maandag 12 oktober 2020

'Doing the stuff'

 

‘And when are we going to do the stuff?’ Dit zinnetje draag ik al jaren met me mee. Het is een beroemd citaat van John Wimber die in Amerika al vanaf zijn 15e bekend was als jazzmuzikant en op zijn 29e tot geloof kwam. Hij groeide dus niet op met kerk en kerkgang. De eerste kerkdienst die hij meemaakte was verbijsterend. In zijn eigen woorden: ’Ik was de bijbel gaan lezen en van Jezus gaan houden, speciaal van al die dingen die Hij deed: verbluffend! Al die broden en vissen voor de mensen, die verlamde die weer kon lopen, Lazarus die zomaar uit dat graf opstond terwijl hij al vier dagen dood was. Ik vond het geweldig en kon niet wachten om mee te gaan doen in het Koninkrijk van God. Groot was dan ook de teleurstelling toen er in de kerkdienst helemaal niks gebeurde. Er werd gezongen, er werd voorgelezen uit de bijbel, er werd gebeden, we kregen de zegen mee en toen liep iedereen de kerk uit. Ik rende naar de dominee en vroeg hem: ‘And when are we going to do the stuff?’ De dominee begreep me niet. En ik besefte opeens dat kerkdiensten niet bedoeld zijn ‘to do the stuff’.

Jaren geleden hoorde ik al deze dingen op een conferentie van John Wimber. Ik ben ze nooit vergeten. En nu, midden in de Coronapandemie komen ze  vaak in me op. Want kerkdiensten zijn nog nauwelijks mogelijk, ‘doing the stuff’ wel. Moeten wij dan ook doden gaan opwekken, verlamden laten lopen, duizenden mensen te eten geven? Ja en nee. Nee: zo groots als Jezus het zelf deed zal het bij ons niet worden. Ja: mensen in nood zijn er overal, dat begint dicht bij huis. ‘Doing the stuff’ betekent: Ga dienen waar nood is!

maandag 5 oktober 2020

Ongemak

 

‘De avond is ongemak’ is de titel van een boek dat binnen twee jaar niet alleen talloze drukken maar ook meerdere prijzen in de wacht sleepte tot en met de ‘International Booker Prize’ toe. Dat is opmerkelijk, want de schrijfster, Marieke Lucas Rijneveld is nog maar negentwintig. Vijf jaar deed ze over het boek waar ze in de huid van Jas, een tienjarig meisje uit een boerengezin, probeerde te kruipen. In het leven van Jas is het twee jaar één en al ongemak na die bewuste Kerstavond waar haar oudste broer Mathies in ijskoud water verdrinkt.

Een gruwelijk uitgangspunt voor een roman. Hoe verwerk je als tienjarig meisje zoiets? Hoe verwerk je als ouders zoiets? Marieke heeft het drama nog indringender gemaakt door het te laten afspelen in een gereformeerd gezin dat lijkt op de gezinnen die Jan Wolkers en Maarten t ’Hart beschrijven: waar geloofd wordt in een strenge, straffende God. De dood van de oudste zoon wordt door de ouders van Jas gezien als de straf van God (die immers in het Oude Testament alle oudst geborenen van Egypte liet sterven). Zij menen ook te weten wat de zonde is waarvoor ze zwaar gestraft moeten worden: een abortus die ze ooit lieten plegen. Maar over alles wordt gezwegen. En Jas gaat op zoek: naar die God van het Oude Testament en naar haar eigen seksualiteit.  

Ik las het boek en voelde me steeds ongemakkelijker: de titel is briljant gekozen. Maar ook steeds verdrietiger: het is dus mogelijk om wereldbekend te worden met een boek waarin beschreven wordt hoe religie mensen niet opbeurt maar juist nog verder in de afgrond duwt. Eén van meest intrigerende uitspraken van Jezus Christus is: ‘Ik ben gekomen om mensen het leven te geven: in al zijn volheid’. (Johannes 10:10)

Geen dood dus, maar leven.

 

maandag 28 september 2020

Rode wijn

 

“Rode wijn, de verborgen nationale verslaving van pensionado’s”, las ik. Dat laatste ben ik niet maar ik ben wel dol op rode wijn dus het artikel had mijn interesse en ik dacht terug aan mijn studententijd in Groningen waar het dagelijkse glas wijn zijn intrede deed. Huisgenote Joukje en ik dronken het bij elke maaltijd. Zij had diëtetiek gestudeerd en was (toen al!) heel erg van het gezond en biologisch eten en rode wijn was daar volgens haar  een onderdeel van.

