maandag 14 december 2020

De negatieven

   

Ons leven is niet normaal, al wekenlang. In drie maanden zijn we al drie keer van verblijf gewisseld en momenteel wonen we in een huis waarvan we een paar dagen geleden het koopcontract tekenden, maar dat we waarschijnlijk weer gaan verkopen. Dus onze spullen om het huis mee in te richten blijven nog even in de opslag. Zodat het meer ‘kamperen’ dan echt ‘wonen’ is momenteel. Onze kinderen zijn van deze tijd: ”Wat minimalistisch mama!”, riep de jongste uit toen ze rondliep door de lege kamers. “Dat zou ik ook wel willen, alleen met het hoognodige leven. Eigenlijk zijn jullie best modern.” Het enige wat ik kon uitbrengen was: ”Tja, wat moet ik daarvan zeggen?” Want soms verlang ik terug naar mijn echte goede pannen in plaats van camping pannetjes en naar onze bank om lekker languit televisie op te kijken.

Bernard die mij na dertig jaar werkelijk kent probeerde me op te vrolijken: ”Dan ga we toch even naar de kringloop voor een goede pan.” Zogezegd zo gedaan. Leusden heeft een kleine kringloop: klein maar fijn. Want het eerste waar mijn oog op viel was een spreuk voor aan de wand in de vorm van een oud reclamebord met de afbeelding van een fototoestel:

LIFE is like photography, we use the negatives to develop

Ik heb zelf nooit foto’s ontwikkeld op de ouderwetse manier in een donkere kamer maar ben altijd gefascineerd door negatieven waar de kleuren net andersom zijn: licht is donker, en donker licht. Negatieven moeten ontwikkeld worden om ‘echte foto’s’ te krijgen. Ik keek naar het bordje met de tekst en opeens voelde het als een hint: kamperen en minimalistisch leven zou ik kunnen beschouwen als de negatieven van ons leven op dit moment. Een donkere kant die vast prachtig tot ontwikkeling gaat komen! 

maandag 7 december 2020

Prijskaartje

Aan volmaakt zijn als christen zitten heel veel kanten. Toen ik mijn eerste blogje hierover schreef besefte ik dat nog niet. Dit wordt mijn derde blogje over hetzelfde onderwerp want ik zie volmaaktheid opeens overal opduiken in het Nieuwe Testament.

 Neem bijvoorbeeld het verhaal van de rijke jongeling die bij Jezus komt en vraagt: 'Goede meester wat moet ik doen om het eeuwige leven te krijgen?' Jezus geeft dan als antwoord: 'Waarom noem je mij goed? Niemand is goed dan God alleen.' Dan gaat hij opmerkelijk verder en zegt niet: 'Geloof in Mij en je hebt het eeuwige leven', maar: 'Doe wat in de wet staat en je hebt het eeuwige leven.' Daagt hij daarmee die jongeling uit? Waarschijnlijk wel, want deze is niet tevreden met dit antwoord en zegt: 'Ik doe al mijn hele leven wat de wet vraagt en toch heb ik het idee dat er iets ontbreekt.'

En precies daar wil Jezus hem hebben: Het houden van de Tien Geboden is niet genoeg om het leven te krijgen dat God voor de mens in petto heeft. Jezus zegt: 'Als je volmaakt wilt zijn dan moet je verder gaan dan de Tien Geboden. Verkoop alles wat je bezit en volg Mij.' Aan volmaaktheid zit dus een prijskaartje. En bezit hoeft niet persé iets materieels te zijn. Met 'verkoop alles wat je bezit bedoelt Jezus: 'Laat alles los waar je je tot nu toe aan vasthield'. Dat kunnen heel veel dingen zijn: je goede naam, je mooie baan, je prachtige talent, je eigen dierbare zelf. Als je bereid bent dat allemaal los te laten en achter Jezus door het leven wilt gaan dan zul je volmaakt (gelukkig) zijn.

Maar is dat niet doodeng? Alles zomaar loslaten, geen enkel houvast meer hebben? Nee: want Jezus is werkelijk goed en als enige Houvast voldoende.

maandag 30 november 2020

Volmaakt (2)

"Wees volmaakt!" Jezus gebiedt het in de Bergrede en Hij bedoelt niet dat we volmaakt moeten zijn in rekenen of taal of sport of wat dan ook maar. Het gaat om volmaaktheid in liefde. Bij echte liefde draait het niet meer om je eigen 'ik' maar om je naaste, de ander. Niet alleen in de Bergrede, ook op veel andere plaatsen spreekt Jezus hierover. Met zijn eigen leven op aarde heeft hij laten zien wat dat inhoudt. Volmaakte liefde gaat altijd een paar stappen verder dan ''gewone" liefde. Als je alleen goed bent voor je eigen familie, dan is dat niks bijzonders. Maar als je goed bent voor mensen buiten je familie, dan onderscheid je je.

