maandag 27 februari 2023

Mens erger je niet

 

‘Oma, dit vind ik een leuk spel, zullen we even een potje doen?’, vraagt Anne onze kleindochter. Ik ben niet van de spelletjes en al helemaal niet van ‘Mens erger je niet’, maar oma’s en kleindochters hebben een unieke relatie. Met hen doe ik dingen die ik als mama bijna nooit deed, van hen verdraag ik oneindig veel meer en aan hen erger ik me vrijwel nooit. En dat terwijl ik heus een expert in me ergeren ben. Mijn man kan daar van meepraten. Bij ‘Mens erger je niet’ mag je je niet ergeren als een medespeler jou met zijn pion van het bord vaagt. Dit gaat een beproeving worden. Als we onze kleur hebben gekozen en begonnen zijn  gniffelt Anne na een paar minuten: ‘Aha oma, je gaat eraan, je moet voortaan een blauwe pion kiezen, blauw wint altijd’. Besmuikt kijk ik toe. Omdat Anne een kleindochter is erger ik me maar een heel klein beetje.

Het tegenovergestelde van je aan iemand ergeren is iemand het goede gunnen.  ‘Die gunt iemand het licht in de ogen niet’, is de uitdrukking. Gun ik mensen aan wie ik me erger het licht in de ogen niet? ‘Oma, opletten’, roept Anne. Zij weet niet dat mijn gedachten van het bord zijn afgedwaald. Meer dan zestig jaar geleden kreeg ik het licht in mijn ogen. Na een paar jaar moest ik dat delen met vier zusjes. Het ergeren begon al vroeg want ik voelde me altijd van mijn plaats gezet als een zusje iets presteerde wat mij niet lukte. Als enig kind ben je maar goed af, dacht ik, dan hoef je je plaatsje nooit met iemand te delen. Anne en ik spelen door. Als ik mijn gele pion over het bord schuif is het opeens mijn beurt om haar van het bord te spelen. Triomfantelijk kijk ik naar haar, hoe zal ze hierop reageren? En dan krijg ik een hele onverwachte blik terug. ‘Oma, kijk, je wordt beter’, roept ze stralend: ’Ik wist het, jij kunt het, ook al ben je oud’.

‘Erger u niet, maar verwonder u’, staat in ons dorp op een huis. Elke keer als ik er langs rijd vraag ik me af hoe ik dat in de vredesnaam voor elkaar zou kunnen krijgen. Vandaag doet Anne het me voor.

maandag 20 februari 2023

Hemelse torenflat

 

Aan de rechtvaardigheid, goedheid en liefde van de Schepper van hemel en aarde mag nooit getwijfeld worden.

De laatste zin van vorige week. Inmiddels zijn we een week verder en verschijnen elke dag de meest verschrikkelijke beelden van de aardbeving op tv.‘Antakya - ooit één van de meest bijzonder steden die ik kende- is veranderd in een spookstad die ruikt naar de dood’, schrijft Olaf Koens. En dan mag een mens niet twijfelen aan de liefde van de Schepper? Zijn de aannemers die de huizen niet aardbevingsbestendig bouwden de schuldige? Heeft God hier niets mee te maken? Maar God heeft het wel toegestaan, het is de breuklijn van de aarde. Het laatste woord is hier nog niet over gezegd en de eerste aannemers in Turkije zijn al opgepakt. Sommige mensen zijn ‘gered’. Maar je kunt je afvragen waarvan? Ze mogen het er levend van afgebracht hebben maar dat leven is beschadigd door een trauma dat ze nooit zullen kwijtraken.

In het Oude Testament is het Job die het meest indringend spreekt over ‘God en het lijden’. In het Nieuwe Testament is het Jezus. Jezus stond niet neutraal tegenover het lijden. Hij bagatelliseerde het ook niet. Hij huilde mee met Maria en Martha die hun broer moesten begraven. Hij vroeg aan een blinde -een ervaringsdeskundig op het gebied van lijden-:’Wat kan Ik voor je doen?’ En Hij genas de man van zijn blindheid. Maar toen het lijden in de meest gruwelijke vorm op hem afkwam, de onverdiende doodstraf, deinsde hij er niet voor terug. En de grote vraag is waarom? Waarom liet hij zich als drieëndertig jarige ombrengen? In de bloei van zijn leven. Zijn leerlingen begrepen er helemaal niks van.

