maandag 25 maart 2019

De Zwemmer



De Westereen heeft niet veel mooie wandelpaden, eigenlijk is er maar één: het pad langs de Zwemmer. Maar dan heb je ook wat: een pad dat in elk seizoen weer anders is. In de winter kun je bijna tot aan Driezum toe kijken, in de lente wordt dat uitzicht belemmerd door fluitenkruid, in de zomer passeert het één na het andere bootje je en in de herfst zie je overal ‘toerebouten’ (lisdoddes). Kortom: hetzelfde wandelpad steeds weer anders.

Na een winter die niet bijster uitnodigde tot wandelen trok ik vorige week de wandelschoenen aan voor het Zwemmer-pad. Het was 19 maart. Twee dagen voor die datum waar ik al weken naar uitkijk. We liepen met zijn tweetjes, babbelden gezellig over van alles en nog wat en bij het bankje in de kromming van het pad bleven we een half uurtje zitten. De lucht was puur blauw, het water van de Zwemmer kaatste die puurheid terug en naast het bankje richtten een paar kleine madeliefjes in het gras hun kopjes dapper naar de zon op. Hiervoor hoeft een mens niet naar Mallorca. 

De terugweg was nog mooier dan de heenweg, met de zon op ons gezichten. Thuisgekomen zette ik meteen een paar foto’s op Facebook. Met als titel: ”Het riet langs de Zwemmer fluistert dat de lente komt.” “Hoe weet jij wat het riet fluistert?”, was een reactie. Uiteraard weet ik dat niet, het was alleen beeldspraak. Maar dat is een taal die ook in de bijbel voorkomt. Jezus Zelf zegt dat we in de bloemen en vogels iets van God mogen zien. En dat Hijzelf weliswaar niet met het oog te zien is, maar dat zijn schepping wel degelijk een taal spreekt: Dat Hij leeft en dat zijn zorg voor de mensheid niet ophoudt.

maandag 18 maart 2019

Pashokje


“Hoe ontspan jij je eigenlijk?, vroeg pas iemand. “Gaan jullie wel eens naar een pretpark of het zwembad of de sauna?” Vermoedelijk vanwege de bedenkelijke blik op mijn gezicht ging ze verder: ”Maar een stuk wandelen is ook ontspanning hoor.” Ik durfde niet te hardop uit te spreken waar ik mij echt ontspan: in een pashokje. Niet een (uit) kleedhokje van het zwembad maar een pashokje van een kledingzaak. 

Afgelopen maandagmiddag belandde ik in zo’n hokje. Het was in een winkel die aan het einde van het seizoen alle kleding verkoopt voor bodemprijzen. Ik werd, bij wijze van spreken, dat hokje ingeduwd. Een verkoopster ging met een prijstang langs de rekken met jurken, broeken en jasjes: ”Klik, klik, klik”, elk kledingstuk kreeg een nieuwe prijs, 8 euro, opgeplakt. Een uitgerekende kans om me even te ontspannen dus.

Met 8 stuks onder mijn arm verdween ik in een hokje waar ik al na een halve minuut de schrik van mijn leven kreeg: ”Margriet, Margriet!” Was dit de stem die mij voor een verkeerde aankoop wilde behoeden? Wie had mij hier naar binnen zien gaan? Opnieuw: ”Margriet, wil je me even helpen?” Met een nieuwe jurk aan stapte ik angstvallig het hokje uit. In de grote spiegel buiten het hokje leek die jurk een hobbezak en bleek Margriet de dame met de prijstang.

Gniffelend probeerde ik, overigens zonder succes, de rest van mijn stapel in het hokje uit. Maar ontspannend was het wel. En toen zag ik het opeens hangen: dat prachtige rode rokje met prijskaartje waar zes keer een plakkertje overheen was gegaan. Een rokje dat blijkbaar niemand wilde hebben voor 60 euro. En ook niet voor 20, 18, 16, 14, 12 of 10. Het lag gewoon klaar voor mij om voor 8 euro meegenomen te worden.



maandag 11 maart 2019

De ezelin en de vrouw


Meer dan tien jaar wonen in Afrika laat nog steeds zijn sporen na. Ik kijk met andere ogen naar Nederland(ers) en lees de bijbel door een andere bril. Zoals het volgende gedeelte uit Mattheüs 21:”Ga naar het dorp….jullie zullen er een ezelin zien die daar vastgebonden staat met haar veulen. Maak de dieren los en breng ze bij me. En als iemand jullie iets vraagt, antwoord dan: ”De Heer heeft ze nodig.” Een Afrikaanse uitleg is de volgende: Jezus had die dieren nodig voor zijn intocht in Jeruzalem, daarom moesten ze losgemaakt worden. Vrouwen in Afrika werden eeuwenlang onderdrukt en uitgebuit en ook zij moeten losgemaakt worden zodat ze kunnen werken in het Koninkrijk van de Heer. Zoals Hij die ezels nodig had, ze heeft Hij vrouwen nodig”.

