maandag 13 maart 2017

Afkes tiental

Welke Fries kent het niet? “Afkes tiental”, geschreven door Nynke van Hichtum, vrouw van Pieter Jelles Troelstra. Haar echte naam is Sjoukje de Bok. Ze was de vijfde dochter van een dominee en werd in 1860 geboren in Nes, zo’n twintig minuten van de Westereen. Nes is het meest noordelijke dorpje boven Dokkum en ligt vlak bij Ternaard, waar Bernard en ik ook een tijdje woonden. Het mag dus niemand verwonderen dat Nynke van Hichtum tot mijn verbeelding spreekt. Dat deed ze overigens al toen ikzelf, als oudste van vijf domineesdochters, in Nunspeet woonde. Een oom bracht in die tijd “Afkes tiental” als verjaardagscadeautje voor één van ons mee. In die dagen speelden wij heel vaak ‘vadertje en moedertje.’

Toen ik een jaar of twintig was en de tijd aanbrak om aan een echte man te denken duurde het even voor die opdaagde. Ik was jaar in haar uit verliefd, dan weer op deze, dan weer op gene, maar de ware Jacob liet op zich wachten. Niet één, niet twee of drie jaar, maar meer dan tien. En dus begon pas op mijn 33e het echte moederschap. Wij kregen drie prachtige kinderen, een mooi getal, maar tien was in mijn beleving nog mooier geweest.


Onze kinderen zijn nu alle drie de twintig gepasseerd en vlotter op het liefdespad dan hun moeder. Dat betekent dat wij nu al drie plus twee (schoon-)kinderen hebben. Drie plus twee maakt vijf. Vijf plus één kleinkind brengt het aantal op zes. Vorige week werden we opnieuw opa en oma, van onze tweede kleindochter, waardoor het totaalaantal op zeven komt. Zeven (schoon, klein-) kinderen! Zoveel had ik nooit durven dromen toen die man maar op zich liet wachten. En nu kan ik bijna niet wachten met voorlezen van “Afkes tiental” aan onze kleindochters.    

maandag 6 maart 2017

Van preken naar strijken

De rol als ‘vrouw ván de predikant’, bevalt me opperbest. Want van mij wordt niet verwacht om elke zondag met een frisse preek de preekstoel te beklimmen en paraat te zijn bij kerkeraads-vergaderingen en familieaangelegenheden. En dat niet moeten geeft rust. Sinds onze trouwdag neem ik de telefoon niet op: “Met dominee Steenbeek”, maar: “Met Margriet Terlouw”. Ik vond dat veel mooier klinken en sprak het met trots uit. Want Bernard Terlouw was de prins op het witte paard, man van mijn dromen die mij ten huwelijk had gevraagd. Wie zou nog meer verlangen?

Ik dus. Want na een aantal maanden in de huwelijkse staat had ik genoeg van het strijken van de overhemden van mijn prins, kon koken me niet werkelijk boeien, om van stofzuigen nog maar te zwijgen. Ik verlangde terug naar het maken van een stevige preek en naar de ferme handdrukken erna. Bernard en ik hadden het samen zo besloten: hij zou het werk in de gemeente doen, ik zou zorg dragen voor het gezin. Maar het verlangen naar ‘meer’: meer status, meer ‘echt werk’, meer voldoening begon op de achtergrond aan me te knagen.

Totdat ik op een goede dag het ‘Onze Vader’ bad en dat gebed niet verder kwam dan de eerste twee woorden. Als in een flits zag ik het voor me: God wil dat wij Hem als Vader zien en onszelf als zijn kind. Het maakt niet uit of iemand president, bejaardenverzorgster, kleuter, accountant, asielzoeker, predikant of huisvrouw is. God ziet in ieder mens allereerst een kind waarvan Hij de Vader is en als goede Vader weet Hij precies wat ieder van zijn kinderen nodig heeft. 

Die morgen beleed ik: ”Onze Vader, vergeef me dat ik zo vaak wat anders wil zijn dan alleen uw kind.”

