maandag 15 mei 2017

Sleurhut

Nog een paar weken en je ziet ze weer overal op de Nederlandse snelwegen: caravans. Een caravan is ‘een vakantiehuisje op wielen dat achter een auto kan’. Deze prachtige definitie vond ik op internet. Gisteren hebben wij de onze van stal gehaald. Dik onder het stof zat ie. Dus vandaag is het poetsen en stofzuigen en schoonmaken. Maar dat doe ik met plezier voor mijn vakantiehuisje op wielen. “Hebben jullie ook zo’n sleurhut”, vraagt een jongen uit de gemeente. “Je bedoelt onze caravan?”, ik ben verontwaardigd vanwege die term. “Ja, voor mij zijn het allemaal sleurhutten, je kunt met zo’n ding achter de auto helemaal geen tempo maken”, hij is nog jong maar heeft al meerdere auto’s in zijn bezit en inderdaad, met onze Kip rijden we in een kalm tempo. Maar is dat erg?Het schoonmaken en inpakken kost me deze keer meer tijd dan andere jaren, maar ik weet wat ik ervoor terugkrijg: een paar dagen zonder sleur. Sleurhut is niet alleen een naar woord, het klopt ook niet want onze caravan is juist een ‘uit-de-sleur-hut’. Dat moet ik de jongen met de meerdere auto’s toch maar eens vertellen. 

Toen wij jonger waren hadden we overigens precies dezelfde mening over al die caravans die we inhaalden: “Wat drijft mensen om zo’n ding te kopen?” Inmiddels allebei 50 + weten we het: Het is het verlangen naar vrijheid en losbreken uit de sleur van alle dag. Sleur is ‘iets dat je zo vaak doet dat het vervelend geworden is’ (opnieuw internet). Zoals het huishouden: opruimen, stofzuigen, wassen en strijken. Dat hoeft allemaal niet in de caravan. En mocht ik, uit gewoonte, toch aan het huishouden slaan dan ben ik zomaar klaar, want onze caravan is en blijft een huis-je, met nadruk op ‘je’.
  

     

maandag 8 mei 2017

Appelsap

Ik zeg tegen u: U bent mijn Heer, ik vind mijn geluk alleen bij u”; In een gesprekskring bij ons thuis lezen we Psalm 16 in de bijbel in gewone taal. We zijn met zijn dertienen. Precies het getal van Jezus met zijn twaalf discipelen. Vers voor vers mag iedereen uitspreken wat hij (of zij) ervan vindt. “Wat een prachtige regel is dit”, zegt een jonge -ongetrouwde- vrouw: “God wil je gelukkig maken, is dat niet geweldig?”, ze kijkt stralend om zich heen. Een jonge man gaat eropin: “Nou, ik vind mijn geluk niet alleen bij de Heer, ik vind het ook bij mijn vrouw en mijn kind”. Een andere getrouwde man fluistert zijn vrouw naast hem toe: ”Ik ook!” 

Dan ontstaat er een discussie over de vraag in hoeverre een mens zijn geluk ook bij andere dingen mag vinden dan bij de Heer alleen. “Ik houd heel erg van mijn werk, is dat verkeerd?”, vraagt iemand. We komen er niet uit en halen er een andere vertaling bij. “Ik heb geen goed buiten U”, staat in het NBG. Opeens wordt begrijpelijker wat David bedoelt: Alleen (wat) de Heer (hem geeft), bepaalt zijn geluk. David had -buiten de Heer om-  een vrouw tot de zijne gemaakt en dat had (naast geluk) veel ellende opgeleverd. Zou hij deze Psalm hierna geschreven hebben? 

