maandag 17 april 2023

Therapeutisch tuinieren

 

Het tuinseizoen is aangebroken en dat werkt goed op mijn gemoed. Ik ben nou eenmaal dol op wieden en schoffelen, zaaien en planten. Het komt door mijn genen, mijn vader was ook altijd bezig in zijn tuin. Dat was zijn zesde dochter, hij was dol op haar. Ik begin langzaam te begrijpen waarom: de tuin zegt nooit iets terug, is altijd stilletjes aanwezig, is nooit saai maar verandert van seizoen naar seizoen. Onze tuin kleurt nu hemels van de rankje blauwe druifjes waartussen een paar groepjes stoere tulpen zich laten gelden. De hortensia’s beginnen groen uit te lopen, de dahlia’s laten nog op zich wachten, net zoals de stokrozen en de Agapanthus. Als ik om de een of andere reden nooit meer op vakantie zou kunnen gaan, dan is er altijd nog de tuin. Tuinieren heeft iets therapeutisch. Daar kan niets tegenop. Het doet meer met me dan een goed gesprek of een mooie kerkdienst.

Tuinieren als therapie zonder dat er een therapeut aan te pas komt. Ligt hier een markt? Het is in elk geval voordelig, dat kan van een psycholoog of een therapeut niet gezegd worden. Tuinieren als therapie zonder dat er een gesprek -de meest voorkomende behandelingsvorm van een therapeut -  aan te pas komt. Hoe kan dat? Waarom heeft werken in de tuin, wroeten met je handen in de aarde, zo’n helende werking, niet alleen op mij maar op heel veel mensen? Ik voel me altijd een beetje meer mens na een paar uurtjes in de tuin.

Zoals heel vaak kwam het antwoord uit iets dat ik in de bijbel las: Psalm 19, een gedicht van David over de schepping.

‘Niet zoals mensen spreken. Geen stemgeluiden, geen taal, zwijgen is het, sprakeloze stilte: tot aan de randen van de aarde weerklank van stilte.’*

Als ik tuinier mag ik met God zelf in gesprek zijn, een gesprek zonder woorden, in het aller diepste van mijn ziel. Terwijl ik onkruid wied en kleine zaadjes in de grond stop hoor ik Hem bijna fluisteren: ’Wees niet bang, nergens voor, Ik ben er immers ook en Ik ben aan het werk, dat zie je toch. Van de Agapanthus zijn alleen nog groene sprieten zichtbaar. Maar Ik werk, het zullen grote sierlijke planten worden. Vrees niet mensenkind, maar werk met Mij mee. Ik Zelf doe het grootste werk.’

(*vers 4, 5 vertaling Huub Oosterhuis)

maandag 10 april 2023

Houd mij niet vast

 

Vandaag is Tweede Paasdag. Mensen gaan naar familie, meubelboulevards, tulpenvelden of blijven thuis om te genieten van een extra vrije dag. Veel winkels zijn dicht. Er valt iets te vieren: de opstanding van Jezus uit de dood.

Het was een vrouw die als eerste met de opgestane Heer sprak: Maria. ‘Waarom huil je?’, vroeg iemand die in de graftuin liep.’ Ik huil omdat ze mijn Heer hebben weggenomen en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd’, snikte ze. ‘Maria’, zei hij. Aan zijn stem hoorde ze wie het was. Ze had hem niet herkend, hij zag er als opgestane Heer blijkbaar anders uit. En dan komt dat vreemde zinnetje: ’Houd Mij niet vast.’ ‘Noli me tangere’, in de Latijnse vertaling. Een inmiddels wereldberoemde zinnetje. Mensen hebben erover geschreven, gemediteerd en geschilderd. Die ontmoeting tussen Jezus en Maria: totaal overrompeld staat zij oog in oog met Hem die drie dagen ervoor aan een kruis stierf. Maar zij mag hem niet vasthouden, waarom niet? Als er iets is dat zij wil is dat het, ze wil hem nooit meer loslaten. Dat was haar een keer overkomen, dat wilde ze niet meer. Nooit meer.

