maandag 10 december 2018

De gunfactor


Sinds een paar maanden ‘doe ik bezoeken’ in onze gemeente en dat brengt me bij mensen in soorten en maten en levert zeer afwisselende gesprekken op. Bij getrouwde mensen met kinderen gaat het heel vaak over die kinderen, bij vrijgezellen over het werk, bij beide over de hobby’s. Sommige mensen hebben ‘kerkenwerk’ als hobby, maar dat zijn er niet zoveel. Ouderling of diaken worden hoort in onze gemeente nog steeds tot een verplichting waar je nu eenmaal vroeg of laat niet onderuit kan. Maar vanmorgen was ik op bezoek bij iemand die anders was. Ook hij heeft twee kinderen en een paar hobby’s. Maar zijn visie op ‘kerkenwerk’ was een openbaring voor me. Omdat hij niet meer de jongste is is hij op dit moment geen ouderling of diaken. Maar zijn ideeën zijn het waard om doorgegeven te worden.

Hij verraste mij al direct aan het begin door het gebruik van een woord dat ik nog nooit in de kerk hoorde: de “gunfactor”. Iemands gunfactor zijn diens eigenschappen waardoor iemand anders hem of haar iets gunt. Het is een term uit de marketing. Verkopers met een hoge gunfactor doen het goed want mensen willen van hen graag iets kopen: die gunnen dat de verkoper. “Wij zouden in de kerk echt aan onze gunfactor moeten werken, dan zou ons werk voor de Heer veel meer resultaat opleveren”, zei hij met een brede glimlach. Daarnaast vertelt hij me dat hij altijd proactief was  geweest in het kerkenwerk.  “Want je kunt wel klagen dat het allemaal niks meer is, maar als jezelf niet eerst in actie komt dan wordt er over je beslist.”

“Doe je de groeten aan Bernard?”, vroeg hij bij het afscheid. Dat heb ik dus heel graag gedaan want mensen met zo’n hoge gunfactor zijn er niet zoveel.


maandag 3 december 2018

Namen


Ruim een week geleden was het “Eeuwigheidzondag”, de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Voor veel  kerken een speciale dag omdat  tijdens de kerkdienst gemeenteleden worden herdacht die het afgelopen kerkelijk jaar zijn overleden. 

In onze gemeente waren dat er 25. De meeste van hen waren heel oud, eentje was heel jong. Voor ieder afzonderlijk werd een kaars aangestoken door een familielid of vriend. Soms ging er een heel groepje familieleden bij een kaars staan. Twee kaarsen werden vlak naast elkaar gezet door de familie: het betrof een man en diens vrouw: hij was een paar maanden na haar gestorven. Beide heel oud. Hun kinderen en kleinkinderen stonden er omheen. 

Maar voor sommige kaarsen was er niemand in de kerk. De naam van die overledene verscheen met grote letters op het beamerscherm, de ouderling van dienst stond klaar met de kaars in zijn hand, Bernard las de naam hardop voor. Maar iedereen wachtte tevergeefs tot er iemand opstond om naar voren te gaan. En dus stak de ouderling zelf de kaars maar aan. Ooit stonden die namen in kleine letters op een geboortekaartje en werden ze vol verwachting uitgesproken door vader en moeder. Nu sprak Bernard ze uit zonder dat er iemand reageerde. Namen van sommigen die hier jaren leefden. Oud en in de vergetelheid geraakt. Het enige wat er dus van je overblijft is een naam, dacht ik. Een naam die eens ook weer snel vergeten is. 

“Ik vergeet jou nooit. Ik heb je in mijn handpalm gegrift.”, staat in Jesaja 49(:15,16) Die “Ik” is de God van Israel bij wie iedereen, die in zijn Zoon gelooft, mag horen. De namen van die ‘onbekenden’ mogen vergeten zijn door de gemeente, bij God zijn ze bekend. En zij zijn nu dichter bij Hem dan ze op aarde ooit waren.


maandag 26 november 2018

Waarom zou ik naar de kerk gaan? (Finale)


Op 19 februari schreef ik:

“In de Westereen hebben de kleine 6000 inwoners maar liefst zes verschillende kerkgebouwen tot hun beschikking. En in de nazomer van dit jaar wordt er een nieuwe kerk geopend: modern, met een open ruimte om samen koffie te drinken, fijne stoelen en veel licht. Terwijl overal in Nederland kerkgebouwen worden afgebroken is het metselen en timmeren hier in volle gang. Het duurt nog even voor er diensten gehouden worden, maar nu al mag iedereen die er langs loopt weten: Hier wordt gebouwd aan een huis van en voor God, voor Jezus, de Heer. Uiteraard heb je geen kerk(gebouw) nodig om in Hem te geloven. Maar wanneer je Jezus belijdt als jouw Heer is het toch geweldig om dat samen met anderen in een mooie ruimte te doen? Ik denk dat ik heel veel van die nieuwe kerk ga houden!”