Maar Jezus zei: ’Ik ga naar het huis van mijn Vader waar heel veel woningen zijn.’ (Johannes 14:2,3) ‘Een huis met veel woningen’: wat zullen die leerlingen zich daarbij voorgesteld hebben? Grote flats bestonden nog niet. In de miljoenensteden van vandaag leven de meeste mensen in hoge torenflats en de doden in Turkije die nog niet begraven zijn liggen eronder. ‘Ik ga heen om u plaats te bereiden’, sprak Jezus. Hij bedoelde: Ik ga jullie voor en als jullie zelf moeten sterven mogen jullie weten dat er een hemelse flat met vele woningen voor jullie klaar staat.

maandag 13 februari 2023

Aardbeving

 

Vorige week zondagochtend, 5 februari, zat ik in de Martinikerk in Bolsward vlak naast één van de reusachtige pilaren te wachten tot de dienst begon. Ik was diep onder de indruk van die immens grote kerk op het Friese platteland, maar opeens schoot door me heen: als zo’n pilaar het begeeft, dan stort die hele kerk in en blijft er niets van ons over.  

Voor mij bleef het bij een angstige gedachte. De Martinikerk stortte niet in, hij staat al bijna zes eeuwen op haar grondvesten. Ik wist toen nog niet wat er zich een paar uur eerder in Turkije en Syrië afspeelde: een aardbeving van een omvang die Europa zelden kende. Hele steden stortten in, tienduizenden werden onder het puin bedolven. Het was midden in de nacht, misschien waren sommige mensen in één klap dood. Ik hoop het maar. Er zijn geen woorden voor een drama als dit. Net zoals er geen woorden zijn voor het drama van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Met dit verschil dat velen menen een schuldige te kunnen aanwijzen voor die oorlog: de president van Rusland. Maar wie is er schuldig aan een aardbeving? Het natuurgeweld, moeder natuur? Niet zo’n fijne moeder. Of God?

Wat voor God is dat die zoveel lijden veroorzaakt? Een eeuwenoude vraag, de vraag van Job in het Oude Testament. Job raakte ook op één dag alles kwijt wat hij bezat, tot en met zijn kinderen toen, want die werden bedolven onder het puin toen het huis, waar ze allemaal bij elkaar waren, instortte. (Job 1:19) Jobs vrienden roepen hem ter verantwoording en menen dat zijn lijden de straf van God is. Jobs vrouw zegt dat hij moet ophouden te geloven in een God die dit allemaal toelaat. Maar dat kan Job niet, hij blijft met God in gesprek en aan het einde van het boek is zijn conclusie: een mens moet zijn plek weten, de Schepper van hemel en aarde, van alle zienlijke en onzienlijke dingen heeft een grootheid en macht waar een mens geen enkel idee van heeft. En aan de rechtvaardigheid en goedheid en liefde van deze Schepper mag nooit getwijfeld worden.

(wordt vervolgd) 

maandag 6 februari 2023

Wâldpykje

‘Wy ha hjoed in wâldpykje’, hoorde ik iemand achter me gniffelen. Ik zat in de grote Martinikerk in Bolsward, het was een paar minuten voor half tien, de ochtenddienst begon bijna. Ik dacht aan Bernard die in de consistorie met de ouderlingen stond te wachten. Het majestueuze orgel zou zo gaan inzetten. ‘Een waldpykje’ hadden ze hem genoemd. Ik draaide me om en zei: ’De dominee is een Limburger hoor, ik kan het weten want ik ben met hem getrouwd.’ Het gniffelen ging over in verbaasde blikken.