Een paar weken later staat Jezus met zijn leerlingen op de Olijfberg en doet Hij een andere uitspraak die wereldberoemd werd: ’Ik ben met u, alle dagen.’ Is dat niet in tegenspraak met elkaar? Mogen die leerlingen Jezus wel vasthouden en Maria niet?

Vandaag vieren we Jezus’ opstanding uit de doden, zijn overwinning over de macht van de dood. Over een paar weken komt hemelvaart en daarna Pinksteren. We vieren het na elkaar omdat het na elkaar gebeurd is, maar het hoort bij elkaar: Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. Op de Paasmorgen ontmoet Maria de opgestane Heer. Maar ze moet weten dat het verhaal nog niet af is. Jezus zal nog een paar weken op aarde blijven in die mysterieuze gestalte en dan zal hij naar de hemel gaan. Vandaaruit zal hij  terugkomen in een andere gestalte, die van de  Heilige Geest en zo zal ze Hem kunnen vasthouden, want ‘Zie Ik ben met jullie alle dagen tot aan de voleinding van de wereld.’

Ook wij mogen Hem zo vasthouden, voor altijd, waar en wie we ook zijn.

maandag 3 april 2023

Grote teleurstelling

 

Vorige week reageerden veel mensen op mijn blogje ‘Vol verwachting’. Ik vermoed dat het er deze keer minder zijn. Want ‘Grote teleurstelling’ klinkt niet veel belovend. Verwachting roept spanning op, teleurstelling het tegenovergestelde: het is niet wat je verwacht had, gehoopt had. Voor een vrouw die graag een kind wil hebben liggen verwachting en teleurstelling dicht bij elkaar. In theorie  zou ze elke maand zwanger kunnen worden maar als dat niet gebeurt, terwijl ze het graag wil, is ze teleurgesteld. Pijnlijk teleurgesteld. Ik durf te beweren dat elke dag in Nederland honderden vrouwen er zo aan toe zijn. Grote verwachting kan zomaar omslaan in verschrikkelijke teleurstelling.

Hoe sta jij, die dit leest, erin: ben je vol verwachting of vol teleurstelling? Voor jonge mensen is het in zekere zin makkelijker om vol verwachting te zijn. Als je jong bent ligt het leven nog voor je, maar hoe zit het als je de zestig gepasseerd bent? Ik word over een paar maanden 65, een bijna pensioen gerechtigde leeftijd. Er liggen meer jaren achter mij dan voor mij. Verwacht ik nog iets van die jaren of is het alleen maar uitzitten van mijn tijd?

De ‘Stille Week’ is de naam die de kerk gaf aan de week die net begonnen is. De week waarin stilgestaan wordt bij het lijden en sterven van Jezus: de allergrootste teleurstelling voor zijn leerlingen. Drie jaar waren ze Hem gevolgd, hadden ze het ene na het ander wonder meegemaakt, was het leven een groot feest voor hen geweest. En toen eindigde dat allemaal abrupt aan het kruis. Met eigen ogen zagen ze hoe hun Grote Leider stierf. Terwijl zij al hun hoop en verwachting op hem hadden gevestigd. Hoe moest het nu verder?

En dan komt op die eerste Paasmorgen dat ontstellende bericht van een paar vrouwen: het graf is leeg en Maria heeft Jezus ontmoet, Hij is niet dood, Hij is nog steeds bij hen, anders dan voorheen, maar wel echt. Vanaf dat moment is het leven op aarde veranderd. Er is nog steeds lijden, in allerlei vormen: ziekte, oorlog en hongersnood, maar Jezus is er ook. Op de achtergrond, heel stil, soms fluisterend, heel af en toe ingrijpend. Hij weet dat een mens niet zonder verwachtingen kan leven en Hij heeft alle macht om elke teleurstelling om te draaien tot een onverwacht wonder.  