Toen onze kinderen klein waren lazen we Psalm 16 eens na tafel. “Gij maakt mij het pad des levens bekend”, is de laatste regel. ”Ik wil geen pad des levens, ik wil appelsap!”, reageerde één van hen toen. Bernard en ik schoten in de lach en sindsdien is dit zinnetje een gevleugeld woord in ons gezin. Maar hoe vaker ik het citeer, hoe meer ik denk: Heel vaak betwijfel ook ik of de Heer wel weet wat mij gelukkig maakt. Om diep te beseffen dat Hij dat echt wel weet neem ik me voor de komende weken Psalm 16 elke dag een keer te lezen….

maandag 1 mei 2017

Verrassing op Ameland

Voor een iemand in de Westereen is dit geen nieuws, voor veel Nederlanders wel: Het ligt op twintig minuten met de auto van Holwerd. En wie Holwerd zegt, zegt Ameland! Geliefde vakantie plek voor iedereen die een paar uurtjes rijden en een boottochtje van drie kwartier over heeft voor een vakantie dicht bij huis in een andere wereld. Nu zijn wij niet echt mensen van zon en zee, maar even pas op de plaats is altijd goed en daarom stapten wij aan het begin van de meivakantie in Holwerd op de boot. Bepakt met proviand en veel boeken. Van tevoren was dit mijn idee van vakantie op een Waddeneiland: lang uitslapen, af en toe een strandwandeling en verder lekker languit met een boekje op de bank.

We kwamen op zaterdagmiddag aan en zagen dat de aanvang van kerkdienst op zondag vakantievriendelijk was: kwart voor elf. Dus combineerden we op zondag kerkgang en strandwandeling. De predikant was niet van het eiland, de preek het overdenken waard, maar de verrassing kwam bij de afkondigingen: “Vanmiddag is er in de Hervormde kerk in Hollum een inspirerend voorstelling over het leven van Etty Hillesum”. Mijn hart sprong op, want ik bewonder Etty Hillesum vanaf mijn studententijd. Voor wie haar niet kent, ze overleed in 1943 op 29 jarige leeftijd in  Auschwitz, was Joods, werd in de tweede wereldoorlog christen en begon op aanraden van een vriend een dagboek. Die dagboeken werden in 1981 uitgegeven en ik verslond ze op mijn studentenkamer in Groningen.

“Ter nagedachtenis van hen die in de tweede Wereld Oorlog zijn omgekomen”, staat op een ingehouwen plakkaat van de hervormde kerk in Hollum. Een minuut te laat kwam ik binnen op zondagmiddag, de voorstelling was gelukkig nog net niet begonnen. Ruim een uur heb ik ademloos gekeken en geluisterd naar Abke Bruins en ”Choral” die leven en werken van Etty in herinnering brachten. In Hollum op Ameland beleefde ik de meest indrukwekkende 4 mei herdenking ooit….

      

maandag 24 april 2017

"Oei, ik groei"

We hebben een ‘bijbel-gesprekskring aan huis’ en doen vooraf een ‘rondje in de kring’. Voor haar beurt doet een stralende Sandra haar zegje: “Roos kan zich omrollen!” Aafke, nieuw in de kring, kijkt mij met opgetrokken wenkbrauwen aan. “Roos is haar dochtertje”, fluister ik haar toe. “Ja, 5 maanden en nu al rollen, dat is vroeg hoor!”, de trotse moeder wacht op loftuitingen maar Marit is ons allemaal voor: ”En Sjoerd ging vandaag staan!” Allemaal kennen we Sjoerd vanaf pasgeboren baby, want de kring is soms in Marits’ huis. Ook Marit glundert van oor tot oor. “Al bijna geen baby meer”, zegt ze zachtjes. Al het andere van het ‘rondje in de kring’ ben ik vergeten, de kleine Roos en Sjoerd niet. Ik herinner me nog levendig het moment dat onze jongste ging draaien en de trotse blik van onze oudste toen ze zich voor de eerste keer naar boven optrok aan het fornuis. Praten kon ze nog niet, maar de blik in haar ogen sprak boekdelen: ”Kijk, dit doe ik toch maar even helemaal zelf, wat vind je daarvan?” Ik riep zo hard: ”Bernard, kom gauw eens kijken!”, dat ze pardoes weer neerplofte.

