maandag 12 juli 2021

Vakantie

 

‘Ik moet maandag wel eerst mijn blogje schrijven hoor’. Op zondag zitten Bernard en ik op de veranda van onze gîte te overleggen wat we morgen -vandaag- gaan doen. Maandag is een rustdag voor de renners van de Tour de France, dus ‘naar de Tour de France kijken’ kan van het lijstje geschrapt worden. Afgelopen zaterdag schrapten we dat ook omdat ik graag zelf in de auto wilde toeren door de vallei van de Dordogne. Met ‘en passant’ twee bezoeken aan respectievelijk een klein en een groot kasteel was ook die dag in een oogwenk voorbij. Bernard moest notabene via de Whatsapp van zijn ouders horen dat Bauke Mollema de etappe won.

Maar maandag hebben de renners vrij en wij dus ook. Op het schrijven van dat blogje na. ‘Dan laat je dat toch een keertje zitten, het is vakantie’, oppert Bernard. Maar dat zou de eerste keer in vijf jaar trouwe dienst zijn. Dat is mijn eer te na. Al heb ik op dit moment nog geen idee waar ik de inspiratie vandaan moet halen. Of komt dat misschien omdat ik helemaal ondergedompeld ben in de inspiratie? Want zeg nu zelf: verblijven in een idyllisch dorpje op het Franse platteland waar de vogels zich nog vrij voelen om de hele dag te kwetteren en de wilde lavendel en oregano overal uitbundig bloeit. In Nederland moet je naar de winkel voor een potje oregano. Hier pluk je het van de grond en gaat het rechtstreeks in de macaroni.                                                                   

Komt het door het zonnige klimaat of door het karakter van de Fransen? Of hebben die twee simpelweg met elkaar te maken? Ik heb een soort ‘laissez faire’ gevoel over me gekregen. En eigenlijk is dat best fijn. Misschien heeft Bernard gelijk en sla ik een keer over. Het is vakantie!

maandag 5 juli 2021

Werk(en)

In de jaren dat wij als gezin in Kenia woonden kregen we geregeld veel bezoek. Vanwege het werk voor MAF (Mission Aviation Fellowship) kwam dat bezoek overal vandaan. Er was dan altijd een rondleiding in de hangar van MAF op Wilson Airport, één van de vliegvelden van Nairobi. En vaak ook kwam het bezoek bij ons eten ’s avonds. Mensen hingen aan Bernards lippen als hij vertelde over het werk voor MAF, over zijn reizen door Oost- en Zuid-Afrika, over zijn boeiende en veelzijdige baan. En dan steevast aan het einde van zo’n gesprek werd er naar mijn kant gekeken. Ik had inmiddels de tafel afgeruimd, de afwasmachine gevuld en was bezig met de koffie na de maaltijd.

‘En Margriet: wat doe jij?’ Eerst grapte ik dan: ’Oh, ik ben touroperator en gastvrouw’. Want ik had was degene geweest die de gasten door het hectische verkeer in Nairobi had geleid. Een baan op zichzelf. En ik had boodschappen voor het eten gedaan en gezorgd dat het huis tiptop leek voor onze gasten. Maar later irriteerde mij die vraag. Ik was notabene druk in de weer voor mijn gezin en voor hen. Wat wilden ze nog meer van mij? Eigenlijk wist ik dat wel, ze wilden ook van mij een of ander mooi verhaal. Over een  bediening in een sloppenwijk bijvoorbeeld. Maar daar ben ik nooit aan begonnen. Als mensen mij dus vroegen: ‘En Margriet, wat doe jij?’, antwoordde ik: ‘Niks’. Als mensen me dan verbaasd aankeken zei ik: ’Ik leef.

’Ook in Nederland krijg ik vaak te horen: ’Oh, heb jij geen baan?’ Met ‘baan’ wordt betaald werk bedoeld. Sinds ik met Bernard getrouwd ben heb ik zelf geen baan. Maar geloof het of niet, nu ik dat laatste heb opgegeven heb ik meer werk dan ooit tevoren!


maandag 28 juni 2021

Identiteit

 

Mijn lange vlechten waren mijn identiteit. Op de middelbare school liep ik er fier mee rond: ze bungelden tot aan mijn billen, waren donkerbruin en dik. Eén van mijn zusjes had ook vlechten maar die waren dunner. Ik vond de mijne het mooiste en onze ouders waren trots op ons. We hadden altijd veel belangstelling, iedereen keek ons na. ‘Moet je eens zien wat een lange vlechten die meisjes hebben’. Wij tweetjes waren anders dan anderen. En mama genoot van ons. 