maandag 27 maart 2023

Vol verwachting

 

Onze jongste dochter is in blijde verwachting en iedereen weet wat dat betekent: ze verwacht een baby. Haar hart klopt niet vol verwachting naar wat het is want dat weet ze al: een jongetje, onze eerste kleinzoon. Dus ook wij zijn in blijde verwachting. De aanstaande ouders vertelden het toen we als gezin op 5 december bij elkaar waren rond een mand vol pakjes. De harten van onze kleindochters klopten vol verwachting naar wat er allemaal in die pakjes zou zitten. ‘’Voor dat we gaan uitpakken is er eerst een pakje voor de hele familie’, zei onze dochter: ‘en oma  mag het uitpakken.’ Het was een grote doos die helemaal vol zat met papieren snippers. Ik gooide de snippers uit de doos, op zoek naar een echt cadeautje en toen zag ik op de bodem een zwart wit fotootje liggen. Ik zag direct dat het een foto van een echo was. ‘Wow’, riep ik. ‘Wat zie je mama?’, vroeg iedereen vol verwachting. Ik legde het papiertje op de tafel en daarna ging het van hand tot hand. De pakjes in de Sinterklaas mand moesten wachten want we waren met zijn allen in gedachten bij een piep klein mensje waarvan we de prille omtrekken op een papiertje zagen.

Nu is het een paar maanden later en de buik van onze dochter krijgt een immense omvang. Eind juni is het zover. Het winterse wachten op de zomer, dat mij altijd veel te lang duurt, werd opeens draaglijk. Verwachten is de positieve variant van wachten. Wachten doen we allemaal voortdurend in ons leven, wachten is iets passiefs. Je wacht af tot het zover is en dat duurt vaak  lang. Verwachten is van een andere orde. Het is de actieve vorm van wachten. Onze dochter is heel druk met van alles en nog wat voor de komst van de baby. Een schattig wiegje staat klaar, een piepklein spijkerjasje hangt te wachten tot het van zijn hangertje wordt gehaald. De eerste zes maanden zitten er bijna op. Wij tellen met zijn allen mee. Vol blijde verwachting kijken we uit naar ons vierde kleinkind.

maandag 20 maart 2023

(Boeren)protest


 

We zitten in de auto met onze twee oudste kleindochters, ze mogen mee om in de voorjaarsvakantie bij ons te logeren. ‘Boerenprotest’, roept Anne, wijzend op de blauw-wit-rode vlaggen langs de weilanden. Ze roept het niet één keer maar blijft het herhalen. In Friesland is veel boerenprotest. ‘Nu weten we het wel hoor’, verzucht Nynke haar oudere zusje. Maar door die opmerking wordt Anne juist aangewakkerd om door te gaan alsof ze zelf een protesteerder is: ’Boerenprotest’, roept ze nog harder, wijzend op een tractor in het weiland met een groot spandoek erboven.

Terwijl ik dit schrijf zitten Bernard en ik voor de televisie. In Nairobi, ons tweede thuisland, zijn ook protesten gaande. Hordes Kenianen lopen aan de kant van een groot konvooi van dure zwarte auto’s met daarin vooraanstaande protesteerders. Kenia heeft sinds een paar maanden een nieuwe president, de oppositie heeft alles geprobeerd om deze tegen te werken maar het lukte niet, hij won de verkiezingen. Dus protesteren ze nu gewoon buiten de verkiezingen om. Ook in Kenia is ‘the cost of living’, buitensporig. Het is een belangrijke reden om te protesteren maar ik vraag me af of een andere regering daar iets aan zou kunnen doen. De huidige president is juist iemand van het volk, niet afkomstig uit de elite die voor hem regeerde.