In Zuid-West Friesland, de streek rond Bolsward, wordt soms neergekeken op Noord-Oost Friesland en met name op de Friese Wouden, de streek waar wij wonen. Het was ooit een armzalig veengebied waar de armste sloebers van heel Friesland woonden: ‘wâldpykjes’. Wij wonen er nu bijna zeven jaar en ik voel me er thuis. Hier wonen geen grote herenboeren maar vrijgevochten mensen, vaak een beetje dwars. Hier zijn ze liever kleine baas dan grote knecht.

De dienst begon en ik liet mijn ogen door de kerk dwalen. Ik zat vlak naast één van de reusachtige pilaren waarop het gebouw rust en bedacht wat er zou gebeuren als zo’n pilaar instortte. Het gebouw dateert uit de 15 er eeuw. De gemeente zong rustig verder maar ik kreeg het benauwd en verlangde naar ons eigen kerkgebouw in de Westereen. Zonder enige allure of historische waarde. Intussen werden mijn voeten steeds kouder, dat heb je in die oude kerken. Wat belachelijk om hier in de winter diensten te houden, dacht ik. In de Westereen hebben we moderne vloerverwarming in de kerk.

Toen scheen de zon door één van de majestueuze, hoge glas in loodramen. Het koude interieur veranderde als bij toverslag in een stralende grootse ruimte. Ik keek naar boven, liet de gewelven in het dak op me inwerken en bedacht dat hier al bijna zes eeuwen mensen samen komen om de almachtige God eer te bewijzen. Een God die vele male groter is dan welke kerk ter wereld ook.
En opeens was ik blij om als wâldpykje deze morgen in de Martinikerk te zitten.

maandag 30 januari 2023

Vrijheid

 

‘De Heer nu is de Geest, en waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid’

(1 Corinthiërs 3:17)

 Deze uitspraak van Paulus is al jaren mijn lievelingsvers vanwege het woordje 'vrijheid’, een voor mij heel aantrekkelijk woord. Vrijheid staat tegenover gebondenheid. Gebondenheid betekent: je moet. Bij vrijheid hoort: je mag.  De Geest van Jezus is de Geest van ‘je mag’. Jezus legt niemand iets op. Hij zegt nooit ‘dit moet en dat mag vooral niet’. Hij zegt altijd: ‘Je mag, maar je hoeft niet, als je niet wilt.’ ‘Komt tot Mij allen die vermoeid en belast zijn’ is geen bevel maar een uitnodiging.

In de kerk (van Jezus Christus) gaat het helaas meestal over moeten: dit en dat en ook dat moet en dit en dat en vooral dat mag niet. Regels en nauwlettend toezien of die worden nageleefd, daar draait het vaak om. Hoe kan dat toch? Waarom is vrijheid een woord dat zich maar moeilijk thuis voelt in de kerk?

Toen mijn vader nog leefde verbaasde het me altijd dat 5 mei, Bevrijdingsdag, zo intens door hem werd beleefd. De stilte op de Dam, de kranslegging voor de slachtoffers, het raakte hem heel diep. Hij maakte de oorlog zelf als tiener mee en zijn moeder werd bijna doodgeschoten door de bezetters. Bevrijding hield voor mijn vader in: ’Bevrijd van de moffen’. Ik geneerde me er soms voor.  Maar ik heb nooit een bezetting meegemaakt. Vrijheid is voor mij een woord waar geen diepe  betekenis aan vastzit: Ik ben vrij, nou ja, dat is mooi dan.

Ik geloof dat voor veel mensen in de kerk het woord vrijheid ook een leeg woord is. ‘Jullie zijn geroepen broeders, om vrij te zijn’, schrijft Paulus ergens anders: Jullie hoeven niet meer onder dwang te leven. Vanaf mei 1945 hoefde Nederland niet meer onder het Duitse bevel te leven. Van welk regime mag een christen zich bevrijd weten? Paulus is daar in al zijn brieven heel duidelijk over: het is de dwang van de wet, samengevat in de Tien Geboden. Want die mogen als een prachtige serie leefregels gezien worden, die regels zijn uiteindelijk niet meer en niet minder dan een middel om de mensheid in bedwang te houden. De Tien Geboden zijn heel duidelijk: dit mag absoluut niet en dat moet absoluut wel. Punt uit. De wet is dwingend.