Het is 19 november als ik dit schrijf, de nieuwe kerk is een feit en iedereen houdt er van. 21 september was de eerste officiële dienst. Ruim een week geleden het eerste orgelconcert en een paar weken daarvoor- op diezelfde avond- een concert van de Friese Kast. Voor elk wat wils dus. Kan dat eigenlijk wel: zulke concerten in de kerk? Die vraag deed overal de ronde. Want daarvoor ga je toch niet naar de kerk?

En toen kwam ik de volgende tekst tegen: ”Laten we opmerkzaam blijven en elkaar er toe aansporen lief te hebben en goed te doen, en in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten, zoals sommigen doen, elkaar juist bemoedigen, en dat des te meer naarmate u de dag van zijn komst ziet naderen.” (Hebreeën 11:24,25)

De kerk is de plek waar christenen zich mogen oefenen in liefhebben en goed doen. Wow!

maandag 19 november 2018

Herfst


“Herfst, herfst, wat heb je te koop? Duizend kilo bladeren op een hoop. Zakken vol met wind, ja mijn kind, ‘k weet niet of jij dat aardig vindt.”          

Als kind van vier leerde ik dit liedje en ik geloof dat ik het leuk vond. Als vrouw van zestig vind ik de herfst maar niks. “Wat heb je te koop?” Niet veel. Het wordt al weer vroeg donker en de wind waait je om de oren. De bomen kleuren weliswaar mooi rood en oranje en geel, maar dat is maar van korte duur. Voor je het weet zijn het allemaal “duizend kilo bladeren op een hoop”. En die hoop moet je dan ook nog eens zelf bijeen harken. Bladeren waaien daar nu eenmaal niet automatisch op.

Ik fietste peinzend terug naar huis en zag het al van een afstand: de takken van de twee lei-lindes voor ons huis waren weer zichtbaar en het gras lag bedolven onder een grote berg bladeren. Werk aan de winkel dus. Het minst mooie tuinwerk: bladeren harken en opruimen. “Herfst herfst, wat heb je te koop?” Alleen maar vervelend werk met de winter in het vooruitzicht. Ik zette de fiets in de schuur en bedacht wanneer ik dit karweitje zou opknappen. Momenteel heb ik het drukker dan ooit met werk voor de kerk.

En toen gebeurde het. “Mevrouw, kunnen we misschien helpen met bladeren vegen?” Twee blonde Friese jongetjes kwamen op me af. Beide vervaarlijk zwaaiend met een grote mensen hark. Ik kon mijn oren en ogen niet geloven. “Dus jullie willen een heitje voor een karweitje doen?” “Precies!”, glunderde één van hen. “Maar u mag zelf weten hoeveel u ervoor betaalt hoor”, zei de ander trouwhartig.

“Herfst, herfst, wat heb je te koop”? Twee Friese blonde jongetjes die bladeren harken best wel aardig vinden.


maandag 12 november 2018

Gratis (3)


“Als je niet teveel geld uitgeeft aan je zorgverzekering of energieleverancier, dan zal het financieel wel goed gaan in het nieuwe jaar.” Zorgverzekeringen en energieleveranciers doen in november en december goede zaken met deze reclames. En laten we wel zijn: je moet toch verstandig met je geld omgaan? Want “je kunt het maar één keer uitgeven” en “geld groeit nu eenmaal niet op onze rug”.

Ik ken maar weinig mensen die niet gevoelig zijn voor geld. Of iemand nu veel of weinig heeft: geld speelt altijd een rol. Want zonder geld kun je niet leven in Nederland. “Je geld of je leven!” is het gezegde. Maar in ons land is ons geld ons leven. (Al zijn er in Nederland ook mensen die zonder geld leven en gelukkig voorziet de overheid voor hen in ‘brood en bed’).