Het boerenprotest in Nederland had grote resultaten. De regeerders op het pluche in Den Haag keken verbijsterd toe. Maar democratie is democratie, het volk heeft gekozen. Om grotesk te gaan protesteren na de verkiezingen -zoals nu in Kenia- zou heel ongepast zijn. Gelukkig hoeven we daar in Nederland niet bang voor te zijn. In Kenia maakten we in Nairobi heel veel protesten mee. Dat begon altijd een jaar voor de verkiezingen en ging in 2007-2008 door tot ver erna waarbij meer dan duizend doden vielen. In die maanden dacht ik soms met heimwee terug naar mijn vredige vaderland waar hoofzakelijk met woorden gevochten wordt.

Bernard en ik hopen dat de vrede in Nairobi spoedig hersteld zal worden.

maandag 13 maart 2023

De andere kant


Vijf en dertig jaar geleden kregen Bernard en ik ‘verkering’ zoals je dat toen noemde, een relatie dus. En dat veranderde alles in mijn leven. Om maar te beginnen met iets waar ik in die dagen mee bezig was: autorijles. Ik was al bijna dertig maar in de jaren 80 begon iemand pas met rijles wanneer er een behoorlijke baan en dus inkomen was. Ik zelf was part time predikant en verdiende naar mijn idee opeens heel veel, na een jarenlang studentenbestaan met een uitkerinkje van mijn ouders. De eerste maanden waarop er een echt salaris op mijn rekening verscheen wist ik niet hoe gauw ik de bus naar Leeuwarden moest pakken en werd al dat geld vrijwel direct omgezet in kleding.

‘Zou je er niet iets nuttigers mee doen?’, opperde mijn moeder. En toen kwam het idee van rijles op. Ik deed tot dan toe alles met de fiets en het openbaar vervoer, maar het door weer en wind over de Friese vlakten te rijden had zijn aanvankelijke charme verloren. De rijlessen van Mullender in Dokkum waren van een kaliber dat ik niet eerder in mijn leven had meegemaakt. Docenten en professoren in Groningen waren altijd beschaafd geweest maar er ging geen les voorbij of Mullender schreeuwde: ’Pas op, je zit in de verkeerde versnelling’, of ‘Remmen, nu, anders komt er een ongeluk.’ Ik bleek geen ster in autorijden en dat is nog zwak uitgedrukt.

En toen kwam Bernard in mijn leven. Hij had inmiddels zijn rijbewijs gehaald bij Jappie van der Veen in Ternaard en een auto aangeschaft. Hij wilde me in die nieuwe auto wel bochtje achteruit leren. Dat was Mullender nog niet gelukt. ‘Waarom ga je niet eens een keertje een examen oefenen?’, opperde Bernard. Ik vroeg het aan Mullender maar hij reageerde met: ’Dat gaat em echt niet worden, daar ben je nog lang niet klaar voor, dat wordt een teleurstelling.’ Maar Bernard bleef aanhouden. En zoals ik schreef, met hem veranderde alles dus ik besloot het er op te wagen. De dinsdagochtend waarop het examen moest plaatsvinden was een stralende dag in juni, maar de onzekerheid joeg door mijn lijf. Was het niet verstandiger geweest om naar Mullender te luisteren in plaats van naar mijn kersverse nieuwe vriend? ‘Werp het net uit aan de andere kant’, las ik toevallig die ochtend. Petrus en de zijnen hadden na een hele nacht vissen niks gevangen en Jezus gaf een vreemd advies. Misschien moest ik me daar aan vasthouden.

Het weer was stralend en het verkeer rustiger dan ooit. Tot drie keer toe moest ik de rotonde bij Leeuwarden uitproberen. Ik had geen idee waarom maar gehoorzaamde de instructeur braaf. Samen wachtten we op de uitslag die de examinator stralend kwam brengen: Geslaagd! Mullender keek op zijn neus, de examinator fluisterde ‘er was bijna geen verkeer, dat was haar geluk’ en Bernard omhelsde me.  

maandag 6 maart 2023

Inflatie

 

Over de inflatie, de waardevermindering van ons geld, gaat deze blog niet. Want daarover hebben we het toch al de hele dag. Met elkaar, in de supermarkt, onder de koffie en onder de borrel. Als dat laatste er nog af kan. Ook op de tv is het een terugkerend onderwerp. ‘Wij kunnen kan geen kaas meer kopen, kaas is veel te duur en pindakaas is minder gezond, hoe moet dat nu?’ Ik hoor het mezelf zeggen en ik schrik ervan. Ben ik al die jaren in Kenia, waar we leefden tussen mensen voor wie pindakaas een grote luxe was, vergeten?

