maandag 13 augustus 2018

De Pickwickpapers (7)


“Wanneer heb jij voor het laatst gehuild?" (2)

Die vraag intrigeert mij, vandaar een tweede blogje. Het is namelijk een  ander soort vraag dan “Wat is je lievelingsmuziek?” Op die laatste vraag zijn  honderden antwoorden mogelijk want er bestaat in deze wereld een oneindig aantal soorten muziek.  Iemand houdt óf van moderne hard rock muziek óf van Johann Sebastian Bach. En sommige mensen houden van alle twee . Met de vraag “Wat is je lievelingsmuziek?” kun je dus alle kanten op. Maar met “Wanneer heb jij voor het laatst gehuild?” ligt dat anders.

Als het was geweest: “Waar van ga jij huilen?” zouden de antwoorden wel alle kanten op kunnen gaan. De één gaat huilen bij het snijden van een uitje, de ander bij een bepaalde film. Ikzelf heb een oog dat lijdt aan een chronisch overvloed aan tranen en het lijkt dus alsof dat de hele dag huilt. Ik vermoed alleen dat de Pickwick bedenkers daar niet in geïnteresseerd maar dat ze met “Wanneer heb jij voor het laatst gehuild?” eigenlijk vragen: “Wanneer heb jij voor het laatst zoveel verdriet gehad dat je moest huilen? Dat gaat veel dieper. Dat is bijna een vraag voor een psycholoog. Een vraag naar de ziel. “Waarvan huilt jouw ziel?” 

In de jaren dat ik hoopte op een prins op het witte paard en er -met het verstrijken van de jaren- aan begon te wanhopen huilde ik vaak. Ik was alleen en verlangde naar een partner. Dat verlangen is vervuld en ik ben intens dankbaar voor mijn levensgezel. Maar dat wil niet zeggen dat ik nooit meer pijn in mijn ziel voel. Want soms moet ik zomaar huilen om iets waarvan ikzelf niet eens weet wat het is. Het verlangen naar volmaakte liefde (of zoiets). Ik vermoed dat dat het huilen is waarvan Jezus zei: ”Zalig zij die treuren, want zij zullen vertroost worden.” (Matteüs 5:4)  



maandag 6 augustus 2018

De Pickwickvragen (6)


“Wanneer heb je voor het laatst gehuild?”  

Deze vraag hing inmiddels meerdere keren aan mijn mok. Eén van die keren druppelden er een paar tranen bij de thee. Mij gaat het huilen namelijk makkelijk af. Huilen is iets waar de meeste mensen zich voor schamen. Maar waarom eigenlijk? Onlangs bezocht ik ‘s avonds een oudere alleenstaande dame, weduwe. Ze is heel gastvrij en ik moest dus binnenkomen. Terwijl we door de gang liepen zei ze: “Ik zit net op de tv naar een concert van Andre Rieux te kijken. Zo mooi. Ik houd het vaak niet droog bij die muziek. Vreemd he? Ook bij films zit ik zomaar te huilen.” We luisterden en keken naar het laatste nummer van het concert (waarbij ze het droog hield) en verder praatten we over koetjes en kalfjes.

Mensen praten niet graag over hun tranen. Maar tranen zijn nodig. Jezus zei ooit: ”Wie tot in Mij gelooft, stromen van levende water zullen uit zijn binnenste vloeien.” (Johannes 7:38). Hij sprak over de Heilige Geest die iedereen ontvangt die in Hem gaat geloven. Ik zelf geloof in Hem en  kreeg dus de Heilige Geest. Ik ben daarvan heel zeker want één van de gevolgen daarvan is dat ik veel meer huil dan daarvoor. Zou Jezus met die stromen van levend water misschien ook het vloeien van tranen bedoeld hebben? Huilen kan een mens goed doen. Het maakt je van binnen schoon. Mensen die niet kunnen huilen voelen soms dat ze van binnen op slot zitten en zouden heel graag willen huilen. Huilen kan je dichterbij jezelf brengen. Bij je gevoel. Over Jezus Zelf staat nergens geschreven dat hij lachte (wat hij volgens mij wel deed) maar wel dat hij huilde. (Bij het graf van Lazarus.)