Ik had, voordat ik dit zo las, mijzelf nog nooit vergeleken met een vastgebonden ezelin. Dat ligt ook voor de hand.  Nederland is door verschillende golven van feminisme gegaan en vrouwen hier hoeven niet losgemaakt te worden maar eerder leren hoe ze met hun verworven vrijheid om moeten gaan. Zo stel ik  mezelf vaker de vraag: “Wat heb ik nodig?” dan “Wat heeft de Heer nodig?” Veel Keniaanse vrouwen geloven met hart en ziel dat de Heer hen nodig heeft en storten zich daarom vol overgave in één of andere christelijke bediening. Sommigen van hen zijn bekend door het hele land.

De vraag: ”Wat heb ik nodig?” kan een moderne valstrik worden waarmee ik mezelf klem zet. Dan denk ik: Als er niet eerst aan mijn persoonlijke behoeften is voldaan ben ik niet geschikt om iets voor de Heer te doen. De Afrikaanse bril geeft me een ander zicht op de zaak: de Heer vraagt niet of ik de geschiktste maar wel of ik beschikbaar ben.

   
   

maandag 4 maart 2019

Mooi Mallorca


Aan “Mallorca” als vakantiebestemming waren voor mij -tot vorige week- woorden verbonden als: strand-bier-feesten-nachtleven. En liefhebbers daarvan kunnen inderdaad op Mallorca aan hun trekken komen. Maar wat ik niet wist van dit prachtige Spaanse eiland is:

-     - dat het qua oppervlakte groter is dan Friesland.
-      -dat het bergen heeft die zo mooi zijn dat Unesco ze tot werelderfgoed heeft verklaard.
-      -dat de lucht en zee er echt zo blauw zijn als op al die ansichtkaarten.
-      -dat de hoofdstad Palma (twee keer de stad Groningen) al in 120 voor Christus gesticht werd.
-      -dat die stad qua sfeer en historie niet onderdoet voor Lissabon.
-      -dat de sinaasappels er echt oranje en groot en dik in de tuintjes van mensen hangen.
-      -dat de goudsbloemen en Spaanse margrieten er in februari  in volle bloei staan.

    Kortom: Bernard en ik hebben genoten. We reden rond in een Fiatje en ik bleef maar foto’s maken met mijn Samsung. Hij hield er zijn hoofd gelukkig goed bij, anders waren er ongelukken gekomen, want ik bleef maar roepen:”Wa-mooi!” En maar foto’s maken. “Uw bestand is bijna vol", las ik. Mijn telefoon kon al dit moois niet aan.

    De Schepper van hemel en aarde, God van de bijbel, houdt van mooi: als ik het al niet geloofde dan weet ik het nu zeer zeker.


maandag 25 februari 2019

Mooi (2)



Als beheerder van mijn eigen blogjes kan ik altijd precies zien hoeveel mensen ze lezen. De ‘mooie kleren-hobby’ lazen een paar honderd vrouwen. “Weer lekker bezig?”,  vroeg iemand me bij het Kruidvat. Die had het gelezen dus. Maar er waren ook andere reacties: ”Wat voor jou niet een verleiding is, is het voor mij wel hoor.” En: ”Wat mooi dat wij toch allemaal zo verschillend zijn, ik draag met vreugde mijn habijt.” Die laatste was van mijn zus die een ingetreden zuster is, zij draagt inderdaad iedere dag hetzelfde. 

De mode-industrie is één van de grootste ter wereld. Aan mode wordt ontzettend veel geld verdiend. En nu het voorjaar al vroeg zijn intrede doet zal de nieuwe lente-mode als warme broodjes over de toonbank gaan. Vorige week overleed Karl Lagerveld, een grote ‘modekoning’. ‘De Leonardo de Vinci op modegebied’, las ik ergens. De kleren die hij ontwierp vind je niet bij het Kruidvat of de Aldi. Maar kijken naar zijn ontwerpen blijft leuk.