    

maandag 27 februari 2017

Gewetenswroeging

Plaats van handeling is de Co-op in de Westereen die mij vaak verleidt met de ‘aanbieding van de week.’ Deze keer was de “Cabernet” uit Chili zo goed geprijsd dat ik twee dozen á zes stuks in mijn karretje laadde. (Soms heb ik hamsterneigingen.) “Wilt u het bonnetje mee?”, vroeg de kassière. “Jazeker”, bonnetjes worden door mij altijd gecontroleerd. En inderdaad: deze keer was het volgens mijn berekening niet goed gegaan. In plaats van twaalf keer korting (op twaalf flessen wijn) was er maar zes keer korting afgegaan en vijftien euro te veel betaald. ”Daar kun je bijna een boek van kopen”, bedacht ik afstevende op de bedrijfsleidster. Eén blik op het bonnetje was voor haar voldoende, joviaal trok ze de kassa en overhandigde mij twee briefjes.

Wat ik eigenlijk normaliter nooit doe, nu dus wel: thuis nog een keer het bonnetje bestuderen. Dat kwam omdat mijn moeder me belde vlak na deze reuzeaankoop: ”Hoeveel heb je er dan voor betaald?”, vroeg ze. “Ik weet het niet helemaal precies meer, maar echt een hele goed prijs, geloof me.” Toch nog maar eens kijken naar het precieze bedrag, nadat we hadden opgehangen. En toen las ik wat wij beide, de bedrijfsleidster en ik, over het hoofd hadden gezien: er was wel degelijk twee keer zes (=twaalf keer) korting afgerekend. Op die vijftien euro, waar ik al een boek voor in mijn gedachten had, had ik dus helemaal geen recht. 

Die wijn zou me niet lekker gaan smaken en zat er dus niets anders op dan terug naar de Co-op met vijftien euro en een stuntelend verhaal. “Tjonge, dankjewel, en wacht nog even”, zei een bedremmelde bedrijfsleidster. Met een vrolijk roze/paars gekleurd boeketje gerbera’s - “als blijk van waardering voor de eerlijkheid”- kwam ze terug. Had ik toch nog een boek(et).




   

maandag 20 februari 2017

De baas spelen

Lonicera henry i, Hydrangea- Petiolaris, Vitis Lambrusca Himrod…: als je na deze woorden afhaakt om verder te lezen snap ik dat. Toch hoop ik dat je dat niet doet en laat ik dit alvast verklappen: die vreemde woorden zijn de Latijnse namen van ‘kamperfoelie, klimhortensia en witte druif’: nieuwe planten in onze tuin. Vorige week was het zover en ging de tuinman/kweker uit de buurt aan de slag. Ik stond erbij en ik keek ernaar en vroeg hem de oren van het lijf. “Hoeveel mest moet daarbij, wanneer moet dit gesnoeid, heeft deze veel zon nodig en ga zo maar door”. Mijn kennis over tuinieren is in een paar uur verrijkt en het resultaat van zijn werk mag er zijn.

Die avond las ik in Genesis over Adam en Eva in de paradijs-tuin: ”Jullie moeten de baas zijn over de aarde”, zei God tegen hen (Genesis 1:28). Ze mochten name geven aan de planten en de dieren en het tuinmanschap ging hen goed af, totdat ze ongehoorzaam werden aan dat ene verbod: eten van de boom die ‘je leert wat goed is en wat kwaad is’.  (2:17) Dat had grote gevolgen. Ze werden uit het paradijs verdreven, het bewerken van de aarde zou met pijn en moeite gepaard gaan en (tot overmaat van ramp): Adam zou niet alleen de baas worden over de planten, vissen en vogels, maar ook over zijn vrouw! (3:16) Dat was niet Gods oorspronkelijke plan, de baas spelen over elkaar is nooit ‘zeer goed’.

De adviezen van mijn tuinman waren de adviezen van een ‘baas’ die helemaal gericht was op (mijn wensen voor) mijn tuin. Ik had hem dat gezag gegeven omdat ik hem vertrouwde. Als mensen de baas over elkaar gaan spelen omdat ze kicken op hun macht als ‘de Baas’ moet je alert zijn!


maandag 13 februari 2017

De jongen zonder been

Afgelopen vrijdag hadden we een feestje. In de Westereen zijn ze daar dol op. Eerst taart met koffie, later op de avond bier en wijn en worst en kaas en nog meer worst en kaas. Tot in de late uurtjes. Ik zag Bernard uit een ooghoek geanimeerd met iemand praten en was nieuwsgierig. Zo nieuwsgierig dat ik niet oplette in het gesprek dat ik zelf met iemand voerde. Dus ving ik flarden op hier en flarden op daar. “Hoe is het nu eigenlijk afgelopen met die jongen op het voetbalveld?”, vroeg ik op de terugweg. “Niet best, ligt in het ziekenhuis, moet geopereerd.” 

