de Roos die ik vanmorgen op de camping voor de caravan beluisterde. Nadat Noach voor meer dan een half jaar in de ark had gezeten, brak de tijd aan dat hij de ark uit moest. 

We zitten een paar dagen op een camping in het midden van het land, niet om vakantie te vieren, maar als eerste stap in ons nieuwe leven. Bij werken in Utrecht vanaf 1 september hoort wonen in de buurt van Utrecht. En daar hoort weer een huis bij. Maar een huis kopen ergens rond Utrecht is makkelijker gezegd dan gedaan, zelfs als je over veel  geld beschikt. Dat doen we niet, dus ik ben voorbereid op alles. Het is de eerste stap die we zetten uit de veilige ark van de Westereen. Het is spannend.

Voor Noach moet het ongelooflijk spannend geweest zijn om met zijn gezin helemaal opnieuw op een lege aarde te beginnen. Voor Bernard en mij geldt hetzelfde. Het is avontuurlijk, maar voelt ook een beetje angstig. In de Westereen wisten we wat en wie we hadden en waar we aan toe waren. Het was prachtig om op het pleintje van de Balstien te wonen waar we bijna iedereen kenden. Het grote onbekende overvalt me soms midden in de nacht. Dan kan ik er niet van slapen. En dan helpt me zo’n preek over Noach die ook de opdracht kreeg om met God het onbekende tegemoet te gaan.

maandag 6 juli 2020

De wind waait


“Hoor de wind waait door de bomen, zelfs in huis hier waait de wind”: inderdaad: zelfs in ons huis momenteel. Niet alleen in het onze overigens, in heel Nederland waait het en in het vlakke Friesland misschien wel meer dan op andere plekken. Maar in ons huis aan de Balstien in de Westereen horen wij de wind ook op een andere manier: ”De wind waait waarheen hij wil. Je hoort hem, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij naartoe gaat. Zo is het ook met de Geest: Je weet niet waar hij vandaan komt en hoe hij werkt.”

In Johannes 3 vergelijkt Jezus het luisteren naar zijn stem met het luisteren naar de wind. De wind brengt alles in beweging: de grote parasol in onze tuin is erdoor omgewaaid en ik hoef de uitgebloeide rozen niet meer af te knippen, de wind is mij steeds voor. Wij hoorden de stem van Jezus de afgelopen weken fluisteren: over een andere plek in zijn Koninkrijk, over werken voor de nood van de wereld, over zending en werelddiaconaat. De stem kwam uit een advertentie. We wisten niet of het de stem van de Goede Herder was, maar we gingen ernaar op zoek, informeerden over de baan, zochten de Heer in het gebed, gingen in op een sollicitatie en wachten af. Er waren meer mensen die interesse hadden in deze baan en wij hoefden wat ons zelf betreft niet uit de Westereen vandaan. Maar de wind bleef maar waaien: van alle sollicitanten bleef Bernard over: ’Kom, neem je plaats in, fluisterde de stem van de Goede Herder.” 

Dus zullen we verhuizen naar het midden van het land waar het Dienstencentrum van de PKN staat. Hoe het allemaal zal gaan (en zal zijn straks) weet alleen de wind.