Want met alleen ‘brood en bed’ nemen de meeste Nederlanders geen genoegen. Die willen ook graag een huis. Liefst geen huurhuis maar een eigen. Liefst vrijstaand. Mooi ingericht. Met een auto voor de deur. Een nette auto wel te verstaan. En voor de komende winter hebben we ook wat warms voor ons lijf nodig. Liefst iets moois warms. En alleen brood en water zijn niet goed voor de gezondheid. Dus hebben we ook geld nodig voor gezond, lekker eten. Om de tien jaar een nieuwe keuken hoort er eigenlijk ook bij. De trend verandert nu eenmaal. Hetzelfde geldt voor de badkamer.

Geld: je kunt er veel voor kopen. Maar niet alles. Twee dingen, die ook me ‘ge’ beginnen, ge-luk en ge-zondheid, namelijk niet. Bijzonder eigenlijk dat die dingen waar een mens het meeste behoefte aan heeft niks kosten. Voor onze gezondheid en ons geluk zijn we afhankelijk van een Hogere Instantie. En Hij zegt: ”Bid, en u zal gegeven worden!” 

Helemaal gratis!

maandag 5 november 2018

Gratis (2)


“GRATIS MEE TE NEMEN VOOR DE LIEFHEBBER”. Ik reed in de Westereen een paar weken geleden langs een huis waar in de voortuin op een stoel dit bordje stond. Op die stoel lag een stapel woontijdschriften waar ik de helft van meenam. En ik schreef er een blogje over.

Alsof het zo moest zijn kreeg ik de dag erna een mailtje van een Amerikaanse oud-collega van Bernard. Hij is al op oudere leeftijd maar schrijft nog steeds boeken en die gaan  over “Christenen en geld”. Hij is nu bezig met een nieuw boek en vroeg ons het manuscript te lezen voor het naar de uitgever ging: “Dare to Discover What the Bible Actually Says About Money”: Durf te ontdekken wat de bijbel nu echt zegt over geld. Ik las het en was verbaasd en verwonderd. Want de bijbel zegt heel veel over (hoe een christen met) geld (moet omgaan).

“Het is vaak makkelijker om over seks te praten dan over geld”, is  een prikkelende zin (in het voorwoord) die direct mijn aandacht trok. Is dat zo? Is omgaan met geld iets voor de privésfeer waar een ander niks over te zeggen heeft?

Op de Nederlandse tv en radio gaat het heel vaak over geld. “Met onze economie in Nederland gaat het goed, maar het kan nog beter”, een zin -uit de troonrede van onze koning- die het klimaat in Nederland goed weer geeft: We hebben met zijn allen veel geld verdiend, maar het kan altijd nog meer worden. En als je nu niet teveel geld uitgeeft  aan je zorgverzekering of je energieleverancier, dan gaat het zeker goed komen. Met dit soort berichten worden we  dagelijks overstelpt. Maar wat zegt de bijbel eigenlijk over omgaan met geld? Is dat iets privés? Of valt er meer over te zeggen?

(Wordt vervolgd)




maandag 29 oktober 2018

Gratis


“GRATIS MEE TE NEMEN VOOR DE LIEFHEBBER”. Ik reed - op mijn e-bike- langs een kartonnen bordje met deze tekst en remde daarna toch maar af. Had ik het goed gelezen? Gratis?

Gratis is een toverwoord voor veel Nederlanders. Een toverwoord voor mij dus. Net zoals de woorden ‘aanbieding’, ‘korting’, ‘sale’, ‘koopje’, ‘reclame’. Altijd als ik zo’n woord lees gaat er van binnen een lampje branden. Ook deze morgen. Want vanuit een ooghoek had ik op die e-bike al gezien waar het bordje op sloeg: een stapel woontijdschriften. En als ik van iets een liefhebber ben is het dat. Ik stond voor de stapel, ik schat twintig stuks en dacht: Zal ik ze allemaal meenemen? Ik ben een liefhebber. Dus in principe mag dat. Maar misschien zijn er wel meer liefhebbers dus laat ik me inhouden. Ik nam de helft mee.

Gratis mee te nemen voor de liefhebber”: Ik vermoed dat de gulle gever van die woontijdschriften iemand is die thuis is in de bijbel. Want in dit ene zinnetje past elk woord bij het evangelie, het goede nieuws van Jezus Christus. Hij stierf voor de zonde van ieder mens, Hij biedt genade aan. De liefhebber mag die genade gratis meenemen. Zonder te betalen dus.