Mensen die niet van plan zijn om zich strikt aan de wet te houden, zullen het dwingende ervan nooit ervaren. Maar mensen die eerlijk naar zichzelf toe zijn zullen erkennen: dit is te moeilijk, dit red ik niet. Niet roddelen over een ander (=valse getuigenis), niks begeren van een ander. Ik was twintig jaar toen op een kwade dag tot mij doordrong: ik ben eigenlijk helemaal niet zo aardig van binnen als het aan de buitenkant mag lijken. Ik roddel heel wat af, ik begeer bij het leven en ben heel vaak jaloers. Ik liep er maanden mee rond en vroeg me af of ik de enige ter wereld was met wie het zo gesteld was. Totdat. Totdat het licht doorbrak na een gesprek met iemand die zich een christen noemde:’ Jezus weet dat jij vanuit jezelf helemaal niet kan doen wat de wet verlangt. Daarvoor is Hij naar de aarde gekomen. Hij stierf voor al die fouten die jij gemaakt hebt, maar Hij stond op en Hij leeft om je te helpen het van nu af aan beter te doen. Je hoeft niet meer onder de dwang van de wet te leven, je mag samen met Jezus door het leven gaan. Hij wil je zijn Geest, de Heilige Geest geven en met die Geest in je hart zul je merken dat je opeens niets liever wilt dan het goede doen.’

maandag 23 januari 2023

Jezus' veelkleurige wijsheid

 

- Ik ga graag naar de kerk omdat Jezus de goede Herder is. Ik wil hem volgen  en elke zondag luister ik naar zijn aanwijzingen.

- Nou, daar hoort wel iets bij dat je nooit mag vergeten. Jezus noemt zichzelf ook het Licht van de wereld. Juist als wij in het donker tasten wil Hij licht op ons pad brengen.

- Ik hoor wat jullie zeggen en het klinkt goed, maar beseffen jullie wel goed wie Jezus is? Jezus wil ons bij de Vader brengen: ’Ik ben de Deur’, zegt Hij. Wanneer je door Hem naar binnen gaat kom je bij de Vader. Misschien moeten jullie toch eens wat meer in de bijbel lezen.

- Dat laatste moeten jullie alle drie doen, dan zullen jullie lezen dat Jezus zichzelf het Brood des levens noemt. Dat gaat wel een beetje dieper dan waar jullie het over hebben. Hij wil dat we Hem eten. Niet letterlijk maar figuurlijk, we moeten zijn woorden in ons opnemen.

- Tjonge, wat klinkt dat allemaal wijs terwijl jullie allemaal om de kern heen draaien: Jezus is de Opstanding en het leven. Hij heeft de dood overwonnen. Het mensenleven gaat verder dan dit aardse leven. Daar moet in de kerk over gepreekt worden.

- Laat ik dan ook maar een duit in het zakje doen. Ik zal jullie zeggen wat het meeste in onze kerk gepreekt wordt. Dat is dan ook precies de reden dat ik naar die kerk ga. Onze kerk is de beste, want daar wordt gepreekt: ’Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Kijk, dat vergeten veel kerken. Er is maar één waarheid en dat is Jezus, het is maar even dat jullie dat allemaal weten. Maar wees welkom in onze kerk hoor!

- Uh, blijven jullie nog even bij elkaar, ik wil ook wat zeggen, want jullie hebben ze nog niet alle zeven gehad. Jezus deed zeven ‘Ik ben’ uitspraken. Heeft Hij dat bewust gedaan? Omdat Hij weet dat niet alle mensen hetzelfde zijn? De één wordt vooral door het Licht aangesproken, de ander door de Waarheid. Maar in zijn laatste uitspraak liet Jezus zien dat al zijn volgelingen bij elkaar horen: ’Ik ben de Ware Wijnstok en jullie zijn (allemaal!) de ranken. ‘Wie in Mij blijft, die draagt veel vrucht.’