Ik zat in de vijfde klas en Annet in de eerste. Het gebeurde op een middag toen ik thuiskwam van school. Ik stalde mijn fiets in de garage en deed de voordeur open. Mama stond achter de deur: ’O, ben je daar Margriet. Je moet even niet verder lopen en wachten op Annet, die moet iets laten zien.’ Ik vroeg me af of mama blij of boos keek. Geen van beide, concludeerde ik. Keek ze trots? Waarom lachte ze zo? ‘Annet, kom je even naar beneden?’ Met mama keek ik naar boven. 

Op de trap verscheen een jonge vrouw met halflang haar rond haar gezicht. Het gezicht was van Annet, maar waar waren haar blonde vlechten? Ik zag hoe mama met ontzag naar haar keek. Vond zij dit mooi? Wilde zij opeens niet meer dat wij lange dikke vlechten hadden? Die vlechten waren mijn identiteit. Annet had geen vlechten meer en mama leek nog steeds blij met haar. Hoe kon dat? Ik voelde me verraden. ‘Ze is zelf naar de kapper gegaan,’ mama glunderde. Ik wilde het liefst door de grond zakken. Waarom was nooit in mij opgekomen om dat te doen? Ik voelde hoe ik knalrood werd en wist me geen raad met mijn houding.

Toen ik twintig was durfde ik de stap naar de kapper te wagen.

maandag 21 juni 2021

(Voetbal)spel

 

Vanmorgen overlegden we samen wat we op deze - voor ons vrije- dag zouden doen. We kwamen tot een plan, maar: ’Om zes uur moeten we wel terug zijn’, zei Bernard. ‘Wat is er dan om zes uur, komt er iemand eten?’, verbaasd keek ik hem aan, want ik wist van niks. Het afgelopen weekend waren er twee kleindochters te logeren maar voor vandaag stond niks gepland. Bernards blik naar mij hield het midden tussen verontwaardiging en ongeloof: ‘Om zes uur is er voetbal! Het Nederlands elftal!’ 

Ik had het kunnen weten maar was het vergeten. Opgegroeid in een meisjesgezin was voetbal een onbekend terrein voor mij. Na 31 jaar huwelijk met een grote voetballiefhebber is dat niet meer het geval. Maar toch: een echte liefhebber zal ik nooit worden. Het staat niet in mijn agenda. Ik kijk mee omdat dat gezelliger is voor Bernard en vind het leuk om spelers te herkennen. De Paay, Ronaldo, Blind, Frenkie de Jong…Bernard is zo’n grote fan dat hij afgelopen donderdag op de kerkenraadsvergadering met een grote oranje pruik verscheen. Sommige kerkenraadsleden moesten erom lachen. Anderen keken er toch wel een beetje van op. Ging de dominee nu niet te ver? Gelukkig liep de vergadering deze keer niet uit en kon Bernard nog de tweede helft van het spel zien.

Wat vindt God van voetbal? Die vraag kwam in mij op deze morgen? Daarover staat niks in de bijbel. Maar dat God van spelen houdt staat wel beschreven. In Spreuken 8 zegt de Zoon van God over zichzelf dat Hij ooit ‘als een kind was, te allen tijde voor het aangezicht van de Vader spelende’. Spelen is doen alsof het echt is er intussen van harte van genieten. Mijn kleindochters deden het ons voor het afgelopen weekend. Wat hebben wij ervan genoten!  

maandag 14 juni 2021

Google

 

Op internet las ik deze zin, en uit die ene zin werd dit blogje geboren: “Google is actief sinds 1998 en is de meest gebruikte zoekmachine ter wereld.” 

1998 zal voor ons gezin altijd in het geheugen gegrift blijven, want in dat jaar vertrokken wij naar ontwikkelingsland Kenia. Het voelde voor ons als een ontwikkelingsland want Kenia liep ver achter op alles wat met internet te maken heeft. Mobiele telefoons bijvoorbeeld waren verboden door de regering. Maar in 2000 kwam er een vooruitstrevende president aan de macht en ging de deur voor Google ook open in Kenia. Wat waren we blij. Ik ben vergeten wanneer ik met Facebook begon, het zal ergens in 2006 geweest zijn. Opeens was het heel makkelijk om met het wel en wee van familie en vrienden in Nederland op de hoogte te blijven. 

