maandag 16 oktober 2017

Tandarts

Verhuizen van plek A naar plek B brengt verandering van tandarts mee. De tandartsen die zich op mijn gebit uitgeleefd hebben wonen respectievelijk in Nunspeet, Hoogeveen, Groningen, Dokkum, Zeist, Nairobi en Leusden. In de Westereen zou er weer een nieuwe aan het rijtje worden toegevoegd, maar hoe kies je een tandarts? Uit ervaring weet ik dat de meeste mensen hun eigen tandarts de beste vinden.

“Ik weet een goede tandarts in Dokkum”, vertelde een vriendin in Leusden me, “want mijn zus is met hem getrouwd”. “Laten we die maar nemen”, zei ik tegen Bernard: ”Dat is dan weer een zorg minder.” Ik belde, maakte een afspraak, reed naar Dokkum, maar kwam van een koude kermis thuis: “Eerst moeten we foto’s maken, dan gaan we jouw gebit stukje bij beetje repareren, want er moet heel wat gebeuren.” En dat terwijl ik helemaal geen klachten had maar alleen graag één tand een beetje wilde laten verbreden. Op dat moment woonden we tegenover een tandarts in de Westereen. Vanuit ons raam zag ik mensen komen en gaan en ik werd erdoor aangestoken. “Ik ga gewoon ook”, bedacht ik, “voor een second opinion.” 

De wachtkamer was gedateerd, maar de behandelkamer een complete verrassing: in plaats van één stonden er drie behandelstoelen. Vier assistentes liepen van de ene naar de andere stoel. De tandarts gaf hen als een soort bedrijfsleider instructies en behandelde af en toe iemand. “Ik leid al mijn assistentes zelf op”, zei hij terwijl hij mijn gebit bekeek. “Wat kan ik voor u doen?”

Het is nu meer dan een jaar later en deze tandarts in de Westereen is aan het bovenstaande rijtje toegevoegd. Nooit eerder was het bezoek aan een tandarts zo gezellig en nooit eerder had ik het gevoel als ‘mens’ en niet alleen als ‘gebit’ behandeld te worden.

maandag 9 oktober 2017

Hoor de wind...

’t Duurt nog bijna twee maanden, maar de pepernoten liggen al volop in de winkels: Sinterklaas wordt in Nederland ingenomen door de commercie. Afgelopen zaterdag deed ook het weer een duit in het zakje, want de wind waaide de hele dag en nacht door de bomen en -voor mijn gevoel- zelfs in huis. Als het heerlijk avondje nu gekomen was hadden we gezellig bij de palletkachel gezeten, maar 5 december is nog bijna twee maanden te gaan. 

Ik moest er die zaterdag op uit want ik had met iemand een afspraak om vier uur. Het was een eindje buiten het dorp en ik zou lopend of op de fiets moeten want Bernard was de hele dag weg met de auto. Ik hoorde de wind en de regen en kreeg met elk uur dat verstreek minder zin: Als ik de afspraak zou verzetten zou het lijken alsof ik niet tegen een stootje wind kan. Maar zelfs op mijn e-bike zou ik daar als een verzopen kat aankomen. Dat laatste was dus wat er gebeurde.

Maar tijdens mijn ritje op de heenreis op de e-bike had de wind zo hard gewaaid dat er eigenlijk geen trapondersteuning meer nodig was. Alsof ik ernaartoe geblazen werd. Op de terugweg regende het nog steeds, was de wind tegen en kwam de e-bike dus goed van pas. Maar ik was een mooi gesprek rijker en ook een inzicht: wanneer de wind van de Heilige Geest je een bepaalde richting opduwt mag je je nooit verzetten: ”Als je oren hebt, hóór dan wat de Geest tot de gemeenten zegt”, staat zeven keer in Openbaring. De Heilige Geest is een kracht die mensen in beweging wil brengen: “Gaat dan heen!”, waren Jezus laatste woorden.