Hoeveel vrucht dragen jullie eigenlijk?  

maandag 16 januari 2023

Verdraagzaamheid (3)

 

Het jaar 2023 begint voor mij in elk opzicht met lessen over verdraagzaamheid. De eerste les schreef ik als blogje naar aanleiding van 1 Corinthiërs 13: De liefde verdraagt alles. Enkele uren nadat ik het gepost had kwam de test: Onze geplande, betaalde en ingecheckte vlucht naar Kenia ging niet door omdat we geen E-visum konden tonen vlak voor het instijgen. ‘Nu komt het er op aan’, zei ik tegen Bernard.

Toch wel een beetje met een kater begonnen we aan de eerste week van het nieuwe jaar. Gelukkig niet alleen met een kater maar ook in het bezit van een nieuw boek, dat ik in de wachtende uren op Schiphol gekocht had: de biografie van Etty Hillesum, geschreven door Judith Koelemeijer. Ik zag het liggen en moest het kopen. ‘Ga ik heerlijk in lezen in Kenia’, zei ik tegen Bernard. Ik ben zowel van Judith als van Etty een grote fan, hoewel de laatste al niet meer leeft. Ze stierf in 1943 in een Duits concentratiekamp. Enkel en alleen omdat ze Joods was. Ze was één van de zes miljoen Joden die in de Tweede Wereldoorlog vermoord werden.

Etty had een groot schrijftalent dat ze pas in de oorlog ontdekte. Ze ging schrijven over alles wat ze meemaakte, tot en met kamp Westerbork en het instappen in de wagon die naar haar ondergang leidde. In de jaren na de oorlog was er geen uitgever die er brood in zag. Enkel en alleen omdat Etty geen verzet had geboden tegen de Duitsers maar haar lot had verdragen. ‘Waarom zou ik dit lot, het lot van de Joden, het lot dat wij al zoveel eeuwen ondergaan, niet delen?’ Etty las veel in het Nieuwe Testament de laatste maanden van haar korte leven. Ze is maar negenentwintig geworden en heeft zelf nooit mogen meemaken dat haar schrijfsels door miljoenen mensen over de hele wereld worden gelezen. Ze is mijn allergrootste voorbeeld van iemand die leerde en toepaste wat verdraagzaamheid is: zij aanvaardde het lijden. Dat is nog eens wat anders dan accepteren dat een vakantie niet doorgaat.  

Want dit is genade, indien iemand, omdat hij met God rekening houdt, leed verdraagt, dat hij ten onrechte lijdt.’ (1 Petrus 2:19)     

maandag 9 januari 2023

Test


‘Het meest wezenlijk kenmerk van liefde is dat ze alles verdraagt’. Ik schreef het in 2022, ik postte het op Nieuwjaarsdag 2023. Het was drie uur ’s middags en Bernard en ik zaten op Schiphol te wachten tot het moment dat we aan boord zouden gaan voor onze vakantievlucht naar Kenia. Dat wachten zou nog uren duren, dus er was voldoende tijd. ‘Mooi hoor’, zei Bernard toen ik het hem liet lezen. Uit verveling stuurde ik foto’s van Schiphol naar onze kinderen: ’Kijk eens, het is helemaal niet druk hier, we hadden niet zo vroeg hoeven te komen, maar ja als ervaren reizigers zijn we nou eenmaal voorbereid op alles.’

Om half zes liepen we met onze rolkoffertjes richting de gate waar ons vliegtuig stond. ‘Ik hoop dat het vliegtuig niet vol is, dan kunnen we misschien wel liggen en slapen’, zei ik tegen Bernard. We zouden een nachtvlucht hebben en s’ morgens in Mombassa aan komen. Maandenlang hadden we ons verheugd op het weerzien van en verblijf in het land waar we als gezin zo lang woonden. In deze tijd van het jaar is het daar zomer, een welkome afwisseling met de kwakkelwinter in Nederland.