Toen Bernard een jaar of tien later verscheen leek het even alsof wijn plaats zou moeten maken voor bier. Bernard groeide op in Limburg en daar zijn ze meer van het bier. Maar na een paar jaar won de wijn het en toen wij in 1998 naar Kenia verhuisden hoorde een dagelijks glas rode wijn bij ons leven en hadden wij dus een probleem. Want wijn of bier drinken is in Kenia een zonde die groter wordt in ingeschat dan overspel of echtscheiding. “Dan drinken we gewoon cola”, suggereerde ik. Maar cola bleek, in tegenstelling tot wijn, snel te vervelen. Dus na een paar weken kocht ik toch maar een fles. Eerst verborgen we die voor de hulp achter in de kast. Maar veel vroeger dan ingeschat kwam zij erachter. Met het schaamrood op mijn kaken mompelde ik: ”Je zult me wel een slechte christen vinden maar in Nederland is wijn drinken helemaal geen zonde ”

Maar het schaamrood bleek helemaal overbodig want ze zei: ”Voor mijn ouders was wijn drinken nooit een zonde, want mijn vader was in Nairobi kok bij een Italiaanse familie en hij bracht vaak een fles wijn mee naar huis. Wat waren dat mooie tijden.” Van toen af dronken wij vaak samen een glas wijn bij de lunch, met een knipoog naar Italië!

maandag 21 september 2020

Vol is vol

 

Het is half 7 zaterdagmorgen en ik dwaal over de camping richting toiletten. Iedereen slaapt nog dus ik heb het rijk voor mezelf. Een halve maan pinkelt hoog in de lucht en in een paar caravans brandt een lichtje. Het zijn allemaal pensionado’s die hier kamperen en die hoeven niet vroeg uit hun bed. Ze brengen de tijd door met eten, fietsen, zonnebaden en afwassen. De kwieke campinghoudster vertelde me dat ze meer campinggasten dan ooit heeft dit jaar: ‘Ze blijven ook veel langer, sommigen wel acht weken’. In haar stem klinkt verbazing; voor haar zou 8 weken luieren een regelrechte ramp zijn.

Vanwege Corona kochten er dit jaar nog meer Nederlanders een caravan en daarmee is het aantal caravans en campers in Nederland tot meer dan een half miljoen gestegen. Dat betekent een tweede verblijfplaats voor meer dan een miljoen mensen want van één caravan maken op zijn minste twee mensen gebruik. Met deze informatie in mijn hoofd lees ik de weekendkrant bij het ontbijt met als eerste kop “Achterban coalitie boos over Moria-deal”’. ‘Moria-deal’ houdt in het opnemen van honderd vluchtelingen uit kamp Moria in Lesbos, Griekenland. Wiskunde was nooit mijn favoriete vak maar deze rekensom is niet moeilijk: honderd mensen zonder woning tegenover een miljoen mensen in het bezit van twee woningen.

‘Nederland is al veel te vol’, hoor ik in de wandelgangen over dit onderwerp. Maar hoe vol is vol? Door Bernards nieuwe werk voor Kerk in Actie krijg ik een andere kijk op de wereld. Nooit geweten bijvoorbeeld dat Libanon qua omvang een vierde van Nederland is met 6 miljoen inwoners. (Wij zijn in Nederland nog lang niet toe aan 6 keer 4 =24 miljoen inwoners.) Een kwart van die 6 miljoen inwoners in Libanon is vluchteling. Het geeft mij allemaal te denken.

maandag 14 september 2020

Het Baken

 

'We bellen alleen naar huis als er iemand overlijdt, anders nooit.' Ik zag de verbijsterde blik in de ogen van mijn moeder. We hadden zojuist ‘nou, tot morgen’ tegen mijn vader gezegd. Met een brok in haar keel was mijn moeder de kamer uitgelopen. Kon dit wel? Mocht dit wel? De man met wie ze 63 jaar lief en leef had gedeeld zomaar in de steek laten. 'We gaan heel goed op hem passen hoor'', de verzorgende probeerde haar op te beuren. 'Ook ’s nachts?', vroeg ze. 'Natuurlijk, we houden met een monitor oog op hem.' Mijn moeder: 'Hij moet vaak om het kwartier naar de wc en daarbij heeft hij steeds hulp nodig, beseffen jullie dat?'