Jammer eigenlijk dat we dat in de kerk vaak een beetje kwijt zijn. Ook in ons dorp gaan er altijd collectezakken rond in kerkdiensten: alsof er voor genade toch betaald moet worden. Ooit gingen wij naar een kerk waar nooit gecollecteerd werd. De gemeente leden konden geld aan de kerk overmaken via de bank, maar nooit in de kerkdienst. Ik vond dat prachtig en heel aantrekkelijk voor nieuwelingen: alles in die kerk was echt gratis voor de liefhebbers. En reken maar dat er veel nieuwelingen spontaan een liefhebber van Jezus werden op deze manier!  

maandag 22 oktober 2018

Voetstappen


Binnen een uur -van huis tot huis- ben ik bij onze dochter in Groningen. Onlangs liep het anders. Het begin was als vanouds: met de fiets naar het station en daarna met de Arriva-stoptrein richting Groningen. In Buitenpost – de eerste stop- bleek de trein niet verder te gaan en stonden grote bussen klaar om reizigers verder te brengen. Maar het was stralend weer, ik hoefde niet maar mijn werk en was voor mijn plezier een dagje uit. Dus eigenlijk best mooi om met de bus door het Groninger herfst-landschap te rijden. 

In Groningen dan maar even de stoptrein richting Delfzijl pakken, dacht ik. Want het Noorderstation was mijn eindbestemming. Maar het bus avontuur van die dag bleek nog niet voorbij want op de perrons stonden in plaats van treinen kleine bordjes met “Volg de voetstappen naar je bestemming.” Ik keek naar de grond en inderdaad: allemaal sporen van nep-voetstappen. Die voor de richting Delfzijl waren blauw dus ik ging op pad. Stap voor stap. Overal om me heen zag ik mensen naar beneden kijken.

Een hele simpele manier om ergens te komen: volg de voetstappen. Een kind kan de was doen. “Treed in de voetsporen van Hem” staat in 1 Petrus. Die “Hem” is Jezus. Zijn leven is al het ware de ‘voetprint’ voor ons. Elke keer als je niet weet welke kant je op moet kun je je afvragen: WWD? What Would Jesus Do? In welke richting moet de volgende stap gaan? Ik had geen idee waar de voetstappen zouden uitkomen maar vertrouwde dat de N.S. me niet op een dwaalspoor had gezet. Het eindpunt van die blauwe voetstappen bleek het instappunt van een nieuwe grote bus, aan de overkant van het station.

Ook Jezus is te vertrouwen wat het eindpunt van onze aardse voetstappen betreft, reken maar!



maandag 15 oktober 2018

Tuin!


Mensen die mij wat langer kennen (al is het alleen maar van Facebook) weten dat tuinieren mijn hobby is. Mooiere zomer in Nederland dan dit jaar kan ik me dan ook niet herinneren: Al vanaf mei staan er elke dag verse bloemen in onze woonkamer.

Afgelopen zaterdag kreeg ik hulp van een ‘echte’ tuinman. Een “Westereender-met-pensioen-en-dus-drukker-dan-ooit” was zo goed om een paar uurtjes voor onze tuin vrij te maken. Drie grote potten met Agapanthus heeft hij in de vaste grond geplaatst. Daarvoor was stevig omspitwerk van het gazon nodig. Ik stond erbij, keek ernaar en luisterde naar al zijn aanwijzingen. Zijn eigen tuin is een waar lusthof met wel tien verschillende soorten Dahlia’s die hij allemaal bij naam kent en ook uit elkaar houdt. Ik voel me altijd een simpele beginneling in zijn buurt.  

God heeft ook iets met tuinen: in Genesis 3 staat dat “Hij in de avondkoelte in de hof (van Eden) wandelde” en in Johannes 20 ziet Maria Jezus staan maar denkt ze dat Hij de tuinman is. (Leek Hij daar een beetje op?) “Ik ben de Ware Wijnstok”, sprak Jezus, “en mijn Vader is de Landman.” Jezus gebruikt dus zelf het beeld van God als de Grote Tuinman.