Lekker droog thuis blijven zou deze keer letterlijk zonde geweest zijn.    


maandag 2 oktober 2017

Later

Nynke, ons oudste kleinkind, was twee dagen en één nachtje bij ons. Het was geweldig. Zowel voor ons, als voor haar. Bernard is ‘opa Ben’ en ik ben ‘oma Margriet’. Ze vergiste zich een keertje en riep naar mij, terwijl ik in de keuken bezig was: ”Mama!” Ik kwam aanrennen en zei: ”Ik ben oma hoor, niet mama”. ”Nu ben je wel even mama”, was haar response. Ik begreep wat ze bedoelde, maar ze vergistte zich de komende dagen niet meer. Want ‘opa en oma’ zijn voor haar fascinerende wezens. Daar heeft ze er heel veel van, want ook allerlei overgrootouders leven nog: In Duitsland, Engeland, Kenia en Nederland. Wij wonen het dichtstbij, dus ons ziet ze het vaakst. Na die twee dagen onlangs zei ze tegen haar moeder toen ze weer thuis was:” "Als ik later een mevrouw ben en ik zoek een papa dan word jij de oma!" Dat was maar een mooi vooruitzicht voor haar moeder. 

Ik vind het natuurlijk prachtig om oma te zijn, het heeft alleen één nadeel: ‘later als ik groot ben’ is er niet meer. Want ik ben nu groot, groter dan Nynke zich kan voorstellen. Als je drie jaar bent ligt er nog heel veel ‘later’ voor je. Ook bij tien, twintig en zelfs dertig jaar is er nog later. Maar zo na je veertigste verandert dat. Ik spreek uit ervaring. Ik leef soms meer op herinneringen aan vroeger dan dat ik denk aan ‘later’. En dat is jammer. Heel jammer. Want een mens leeft (op) van (mooie) verwachtingen van de toekomst. Om die reden ben ik blij dat dit in de bijbel staat: “Mijn plan met jullie staat vast - spreekt de Heer. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: Ik zal je een hoopvolle toekomst geven.” (Jeremia 29:11) 

maandag 25 september 2017

Pootjebaden of zwemmen

In de Westereen is helaas geen zwembad meer maar dat neemt niet weg dat ik vaak hoor van ouders die trots vertellen over de zwemdiploma’s van hun kinderen. Van A tot en met C is niks bijzonders voor een kind in de Westereen. Sommigen doen zelfs mee aan wedstrijden. Ook onder de ouderen is zwemmen zeer geliefd. Ik zelf ben na mijn 20e gestopt met zwembadbezoek, mij krijgen ze niet zo snel in het water, ik zwem liever in de bijbel rond. Dat mag gek klinken, maar deze uitspraak van kerkvader Hieronymus legt uit wat ik bedoel: “Het geschreven evangelie is ondiep genoeg voor baby’s om pootje in te baden en niet te verdrinken en toch diep genoeg voor geleerden om erin te zwemmen en nooit de bodem te raken.” 

Ik vind het heerlijk om in de bijbel te zwemmen, dat water verveelt me nooit, maar ik heb gemerkt dat veel mensen erin blijven pootjebaden ook als ze al lang geen baby meer zijn. Ze horen een tekst, maar laten hem niet om zich heen hangen. Ze lezen een stukje, maar het glijdt meteen waar van hen af. Ze bespetteren elkaar graag met Bijbelteksten, maar vragen zich nooit af wat het verband is tussen al die losse teksten. 

Wat jammer is dat! Wat zou het mooi zijn als ‘zwemmen in de bijbel’ net zo geliefd werd in de Westereen als zwemmen in een zwembad. Voor zwemmen in de bijbel hoef je niet naar Buitenpost of Bergum, je kunt het gewoon thuis doen. Als je het echt wilt leren zul je merken dat je er steeds beter in wordt. Dat je steeds meer begrijpt en grote verbanden gaat zien. Begin gewoon maar eens thuis om een week lang, iedere dag, een baantje te zwemmen in hetzelfde hoofdstuk.  

maandag 18 september 2017

Jaloers

Als dochter van een dominee kreeg ik de Tien Geboden uit Exodus 20 al van jongs af aan te horen. Ik hoor ze mijn vader nog uitspreken vanaf de hoge kansel in Nunspeet. Als hij aan het laatste gebod toewas dan sidderde ik vaak: ”Gij zult niet begeren, uws naasten huis, gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch.” Dat sidderen was niet omdat ik ‘mijns naasten huis’ begeerde, maar wel omdat ik heel jaloers was op de witte leren laarsjes van een meisje uit mijn klas. Ik droomde van die laarsjes en begeerde ze heel erg, maar ik maakte uit de stemverheffing van mijn vader op dat dat heel verkeerd was. Jaloersheid was een zonde waar ik vaak mee te kampen had en waar ik onder gebukt ging. 