Is dol zijn op mode een verslaving waar ik -als volgeling van Jezus- vanaf moet zien te komen? Voor God is het uiterlijk toch belangrijk dan het innerlijk? Al peinzende stuit ik op Spreuken 31:”Een lied over een sterke vrouw.” Het soort vrouw dat aan elke ongetrouwde man wordt aangeraden. Het is verrassend hoe zij beschreven wordt: Zij is bezig, van  ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. En waarmee? Met kleren! “Een sterke vrouw zoekt wol en mooie stoffen uit, ze maakt er prachtige kleding van-ze maakt haar eigen stoffen en kleren, daar is ze altijd mee bezig-ze draagt mooie en dure kleren-een sterke vrouw ziet er mooi en krachtig uit.” (Bijbel in gewone taal)

Waarmee ik maar zeggen wil: Waarom zou de mode-industrie alleen maar bezig mogen zijn met mooie kleding? (wordt vervolgd)



maandag 18 februari 2019

Mooi


“Kun jij eigenlijk wel eens een verleiding weerstaan?” Verbouwereerd kijk ik de vragenstelster aan. “Wat bedoel je?” “Nou, om eerlijk te zijn, jij hebt zoveel kleren dat ik je nooit in hetzelfde zie lopen.”

Niet alleen laarsjes, ook kleren zijn mijn hobby. Altijd al zo geweest. Zodra ik zelf kleedgeld kreeg -en dat was al op jonge leeftijd want mijn moeder wilde het zichzelf makkelijk maken- zocht ik klerenwinkels en paskamers op. In de jaren 70 was Nederland nog niet zo welvarend, dus het was soms een hele toer om iets moois te vinden. Dat is nu wel een ander verhaal. Ik ga bijna nooit de Westereen uit om kleren te kopen want zelfs Kruidvat en Aldi verkopen naast shampoo en pindakaas veel mooie dingen: broeken, rokjes, hemdjes, truien en jurkjes: teveel om hier op te noemen. Ik heb nog nooit zoveel kleren gehad waar ik zo weinig moeite voor heb hoeven doen. Wanneer ik een broek in mijn maat en naar mijn smaak zie liggen is dat niet een verleiding maar juist een geschenk uit de hemel. 

“Mijn kasten zouden op een gegeven moment uitpuilen”, die vragenstelster blijft doorgaan en ik probeer haar een beetje tegemoet te komen: ”Als mijn kasten uitpuilen dan breng ik altijd een lading naar “het Lichtpunt” (tweedehandsklerenwinkel met een goed doel). Ze knikt goedkeurend en ik raak op stoom:” Ik heb daar wel eens een jurk voor de tweede keer gekocht, een echt mooie die ik had teruggebracht. Die jurk heeft het Lichtpunt veel opgeleverd.” Eindelijk verschijnt er een grote grijns, die staat haar mooi. 

Mijn levensfilosofie is de volgende: een jaar heeft 365 dagen en God belooft dat zijn goedheid nooit ophoudt maar iedere dag nieuw is. Daar hoort voor mij iedere dag een mooie outfit bij. Als eerbetoon aan Hem!


maandag 11 februari 2019

Winter


Wat vindt u het mooiste seizoen: de zomer of de winter? Bij een enquête van het EenVandaag opinie panel zou zomer met stip op nummer 1 komen. Hoewel…Friezen zijn ook dol op de winter: hoe kouder, hoe beter. En heel Nederland vindt het jammer dat er ook dit jaar (waarschijnlijk) geen Elfsteden tocht komt. Ik ben een fervente fan van de zomer en wind daar geen doekjes om. Maar elke keer als ik dat doe hoor ik weer diezelfde tune: “Maar ik houd van de afwisseling van de seizoenen.” 

Er zijn dus mensen die ook van de winter houden. Ik zie het nut er niet van in. In Kenia maakten wij een permanente zomer van 11 jaar mee. “Dat zou niks voor mij zijn”, komt die tune weer. Maar mij verveelde het geen moment. Zomer is: leven, zonlicht, naar buiten toe zonder jas en ga zo maar door. Winter is: doodsheid in de natuur, grijze luchten en je jas niet vergeten anders word je ziek.