Het was laat, we gingen slapen, ik vergat de jongen op het voetbalveld maar twee dagen later ving ik opnieuw iets op: ”Heb je het al gehoord: de operatie van het been is mislukt, ziet er niet best uit.” Die avond was er een gesprekskring in de kerk en bleek het been van de jongen dorpsnieuws van de dag: “Been moet hoogstwaarschijnlijk geamputeerd”, zoemde overal rond. Boudewijn de Groot schreef een lied voor zijn zoontje toen het nog klein was: ”Als hij maar geen voetballer wordt, ze schoppen hem halfdood.” Arme ouders, dacht ik bij mezelf. Deze keer kon ik niet slapen, ik had die jongen, zonder been en met een prothese, steeds op mijn netvlies. 

En wie reed er de volgende dag door onze straat? De jongen, stralend op een gewone fiets met op elke trapper een been. “Wat was er nu eigenlijk aan de hand met je been?”, vroeg ik hem. “Oh, viel allemaal reuze mee, deed even pijn, ze moesten me van het veld dragen, maar na een avondje rust op de bank gaat het weer goed.”  

Moraal van het verhaal: vertrouw alleen de juiste bron J



maandag 6 februari 2017

Pakje shag

Ik dwaal door de Aldi (in de Westereen is die zo groot dat je er kunt dwalen) en kom er niet uit als ik voor de groente sta: alle soorten zijn vreselijk duur. Opgevoed door een vader die tot op zeer hoge leeftijd zijn eigen groente verbouwde vind ik een euro voor een pond prei al gauw teveel, maar deze keer is bijna alles boven de twee euro.

Als ik mijn glazen potten met sperziebonen en bietjes van de band haal begin ik een praatje met de man achter de kassa:” Geen verse groente deze keer, want een bloemkool voor 2.79 is echt te veel!” Hij reageert begrijpend: ”Niet alleen bij ons hoor, overal zijn groenten duur, de oogst in het zuiden van Europa was heel slecht.” Ik bewonder zijn kennis over de oogst maar de klant achter mij doet een duit in het zakje, naar mij toe: “Nou, ik vind dat u niet moet zeuren. Ik denk nooit na over de prijs, voor mij is 2.79 euro helemaal niet te veel voor een bloemkool. U weet vast niet hoeveel een pakje shag kost?” Bedremmeld knik ik ‘nee’. “Meer dan een bloemkool, dat mag u weten, en ik was gewend om heel veel pakjes shag te kopen. Maar nu niet meer, godzijdank. Ik ben trots op elke bloemkool die ik koop en ik let nooit op prijs."

”Sta ik hier notabene in de Aldi en wijst een onbekende mij op iets waarvan een variant in de bijbel te vinden is. Deze vrouw weet het: het is of het één, of het ander. “Jullie kunnen niet God dienen én de mammon”, zegt Jezus. Ik geloof dat ik als christen God dien, maar dien ik misschien toch af en toe een beetje de god van het geld?

maandag 30 januari 2017

Het vrouwenbrein

Wie het You Tube fimpje gezien heeft begrijp wat ik met woorden ga uit leggen: het verschil tussen het brein van een man en een vrouw. Dat van een man is gevuld met allemaal doosjes, doosje voor het werk, doosje voor de auto, doosje voor z’n vrouw. En die doosjes hebben geen enkele verbinding met elkaar. Het brein van een vrouw ziet er heel anders uit: daar geen aparte doosjes, maar eerder één grote sissende kluwen draden waar alles met elkaar te maken heeft: werk-kinderen-ouders-hobby’s-man.

Ik leef al 57 jaar met het vrouwenbrein, waarvan 26 jaar naast een man en daarom durf ik te beweren dat het voor een vrouw moeilijker is om tot rust te komen dan voor een man. Als wij samen naar een film kijken dan gaat er in mijn brein altijd veel meer om dan alleen die film. Dan wil ik Bernard vertellen dat die en die acteur ook in andere films speelt en dat ik dat en dat over de regisseur weet. Altijd tot ongenoegen van Bernard ‘die gewoon alleen naar de film wil kijken’. Een vrouw komt dus niet echt tot rust van een film, ik in elk geval niet.