Op aarde had Jezus een aantal vrienden bij wie hij vaak thuis kwam, twaalf leerlingen en zijn eigen familie. Van deze mensen hield hij met een bijzondere liefde: Zo eerde hij zijn moeder hangend aan het kruis en was hij als leermeester niet autoritair maar diende hij zijn leerlingen. En hij deed meer en was ook vaak bij mensen waar op neergekeken werd: hoeren en tollenaars, op wie het één en ander aan te merken viel. Hij schaamde zich er niet voor om met hen gezien te worden. Maar ook daar bleef het niet bij, Jezus liet zien wat het betekent om volmaakt te zijn in de liefde: hij hield van zijn vijanden. Van mensen die niet van hem hielden en schamper over hem spraken.

Als er iets moeilijk is dan is het accepteren dat mensen je niet mogen en achter je rug om over je roddelen. Verdragen dat mensen je dood wensen, dat mensen je dood maken. Jezus deed het en heeft ons door zijn leven een voorbeeld gegeven van wat volmaakte liefde inhoudt: verdragen, vergeven en voorbede doen voor je vijanden.

maandag 23 november 2020

Volmaakt

 

‘Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is’. (Mattheüs 5:48)

 

‘Volmaaktheid’ is iets waar Nederlanders ambivalent tegenover staan, iets dat tegenstrijdige gevoelens en meningen oproept. Aan de ene kant is ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’ typisch Nederlands. Wij steken immers nooit  ‘ons hoofd boven het maaiveld uit’. Maar aan de andere kant wordt dit van sporters juist wel vereist: als het Nederlands Elftal gewoon(tjes) presteert dan barst de kritiek los. Ook in Thialf  ziet iedereen het liefst dat persoonlijke records gebroken worden, dat schaats(t)ers naar het volmaakte streven. Irene Wüst en Sven Kramer zijn al jaren dé schaats-idolen om die reden.

‘Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.’ Jezus zegt tegen zijn leerlingen dat ze volmaakt moeten zijn. Wat bedoelt hij? Is hij ook niet tegenstijdig? Want ergens anders zegt hij toch dat een leerling nederig moet zijn: ’Wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’ (Lucas 14:11) Iemand die naar volmaaktheid streeft wil toch steeds hoger? Niet steeds lager? En hoe zit het eigenlijk met Jezus zelf? Streefde hij naar volmaaktheid of was hij juist nederig? Wat bedoelt hij met ‘Wees volmaakt’?

Het verband waarin deze uitspraak staat brengt ook nu verheldering. Dat verband is de Bergrede: Jezus’ leefregels. Die regels gaan verder, hoger en dieper dan de Tien Geboden. Die regels draaien eigenlijk alleen maar om één ding: de liefde. Liefde tot God en liefde tot de naaste. Jezus vraagt van zijn leerlingen dat ze volmaakt zijn in de liefde. En een mens die daarnaar streeft beseft heel goed dat volmaaktheid in liefde soms vraagt om volmaaktheid in nederigheid. Echte liefde zoekt namelijk zichzelf niet maar is gericht op het belang van de ander. Soms betekent het belang van die ander zelf een stapje terugdoen.

maandag 16 november 2020

Begrafenis

 

Ik ben een laatbloeier, in veel opzichten. Op mijn dertigste verscheen Bernard in mijn leven met wie ik op mijn twee- en dertigste trouwde. Toen ik drie en dertig was kregen wij onze eerste dochter. Mijn moeder beviel op die leeftijd van haar vijfde dochter, dat geeft een beetje aan wat ik bedoel met laatbloeier. De nacht dat ik voor het eerst aan het bevallen was realiseerde ik me opeens dat ik weliswaar als predikant tientallen baby’s had gedoopt maar geen idee had gehad waar al die net bevallen moeders doorheen gegaan waren. Ynskje, de jonge vrouw van een boer, kwam al puffend op mijn netvlies: ”Dus dit heeft zij ook allemaal moeten doormaken.” Wat had ik altijd onnozel bij het doopvont gestaan terwijl diep respect op zijn plaats was geweest.