Maar gisteren hoorde een predikant op tv verkondigen: ”Wij allemaal hebben soms een winter in ons leven en die winter kan iets goeds brengen. In de winter word je namelijk gedwongen om binnen te blijven, om in plaats van naar buiten, naar binnen te gaan. De winter kan onze relatie met God verdiepen.”En opeens wist ik het weer: Dat is waar. Zo waar. In 2001 kreeg ik een ernstig ongeluk waardoor het jarenlang winter werd in mijn leven. Niet mooi. Maar moeilijk. Niet zonnig. Maar doods. In die somberte was maar één ding mogelijk: mijn heil bij Jezus zoeken.

En juist in die winterjaren heb ik Hem beter leren kennen. En dat niet alleen: mijn relatie met Hem is in die winter het beste geworden wat het leven te bieden heeft. Permanent!



zondag 3 februari 2019

Ikke, ikke, ikke...


In de elf jaar dat wij in Kenia woonden heb ik veel geleerd. Aangeleerd én afgeleerd. Zo leerde ik dat een Keniaan als hij over ‘mijn broer’ spreekt meestal niet zijn biologische broer bedoelt. “Oh, do you know so and so? Well, that’s my brother.” Aanvankelijk dacht ik dat iedereen in Nairobi familie van elkaar was. Tot ik beseft dat ‘my brother’ ook kan slaan op iemand met wie je bevriend bent. Of met wie je bevriend zou willen zijn. ‘My brother’ is voor een Keniaan altijd iemand met wie hij zich graag identificeert. Dus heeft elke zichzelf respecterende Keniaan honderden broers en zussen.

Een Keniaan denkt namelijk altijd in termen van ‘wij’. ‘Wij’ dat ben ik en mijn broers en zussen. ‘Ik’ alleen stel niet zoveel voor. Voor mij -als rechtgeaarde Nederlandse vrouw- lastig te begrijpen. Want als er één cultuur is waar het ‘ik’ belangrijk is dan is het Nederland. In Nederland is het vanzelfsprekend dat ouders voor hun kinderen zorgen. In Kenia hoor je als man-met-een-baan-en-dus-een-inkomen ook voor de kinderen van je broer te zorgen. (Als die broer niet zelf het schoolgeld voor zijn kinderen kan betalen .) Want een ‘ik’ bestaat niet in Kenia. Een ‘ik’ hoort altijd bij een ‘wij’. 

Ik ben blij, echt blij, dat ik dat een beetje in Kenia mocht leren. Inmiddels is het al weer bijna tien jaar geleden dat we Kenia en de ‘wij-cultuur’ verlieten en ben ik weer helemaal een ‘ik’ tussen 17 miljoen andere ikken. Toch zou ik beter moeten weten. Want niet alleen Kenianen leerden mij over ‘wij’. Mijn eigen Here Jezus deed het al veel eerder. In het gebed dat Hij aan zijn discipelen leerde gaat het namelijk niet één keer over ‘mij’ en ‘ik’. Negen keer wordt daar gesproken over ‘ons’ en ‘wij’!


maandag 28 januari 2019

Liefde is...








Wie kent ze niet: de ‘liefde is..’ cartoons van Kim Casali? Er bestaan er honderden van. (De bovenstaande is overigens niet op ons van toepassing want wij lezen geen kranten.) 

Wat liefde is proberen wij uit de bijbel te halen. Bijvoorbeeld uit de Tien Geboden in het Oude Testament (Exodus 20) en het loflied over de liefde van Paulus in het Nieuwe. (1 Corinthiërs 13.) Je kunt beide niet vaak genoeg lezen, want liefde is iets dat je elke dag nodig hebt. Toen mijn 'liefdestank' onlangs een beetje leeg dreigde te raken haalde ik die gedeeltes er maar weer eens bij.

En toen ontdekte ik iets wat mij in de honderden keren daarvoor nog nooit was opgevallen. In die bijbel-gedeelten staat bijna altijd wat liefde niet is: “Gij zult niet echtbreken”, is alles wat de Tien Geboden van de huwelijkse liefde maken. En ook Paulus lijkt alleen maar in de niet-vorm over de liefde te kunnen spreken: De liefde is niet jaloers, ze doet niet gewichtig  en is niet trots; ze kwetst niet, is niet egoïstisch en voelt zich nooit beledigd; zij neemt niemand iets kwalijk, zij is niet blij met onrecht…”