“Wanneer heb jíj voor het laatst gehuild?”  


maandag 30 juli 2018

De Pickwickvragen (5)


Als je iemand bent die Pickwick thee-met-labeltjes drinkt en leest is je vast  opgevallen dat veel vragen gaan over ‘het liefste, het mooiste, het beste, het grootste’. De overtreffende trap. Iets is goed, beter of het beste. Iemand is mooi, een ander is mooier maar zo en zo is het mooist. Een huis is groot, het huis van de buren is groter, maar het huis van die en die is het allergrootst. “Het mooiste meisje van de klas” is een vast onderdeel van een tv-programma. Mensen houden van de overtreffende trap. Vandaag is de één na de laatste dag van de Tour de France en houden we onze adem in: wie zal als allerbeste renner over de streep gaan?

De droom van elke schrijver is om een bestseller te schrijven. Dat hoeft niet het best of het mooist geschreven te zijn, als het maar goed verkoopt. Een aantal jaren geleden gaf mijn jongste zus mij -met een vette knipoog-  een boek met als titel “Bestseller”. Dat boek staat vol met tips en weetjes maar die bestseller is er nog steeds niet. Het kost wat om de beste te worden. En het gepaard met vallen en opstaan. Wielrenners kunnen erover meepraten.

Vorige week viel ik van mijn schrijversstoel. In mijn blogje over de Franse taal stond een kardinale fout. Mijn één na jongste andere zus schreef me erover:”Partir betekent niet ‘slapen’ maar ‘vertrekken’.” Die zus is heel lief en altijd lovend maar ze had gelijk. “Mijn Frans is ook niet meer wat het geweest is hoor”, schreef ze erbij. Maar ik dacht :”Jij bent niet bezig de beste schrijfster van Nederland te worden.” Zij is namelijk echt nederig, een stuk nederiger dan ik, waarschijnlijk het nederigste van ons als vijf zussen.

Een overtreffende trap om eens flink over na te peinzen…  





maandag 23 juli 2018

De Pickwickvragen (4)


“Welke taal zou jij het liefst willen spreken?” 

Onze vakantie is dit jaar in Nederland en dus kunnen we met de Nederlandse taal uit de voeten. Vorig jaar waren we in Frankrijk en daar is het een ander verhaal. Frans zat in mijn eindexamenpakket maar met elk jaar dat verstrijkt sinds eindexamenjaar 1976 wordt mijn schaamte tijdens Franse vakanties groter. Eén keer haalde ik zelfs ‘mourir’ en ‘partir’ door elkaar. “Ik wil graag slapen” werd dus “ik wil graag sterven.” De boerin wier huisje wij destijds huurden trok haar wenkbrauwen heel hoog op  toen ik haar dat vertelde en keek richting Bernard. Die hij haalde haar uit de droom. Wat had ik ook graag mooi Frans gesproken op dat moment.

Soms lees je achterop een boek van een auteur: ”Zo en zo spreekt vloeiend vijf talen: Engels, Frans, Duits, Hebreeuws en Arabisch. Ik kom niet verder dan Nederlands (mijn moedertaal), Engels (werd ietsje beter in Kenia), Duits (zelfde verhaal als Frans) en Fries (na vijf zinnen begint het stotteren). In Kenia is Engels de officiële landstaal. Maar als Kenianen met elkaar spreken is dat Kiswahili. Wat had ik dat destijds graag gesproken met Jacinta, onze trouwe hulp in de huishouding. Zij was niet erg spraakzaam en aanvankelijk dacht ik dat dat door mijn gebrekkige Engels kwam. Maar al snel merkte ik dat ook haar Engels niet volmaakt was. Toch deden wij in de loop van de jaren op maandagochtend niets liever dan  samen eindeloos bijpraten over het weekend in het Engels. Niet een taal die we goed spraken, maar dat was ook niet nodig want we in de loop van de jaren werden we hartsvriendinnen.

Paulus wist het al: “Al ware het dat ik met de tongen der mensen en der engelen sprak, maar had de liefde niet….” 

maandag 16 juli 2018

De Pickwick vragen (3)


“Wat is jouw favoriete vervoersmiddel? Wat eet je het liefst op je boterham? Wanneer heb je voor het laatst gehuild? Wan welke kleine dingen geniet jij het meest?” In de Pickwick thee fabriek weten ze er wel raad mee, de één na de andere vraag rolt uit hun koker. Elke morgen weer een verrassing. Het gaat ook alle kanten op, van favoriete vervoersmiddel tot laatste moment dat je gehuild hebt…