Iets dergelijks ervoer ik toen we als familie de begrafenis van mijn vader aan het voorbereiden waren. Vanmiddag om 13.00 gaan we hem naar zijn laatste rustplaats brengen. Als jonge predikante leidde ik destijds tientallen begrafenissen, was ik in gesprek met de familie, overlegde ik met de begrafenisondernemer. Ik ken het klappen van de zweep. Maar nu het om mijn eigen vader gaat komt alles opeens in een ander licht te staan. De afgelopen week ging ik intiemer dan ooit met mijn zussen en mijn moeder om. ‘Verdriet en dankbaarheid hand in hand kan enorme intimiteit geven’, las ik ergens. Net als toen ik aan het bevallen was realiseer ik me dat ik tot nu toe een buitenstaander was. Van het mysterie rond een begrafenis.

Onze jongste kleindochter van bijna vier beseft dat ze maandag iets buitengewoons gaat meemaken. Toen haar moeder haar vroeg: ”Wat vinden jullie van de begrafenis maandag?’ Antwoordde ze “uuuhhh gewoon. Verrassend. Ik weet nog niet wat het is”. Ze zal het gaan meemaken.  

maandag 9 november 2020

Contractpension

 

Bernard en ik wonen nu vijf weken op de ‘Utrechtse Heuvelrug’ in een zomerhuisje dat ooit ‘contractpension’ was. Utrechtse Heuvelrug is de term voor het heuvelige landschap in een deel van Utrecht en Noord-Holland. Het bos achter ons huisje grenst aan de hoogste heuvel die niet onderdoet voor heuvels in Zuid-Limburg: de ‘Amerongse berg’. In de twintigste eeuw werd deze streek daarom belangrijk voor toerisme en begon het er te wemelen van hotels en pensions. Pensions en hotels die na 1945 allemaal leegstonden en in verval raakten want er was geen geld en geen tijd voor toerisme en vakantie.

Nederland had na de oorlog wel te kampen met grote woningnood en een toestroom van de eerste vluchtelingen: Indonesische Nederlanders die uit het van Nederland onafhankelijke Indonesië moesten vertrekken. Die leegstaande pensions en hotels op de Utrechtse Heuvelrug bleken een prima huisvesting. De regering sloot contracten met de pensionhouders af voor de vluchtelingen en zo leek het een prachtige win-win situatie. Maar na vijf weken in zo’n huisje realiseer ik me dat het voor die mensen uit Indonesië helemaal geen win-win geweest moet zijn. Het huisje is idyllisch aan de buitenkant maar zelfs voor twee personen piepklein vanbinnen. Destijds was het steenkoud in de winter.  

Over drie weken gaan wij naar een ‘echt’ huis. Met meerdere verdiepingen; een woonkamer en keuken, studeerkamer, drie slaapkamers, badkamer, garage, tuinhuisje en tuin. Wat een luxe. Na twee maanden in de nauwe huisvesting van het ‘contractpension’ zal het straks op een vakantie in een sjiek hotel lijken. Een hotel waar we zelfs niet uit onze koffers hoeven te leven want het is voorzien van kasten op elke verdieping.

Corona levert ons allemaal veel beperkingen op, maar mensen die klein behuisd zijn zijn het slechtste af, dat leer ik in elk geval in deze tijd.

maandag 2 november 2020

Wow

 

‘Ik heb een gruwelijke hekel aan boodschappen doen’, bromde een oude man. Maar de vrouw naast hem zei: ’Dit is zo’n beetje het enige uitje dat nog toegestaan is, ik zou er maar iets leuks van maken.’ Ik grinnikte en dacht dat als ik deze mensen gekend had ik met hen in gesprek was gegaan. Want ik houd van boodschappen doen en sinds we niet meer in de Westereen wonen en keuze hebben uit vijf dorpen -op ongeveer dezelfde afstand- is het een ware uitdaging. Vanmorgen koos ik Scherpenzeel uit het aantal vijf: Leersum, Amerongen, Veenendaal, Renswoude en Scherpenzeel. Maar het verschil met boodschappen doen bij de Aldi in de Westereen is dat er hier alleen vreemden rondlopen.