Mijn vader werd vorige week opgenomen in een verpleegtehuis omdat het te zwaar werd voor mijn moeder om voor hem te zorgen. De situatie in hun huis in het bos in Ermelo kreeg het stempel ‘crisis’: dat betekent opname binnen 24 uur ergens in Nederland. De dag erna brachten mijn moeder en ik hem naar ‘Het Baken’, een woon-zorgcentrum voor ouderen in Elburg. De naam voor dit huis is helemaal van toepassing, want als mijn moeder iets nodig heeft in deze tijd is het een baken dat haar helpt om veilig te navigeren op de zee van dementie. Het is een onbekende zee voor mijn vader en ook voor mijn moeder en hun vijf dochters.

Ik heb de afgelopen vier jaar in de Westereen veel vrouwen leren kennen die me vertelden dat ze werken in een verpleegtehuis voor demente bejaarden. Ik nam het altijd voor kennisgeving aan. Nu ik van heel nabij mee mag maken wat dat werk inhoudt ben ik diep onder de indruk. Wat een taak om een baken te zijn voor echtparen die ronddobberen op de zee van dementie.

maandag 7 september 2020

Sloppenwijk

 

Het is dinsdagmiddag 1 september kwart voor vier ’s middags en ik plof uitgeput op de bank van de caravan neer. Het is niet een echte ligbank want hij doet ook dienst als eetkamerbank. Dat gaat zo in een caravan. Dus van liggen komt niet veel op deze bank. Vier stappen van de bank verwijderd is ons bed, daar neerploffen en blijven liggen had gekund, maar ik kreeg inspiratie voor dit blogje en nu zit ik te typen met het uitzicht op andere caravans, een grote koeienstal en nog verder weg een akker met mais.

Mei en september zijn mijn lievelingsmaanden: mei omdat het nog net geen zomer is, september omdat het nog net geen herfst is. Het zijn maanden die een verwachting met zich meedragen: bijna zomer, bijna herfst. Omdat we deze hele maand in de caravan gaan wonen - in verband met Bernards nieuwe baan- had ik naar 1 september uitgekeken. “Voor jou is het vakantie, voor mij hard werken”, met een grijns was Bernard vanmorgen vroeg naar Utrecht vertrokken. Het enige wat mij te doen stond was de caravan in te ruimen. Want daar waren we gisteren niet aan toe gekomen. In de voortent stonden dozen en koffers en bakken met levensmiddelen, kleren, toiletartikelen, en schoenen.

Ik had gedacht dat alles in een paar uurtjes gepiept zou zijn. Maar dat viel vies tegen. En opeens kwam mijn hulp Jacintha in Kenia in mijn gedachten. De eerste keer dat ik bij haar -in de sloppenwijk- op bezoek kwam in Nairobi was ik onthutst geweest.  Al haar bezittingen waren in een ruimte van drie bij drie meter gepropt. Niet slordig, maar keurig. Het had me destijds verbijsterd. Vandaag besefte ik voor het eerst  hoeveel werk het haar dagelijks kost om een beetje normaal te kunnen leven in een sloppenwijk.  

maandag 31 augustus 2020

Missen

 

”We zullen jullie wel missen hoor!”, heel vaak hoorde ik dat de afgelopen weken. Nu hoeft dat uiteraard niet per se positief te zijn. Je kunt iets of iemand ook missen als kiespijn. (Op die manier zal ik het  eeuwige waaien in Friesland gaan missen. Maar ook daar zit ook een positieve kant aan: de lucht is hier zuiverder dan in de rest van Nederland.)

Vandaag is de dag dat we vanuit Friesland naar Nederland vertrekken. ‘Ik vertrek’ is een televisieprogramma over mensen die echt ver weggaan. Voor een oprechte Fries is alles buiten Friesland ver weg. Friezen zijn trots op hun provincie, hun taal en hun geschiedenis en Westereenders doen daar nog een schepje bovenop. Tussen dat volkje -dat ons helemaal in zich opgenomen heeft- mochten wij vier jaar wonen. En dat zal ik missen: het leven in een (h)echte, levendige dorpsgemeenschap. Waar het nieuws van iedere dorpsbewoner belangrijker is dan het wereldnieuws, waar mensen elkaar van de wieg tot het graf kennen, waar ze elkaar begroeten met ‘hoi leave’. (Spreek uit ‘li-i-fu’=lieve).