Inflatie is een onderwerp waar mensen boos van worden, ik ook. Totdat ik een paar weken geleden las over een Ierse vrouw die niet alleen in Ierland maar over de hele wereld bekend is. Ik had alleen nog nooit van Myrtle Allen (1924-2018) gehoord. Ze leeft niet meer, maar in haar lange leven werd ze beroemd toen ze een restaurant begon op het moment dat haar kinderen de deur uit gingen. Op zich is daar niks bijzonders aan, veel vrouwen beginnen restaurants, voorwaarde is uiteraard dat je een beetje verstand van koken hebt. Dat had Myrtle Allen. Ze had niet alleen verstand van koken, ze was ook dol op Ierse streekproducten. Dan klinkt als van deze tijd maar we hebben het nu over de jaren zeventig. In haar restaurant kookte ze alleen met de verse producten die op de betreffende dag geleverd werden. Als de vis of groente die ze wilde gebruiken niet voorhanden was dan bedacht ze iets anders en kwam er dus ook iets anders op het menu. ‘Schaarsheid leidt tot creativiteit’, was haar logo.

Om dat logo te gebruiken in onze tijd is niet makkelijk. Ik ben de eerste omdat toe te geven. Simpelweg omdat we al vele jaren niet weten wat schaarsheid inhoudt. De schappen in de supermarkten zijn nog nooit zo vol geweest als de laatste tien jaar. Maar schaarsheid in de middelen om al dat lekkers te kopen kan ook tot creativiteit leiden. Ga eens snuffelen in kookboeken, bekijk of er een alternatief voor kaas is, wordt door die inflatie geen klager maar juist een kei in koken, net als Myrtle Allen.

maandag 27 februari 2023

Mens erger je niet

 

‘Oma, dit vind ik een leuk spel, zullen we even een potje doen?’, vraagt Anne onze kleindochter. Ik ben niet van de spelletjes en al helemaal niet van ‘Mens erger je niet’, maar oma’s en kleindochters hebben een unieke relatie. Met hen doe ik dingen die ik als mama bijna nooit deed, van hen verdraag ik oneindig veel meer en aan hen erger ik me vrijwel nooit. En dat terwijl ik heus een expert in me ergeren ben. Mijn man kan daar van meepraten. Bij ‘Mens erger je niet’ mag je je niet ergeren als een medespeler jou met zijn pion van het bord vaagt. Dit gaat een beproeving worden. Als we onze kleur hebben gekozen en begonnen zijn  gniffelt Anne na een paar minuten: ‘Aha oma, je gaat eraan, je moet voortaan een blauwe pion kiezen, blauw wint altijd’. Besmuikt kijk ik toe. Omdat Anne een kleindochter is erger ik me maar een heel klein beetje.

Het tegenovergestelde van je aan iemand ergeren is iemand het goede gunnen.  ‘Die gunt iemand het licht in de ogen niet’, is de uitdrukking. Gun ik mensen aan wie ik me erger het licht in de ogen niet? ‘Oma, opletten’, roept Anne. Zij weet niet dat mijn gedachten van het bord zijn afgedwaald. Meer dan zestig jaar geleden kreeg ik het licht in mijn ogen. Na een paar jaar moest ik dat delen met vier zusjes. Het ergeren begon al vroeg want ik voelde me altijd van mijn plaats gezet als een zusje iets presteerde wat mij niet lukte. Als enig kind ben je maar goed af, dacht ik, dan hoef je je plaatsje nooit met iemand te delen. Anne en ik spelen door. Als ik mijn gele pion over het bord schuif is het opeens mijn beurt om haar van het bord te spelen. Triomfantelijk kijk ik naar haar, hoe zal ze hierop reageren? En dan krijg ik een hele onverwachte blik terug. ‘Oma, kijk, je wordt beter’, roept ze stralend: ’Ik wist het, jij kunt het, ook al ben je oud’.