Oei, ik groei”, is een pedagogische klassieker die (beginnende) ouders vertelt over het hoe en wat van groeisprongen in de ontwikkeling van een kind. Sommige ouders zijn gefrustreerd door dit boek (omdat hun kind zich ietsje langzamer ontwikkelt dan de meerderheid), iedere ouder beseft: Géén groei is kwalijk. Mensen zijn geschapen om te groeien, van groot naar klein, van onbewust naar bewust naar zeer bewust. Groei is mooi en goed en de bedoeling van de Schepper van het leven.Toch wordt in de kerk  verandering en groei vaak als gevaarlijk en kwalijk gezien. Wat is en geweest is moet altijd zo blijven en bij elke kleine verandering roepen sommigen: ”Oei!” Kerkmensen die worstelen met veranderingen zouden dit boek eens moeten lezen. Wie weet roepen ze na het lezen: ‘Wij groeien!’  







maandag 17 april 2017

Eet dit boek

Bernard en ik zijn dol op boeken. “Hebben jullie die allemaal gelezen?”, vraagt iemand die door het huis loopt. Ons nieuwe huis in de Westereen telt zeven kamers en van die zeven zijn er twee waar niet een boekenkast staat, elk van de overige heeft er meerdere. Zo’n nieuwe verhuizing biedt nieuwe mogelijkheden: we hebben nu een speciale kamer voor romans en een andere met biografieën. Bernards studeerkamer staat vol met theologie en in de mijne vind je psychologie, pedagogiek en vrouwenboeken. De woonkamer heeft een mengelmoes van van alles en nog wat. Veel boeken over Afrika daar, want dat continent heeft voor altijd ons hart gestolen.  Voor elk wat wils en voor elke stemming een passend boek. “Maar hebben jullie al die boeken echt helemaal gelezen?”, die vraag blijft komen. “Ik lees alleen maar de bijbel, meer heeft een mens niet nodig”, mompelt iemand anders.

“Eet dit boek”, is de titel van één van onze boeken geschreven door Eugene Peterson, de schrijver van ‘The Message’. Met ‘dit’ boek wordt de bijbel bedoeld: de bijbel is volgens hem anders is dan elk ander boek in de wereld. De bijbel moet je ‘eten’: eerlijk tot je door laten dringen, Jezus de Zoon van God er echt in ontmoeten, naar Hem luisteren en gaan doen wat Hij zegt. Wanneer je dat doet zul je merken dat je inderdaad genoeg hebt aan een paar porties bijbel per dag. Waarom dan toch al die andere boeken in ons huis? Laat ik het in één zin samenvatten: om kennis te maken met andere mensen en andere culturen, de reden waarom anderen dol zijn op reizen naar nieuwe bestemmingen en andere landen. God leren we kennen door de bijbel, mensen door de Westereenders en door onze boeken. Die hebben we overigens nog niet allemaal gelezen, maar we doen ons best 😊. En iemand die net als wij ook dol is op boeken mag gerust eens langskomen om er eentje te lenen. 


maandag 10 april 2017

Waar is de Ha-Ra?

Ha-Ra” is een begrip in de wereld van professionele schoonmakers. Voor het schrijven van deze column had ik er nog nooit van gehoord maar al schrijvende staarde ik met verbijstering naar de pittige prijzen op het internet. Waarom struint een vrouw die schoonmaken en opruimen altijd uitstelt het internet af voor Ha-ra? Omdat ze een Ha-ra is kwijtgeraakt.

Dat zit zo: toen lieve gemeenteleden in november hielpen met schoonmaken en sauzen nam één van hen zijn Ha-ra-raamwisser mee: “Want die stok is zo handig om een verfroller aan vast te maken”. Het mooie plafond van onze woonkamer hebben we dus aan een Ha-Ra te danken. Ik wist alleen niet dat het een Ha-Ra was, raakte de stok kwijt en had geen enkele neiging om er lang naar te zoeken. Totdat in maart het zonnetje me uitnodigde om de garage eens onder handen te nemen. En daar lagen, onder een hoop troep en afval, een paar stokken en wissers waarvan er eentje de Ha-ra zou moeten zijn. Ik wist inmiddels dat het geen gewone stok was maar had er nog geen plaatje (en prijskaartje) bij.