Tot ik theologie ging studeren en voor mezelf in de bijbel ging lezen. Op een goede dag las ik in Jacobus: ”De geest die Hij (God) in ons deed wonen, begeert Hij met jaloersheid.” (Jacobus 4:5, NBG) Nog nooit had ik dat gehoord, nog nooit had ik dat gelezen: begeerte en jaloersheid in één zin. Begeerte en jaloersheid als eigenschappen van God. Ik geloof dat ik die zin wel tien keer heb gelezen: dus God begeert óók, God is óók jaloers, Hij begeert mijn geest. Hij is jaloers als ik mijn geest met andere dingen vul dan met Hem zelf. Als ik alleen maar tv kijk en romans lees en geen tijd meer heb voor het lezen van de bijbel, zijn boek. God is jaloers op alles wat ik doe zonder Hem erbij te betrekken. Het nieuwe (kerkelijk) seizoen is begonnen, de startweek ligt achter ons en ook ik ben bezig met plannen maken. Maar ik probeer dat samen met God te doen want ik geloof dat Hij daar heel erg naar verlangt.






maandag 11 september 2017

Levensloopbestendige woning


In de Westereen krijgt iedereen wekelijks een aantal regionale bladen door de bus. Tot voor kort gingen die bij ons meteen in de bak oud papier. Maar daar is verandering in gekomen want ik heb ontdekt dat het hele interessante bladen zijn. Vol met leuke nieuwtjes uit de regio, advertenties van aantrekkelijke aanbiedingen, ontroerende overlijdensberichten en pagina vullende ‘huizen te koop’ aanbiedingen van makelaars. Zo viel mijn oog op de volgende advertentie: ”Sfeervol en uniek wonen in een rustige omgeving! Het betreft een levensloopbestendige woning.”  Dat soort woningen hadden ze op St. Maarten moeten bouwen, bedacht ik terwijl wij op tv zagen hoe orkaan Irma alles daar verwoestte. Voor mij was de term nieuw, maar Bernard bleek hem te kennen. Het gaat om een huis waar iemand kan blijven wonen ook als hij oud en stram is en niet meer de trap op kan. Een levensloopbestendig huis is dus een huis waar je kunt blijven wonen hoe je leven ook verloopt.

Het is nu een week later en ik peins al die hele week over de term. Ik woonde zelf in meer dan twintig verschillende huizen. Want de loop van ons leven ging alle kanten op: van Friesland naar Midden-Nederland, naar Kenia en via Midden-Nederland uiteindelijk weer terug naar Friesland. Sommigen huizen waren heel erg ‘levensloopbestendig’, andere wat minder. Maar nooit heeft het huis waarin wij woonden de loop van ons leven bepaald. Want wij lopen achter Jezus aan en geloven dat een woning op aarde altijd iets tijdelijks blijft. Pas als we sterven ligt er een echt duurzaam huis voor ons klaar. Jezus heeft het beloofd: “In het huis van mijn Vader zijn vele woningen – anders zou ik het u gezegd hebben- want Ik ga heen om u plaats te bereiden…” (Johannes 14:2)

Een eeuwige woning!


maandag 4 september 2017

Wespensteek

Het gebeurde vlak na de kerkdienst, in de stralende nazomerzon, op het kerkplein voor de kerk in de Westereen: “Pas op, een wesp”, met haar elle boog probeerde mijn gesprekspartner het beestje weg te laten vliegen, maar dat had andere plannen en vloog regelrecht mijn mond in. “Oh, waar is ie nu?”, stamelde ze. Ik voelde ik een enorme steek achter in mijn keel en zo snel als de wesp naar binnen was gevlogen, vloog hij ook weer naar buiten. Ik was nog nooit gestoken door een wesp en had -tot voor deze bewuste zondag- eigenlijk een hekel aan mensen die bang zijn voor wespen. Want ik geloofde mijn moeder: “Als jezelf niks doet, doet een wesp je ook niks”. Dat blijkt dus niet te kloppen. De dokter in Dokkum, waar Bernard mij in vliegende vaart heen bracht, vertelde ons dat dit ‘zijn eerste wespensteek achter in de mond was’. Als een klein trofeetje liet hij ons de angel zien die in mijn keel vast was blijven zitten: ”Wilt u em meenemen naar huis?” 