Ik parkeerde tegelijk met een oudere man, deed mijn mondkapje op, zocht boodschappentassen bij elkaar en stapte uit. Hij bleef zitten in de houding van een vertegenwoordiger, ik zag hem door het raam heen aantekeningen maken. Hij zwaaide naar me toen ik langsliep. We kwamen tegelijkertijd terug bij onze auto’s. Hij was blijkbaar later toch uitgestapt en niet helemaal meer een vreemde, dus flapte ik eruit: ‘Ben u vertegenwoordiger?’ Stralende lach van zijn kant: ‘Ja zeker, hier…’, hij deed een greep in de doos onder zijn arm: ’Ik doe in chocola, deze reep krijgt u van mij.’

Verbouwereerd bekeek ik de reep die er meer als een artistiek kunstwerkje uitzag dan chocola. ‘Helemaal handgemaakt in Nederland en ook helemaal Fair Trade’, zijn trots blik verraadde een goede vertegenwoordiger. ‘En in welke winkels worden die repen verkocht’, vroeg ik. ‘Bij Primera, we zijn nog maar een paar maanden bezig maar het loopt goed’. ‘Daar ga ik reclame voor maken’, beloofde ik, want ik ben net verhuisd uit een Fries Dorp waar ook een Primera is.

Op het label las ik “Wowcacao” 😊

maandag 26 oktober 2020

Angsthaas

 

‘Google maps’, gebed en een goede mountainbiker waren mijn redding.

Dat zit zo: na gisteren een halve dag in de auto gezeten te hebben bedacht ik vanmorgen dat een stevige wandeling in het bos me goed zou doen. Per slot van rekening wonen we nu al bijna twee maanden in de bossen tussen Amerongen en Leersum. Die bossen waren ooit in het bezit van rijke landeigenaars. Wat daar nog van rest zijn de bordjes bij de ingangen: ‘Landgoed het Hek’ en ‘Landgoed de Laan’. Weinig spannende  namen waarachter een sprookjesachtig bos ligt. Ik genoot van de wandeling in mijn eentje en voelde me een brave staatsburger met dit ‘Corona-proof’ gedrag. Aan het begin van de lockdown liep ik ook vaak in ‘de Mieden’, het moerasachtige gebied rond de Westereen. Misschien minder sprookjesachtig, niet minder mooi.

Maar na een uur sloeg mijn wandeling-stemming om want opeens kreeg ik de onplezierige gedachte: Wat als ik nu iemand met verkeerde bedoelingen tegen tegenkom? Was die Anne Faber ook niet ergens in de bossen van Utrecht vermoord? En toen ik in de verte een man zag lopen sloeg mijn hart een slag over. Hij liep ver voor me uit en zag mij niet maar ik hem wel en over het zonnige van het pad met eeuwenoude eiken in geeloranje herfstkleuren viel een donkere schaduw. Hoe zou ik hier zo snel mogelijk vandaan kunnen komen? Mijn mobiel had stroom nodig en ik wist dat ik verdwaald was.

“Opzij!”, hoorde ik toen vlak achter me.  Ik draaide me om zag een mountainbiker in volle vaart op me affietsen. Die wil me in elk geval geen kwaad  doen bedacht ik in een flits. Met een lef dat mezelf verbaasde vroeg ik hem om hulp en binnen een half uur was ik veilig en wel in ons huisje.

maandag 19 oktober 2020

De tijd

‘Wanneer was ik hier eigenlijk voor het laatst papa gisteren of eergisteren?’ Mijn moeder en ik waren op bezoek bij mijn vader in het verzorgingshuis. Hij heeft het daar best naar zijn zin, de sfeer is er goed en hij mist thuis niet echt. Maar deze vraag bleek moeilijk. Hij keek mijn moeder vragend aan, maar die verklapte niks. ‘Uh, ik denk eergisteren’ mompelde hij voorzichtig naar mij toe maar uit de klank van zijn stem maakte ik op dat hij niet zeker was van zijn zaak.

Ik was er twee weken geleden voor het laatst; hij zat er dus ver naast. Ik wist dat hij het zich niet meer herinnerde, want zijn kortetermijngeheugen is helemaal weg. En ik vroeg het niet om hem te plagen maar om mijn moeder te laten zien hoe dat werkt bij iemand met beginnende dementie: we kunnen nog overal over praten met hem, maar hij is na een half uur vergeten waar het gesprek over ging en zijn besef van tijd is helemaal weg. Op de één of andere manier vind ik dat verfrissend. Want in de huidige maatschappij zijn veel mensen verslaafd aan de tijd die ze -netjes opgedeeld in hun agenda- met zich meedragen: Als je een afspraak wilt maken dan bepaalt de agenda of dat wel of niet kan. Veel agenda’s zijn zo volgepland dat mensen geen tijd voor iets spontaans kunnen maken. ‘Ik heb er geen tijd voor’, is een uitdrukking waar ik altijd kriebelig van wordt. Want tijd is niet iets wat je hebt: tijd krijg je, elke dag opnieuw, om er iets goeds mee te doen: ‘Leer ons zo onze dagen tellen dat wij een wijs hart krijgen’ (Psalm 90:12)