Had ik nu maar eerder het internet afgestruind, dan zou ik niet triomfantelijk met de verkeerde stok bij dat lieve gemeentelid zijn aangekomen: “Nee, dat is em niet, hij ziet er anders uit, beetje aqua kleur.” Ik werd knalrood want ik wist waar de stok met die kleur beland was: de kringloop. Restte ons niets anders dan een ritje naar de kringloop om de Ha-Ra terug te kopen. Bleek die inmiddels verkocht. “Ik koop een nieuwe hoor”, meer kreeg ik er niet uit. Leuk geprobeerd maar opnieuw fout gescoord: “Das niet mogelijk, want dat model is al lang uit het assortiment, het was een erfstuk, van onze overleden vader zie je”.

Op zo’n moment besef je: Wat stelt een mens nu eigenlijk voor zonder vergeving en genade? Gelukkig heb ik die gekregen, ik schreef toch dat het lieve gemeenteleden zijn?  


zaterdag 1 april 2017

"En de boer die kiest een vrouw''

“Vind je het nog een beetje leuk hier?”  ‘Boer zoekt vrouw’ loopt ten einde. Nog twee vrouwen zijn overgebleven bij de vijf buitenlandse boeren en die krijgen soms deze vraag. Uiteraard ‘vinden ze het nog steeds heel erg leuk’, want Zambia en Frankrijk zijn prachtig en de Nederlandse cameramannen filmen op sublieme locaties. Doe mij ook maar zo’n tripje.

Het antwoord is dan ook vaak: ”Ja, ik heb er geen spijt van, ik voel me hier thuis, ik ga jou ook steeds leuker vinden en daar gaat het toch om he?” Boer Herman geniet er duidelijk van: ”Tjonge, nu loop ik rond met twee vrouwen die me allebei zo leuk vinden dat ze gewoon jaloers zijn op elkaar.”  Good for Herman, maar pijnlijk voor ‘zijn’ vrouwen.

“En de boer die kiest een vrouw”: sommige boeren zijn daar duidelijk mee in hun sas, maar boer Mark vindt de situatie met twee ‘concurrerende vrouwen’ bizar: “Ik begrijp opeens waarom monogamie het beste is”. Steeds als de serie bijna afgelopen is heeft Nederland te doen met de vrouwen die ‘de finale dreigen te verliezen’: “Ik vind je heel leuk hoor, je hebt ook hele mooie ogen”. Maar ja die ander is net een tikje leuker.

“Het lijkt wel koehandel”, zeggen sommigen. Intussen zitten ruim drie miljoen kijkers voor de buis op zondagavond. Waarom is deze koehandel zo populair?Uitverkoren worden, de favoriet zijn: dat willen we allemaal. Het verlangen naar die ene die speciaal met jou zijn leven wil delen: dat zit vanaf de geboorte in elk mens. Het goede nieuws is dat als de Zoon van God iemand uitkiest dat nooit ten koste van een ander gaat. Want die ander - ieder ander- kiest Hij ook! Dat kan Hij (alleen) doen omdat Hij God zelf is. Onzichtbaar wil Hij zijn leven delen met iedere vrouw en man die naar die speciale Partner verlangt. Hij wijst nooit iemand af die graag bij Hem wil wonen.

maandag 27 maart 2017

Het trotse oma-gevoel

Sinds drie weken hebben we niet één, maar twee kleindochters. Wat een rijkdom! Vanwege mijn mobieltje - inmiddels vol met filmpjes en foto’s - weet half de Westereen van hun bestaan. “De trots straalt je je ogen uit”, hoor ik. De trots van het oma-schap. Toen Nynke, ons eerste kleinkind, ter wereld kwam woonden wij twee uur bij haar vandaan. Daarom maakten we haar ontwikkeling sprongsgewijs mee. “Dat gaat me met kleinkind nummer twee niet gebeuren”, en dus appte ik naar onze dochter: “Zal ik morgen even langskomen, misschien kan ik je met iets helpen.” “Super mam, dan kunnen we mooi wandelen, ik achter de kinderwagen en jij met Nynke op haar fietsje met de stok er aan vast.” Mijn trots groeide: ik bleek nodig als oma.