Een angel van een wesp achter in je keel is niet het grootste lijden van de wereld, voor mij was het voldoende om me totaal van mijn stuk te brengen. Tot dat moment had ik altijd zelf bepaald wat erin en uit mijn mond ging, opeens had een wesp de regie overgenomen. Wat verbeeldde dat beestje zich eigenlijk? Ik had me erop verheugd om lekker te fietsen maar lag nu de hele middag voor pampus op de bank. Toen ik tegen de avond wakker werd kwam het inzicht: Wat verbeeld ik me eigenlijk dat ik recht heb op mijn eigen leven? Als christen geloof ik toch dat ik ‘gekocht en betaald ben door Jezus Christus’: Hij is de regisseur van mijn leven en bij Hem loopt nooit iets uit de hand.

maandag 28 augustus 2017

Code geel

Het laatste stukje van onze vakantie was in Nederland en dat heeft als voordeel dat je de stem van de autoradio ook begrijpt, iets wat in Frankrijk niet zomaar het geval is. ”Hoor je wat ze zeggen?”, zei Bernard. “Ja, code geel. Wat houdt dat eigenlijk in?” Ik zocht het op in mijn mobiel en las: “Wees alert op gevaarlijke weersituaties, zoals extreme neerslag, windstoten of onweersbuien”. “Dan moeten we misschien niet de voortent opzetten straks”, opperde ik. “We zien wel hoe het loopt”, Bernard geeft niet zo gauw op bij wat tegenslag. Aangekomen op de plek van bestemming was het broeierig, maar verder geen vuiltje aan de lucht. In de avond veranderde het weertype. Het broeierige nam af maar de wind nam vervaarlijk toe. “Houdt onze voortent het?”, vroeg ik benauwd. De code was nog steeds geel en Bernard ging in de weer met extra lijnen aan de voortent, je kon nooit weten. Allebei niet helemaal gerust probeerden we om een uur of elf de slaap te vatten.

Die slaap kwam, maar was ook snel weer voorbij: ”Hoor jij dat ook?”, maakte Bernard mij wakker. “Onweer bedoel je? Ik hoor niks”. “Nee, een mug! Die moet ik vangen, anders slaap ik niet”. Dus licht aan, op zoek naar muggenspray, de elektrische vliegenmepper en de mug. Maar de laatste hield zich helaas schuil. Na vijf minuten – inmiddels allebei klaarwakker- mug doodgeslagen en nieuwe slaappoging. Een kwartier later diende de volgend mug zich aan en begon het ritueel opnieuw. Om vier uur hadden we nog steeds niet echt geslapen. De windstoten waren uitgebleven en het regende ook niet meer. Code geel bleek niet meer dan een mug waarvan het KNMI een olifant had gemaakt. Maar wij weten nu dat vijf muggen eigenlijk helemaal niet onder doen voor code geel.


maandag 21 augustus 2017

Tango in de kerk

Onze vakantie in Frankrijk stond bol van verrassingen. Op één van de (twee) regenachtige dagen besloten we daar een culturele dag van te maken. We hadden de keuze uit Nancy of Straatburg en kozen voor het eerste: iets kleiner maar nog ouder dan Amersfoort. Alles bleek deze keer te kloppen, het was zelfs nog mooier dan op de folders. De Françaises van de Franse VVV, grenzend aan het Stanislas plein, waren zeer bereidwillig ons van alles uit te leggen: “Er is vandaag ook een mooi concert, misschien is het iets voor u: tangomuziek door een harpiste en een violiste.”

Op een voor Nederlanders vreemde tijd, vijf uur s middags, begon het concert, in een kerk in een dorpje in de buurt van Nancy. “Ik vraag me af hoeveel mensen hier nu op afkomen”, zei ik in de auto tegen Bernard. Het is bekend dat Fransen niet  van die kerkbezoekers zijn. Maar aan gekomen op het plein bij de kerk stond dat al helemaal vol met auto’s van tangoliefhebbers. We konden alleen een heel eind van de kerk parkeren en toen we binnen wilden gaan was er eigenlijk al geen plek meer. Helemaal achterin, vanuit een klein nisje op een paar klapstoeltjes, maakten we het concert mee. De musici zagen we niet, maar anderhalf uur hebben we ademloos zitten luisteren. Nooit geweten dat goed gespeelde tangomuziek zo mooi is . Dat wisten  die Fransen natuurlijk al lang.