Omdat ik ze spaar ebben ze niet weg uit mijn geheugen. Ze liggen in een klein bakje op het aanrecht. Vanmorgen bungelde “Van welke kleine dingen geniet jij het meest?” aan mijn mok thee. Na de thee trok ik het labeltje er af en stopte ik de vraag bij de andere in het bakje. Daar liggen ze schotse en scheef door elkaar. Aan de achterkant staat het Pickwick logo met advies “Neem de tijd”. De voorkant van één vraag was zichtbaar: ”Wat eet je het liefst op je boterham?” Die vraag was van vorige week. Maar mijn antwoord vandaag zou hetzelfde zijn want ik eet altijd dezelfde boterhammen: twee, geroosterd, volkoren. Eén met kaas (liefst oude) en één met Engelse marmelade. Elke morgen weer een feestje. Zomer, herfst, winter of lente: die boterhammetjes smaken  steeds als nieuw. Kenia of Nederland, het maakte geen verschil. 

Het volk Israël in de woestijn kon op een gegeven moment niet meer genieten van het manna dat elke morgen voor hen klaar lag. Dat was voor hen eerder reden om te klagen. Was dat dan echt zo vies?, vroeg ik me als kind al af. En opeens weet ik het antwoord: genieten en dankbaarheid horen bij elkaar. Als iemand ophoudt met dankbaar te zijn naar God, de Schepper en goede Gever, houdt zelfs het genieten van de dagelijkse kleine dingen op.


maandag 9 juli 2018

De Pickwick Vragen (2)


“De Pickwick Papers” is de titel van de eerste roman van de wereldberoemde Charles Dickens. Oorspronkelijk was het boek een serie waarvan de afleveringen eens per maand verschenen. Rond 1840 -bijna twee eeuwen geleden- was dat een hele nieuwe vorm van uitgeven en goedkoper dan het drukken van boeken. Wij leven in een andere wereld: ik post wekelijks mijn blogje en binnen een week hebben 200 mensen dat gelezen. Vorige week waren het er zelfs meer: de vraag van de  Pickwick thee riep herkenning op. Dus hoop ik de komende weken een serietje over de “Pickwick vragen” te schrijven. Vraag van deze week is: ”Wat is het liefste dat iemand ooit voor jou gedaan heeft?” 

Die vraag kostte mij hoofdbrekens. In 60 jaar leven deden veel mensen lieve dingen voor mij. Zo reed ik in 1997 onze nieuwe rode Opel in Zeist total loss. Twee dagen daarna bood één van mijn zussen ons een lening aan. Om een nieuwe auto te kopen. Nog twee dagen later zei ze dat we de lening niet terug hoefden te betalen. Dat was lief. Als student in Groningen werd ik eens uitgenodigd voor het eten bij een oude Indische dame. Toen ik aankwam om zes uur bleek dat zij de hele middag bezig was geweest om een hele speciale maaltijd te maken. Het is meer dan dertig jaar geleden, maar ik herinner me het als de dag van gisteren. Ook omdat ik na afloop twee design- theedoeken van haar mee naar huis kreeg. Heel lief.

Maar het allerliefste kwam gisteren, van mijn eigen man, nota bene tijdens het schrijven van dit blogje. Toen ik hem vroeg: ”Wat is het liefste dat iemand ooit voor jou gedaan heeft?”, was zijn directe en besliste antwoord: ”Jouw besluit om met mij te trouwen.” Lief toch?
  




maandag 2 juli 2018

Fantasie


“Wie is op dit moment jouw lievelingsartiest? Zou je in het buitenland willen wonen? Wat maakt jouw huis een thuis?” Mensen die Pickwick thee drinken zullen de vragen van de labeltjes herkennen. Elke morgen lees ik er eentje bij de thee. Ze zijn vaak heel verrassend en daarom spaar ik ze. 

Vanmorgen zette die vraag me aan het denken tot ver na het ontbijt: ”Wat is de mooiste herinnering uit jouw kindertijd?” Spontaan kwam de een na de andere herinnering naar boven. Met name aan Nunspeet waar ik van mijn zevende tot mijn veertiende woonde. Ik begon daar in klas 2 (tegenwoordig groep 4) en kon dus net lezen. De bibliotheek lag op weg naar school en samen met mijn zusjes was ik een trouwe klant. Het lezen van boeken over ‘grote mensen’ was wat ik het liefste deed. Boeken over kinderen boeiden me niet maar boeken over het leven ‘later als ik groot ben’ hadden een enorme aantrekkingskracht. Als meisje van tien verslond ik de “Goud-Elsje serie” over het leven van een blond doktersvrouwtje. Wat was het mooi om te fantaseren over ‘later als ik zelf een vrouw ben’. Opeens besef ik dat de mooiste herinnering uit mijn kindertijd die ongebreidelde fantasie is. Wij hadden een ‘verkleedkleren’ kist met oude jurken, schoenen (met hakjes!) en hoeden van tantes. Het was elke keer weer een feest om ons zo mooi mogelijk uit te dossen. 