“We doen een kort wandelingetje, even bij de Hema lunchen en dan weer terug want Nynke moet het wel volhouden op haar fietsje.” Ik begreep het en genoot van elke stap. De baby lag lekker te slapen, we bespraken de bevallingsperikelen, het zonnetje scheen, iedereen was blij. Totdat we na onze lunch bij de Hema nog even door de paden liepen. “Let jij op Nynke, dan ga ik met de kinderwagen deze kant op”. “Komt in orde”, lachte ik.  Ik hield de stok van het fietsje vast en leidde Nynke naar de rekken van onze gezamenlijke interesse: oorbellen. Intussen keek ik zelf met een schuin oogje naar een ander schap, schatte dat een halve minuut nodig was om daar iets van te pakken en liet de stok van het fietsje even los. Precies in die halve minuut gebeurde het: Nynke verdween. En een trotse oma veranderde in een schuldbewuste. Welke kant zou ze opgegaan zijn, was ze überhaupt nog in de Hema, liep hier een kinderlokker rond die ik niet had opgemerkt?

“Blijf jij maar bij de kinderwagen, dan kijk ik wel rond”, mijn dochter reageerde gelukkig kordaat. In twee minuten was Nynke gevonden en na nog weer twee minuten waren wij op de terugweg naar huis. Het zonnetje scheen nog steeds maar het trotse oma-gevoel was even helemaal ondergesneeuwd door schuld en schaamte.

maandag 20 maart 2017

De winnende partij

Politiek geëngageerd of niet: meer dan 80 % van de mensen met kiesrecht ging vorige week woensdag naar de stembus. Diezelfde avond kregen de zenders die de uitslagen uitzonden de meeste kijkers: meer dan twee miljoen. Op de één of andere manier verbond dit mensen met elkaar, hoewel het ging om een strijd waarbij winnaars en verliezers uit de bus kwamen. 

Aan het einde van de evangelien moet er ook gestemd worden. Pilatus, de stadhouder van de Joden, roept het volk toe: ”Wie moet er gekruisigd, Jezus of Barrabas?” Het volk roept roept dan -bijna uit één mond-: “Jezus!”, terwijl het notabene een paar dagen daarvoor Jezus als mogelijke nieuwe koning in Jeruzalem had toegejuicht. De stemming was helemaal omgeslagen. En als er één is die dat verbaasd moet hebben zal het Pilatus geweest zijn. Want die had er alles aan gedaan om de stemming positief voor Jezus te laten uitlopen. Maar Jezus had alles ondergaan: ”Mijn koninkrijk is niet van deze wereld en daarom komt er nu geen redding voor mij.”

De mensen die Jezus ‘wegstemden’ dachten dat het ging om de verkiezingsstrijd tussen Hem en Barrabas. Maar Jezus wist dat het om een hele andere strijd ging: zijn sterven zou de definitieve overwinning zijn van het goede over het kwade. Zijn belangrijkste volgeling, Petrus, had hem daar bijna van afgehouden: “Dat verhoede God, dat zal u niet overkomen”. Het goede nieuws is dat het doodsvonnis Jezus niet jammerlijk overkomen is maar dat Hij- als de rechtmatige Koning van de wereld- er zelf voor koos om te sterven. En Hij heeft daarmee voor eens en voor altijd de macht van de heerser van de wereld (satan) ongedaan gemaakt. 