Nu is het 2021. Google is niet meer weg te denken uit onze levens. Toch ben ik (een tijdje) gestopt met Facebook. Niet omdat ik opeens niet meer geïnteresseerd zou zijn in het leven van mijn vrienden. Wel omdat Google niet ophoudt advertenties te sturen van verf, meubels, inrichting. We zijn bijna klaar met ons huis maar Google geeft me dagelijks het idee dat er nog veel meer nodig is. Alsof Google aanvoelt dat ik net verhuisd ben en mijn huis zo mooi mogelijk wil maken. Google fluistert me de hele dag toe: ’Het kan en moet beter!’ Op Facebook hebben vrienden het veld geruimd voor adverteerders. Dat gun ik Google niet.

Mensen die mijn blogjes alleen lazen op Facebook zullen dus elke maandag moeten klikken op http://margrietterlouw.blogspot.com/. Oost West-ereen Best! Abonnee worden is ook mogelijk door bovenaan ‘submit’ in te vullen. “Werkt Google voor jou of werk jij voor Google?” schreef Peter Olsthoorn. Ik ben met het laatste gestopt!

maandag 7 juni 2021

Gooi- en smijtwerk

 

Even een klein update over onze herintrede-vorderingen: Het hele huis is aan de binnenkant geschilderd, vanaf hal tot bijkeuken, van trappengat tot overloop. Na een maand schilderen arriveerde de verhuiswagen, in een halve dag was alles uitgeladen en de hele vorige week zijn we bezig geweest om ‘alles te plak te krijen’. Dat vraagt iedereen ons nu: ’Is alles al te plak?’ 

Ik wist dat we samen in 60 jaar veel spullen hadden verzameld, maar was vergeten hoeveel. Het is maar goed dat het huis aan de Pastorijloane 1 immens groot is, anders was het nooit goed gekomen. Vanuit onverwachte hoek kwam er hulp van Marie Kondo, de Japanse opruim goeroe. De bibliotheek is gelukkig weer open en ik nam één van haar boeken mee. “Vraag je bij elk ding dat je wilt opruimen af of je er blij van wordt. Echt blij. Niet een beetje blij. Bewaar alleen waarvoor het eerste geldt.” Ik heb het toegepast en ontdekte dat ik heel veel spullen heb waar ik helemaal niet meer blij van word. Voor die spullen is er ook in Noord-Oost Friesland een oplossing: de milieustraat in Damwoude. Ik ben de tel kwijt van het aantal ritjes dat ik door de Mieden maakte. Ik houd wel van het gooi- en smijtwerk. Soms ben ik verbijsterd over wat mensen allemaal weggooien. Maar dat zijn ze misschien ook wel over mij.

'Die niet loslaat wat zijn hand begon’, zo begint elke kerkdienst. Stel je voor dat God ook meteen zou wegsmijten waar Hij niet meer blij van wordt? Wat zou er dan van de wereld overblijven? De bijbel is er gelukkig heel duidelijk over: een mens is niet te vergelijken met een ding. De mens is de kroon van de schepping. Over wie Gods grootse plannen en gedachten heeft. 

maandag 31 mei 2021

Grote liefdes

 

Jaren geleden kwamen er in Hantum - in Noordoost Friesland vlak boven Dokkum- meerdere grote liefdes in mijn leven. Ik ontmoette er in 1987 Bernard Terlouw, die in 1990 mijn man werd. Een jaar daarvoor waren er twee liefdes van een ander soort verschenen: twee oude, hoge rode beuken in de tuin voor ‘mijn’ pastorie. Die was ook oud, met aan de voorkant een trap in het midden. Aan beide zijden van die trap hoge ramen. (Met geraniums aan de voorkant om het huis bewoond te laten lijken). Die hoge beuken waren en zijn dé blikvangers van Hantum. Als je het dorp binnenrijdt zie je ze in de verte staan. In het centrum van het dorp. Ik werd op slag verliefd op ze. Toen ik in 1990 Hantum verliet voor Ternaard betreurde ik ‘mijn’ rode beuken.