Boven de twee musici hing een crucifix, dat was wel voor iedereen in de kerk goed zichtbaar. “De tango is een droevige gedachte die gedanst wordt”, las ik in het flyertje dat we uitgedeeld kregen. Ik keek naar kruis met Jezus eraan en dacht: ”Het is inderdaad een hele droevige gedachte dat de meeste van deze Fransen niet weten dat deze gekruisigde Jezus ook hun opgestane Verlosser is.” 

   

maandag 14 augustus 2017

Verleidelijke folder

Chemin de fer touristique du Rhin:Toeristische spoorlijn langs de Rijn”: dat klonk veelbelovend. Uit de stuk of honderd folders bij de receptie vond Bernard deze. “Twee voor de prijs van één”, grinnikte hij. Want de folder omschreef een ritje in een oude stoomtrein gecombineerd met een boottocht langs de Rijn met uitzicht op het Zwarte Woud. “Zorg dat u op tijd bent voor de verkoop van de kaartjes”, meldde de folder en dus arriveerden wij twee uur voor vertrek op het oude perronnetje waar allerlei antieke aanplakbiljetten ons nog meer in de stemming brachten. Voor de zekerheid zochten we meteen nadat we het begeerde kaartje bemachtigd hadden een zitplaats in de trein want volgens de folder waren: “zitplaatsen niet gegarandeerd.

”Maar onze coupe, en ook de coupe naast ons bleef leeg, ook toen de trein in beweging was gekomen. We deden de ramen open, maar voor het uitzicht hadden we het niet hoeven doen want dat bleef beperkt tot bomen en struiken die elk uitzicht belemmerden. (Op een veld met mais na, maar die stond te hoog om er overheen kon kijken.) Op het krakkemikkige van de trein na leek het op een ritje tussen Nunspeet en Harderwijk. “Twee voor de prijs van één’ was het zeker niet en dus steeg met elke minuut dat de trein voortsukkelde onze verwachting naar de boottocht. Wat het uitzicht op de Rijn betreft, werden we niet beschaamd, want we zagen inderdaad, wel tien minuten lang, het Zwarte Woud, in de verte, liggen. De rest van de tijd kregen waren het immense fabriekswerven met stapels roestige containers.

En dat terwijl we op onze camping vanaf alle kanten een fantastisch uitzicht op de Vogezen hebben. Was het mooie Frans op die aantrekkelijke folder waardoor wij  ons hadden laten verleiden?

   



maandag 7 augustus 2017

Het Franse feminisme

Ik kocht ze in de Westereen omdat ze wellicht in de Franse Vogezen van pas zouden komen:”Nordic walking sticks.” Met name bekend bij de oudere generatie. Mijn ouders hebben ze ook en zijn er enthousiast over: ”Die helpen echt bij het wandelen”, aldus mijn moeder van twee en tachtig.

Na 9 uur rijden arriveerden we met de Kip op de camping. We hadden het mooiste plekje laten reserveren en dat bleek de enige plaats die nog vrij was: augustus is dé vakantie maand voor de Fransen. Tijdens de voortent opzetten, alles uitruimen en klaarzetten zag Bernard de sticks liggen, ze waren nog ingepakt: “Anders probeer je ze eerst even op de camping uit”, suggereerde hij. Hij paste de maat aan mijn lengte aan, liet zien hoe ik ze moest vasthouden en daar kon ik gaan. Zittend in de voortent had hij er het zicht op.

Een vrolijker begin van de vakantie was voor hem niet denkbaar geweest:” Nee, zó niet, wacht ik zal je laten zien hoe wel." Hij sprong op uit zijn stoel en deed het voor: ”Rechterbeen vooruit, linker stick vooruit en vice versa. Net als met skistokken.” (Die heb ik ook nog nooit in mijn handen gehad, maar dat was hij even vergeten.) Ik zag hoe hij het deed, probeerde het na te doen, maar iedere poging mislukte. Allerlei herinneringen aan schoolgymnastiek kwamen spontaan boven, daar was ik ook niet de handigste. Voor mij was de lol eraf maar toen kwam een oudere Fransman op ons af, met een veelbetekenende grijns op zijn gezicht:”C’est une femme”, zei hij richting Bernard. “Ze is fantastisch”, zo klonk het in mijn oren.

In één zin werd mijn gestuntel met die sticks een prachtige vrouwelijke handeling. Met een knipoog naar mij wandelde hij terug naar zijn tent.