Hierover gaat het in de kerk, iedere zondag weer: De schijnbare Verliezer blijkt de uiteindelijke Winnaar te zijn.



maandag 13 maart 2017

Afkes tiental

Welke Fries kent het niet? “Afkes tiental”, geschreven door Nynke van Hichtum, vrouw van Pieter Jelles Troelstra. Haar echte naam is Sjoukje de Bok. Ze was de vijfde dochter van een dominee en werd in 1860 geboren in Nes, zo’n twintig minuten van de Westereen. Nes is het meest noordelijke dorpje boven Dokkum en ligt vlak bij Ternaard, waar Bernard en ik ook een tijdje woonden. Het mag dus niemand verwonderen dat Nynke van Hichtum tot mijn verbeelding spreekt. Dat deed ze overigens al toen ikzelf, als oudste van vijf domineesdochters, in Nunspeet woonde. Een oom bracht in die tijd “Afkes tiental” als verjaardagscadeautje voor één van ons mee. In die dagen speelden wij heel vaak ‘vadertje en moedertje.’

Toen ik een jaar of twintig was en de tijd aanbrak om aan een echte man te denken duurde het even voor die opdaagde. Ik was jaar in haar uit verliefd, dan weer op deze, dan weer op gene, maar de ware Jacob liet op zich wachten. Niet één, niet twee of drie jaar, maar meer dan tien. En dus begon pas op mijn 33e het echte moederschap. Wij kregen drie prachtige kinderen, een mooi getal, maar tien was in mijn beleving nog mooier geweest.


Onze kinderen zijn nu alle drie de twintig gepasseerd en vlotter op het liefdespad dan hun moeder. Dat betekent dat wij nu al drie plus twee (schoon-)kinderen hebben. Drie plus twee maakt vijf. Vijf plus één kleinkind brengt het aantal op zes. Vorige week werden we opnieuw opa en oma, van onze tweede kleindochter, waardoor het totaalaantal op zeven komt. Zeven (schoon, klein-) kinderen! Zoveel had ik nooit durven dromen toen die man maar op zich liet wachten. En nu kan ik bijna niet wachten met voorlezen van “Afkes tiental” aan onze kleindochters.    

maandag 6 maart 2017

Van preken naar strijken

De rol als ‘vrouw ván de predikant’, bevalt me opperbest. Want van mij wordt niet verwacht om elke zondag met een frisse preek de preekstoel te beklimmen en paraat te zijn bij kerkeraads-vergaderingen en familieaangelegenheden. En dat niet moeten geeft rust. Sinds onze trouwdag neem ik de telefoon niet op: “Met dominee Steenbeek”, maar: “Met Margriet Terlouw”. Ik vond dat veel mooier klinken en sprak het met trots uit. Want Bernard Terlouw was de prins op het witte paard, man van mijn dromen die mij ten huwelijk had gevraagd. Wie zou nog meer verlangen?

Ik dus. Want na een aantal maanden in de huwelijkse staat had ik genoeg van het strijken van de overhemden van mijn prins, kon koken me niet werkelijk boeien, om van stofzuigen nog maar te zwijgen. Ik verlangde terug naar het maken van een stevige preek en naar de ferme handdrukken erna. Bernard en ik hadden het samen zo besloten: hij zou het werk in de gemeente doen, ik zou zorg dragen voor het gezin. Maar het verlangen naar ‘meer’: meer status, meer ‘echt werk’, meer voldoening begon op de achtergrond aan me te knagen.

Totdat ik op een goede dag het ‘Onze Vader’ bad en dat gebed niet verder kwam dan de eerste twee woorden. Als in een flits zag ik het voor me: God wil dat wij Hem als Vader zien en onszelf als zijn kind. Het maakt niet uit of iemand president, bejaardenverzorgster, kleuter, accountant, asielzoeker, predikant of huisvrouw is. God ziet in ieder mens allereerst een kind waarvan Hij de Vader is en als goede Vader weet Hij precies wat ieder van zijn kinderen nodig heeft. 

Die morgen beleed ik: ”Onze Vader, vergeef me dat ik zo vaak wat anders wil zijn dan alleen uw kind.”