Als ik even later voor de klerenkast sta kan ik geen keuze maken voor de dag. Het weer is net omgeslagen van koud naar heel warm en als groot mens weet je het dan even niet. “Heb fantasie” hoor ik de herinnering fluisteren en voor ik het weet sta ik mezelf -net als vroeger-uit te dossen voor de spiegel met nieuwe variaties.

Leve de Pickwick thee!

  




maandag 25 juni 2018

Koopzondag


“Mijn opa was zo fanatiek, op zondag mocht je zelfs niet op de fiets naar de kerk. Alleen lopend. Hij heeft om die reden eens iemands banden laten leeglopen.” Ik schiet in de lach, maar hij gaat verder: ”Godsdienstfanatisme noem ik dat.” De zestigjarigen en ouder onder ons (ik dus ook) kunnen er over meepraten: wat er allemaal niet mocht op zondag: niet breien, wel borduren. Niet voetballen in een team, alleen een balletje trappen in de tuin. Ik mocht geen huiswerk maken en mijn moeder hing nooit de was buiten op zondag. Verder ging het bij ons niet. Ik heb er dan ook geen trauma aan overgehouden zoals het kleinkind van de fanatieke opa. Die heeft inmiddels kerk en christen-zijn vaarwel gezegd: teveel regels die hem niet aanstaan. 

Maar is het waar dat het christendom bol staat van de regels? In de Tien Geboden staat niks over fietsen, huiswerk maken of breien. Wel gaat het daar over ‘de zevende dag van de week die geheiligd moet worden’. Dan hoeft er niet gewerkt te worden, door niemand. Dan mag iedereen rust houden en genieten van het leven. Op zondag krijgt een mens welverdiende rust van God. Net zoals Hij zelf rustte na zes dagen schepping. Dat is dus iets om blij van te worden. Want wie wil er nu niet genieten? Nederlanders werken overigens al lang geen zes dagen meer. Vijf dagen en dan acht uur per dag, dat is de norm. Op zaterdag kan er naar harte lust gewinkeld worden en op zondag? Dan mag een mens leren dat je ook kunt genieten zonder winkels. In de natuur bijvoorbeeld. In Dantumadeel is het prachtig wandelen en fietsen en omdat de winkels daar op zondag gesloten blijven kunnen mensen er echt genieten. Wij dus.

Leve de e-bike!

maandag 18 juni 2018

Leeftijd


Afgelopen week stond Facebook er bol van: foto’s van rugtassen onderaan vlaggenstokken aan huizen. “Wat betekent dat?” vroeg een bevriende Somalische me. “Dat betekent dat er iemand in dat huis geslaagd is voor het examen.” Ik herinner mijzelf nog de meimaand van 1976, net zo warm en zonnig als dit jaar: het jaar waarin ik eindexamen deed en op kamers in Groningen ging wonen. “Daar achter het examen ligt de vrije maatschappij”, zongen wij in de eindexamenklas. En ik voelde tot in de toppen van mijn tenen: nu ligt het leven voor me, nu mag ik er helemaal zelf uithalen wat er in zit, zonder de controle van mijn ouders. Het gevoel van een 18 jarige die het huis uitgaat.

Maar onlangs werd ik 60. En daar hoort een heel ander gevoel bij. Geen slecht gevoel, wel anders. De oma naar wie ik vernoemd werd is 59 geworden. Ik heb haar dus al ingehaald. In Kenia is de gemiddelde levensverwachting 62 maar in Nederland ben je nog lang niet oud als je 62 bent want daar is de gemiddelde levensverwachting 81. Vlak voor mijn verjaardag dacht ik: ”Oef, ik ben straks geen vijftiger meer.” Maar vrijwel direct erna: ”Maar in elk geval ook nog lang geen 70.” De meeste mensen willen zo lang mogelijk zo jong mogelijk blijven, of in elk geval lijken. 