Ons leven ging door, via Zeist naar Afrika en weer terug naar Nederland. Het kleine tuintje achter onze koopwoning in Leusden stond vol met oude struiken. Met behulp van mijn vader werden die verwijderd om plaats te maken voor een nieuwe, jonge rode beuk. Niet te vergelijken met de twee hoge heren in Hantum. Maar toch: een rode beuk heeft iets speciaals. De blaadjes laten lang op zich wachten  in de lente, maar als de eerste tekenen verschijnen dan heb je ook wat: blaadjes in een herfstachtige kleur die heen weer ritselen in de zomerwind zonder te vallen.

Niet iedereen is dol op bomen in de tuin: vlak na de verkoop van ons huis in Leusden daar werd de beuk omgehakt. De grote oude rode beuk op het groene veld voor de pastorietuin in de Westereen was daarom voor mij echt een verrassing.  Ooit stonden ook hier twee van die joekels. De ene overgeblevene mag weten dat een vurige bewonderaar vlakbij woont!

maandag 24 mei 2021

Mysterieus moeten

‘Jullie hadden helemaal niet weg moeten gaan, het was niet de stem van God die jullie uit de Westereen wegleidde’ - ‘Wel een beetje raar dat jullie nu weer terug willen komen, eerst verlaten jullie ons, en nu op hangende pootjes terug’ - ‘Luisteren jullie wel echt naar de stem van God?’ Zomaar een greep uit de opmerkingen die wij de afgelopen maanden te horen kregen. ‘En nu wel hier blijven hoor!’ Dat laatste hoor ik bijna dagelijks nu we opnieuw in de Westereen geland zijn. Ik hoop van harte dat we hier lange tijd kunnen blijven. Eind deze week verschijnt de verhuisauto voor de deur. Negen maanden stonden onze spullen ergens opgeslagen. Ik ben bijna vergeten wat we allemaal bezitten. Maar intussen peins ik zelf ook vaak over de wonderlijke wending die ons leven nam. Was het onze eigen foute beslissing, of toch de stem van God die ons leidde?

Terugkijkend op de afgelopen negen maanden kan ik alleen maar zeggen dat het niet makkelijk was, maar wel goed. In heel veel opzichten. Om vlak bij mijn moeder te wonen in de tijd dat mijn vader stierf. Om even afstand te nemen van de Westereen en echt tijd voor elkaar te hebben. Om de banden met ‘oude’ vrienden weer te verstevigen. 

Nu huren we de pastorie en dat was niet onze eigen keuze. Maar we hadden geen keuze en na drie weken vind ik het – zelfs zonder meubels- heerlijk. God works in mysterious ways’: een mens weet niet altijd waarom hij een bepaalde kant op ‘moet’. ‘Jezus ‘moest’ door Samaria gaan’. Zo begint Johannes 4, het verhaal over Jezus’ ontmoeting met de Samaritaanse vrouw. Hij had ook een andere weg kunnen kiezen. Maar deze weg door Samaria bleek het plan van de Vader met een verrassende wending.

maandag 17 mei 2021

De pastorie (2)

 

Ik ben uitgeweken naar een slaapkamer om dit blogje te schrijven. Want het huis is nog niet klaar. Ons nieuwe huis. Drie schilders zijn onder mij (in woonkamer en hal) en naast mij (op de overloop) bezig. Zodra dit blogje af is pak ik ook de kwast weer ter hand. Want ik ben dol op schilderen en met drie vakmensen in de buurt valt er veel te leren. Mij hoor je dus niet klagen over ‘the times they are a changin’.

Mijn familie weet dat ik van schilderen houd, op onze trouwdag maakten mijn vier zussen een sketch waarin ze mij imiteerden: ’Dit is niet de goede kleur wit, het moet ietsje romiger.’ Als student schilderde ik zomaar mijn hele kamer in een andere kleur als die me niet beviel. Het mooie van schilderen is het resultaat. Eén klein potje in de juiste kleur verandert een hele kamer. Verbluffend.

Ik heb dus zogezegd best wel wat schilders ervaring, maar leerde er de afgelopen dagen iets belangrijks bij. Dat begon op het moment dat mijn moeder me appte: ’En, kunnen jullie al bijna verhuizen?’ (Onze spullen staan nog ergens opgeslagen en pas als het huis geschilderd is komen die erin.) Mijn moeder stelde die vraag nadat er twee schilders twee dagen in de kamer waren bezig geweest. Ze schreef: ‘Wordt het mooi?’