Besef van tijd is mijn vader verloren, een wijs hart heeft hij gelukkig nog steeds.

maandag 12 oktober 2020

'Doing the stuff'

 

‘And when are we going to do the stuff?’ Dit zinnetje draag ik al jaren met me mee. Het is een beroemd citaat van John Wimber die in Amerika al vanaf zijn 15e bekend was als jazzmuzikant en op zijn 29e tot geloof kwam. Hij groeide dus niet op met kerk en kerkgang. De eerste kerkdienst die hij meemaakte was verbijsterend. In zijn eigen woorden: ’Ik was de bijbel gaan lezen en van Jezus gaan houden, speciaal van al die dingen die Hij deed: verbluffend! Al die broden en vissen voor de mensen, die verlamde die weer kon lopen, Lazarus die zomaar uit dat graf opstond terwijl hij al vier dagen dood was. Ik vond het geweldig en kon niet wachten om mee te gaan doen in het Koninkrijk van God. Groot was dan ook de teleurstelling toen er in de kerkdienst helemaal niks gebeurde. Er werd gezongen, er werd voorgelezen uit de bijbel, er werd gebeden, we kregen de zegen mee en toen liep iedereen de kerk uit. Ik rende naar de dominee en vroeg hem: ‘And when are we going to do the stuff?’ De dominee begreep me niet. En ik besefte opeens dat kerkdiensten niet bedoeld zijn ‘to do the stuff’.

Jaren geleden hoorde ik al deze dingen op een conferentie van John Wimber. Ik ben ze nooit vergeten. En nu, midden in de Coronapandemie komen ze  vaak in me op. Want kerkdiensten zijn nog nauwelijks mogelijk, ‘doing the stuff’ wel. Moeten wij dan ook doden gaan opwekken, verlamden laten lopen, duizenden mensen te eten geven? Ja en nee. Nee: zo groots als Jezus het zelf deed zal het bij ons niet worden. Ja: mensen in nood zijn er overal, dat begint dicht bij huis. ‘Doing the stuff’ betekent: Ga dienen waar nood is!

maandag 5 oktober 2020

Ongemak

 

‘De avond is ongemak’ is de titel van een boek dat binnen twee jaar niet alleen talloze drukken maar ook meerdere prijzen in de wacht sleepte tot en met de ‘International Booker Prize’ toe. Dat is opmerkelijk, want de schrijfster, Marieke Lucas Rijneveld is nog maar negentwintig. Vijf jaar deed ze over het boek waar ze in de huid van Jas, een tienjarig meisje uit een boerengezin, probeerde te kruipen. In het leven van Jas is het twee jaar één en al ongemak na die bewuste Kerstavond waar haar oudste broer Mathies in ijskoud water verdrinkt.

Een gruwelijk uitgangspunt voor een roman. Hoe verwerk je als tienjarig meisje zoiets? Hoe verwerk je als ouders zoiets? Marieke heeft het drama nog indringender gemaakt door het te laten afspelen in een gereformeerd gezin dat lijkt op de gezinnen die Jan Wolkers en Maarten t ’Hart beschrijven: waar geloofd wordt in een strenge, straffende God. De dood van de oudste zoon wordt door de ouders van Jas gezien als de straf van God (die immers in het Oude Testament alle oudst geborenen van Egypte liet sterven). Zij menen ook te weten wat de zonde is waarvoor ze zwaar gestraft moeten worden: een abortus die ze ooit lieten plegen. Maar over alles wordt gezwegen. En Jas gaat op zoek: naar die God van het Oude Testament en naar haar eigen seksualiteit.  

Ik las het boek en voelde me steeds ongemakkelijker: de titel is briljant gekozen. Maar ook steeds verdrietiger: het is dus mogelijk om wereldbekend te worden met een boek waarin beschreven wordt hoe religie mensen niet opbeurt maar juist nog verder in de afgrond duwt. Eén van meest intrigerende uitspraken van Jezus Christus is: ‘Ik ben gekomen om mensen het leven te geven: in al zijn volheid’. (Johannes 10:10)

Geen dood dus, maar leven.