God gaat heel anders met menselijke leeftijd om. Mozes, de belangrijkste figuur van het Oude Testament, was 80 jaar toen hij de eigenlijke roeping van zijn leven kreeg. Mozes zelf vond dat ook een beetje te oud en verwachtte er niet zoveel van. Maar op de één of andere manier was dat precies de gesteldheid die God wilde: iemand die niet zoveel van zichzelf meer verwacht maar al zijn hoop en verwachting op God alleen richt.




maandag 11 juni 2018

God beloont (4)


“Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.”                                           Hebreeën 11:6

In een vorige blogje heb ik “God-zoekers” vergeleken met ‘goudzoekers’. Nu zijn er inderdaad overeenkomsten. Maar er is één groot verschil. Goud dat gevonden is kun je vastpakken, smelten, zuiverder maken en omvormen tot iets wat jezelf graag wilt. Dat kan allemaal niet met God, want God is Geest. Hij is onzichtbaar voor het menselijk oog. En dat maakt het zoeken naar Hem moeilijker dan het zoeken naar goud. Want wanneer weet je nu of je Hem echt gevonden hebt?

In het Oude Testament geloofde Mozes dat Hij God echt gevonden had en dat God aan hem de Tien Geboden zou geven op de berg Sinaï. Het volk Israël moest beneden bij de berg op hem wachten. Maar dat duurde hen te lang. Toch verlangen zij naar de aanwezigheid van God. En wat deden ze? Al het goud dat -in wat voor vorm dan ook maar- voorhanden was werd verzameld, gesmolten en gevormd tot het beeld van een Gouden Kalf. Een zichtbare God. Mozes was daar niet blij mee en bijna verspeelde het volk daarna het recht op de Tien Geboden. 

Ook vandaag vinden mensen het moeilijk om met een onzichtbare God te leven. “Eerst zien, dan geloven”, is de mening van velen. Ook dat zie je in de bijbel terug. Als Jezus zich vertoont aan alle leerlingen minus Thomas gelooft deze hun getuigenis niet. Jezus weet dat en verschijnt nog een keer, apart voor hem. En dan doet Hij zijn beroemde uitspraak: ”Zalig zijn zij die niet gezien hebben en toch geloven.” (Johannes 20:28) Want geloven in Jezus Christus, de levende Zoon van de onzichtbare God, en doen wat Hij vraagt, geeft een mens het echte leven.





dinsdag 5 juni 2018

God beloont (3)


“Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken.”                                           Hebreeën 11:6

Veertig jaar geleden werd ik christen en las ik deze tekst voor de eerste keer bewust. Ik weet nog heel goed dat het woord ‘beloner’ er uit sprong. Tot dat moment was God voor mij vooral de God van de regels, de geboden en de verboden die ik zo goed mogelijk moest houden. Door het woord ‘beloning’ werd het opeens veel aantrekkelijker om in God te geloven. “Je wordt er in elk geval altijd beter van, want God heeft zijn beloningen klaar liggen.” Zo dacht ik toen. Ik had zelf die beloningen ook al ingevuld. Ik zou ongetwijfeld af gaan studeren met een mooie lijst, die beloning had ik wel verdiend. En dan zou er inmiddels ook een aardige echtgenoot zijn verschenen. Natuurlijk hoorde een mooi huis om daar samen in te wonen ook bij het lijstje. Huisje, boompje, beestje en een goede gezondheid: ik ging er gewoon van uit dat God mij hiermee zou belonen, ik hield me immers strikt aan elk gebod en verbod?

Maar het liep allemaal heel anders. Die aardige echtgenoot liet meer dan tien jaar op zich wachten bijvoorbeeld. Eigenlijk had ik al opgegeven hem ooit te ontmoeten. Het was een bittere pil die ik had geslikt: ”Okay, Heer, ook als ik alleen moet blijven wil ik u nog steeds volgen.” Ik volgde Hem en kwam in Hantum als dorpsdominee terecht. Van ‘huisje, boompje, beestje’ was alleen het huis, een grote oude pastorie, werkelijkheid geworden. Toch was ik niet ongelukkig. In die oude pastorie was ik eenzaam, maar niet alleen. Elke keer als een preek weer gelukt was voelde ik het: als een onzichtbare Vriend is Jezus bij me. En ik realiseerde me dat juist dat de beloning was die Hij belooft aan ieder mens die ernstig naar God op zoek gaat: zijn voortdurende nabijheid!