Van die Grote Tuinman leerde ik in onze tuin drie dingen. (Meer gaat ongetwijfeld komen):

-       Geduld. Groei is iets dat heel langzaam gaat. Langzaam maar zeker.
-      Anti racisme. Bloemen zijn er in zoveel verschillende kleuren en maten dat vergelijking van de ene bloem met de andere nergens op slaat. Iedere bloem is uniek in zijn eigen soort.
-      Snoei. Hoe meer ik in mijn tuin snoei en wegknip, des te meer er gaat groeien en bloeien. Snoei is in feite noodzakelijk voor uitbundige bloei.

Voor elke wijze les van de tuin houd ik me aanbevolen!


maandag 8 oktober 2018

Dagboek van een herdershond


De ouderen onder ons kennen vast allemaal nog wel de tv serie “Dagboek van een herdershond” (van 1978-1980 op tv) over het leven van kapelaan (hulppastoor) Erik Odekerke in het Brabantse land. Elke begin aflevering begint met de scene waarop Erik bijna (of helemaal, ik ben het vergeten) van zijn fiets valt. Heen en weer fietsen van hot naar her is zijn bestaan en tijdens die tochten ontmoet hij het één na andere uitgesproken lid van zijn parochie. Met sommigen raakt hij bevriend en die worden in de serie op de voet gevolgd. In Kenia -waar nooit iets leuks op de tv was- bekeken Bernard en ik er een oude Dvd van: met veel genoegen. 

Nu is het vele jaren later. We wonen niet meer in Kenia en kijken bijna nooit meer Dvd’s. Want Bernard is predikant in de Westereen en sinds kort ben ook ik daar kerkelijk werker. “Geestelijk verzorger ten behoeve van het pastoraat” is de technische term. Herdershond vind ik mooier want dat is precies hoe ik me voel. Net als Erik fiets ook ik rond, ontmoet het ene na het andere boeiende gemeentelid en probeer de kudde  een beetje bij elkaar te houden. Dat is helemaal niet zo makkelijk als het lijkt. Want sinds de komst van de tv hoeft niemand op zondagmorgen meer de deur uit. Eén druk op de knop en je hebt de kerk in je huis. Voor sommige oude, zieke en zwakke schapen is dat natuurlijk een uitkomst. Maar de kudde dunt er wel een beetje van uit. 

Jammer is dat voor de (goede) herder. Want die houdt het liefst al zijn schaapjes bij elkaar. En dat is natuurlijk ook voor hen ook het allerbeste. Want waar de kudde bij elkaar is de herder nooit ver te zoeken.




maandag 1 oktober 2018

Niet genodigde gast


Ik geef hem het voordeel van de twijfel,  dacht Simon, en daarom nodig ik hem uit. Hij zou zelf alleen maar opletten en luisteren. Niemand zou hem verdenken van ook maar een spoortje geloof.

De eerste gasten kwamen binnen en Simon wees de ligplaatsen aan. Toen Jezus arriveerde ging zijn hart zo hard tekeer dat het bijna te horen was. De maaltijd begon en opeens ontwaarde hij achter Jezus een vrouw die hij niet uitgenodigd had. Hij zag haar gezicht niet want haar lange haar hing ervoor. Wie was dat? Langzaam drong zich een doordringende geur aan hem op. Was dat mirre? Hij zag sommige gasten hun wenkbrauwen optrekken. Mirre was niet om te eten, mirre was van vrouwen van lichte zeden. Het kon toch niet dat? Nog een blik in haar richting en zijn angst werd bevestigd. Met open mond keek iedereen nu naar Jezus en de vrouw.

 “Simon, ik wil iets tegen je zeggen”, doorbrak Jezus de stilte. Iets zeggen tegen hem? Hij zou haar weg moeten sturen. “Zeg het meester”, smekend keek hij Jezus aan. “Zie je deze vrouw?”, Jezus stopte even, “jij bent de gastheer maar zij heeft mij verzorgd met tranen, kussen en mirre.” Was het nu echt nodig om hem zo voor gek te zetten? Hij zag de vrouw opstaan. Ook Jezus ging staan en zei: “Ik zeg jullie: alle zonden van deze vrouw zijn vergeven want ze heeft heel veel voor Mij gedaan.” Een paar gasten stonden  op en gingen weg zonder de gastheer te groeten. En Simon wist dat zijn vonnis was getekend. Door die vrouw en door Jezus, dacht hij. 

Zachtjes zei Jezus tegen haar: ”Het enige wat ik van een mens verlang is geloof in Mij en jij hebt dat laten zien deze avond.”

vrij naar Lucas 7:36-50