Westereenders deelden hun leven met ons en wij het onze met hen. Ik heb in vier jaar echt honderden mensen leren kennen. Sommigen waren net geboren toen we hier kwamen en die gaan nu naar school. Anderen waren al oud en zijn nog ouder geworden. Ik mocht in de rouwdienst van één oude mevrouw voorgaan toen Bernards collega met ziekteverlof was. Die ene dienst en de gesprekken aan haar overlijden voorafgaand, hebben diepe indruk op me gemaakt.

Ik zal de Westereenders  gaan missen, dat is zeker. Maar ik zal ook heel vaak aan hen terugdenken. Dat is nog zekerder. En ik hoop met mijn blogjes door te gaan op een andere plek. Daar komt nog een nieuwe naam voor, maar voorlopig blijft het: Oost-West (ereen) best! 

maandag 24 augustus 2020

Verhuizen

 

'Wij gaan verhuizen'. Een kort zinnetje waarin ons hele leven van de afgelopen weken besloten ligt. Verhuizen is: 'Je inboedel van het oude naar het nieuwe huis overbrengen.' Dit is de definitie zwart op wit, maar wat er niet bij staat is:

-      Hoe enerverend het is om elk voorwerp van die inboedel door je handen te laten gaan en je af te vragen: gaat dit mee, naar de kringloop, of naar de stort?

-     Wat we tot half december (als het nieuwe huis beschikbaar is) kunnen laten opslaan en wat we beslist mee moet nemen naar onze tijdelijke woning.

-      De stress die het kwijtraken van iets heel belangrijks met zich meebrengt: In welke doos had ik dat ook maar weer gedaan? 

H  Het unheimische gevoel dat een onttakeld huis met zich meebrengt: Wanneer zal ons leven weer normaal zijn? (De komende vier maanden nog niet, dat staat vast.)

    Het hoort allemaal bij verhuizen, niet voor niets staat dat ergens bovenaan op het lijstje van omstandigheden die stress veroorzaken. Nu zijn Bernard en ik veel vaker verhuisd, dus we kennen het klappen van de zweep. We zijn daarom bewust niet op vakantie gegaan om in alle rust, zonder veel stress, in te pakken. En deze keer blijven mij gelukkig veel andere dingen bij. Dingen die ook niet zwart op wit staan:

-      Het plezier dat wij sommige mensen konden doen met het afstaan van bepaalde spullen die echt niet meer in het nieuwe huis passen.

-      De herinneringen aan een rijk leven dat achter ons ligt en opgeroepen werd door de vele foto’s die opeens opdoken.

-     Het besef dat dit leven op aarde uiteindelijk een tijdelijk leven is: we laten Friesland achter ons, gaan ons in Utrecht vestigen, maar het is allemaal een pelgrimstocht naar de eeuwigheid.

maandag 17 augustus 2020

Aldi-fan

 

De ‘Aldi’ is niet meer uit Nederland weg te denken sinds 1973. Mijn moeder was vanaf het begin een grote fan en toen ik in 1976 in Groningen ging studeren ging dat op mij over: ik ben dus al meer dan 44 jaar trouwe klant en was daarom aangenaam verrast toen vier jaar geleden bleek dat de Westereen een grote Aldi heeft. Momenteel is die gesloten vanwege verbouwingswerkzaamheden maar in oktober zal de Westereense Aldi de grootste van Friesland zijn. ‘Misschien zelfs de grootste van heel Nederland’, vertelde Anneke mij.

‘Anneke van de Aldi’: wie in de Westereen kent haar niet? Ze woont zelf in Damwoude, een dorpje vlak bij de Westereen, maar werkt al meer dan twintig jaar hier: achter de kassa, tussen de schappen, inladend, sorterend, prijsstickers plakkend en lachend: dat laatste is haar handelsmerk en ik geloof dat de Aldi er goed aan gedaan heeft om haar als werkneemster aan te nemen. ‘Ik heb vier keer moeten solliciteren, want ik had niet de goede papieren.’ Hoe dom kun je zijn als werkgever? En hoe standvastig als sollicitant.