‘Erger u niet, maar verwonder u’, staat in ons dorp op een huis. Elke keer als ik er langs rijd vraag ik me af hoe ik dat in de vredesnaam voor elkaar zou kunnen krijgen. Vandaag doet Anne het me voor.

maandag 20 februari 2023

Hemelse torenflat

 

Aan de rechtvaardigheid, goedheid en liefde van de Schepper van hemel en aarde mag nooit getwijfeld worden.

De laatste zin van vorige week. Inmiddels zijn we een week verder en verschijnen elke dag de meest verschrikkelijke beelden van de aardbeving op tv.‘Antakya - ooit één van de meest bijzonder steden die ik kende- is veranderd in een spookstad die ruikt naar de dood’, schrijft Olaf Koens. En dan mag een mens niet twijfelen aan de liefde van de Schepper? Zijn de aannemers die de huizen niet aardbevingsbestendig bouwden de schuldige? Heeft God hier niets mee te maken? Maar God heeft het wel toegestaan, het is de breuklijn van de aarde. Het laatste woord is hier nog niet over gezegd en de eerste aannemers in Turkije zijn al opgepakt. Sommige mensen zijn ‘gered’. Maar je kunt je afvragen waarvan? Ze mogen het er levend van afgebracht hebben maar dat leven is beschadigd door een trauma dat ze nooit zullen kwijtraken.

In het Oude Testament is het Job die het meest indringend spreekt over ‘God en het lijden’. In het Nieuwe Testament is het Jezus. Jezus stond niet neutraal tegenover het lijden. Hij bagatelliseerde het ook niet. Hij huilde mee met Maria en Martha die hun broer moesten begraven. Hij vroeg aan een blinde -een ervaringsdeskundig op het gebied van lijden-:’Wat kan Ik voor je doen?’ En Hij genas de man van zijn blindheid. Maar toen het lijden in de meest gruwelijke vorm op hem afkwam, de onverdiende doodstraf, deinsde hij er niet voor terug. En de grote vraag is waarom? Waarom liet hij zich als drieëndertig jarige ombrengen? In de bloei van zijn leven. Zijn leerlingen begrepen er helemaal niks van.

Maar Jezus zei: ’Ik ga naar het huis van mijn Vader waar heel veel woningen zijn.’ (Johannes 14:2,3) ‘Een huis met veel woningen’: wat zullen die leerlingen zich daarbij voorgesteld hebben? Grote flats bestonden nog niet. In de miljoenensteden van vandaag leven de meeste mensen in hoge torenflats en de doden in Turkije die nog niet begraven zijn liggen eronder. ‘Ik ga heen om u plaats te bereiden’, sprak Jezus. Hij bedoelde: Ik ga jullie voor en als jullie zelf moeten sterven mogen jullie weten dat er een hemelse flat met vele woningen voor jullie klaar staat.

maandag 13 februari 2023

Aardbeving

 

Vorige week zondagochtend, 5 februari, zat ik in de Martinikerk in Bolsward vlak naast één van de reusachtige pilaren te wachten tot de dienst begon. Ik was diep onder de indruk van die immens grote kerk op het Friese platteland, maar opeens schoot door me heen: als zo’n pilaar het begeeft, dan stort die hele kerk in en blijft er niets van ons over.  