Maar ik heb ontdekt waar ik wel van tot rust kom. Het mag ouderwets lijken, tuttig, niet meer van deze tijd, maar het werkt bij mij: ik komt tot rust van: was opvouwen, boodschappen doen, koken, afwasmachine in-en uit ruimen en het meest van alles: strijken. Twintig jaar geleden -we waren net getrouwd- waren al die dingen een bron van frustratie voor me. Maar ik veranderde met de jaren en dat heeft te maken met dat You Tube filmpje: juist omdat die hersens van mij altijd en eeuwig tekeer gaan moet ik af en toe alleen even met mijn handen bezig zijn.    





maandag 23 januari 2017

De Westereense Unie

Terwijl in de grote wereld de eenheid tussen landen en continenten bijna iets van het verleden wordt is doen de kerken in de Westereen er alles aan om de eenheid te bevorderen. Engeland is uit de Europese Unie gestapt, de nieuwe Amerikaanse president heeft aangekondigd dat het afgelopen zal zijn met de positieve Amerikaanse betrekkingen naar Europa toe: “Ieder voor zich”, is zijn devies. Maar in de Westereen kwamen de afgelopen week de Christelijke Gereformeerde Kerk, de Pinkstergemeente en de Protestante gemeente drie keer een avond bij elkaar om s a m e n te bidden. Want s a m en kunnen we meer dan alleen. S a m en hebben we een groter getuigenis naar de wereld. S a m e n weten we ons door elkaar (s geloof) gesterkt.

Ik was er drie keer bij en hoewel het met iets kostte – ‘vrije tijd’- werd ik er elke avond enthousiaster van. Na drie keer dacht ik: Eigenlijk zouden we dit veel vaker moeten doen. Het was heel bijzonder om in kleine groepjes te bidden met mensen die ik nog nooit eerder ontmoet had. Jong en oud. Sommigen kwamen mij vaag bekend voor van het winkelen. Als ik ze straks weer tegenkom kan ik ze groeten: ”Dag zuster, dag broeder!”

“Alle Menschen werden Brüder”, werd in 1985 het officiële volkslied van de Europese Unie. Het is een prachtig lied, gecomponeerd door Ludwig van Beethoven, dat oproept tot eenheid.  Afgelopen week zongen we ook liederen, steeds andere want iedere kerk heeft zo zijn eigen genre. Die liederen gingen niet over de mens, maar over God de Vader en zijn Zoon, Jezus Christus. Want zijn komst in de wereld maakt het grote verschil. Alleen die mensen die Jezus aanvaarden als hun grote Broer worden echte broeders en zusters. 

maandag 16 januari 2017

Oud en Nieuw

Hoewel Oud en Nieuw al weer een paar weken achter ons ligt blijft januari de maand bij uitstek van de nieuwe voornemens. 2016 komt nooit meer terug, 2017 is aarzelend begonnen met het aftellen van de dagen. Wat zal dit jaar ons brengen? Zal het ook bol gaan staan van heftige dingen zoals die van 2016? Terroristische aanslagen, het afbrokkelen van de verzorgingsmaatschappij, onverwachte verkiezingsuitslagen?

 Johannes schrijft in zijn eerste brief in de bijbel ook over oud en nieuw: ”Geliefde broeders en zusters, ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor maar een oud, dat u vanaf het begin bekend is. Dat oude gebod is de boodschap die u gehoord hebt. Toch is het ook een nieuw gebod, omdat de duisternis wijkt en het ware licht al schijnt, en dit is werkelijkheid in Jezus’ leven en uw leven.” (1 Johannes 2:8,9) Met het ‘oude gebod dat toch ook weer nieuw is’ bedoelt Johannes het gebod: ”Heb uw naaste lief als uzelf”. Dat is oud omdat het ook al in het Oude Testament voorkomt. Maar nieuw omdat Jezus het op één lijn zet met het liefhebben van God. Johannes verwoordt het zo: “Als iemand zegt: Ik heb God lief, maar hij haat zijn broeder of zuster, is hij een leugenaar” (1 Johannes 4:20a) Geeft te denken toch?