Bij de gate haalde Bernard al de benodigdheden tevoorschijn: onze passen, onze instapkaart en de inenting formulieren. ‘Mag ik ook uw E-visum zien?’, vroeg de grondstewardess. ‘Die kopen we altijd bij aankomst in Kenia’, zei Bernard en hij voegde er met een grijns aan toe: ’We hebben er elf jaar gewoon he, we kennen de gang van zaken daar.’ De stewardess in haar blauwe KLM-pakje lachte niet terug: ’Die regel is sinds 2021 veranderd, zonder visum bij aankomst komt niemand het land in. ’Wij hoorden haar verbijsterd aan, het vliegtuig zou over drie kwartier vertrekken. ‘Kunnen we het nu nog niet even regelen online?’, vroeg Bernard. Een andere stewardess kwam erbij staan en zei: ’Dat zal niet gaan lukken, het kost meestal twee dagen, jullie koffers gaan van boord.’

Dit kan niet waar zijn, dacht ik. Dit is een foute 1 aprilgrap op Nieuwjaarsdag en zo meteen zal ze dat zeggen. Maar het was geen grap, de stewardessen regelden via de telefoon dat onze koffers, die al uren geleden waren ingecheckt, van boord werden gehaald: ’Bij afhaal punt 16 zullen ze van de band rollen, daar zult u wel even op moeten wachten.’ Intussen zagen we hoe de laatste mensen naar de vliegtuigslurf liepen. ‘Ik vind het heel jammer voor u, maar ik kan echt niks voor u doen’, zei de stewardess en daarmee was de kous af. Wij ploften naast elkaar neer in de wachtruimte waarin alleen nog maar lege stoelen waren te zien.

‘De liefde verdraagt alles’, fluisterde ik tegen Bernard.

zondag 1 januari 2023

Goed voornemen

 Vandaag is het niet alleen de eerste dag van de nieuwe week maar ook de eerste dag van het Nieuwe jaar. Een dag vol beloftes, een dag van de schone lei, de hoopvolle verwachtingen en de goede voornemens.  

Ik had me al weken geleden voorgenomen om dit eerste blogje van het nieuwe jaar te schrijven over de hoofdopdracht van een volgeling van Jezus: het in praktijk brengen van de liefde. Voor dit blogje bestudeerde ik daarom het hoofdstuk over de liefde in het Nieuwe Testament: 1 Corinthiërs 13. ‘Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong.’ Ieder mens die een beetje thuis is in de bijbel kent dit begin dat eigenlijk heel merkwaardig is. Want boven 1 Corinthiërs 13 staat als titel ‘de liefde’ en dan begint het gedeelte vervolgens met wat de liefde niet is. Hele wijze, goede woorden of hele verstandige raad uitspreken, heel veel hulp aan mensen geven: kortom allerlei daden met of zonder woorden mogen misschien op liefde lijken, maar hoeven dat helemaal niet te zijn. Zelfs als iemand alles voor een ander over heeft, kan ook dat gepaard gaan zonder liefde.

Zo begint het gedeelte. En dan volgt er wat liefde wel is en komt er een opsomming van kernwoorden. Deze eerste dag noem ik alleen het eerste daarvan omdat ik er tot mijn verrassing achter kwam dat het rijtje daar ook mee eindigt. ‘De liefde is lankmoedig’, staat er. Ik heb dat ouderwetse woord even opgezocht: veel verdragend. ‘De liefde verdraagt alles’, zo eindigt het rijtje. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik zie hier voor mezelf wel een voornemen in voor het nieuwe jaar.

Leve de verdraagzaamheid in 2023!

maandag 26 december 2022

Zo lief

 

‘Zo lief’: een uitspraak die dagelijks door duizenden mensen gedaan wordt, als ze over een wieg of een kinderwagen gebogen staan: ‘Zo lief, dat ronde koppie, die piepkleine vingertjes en nog helemaal geen haartjes, ach wat schattig.’ De hele wereld is het over één ding eens: pasgeboren baby’s zijn het allerliefste dat er bestaat.