Voor mij bleef het bij een angstige gedachte. De Martinikerk stortte niet in, hij staat al bijna zes eeuwen op haar grondvesten. Ik wist toen nog niet wat er zich een paar uur eerder in Turkije en Syrië afspeelde: een aardbeving van een omvang die Europa zelden kende. Hele steden stortten in, tienduizenden werden onder het puin bedolven. Het was midden in de nacht, misschien waren sommige mensen in één klap dood. Ik hoop het maar. Er zijn geen woorden voor een drama als dit. Net zoals er geen woorden zijn voor het drama van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Met dit verschil dat velen menen een schuldige te kunnen aanwijzen voor die oorlog: de president van Rusland. Maar wie is er schuldig aan een aardbeving? Het natuurgeweld, moeder natuur? Niet zo’n fijne moeder. Of God?

Wat voor God is dat die zoveel lijden veroorzaakt? Een eeuwenoude vraag, de vraag van Job in het Oude Testament. Job raakte ook op één dag alles kwijt wat hij bezat, tot en met zijn kinderen toen, want die werden bedolven onder het puin toen het huis, waar ze allemaal bij elkaar waren, instortte. (Job 1:19) Jobs vrienden roepen hem ter verantwoording en menen dat zijn lijden de straf van God is. Jobs vrouw zegt dat hij moet ophouden te geloven in een God die dit allemaal toelaat. Maar dat kan Job niet, hij blijft met God in gesprek en aan het einde van het boek is zijn conclusie: een mens moet zijn plek weten, de Schepper van hemel en aarde, van alle zienlijke en onzienlijke dingen heeft een grootheid en macht waar een mens geen enkel idee van heeft. En aan de rechtvaardigheid en goedheid en liefde van deze Schepper mag nooit getwijfeld worden.

(wordt vervolgd) 

maandag 6 februari 2023

Wâldpykje

‘Wy ha hjoed in wâldpykje’, hoorde ik iemand achter me gniffelen. Ik zat in de grote Martinikerk in Bolsward, het was een paar minuten voor half tien, de ochtenddienst begon bijna. Ik dacht aan Bernard die in de consistorie met de ouderlingen stond te wachten. Het majestueuze orgel zou zo gaan inzetten. ‘Een waldpykje’ hadden ze hem genoemd. Ik draaide me om en zei: ’De dominee is een Limburger hoor, ik kan het weten want ik ben met hem getrouwd.’ Het gniffelen ging over in verbaasde blikken.

In Zuid-West Friesland, de streek rond Bolsward, wordt soms neergekeken op Noord-Oost Friesland en met name op de Friese Wouden, de streek waar wij wonen. Het was ooit een armzalig veengebied waar de armste sloebers van heel Friesland woonden: ‘wâldpykjes’. Wij wonen er nu bijna zeven jaar en ik voel me er thuis. Hier wonen geen grote herenboeren maar vrijgevochten mensen, vaak een beetje dwars. Hier zijn ze liever kleine baas dan grote knecht.

De dienst begon en ik liet mijn ogen door de kerk dwalen. Ik zat vlak naast één van de reusachtige pilaren waarop het gebouw rust en bedacht wat er zou gebeuren als zo’n pilaar instortte. Het gebouw dateert uit de 15 er eeuw. De gemeente zong rustig verder maar ik kreeg het benauwd en verlangde naar ons eigen kerkgebouw in de Westereen. Zonder enige allure of historische waarde. Intussen werden mijn voeten steeds kouder, dat heb je in die oude kerken. Wat belachelijk om hier in de winter diensten te houden, dacht ik. In de Westereen hebben we moderne vloerverwarming in de kerk.

Toen scheen de zon door één van de majestueuze, hoge glas in loodramen. Het koude interieur veranderde als bij toverslag in een stralende grootse ruimte. Ik keek naar boven, liet de gewelven in het dak op me inwerken en bedacht dat hier al bijna zes eeuwen mensen samen komen om de almachtige God eer te bewijzen. Een God die vele male groter is dan welke kerk ter wereld ook.
En opeens was ik blij om als wâldpykje deze morgen in de Martinikerk te zitten.