Ik werd overigens wel op mijn nummer gezet door al die nieten. Want ik was juist van plan geweest Bernard iets kwalijk te nemen. En dat was dan niet echt liefdevol geweest volgens Paulus. Gelukkig zegt hij ook een paar keer wat liefde wél is: ze is geduldig en vriendelijk, verdraagt alles en houdt nooit op: Pff…Dat zijn dingen waar je alle kanten mee op kunt. Geen pas klare formules maar naar eigen vindingrijkheid in te vullen. Mooi eigenlijk. 

maandag 21 januari 2019

Ontmoeting


Zacheüs was een rijke hoofdtollenaar in de tijd dat Jezus door Israël trok. Een belastingambtenaar. Naast zijn beroep wordt over hem verteld dat hij mensen afperste en dat hij klein van stuk was. Dus een miezerig klein mannetje in mijn beleving.

Maar dat miezerige kleine mannetje wilde intussen wel weten wat voor iemand Jezus was. Kinderbijbelkenners weten allemaal hoe hij dat aanpakte: hij klom in een vijgenboompje omdat het hem anders niet lukte. Heel aandoenlijk: je ziet hem rennen op zijn korte beentjes: gauw die boom -die eigenlijk meer een struik is- in voordat Jezus weer verder is getrokken. Maar als Jezus dan voorbij komt blijft hij staan en roept:”Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet ik in jouw huis verblijven!” En dan blijkt dat Zacheüs echt weten wil wie Jezus is want hij is helemaal overrompeld en ontvangt Hem in zijn huis. 

Zacheüs was nooit iemand met wie ik mezelf graag identificeerde. Totdat ik begreep dat hij iets doet wat ik vreselijk moeilijk vind: hij ontvangt Jezus in zijn huis. In zijn leven. Hij deinst daar niet voor terug. Hij blijft niet op een afstand zijn mening over Jezus vormen. Hij wil Jezus echt ontmoeten en met Hem spreken. En die ontmoeting heeft grote gevolgen. Wat er allemaal tussen hen besproken is weten we niet maar wel is duidelijk dat zijn leven er radicaal door verandert. Hij wordt van een afperser een gulle gever. 

Het miezerige kleine mannetje wordt een ‘zoon van Abraham’. Dat is de eretitel die Jezus hem geeft. Een titel die menig Jood graag wilde hebben. Want Abraham was allesbehalve een miezerig klein mannetje, Abraham was het grote voorbeeld voor elke Jood: hun aartsvader die zijn hele leven lang alleen op God vertrouwd had.

Wat een echte ontmoeting met Jezus al niet kan doen!

maandag 14 januari 2019

Jezus Zelf


De gemoederen in en buiten de kerk lopen hoog op aan het begin van 2019. Ooit waren het zaken als slavenhandel en vrouwen kiesrecht waarover mensen met elkaar op de vuist gingen. Nu zijn het homoseksualiteit en gender-ideologie. Het erge is dat dit over de hoofden van mensen die het betreft en in de naam van het christelijk geloof gebeurt. Zowel tegen- als voorstanders menen precies te weten hoe Jezus Zelf over deze zaken denkt. 

Nu is het aparte dat Jezus Zelf daar helemaal niks over gezegd heeft. (Dat heb ik nog nergens gelezen maar dat is intussen wel zo.) Jezus zegt dingen over echtscheiding, over single zijn en over relaties in het algemeen. Vooral over dat laatste zegt Hij veel. De hele Bergrede gaat daar in feite over: over hoe mensen met God en met elkaar moeten omgaan. Voor- en tegenstanders doen er goed aan om die Bergrede eens op hun gemak te lezen. En als ze dat doen zullen ze al direct aan het begin beschaamd staan. Want daar, in Mattheüs 5, spreekt Jezus Zelf vooral over één ding: het liefhebben van je tegenstander(s). Van degenen die niet tot je ‘eigen groep’ behoren. Dat was en is nog steeds revolutionair. 

In het Oude Testament gaat het liefhebben niet verder dan het liefhebben van de eigen groep. De vijand mag gehaat en moet gedood. Iedereen die niet leeft volgens de wet van God moet gedood. Jezus zegt: “Heb je vijanden lief.” Hij had Zelf zijn vijanden lief. Zijn grootste vijanden waren volksgenoten die het met de wet van God heel nauw namen. Intussen vervulde Hij Zelf de wet van God nauwer en beter dan wie ook ter wereld. Opmerkelijk. 

Jezus Zelf wist namelijk precies wat de Vader van Hem vroeg en Hij heeft precies dat gedaan.