Afgelopen zaterdag heb ik afscheid van haar genomen. Dat waardeerde ze: ‘Er hebben hier eens Syriërs gewoond - voor slechts een jaar- en die kwamen ook afscheid nemen.’ Anneke heeft een blijvende indruk bij mij achtergelaten. Dat weet ik zeker. En erover peinzend wist ik opeens waarom: zij is altijd vrolijk. Echt altijd. Terwijl het hard werken bij de Aldi is. ‘Ik houd van lekker stevig bezig zijn’, vertelde ze me eens. Voor mij is zij een voorbeeld: iemand die met veel enthousiasme zwaar werk verricht, dag in dag uit, zonder te klagen, alsof het een feestje is. Ik zal haar missen. En ben oprecht blij voor haar dat de grootste Aldi van Friesland haar nieuwe werkplek wordt 😊

maandag 10 augustus 2020

Schouderklopje

 

“Kinne jo gjin jild krije?”, de pinautomaat haperde maar de vrouw die sprak bleef gelukkig op de vereiste afstand want ik was niet in de stemming om haar vraag te beantwoorden. In Leusden had ik volkomen anoniem met mijn karretje door Albert Heijn kunnen schuifelen. Hier kreeg ik op de meest onverwachte momenten een schouderklopje. Gisteren nog: met een stralend gezicht had een bejaarde man me midden in de supermarkt aangesproken met: ”Ha, u kent mij niet, maar ik u wel!” Iedereen in het dorp wist inmiddels wie ik was, voor mij zou het veel langer duren om gezichten te onderscheiden en namen te kennen.

“Het heeft tijd nodig hoor”, dezelfde vrouwenstem ging over in het Nederlands. Had ze aangevoeld dat ik moe was van alle veranderingen? Ze keek naar me op met ogen die een praatje verwachten. “Nou, ik geniet er best van om hier te wonen hoor”, ik hoopte dat dit joviaal genoeg klonk. Maar zij fronste haar wenkbrauwen: “Ik bedoel eigenlijk dat wij als Westereenders tijd nodig hebben. Het is een grote overgang voor ons, de vorige dominee was zo heel anders en die heeft hier elf jaar gewoond. Maar ik zeg tegen iedereen: ”We moeten deze mensen ook een kans geven, over een half jaar zijn we waarschijnlijk wel gewend.”

Op 20 september 2016 was dit mijn eerste blogje. Meer dan 200 zouden volgen. Wonen en werken als domineesvrouw in de Westereen bleek een grote inspiratie. En nu ben ik er helemaal aan gewend ben om elke maandag een uurtje te schrijven. Op 1 september van dit jaar stopt Bernards baan en dus ook mijn leven in de Westereen. Straks zal ik opnieuw anoniem door Albert Heijn in Leusden lopen maar ik durf te wedden dat ik die schouderklopjes echt zal gaan missen.

maandag 3 augustus 2020

Instrument

“Ik dacht dat jullie het hier in de Westereen zo naar de zin hadden, ja toch?” Met een uitdagend gezicht kijkt hij me aan. Gelukkig hoef ik me niet te verdedigen, want hij heeft gelijk: we hebben het hier in de Westereen naar onze zin. In een gemeente die voor onze komst nog twee waren, in een kerkgebouw waar naast de preek ook naar onze ‘eigen’ gospelband geluisterd kan worden, in een gebied waar je ‘de waarden van rust en ruimte en een grote mate van sociale samenhang vindt.' (citaat Friesch Dagblad 1 augustus 2020). We vertrekken naar een deel van Nederland en een dorp waar je anoniem kunt leven, dicht op elkaar, met files op de snelweg als opperste vorm van sociale samenhang. Waarom?

Veel mensen die ik de afgelopen week sprak hadden vraagtekens in hun ogen. In de preek van gisteren lag een antwoord besloten. Die preek ging over het bekeringsverhaal van Paulus. Voor mensen die thuis zijn in de bijbel een bekende figuur: iemand die van een fanatieke vervolger een (overigens niet minder fanatieke) volgeling van Jezus Christus werd. Hoe komt iemand van vervolgen (najagen, proberen om te brengen) tot volgen? (meegaan met, luisteren naar.) Bij Paulus kwam de ommekeer toen hij ging geloven dat Jezus Christus niet alleen die man uit Nazareth was die aan het kruis tot zijn einde gekomen was, maar de levende, opgestane Heer. Een Heer die boven hem als getrouwe Farizeeer stond, een Heer die boven alle mensen staat, een Heer die regeert over de wereld vanuit zijn eigen domein, de hemel. Een Heer in wiens hand een mens niet meer maar ook niet minder is dan een instrument.

In de hand van deze levende Heer zijn ook wij instrumenten die Hij ergens anders wil gebruiken: in Utrecht en Leusden en….