Er was op dat moment nog niets te zien. Er was geschuurd, afgeplakt en met grondverf geschilderd. Twee dagen lang. Door twee mannen. Zoiets heet voorbereiding. Ik wist dat het erbij hoorde, maar niet dat goede voorbereiding eigenlijk het echte werk is. Van al dat voorwerk is niks meer te zien als de laatste laag verf is aangebracht. Maar als het nagelaten wordt is het gauw gedaan met het mooie werk. Zit daar een les in?

maandag 10 mei 2021

De pastorie

 

Bob Dylan schreef in 1964 het lied ‘The times they are a changin’. Inmiddels is het een klassieker: ‘De tijden veranderen’. In en na de jaren 60 ging dat in een sneltreinvaart, op elk gebied, ook in de kerk. De kerk van 2021 is qua vorm een andere dan die van 1964. Uiteraard lezen we nog steeds in dezelfde bijbel, maar we doen dat in andere vertalingen. Liedboeken zijn vervangen door beamers, orgels door bands met gitaren en drumstel. ‘The times they are a changin’: predikanten wonen niet meer standaard in de pastorie. Wij kochten in 2016 een eigen huis in de Westereen en waren stellig van plan om dat weer te doen.

We keken week in week uit op Funda maar zagen dat ook in de Westereen huizen in no time verkocht werden. ‘De pastorie komt op 1 mei vrij’, opperde de kerkenraad. (Deze was jaren ‘gewoon’ verhuurd geweest.) ‘Jullie hoeven daar niet te wonen, maar het mag natuurlijk wel. Het is aan de Pastoryloane 1, 9271 BM.’ Bernard grijnsde: ’Die postcode past bij ons: B M. Misschien is dit wel voorbestemd 😊’. Wij gingen een kijkje nemen en ik was overrompeld. Ik was er vaak langsgereden maar wist niet dat het van binnen zo groot was. De woonkamer heeft een omvang van 49 vierkante meter. Er zijn twee studeerkamers en op de overloop -een kamer op zichzelf- komen acht deuren uit.

In 1961 betrokken mijn ouders met mij en mijn oudste zusje de pastorie in Sexbierum. Ze konden er zo in. Alles was in orde gemaakt. Maar,’the times they are a changin’, ook wat pastorieleven betreft: de predikant betaalt gewoon huur en is zelf verantwoordelijk voor het onderhoud van binnen. Ik schrijf dit blogje boven en onder mij zijn drie schilders aan het werk…

(Wordt vervolgd.)  

maandag 3 mei 2021

Een blijvend huis?

 

‘My home is my castle’ zeggen de Engelsen.’ Afgelopen vrijdag arriveerden wij in ons nieuwe huis, de hervormde pastorie in de Westereen. Nog geen kasteel, maar daar wordt aan gewerkt 😊

Voor Nederlanders is het ‘Oost West, Thuis Best’ en voor mij ging het van jongs af aan van oost naar west en van noord naar zuid. Ik werd geboren in Oost-Friesland en verhuisde toen ik drie jaar was naar West-Friesland. Vandaaruit zuidelijk naar Nunspeet en vervolgens opnieuw naar het noorden. Ik rekende uit dat de pastorie in de Westereen het 24e huis is dat ik ‘thuis’ mag noemen. Van die 24 huizen is dit de 8e pastorie. Van al die huizen waren er 4 koophuizen, de andere huizen werden gehuurd. Ik woonde 3 keer op een bovenverdieping en 2 keer in een grote stad. Zelfs in een miljoenenstad: Nairobi. Dat is ook de plek waar ik het langste woonde, 11 jaar. Op de voet gevolgd door Groningen, 10 jaar.

De grootste van die huizen stonden in Friesland. In Sexbierum woonde ik met mijn ouders en 3 zusjes in de grote hervormde pastorie, in Hantum helemaal alleen in eenzelfde soort huis. Om de kamers in Hantum van buiten niet al te leeg te laten lijken stonden er van binnen rode geraniums voor de hoge ramen. In Zeist en in Leersum waren het kleine huizen in het bos. In Zeist woonden wij met twee kleine kinderen. Dat huis was zo klein dat onze boeken ergens anders opgeslagen stonden, precies zoals de afgelopen 8 maanden.

Door al dat verhuizen van jongs af aan kreeg ik één ding met de paplepel ingegoten: een diep besef dat een huis op aarde niet blijvend is. In de hemel wacht er een blijvende plaats die Jezus nu voor ons  gereedmaakt. Genoeg kamers daar!