“Heb uw naaste lief als uzelf”: voor Jezus is dit gebod ook in 2017 het belangrijkste. Hij geeft jou en mij de uitdaging om deze houding te hebben naar elke (oude en nieuwe) relatie die dit jaar op ons pad komt. Het klinkt zo eenvoudig, het is zo supermoeilijk omdat het ‘ik zelf’ altijd weer de kop op steekt. Maar Jezus weet dat en Hij wil en kan - juist op dit punt- zijn volgelingen helpen: Gelukkig Nieuw Jaar!

maandag 9 januari 2017

Onverwachte boodschap

Geveld door de griep greep ik deze maandag in de oude doos (meditaties). Ik koos deze vanwege de verrassing aan het einde:

Eventjes maar, denk ik, da’s toch niet erg? Zij hoeft het niet te weten, ze is toch druk bezig in de keuken. Ik kan mijn ogen niet van hem afhouden. Voor ik er erg in heb zit ik gefascineerd op de grond te luisteren. Het lijkt alsof alles wat Hij zegt alleen over mij gaat. Maar ik durf zijn kant niet op te kijken: Hij is in staat om mensen met één blik van zijn ogen het goede te laten doen.

Opeens wordt Hij onderbroken door een boze vrouwenstem. Ik ken die stem en de angst slaat me om het hart. Ik heb haar niet zien binnenkomen: "Heer, kan het u niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen?” Ik zou wel door de grond willen zakken. Ik word rood en warm en durf alleen naar de grond te kijken. Ik weet dat het niet goed van me is dat ik hier zit. Ze heeft gelijk. Waarom heeft ze me niet even op mijn schouder getikt? 

Stil wacht ik het vonnis af en dan begint Hij te praten: ”Marta, Marta!” Verbaasd kijk ik op, Hij heeft het niet tegen mij maar tegen haar: ”Je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk.” Dat komt door mij, ik weet het. “Er is maar één ding nodig. Maria…” Ik sta op want ik weet dat het nu komt: ”Maria heeft het beste deel gekozen en dat zal haar niet worden ontnomen”. Ik kijk hem aan en kan mijn ogen niet geloven. Het gebaar dat hij met zijn arm maakt nodigt me uit om weer bij hem te gaan zitten.


Vrij naar Lucas 10:38-42

maandag 2 januari 2017

Schone lei


Opgelucht stapte ik over de weg op zondag 1 januari. Het was koud, winderig en nat maar ik had ongelooflijk behoefte aan een frisse neus. Op 31 december zet ik namelijk nooit een voet buiten de deur want ik ben zo iemand die bang is voor vuurwerk. Dat had ik als klein meisje al. En zoals honden het ruiken als iemand bang voor ze is zo roken de kleine jongetjes in mijn omgeving mijn vuurwerkangst: zodra ik ergens verscheen vlogen de knallende rotjes me om de oren. 

Eigenaardig is dat: op 31 december is het drukte alom op straat en in de winkels, op 1 januari loopt er geen kip. Alleen ik dus, vanbinnen vergenoegd en blij dat het weer voorbij was. In de verte zag ik een man zijn stoepje schoonvegen. “Nou, lekker opruimen die troep he?”, knikte ik hem toe. “Ja, het geeft troep maar in de Westereen maken ze mooi vuurwerk toch?” Ik zag dat hij een loftuiting verwachtte maar hij was bij mij aan het verkeerde adres. “Nou, dat carbidschieten was nieuw voor me, maar mooi zou ik het niet noemen, het leken wel kanonschoten.” Het klonk afkeurend want ik kon er werkelijk niets moois over bedenken. 

Tot mijn stomme verbazing liet hij mij amper uitpraten: ”Carbidschieten is juist het allermooiste, die harde knallen geven helemaal aan waarom het gaat!” “Hoe bedoel je”?”, stotterde ik. “Nou, je knalt het oude jaar vol moeilijke dingen van je af, en dat moet ook anders kun je niet met een schone lei opnieuw beginnen. Hoe harder de knallen, hoe meer je beseft dat dit jaar voorbij is en het gelukkig nooit weer terugkomt.

Met een hele nieuwe visie op vuurwerk liep ik terug naar huis….