Gisteren was het Eerste Kerstdag en dachten we aan de geboorte van het Kerstkind: ‘Zo lief heeft God de wereld gehad dat Hij het een Kerstkind stuurde.’ Baby Jezus roept alleen maar liefde op. In de nacht dat Jezus geboren werd juichte de hemel, kreeg een groep herders de schrik van hun leven waarna ze op kraambezoek mochten: ’Zo lief.’ Een tijdje later kwamen drie wijzen uit het Oosten Jezus bewonderen: ‘Zo lief.’ Nog weer later bedacht koning Herodus dat die baby wel eens zou kunnen uitgroeien tot een machtige koning die hem van de troon kon stoten. Dus probeerde hij met alle macht om die kleine baby te pakken te krijgen. Wat hem niet lukte, gelukkig. Maar Herodus had helemaal niet in paniek hoeven te zijn, want baby Jezus bleef ook als volwassen Man de liefste Persoon die ooit op aarde leefde. ‘Zo lief heeft God de wereld gehad’: Jezus kwam niet als een machthebber die zijn wil aan mensen opdrong, Hij stond niet boven de mensen, Hij leefde onder hen, als een hele gewone man. Zo gewoon dat niemand in het dorp waar hij opgroeide besefte dat de Koning van de wereld bij hen woonde. ‘Zo lief had God de wereld.’

Jezus is de grote Koning die er zelf voor koos om als baby geboren te worden. Zo lief heeft Hij de wereld en het enige wat Hij vraagt, aan iedereen waar ook maar ter wereld is: ’Heb je Mij ook lief?’ 

zondag 18 december 2022

Kerststress (3)

‘En toch nog lekker gegeten Margriet om tien uur?’, vroeg iemand die las hoe mijn zusje en ik met de keukendeur op slot ons uitsloofden voor ons kerstdiner. De smaak van dat kerstdiner kan ik me niet herinneren, maar de smaak van onze bijzondere gehaktballen een paar jaar later des te meer.

Ik had over die gehaktballen gelezen in de Allerhande: ’Om het vlees van gehaktballen zachter en smaakvoller te maken kun je er het beste baking soda aan toevoegen.’ Smaakvoller en zachter klonk veelbelovend en soda had mama altijd in huis, dus dit leek niet moeilijk. ‘We lossen gewoon wat soda op in heet water en als dat afgekoeld is mengen we het door het gehakt’, zei ik tegen mijn zusje. ’We gingen vroeg aan de slag, het draaien van de gehaktballen verliep gladjes, het bakken ging beter dan ooit, de jus werd mooi zacht en glibberig. ‘Dat komt natuurlijk door die soda’, zei ik, ‘dat kan mama best wel eens vaker doen’.

Omdat we inmiddels wat ervaring hadden waren we op tijd klaar. ‘Het ruikt echt  apart, zei papa handenwrijvend. Het was tweede Kerstdag, alle preken zaten er op, papa verheugde zich op het diner. Na de soep kwam het hoofgerecht met de sodaballen. Mama nam een hap van haar bal, kauwde, slikte door en legde daarna haar lepel naast haar bord. Ze keek papa aan, die inmiddels met zijn tweede hap bezig was. ‘Hoe smaakt het Ben?’, zei ze. ‘Nou goed hoor, ik vind vlees altijd fijn.’ Papa nam nog een hap toen ons jongste zusje riep: ’Mama, ik vind dit vies’, en ze spuugde haar hap uit op haar bord. Dat laatste was iets wat ik als oudste nooit zou durven, maar ik zag dat mama knikte. Haar jongste dochter had woorden gegeven aan wat ze zelf had gedacht. ‘Wat hebben jullie door die ballen gedaan?’, vroeg ze. ‘Nou, soda natuurlijk, want het zijn sodaballen’, murmelde ik. Hadden wij iets fout gedaan? Nu legde ook papa zijn vork neer: ’Sodaballen? Hebben jullie hier soda door gedaan?’ Ik zag dat mama probeerde om niet te lachen en mijn zusje zei: ’Dat moest van de Allerhande hoor’.

Pas jaren later begreep ik het verschil tussen ‘baking soda’ en gewone kristalsoda. Dat laatste is totaal ongeschikt om te gebruiken in het eten. ‘Ik dacht al toen jullie bezig waren, wat ruikt het vreemd’, giechelde mama.