maandag 30 augustus 2021

Advocaat


Houdt u van detectives of misdaadseries? Wij wel. Toen Nederland helemaal op slot zat vanwege Corona bekeken wij menige serie. Zoals de Belgische serie over advocaat Helena de Ridder die later openbare aanklager wordt. Advocaat en openbare aanklager (officier van justitie) zijn de twee tegenpolen in het strafrecht: de ene moet (harde) bewijzen voor een misdaad aandragen, de ander helpt de aangeklaagde zich te verdedigen. Mensen die gewend zijn om misdaadseries te kijken weten dat een serie pas echt spannend is wanneer je tot aan het einde nog niet weet ‘wie het gedaan heeft’.

In het echte leven worden er wel eens onterecht mensen beschuldigd. Ik hoorde pas over iemand die (in Amerika) meer dan twintig jaar onschuldig gevangen zat. Twintig verloren jaren (en een dader die vrij rondliep). In het leven van die gevangene was er blijkbaar geen goede advocaat geweest. Een goede advocaat is goud waard! Nederland heeft 800 officiers van justitie in dienst (van de overheid). Daar tegenover lopen er bijna 18.000 advocaten rond. Dat betekent verhoudingsgewijs 1 aanklager op meer dan 20 advocaten. Zoveel waarde wordt er in Nederland gehecht aan de verdediging.

Wij mensen van de kerk gedragen ons vaak als aanklagers. Helaas. En ook getuigend van weinig kennis van het Nieuwe Testament. Daarin wordt aanklagen als iets duivels beschreven en verschijnt Jezus als de grootste Advocaat aller tijden. Hij wil advocaat -Pleitbezorger- zijn bij God, de Rechter, voor iedereen die daar behoefte aan heeft. En Hij verwacht van zijn volgelingen dat ze zich oefenen om een goede advocaat te zijn van hun naaste. Een advocaat probeert zich te verplaatsen in de ander, vraagt naar motief en omstandigheden, probeert te begrijpen in plaats van te veroordelen.

Mezelf vrij  pleiten is niet zo moeilijk… Om advocaat te zijn van mijn naaste is een hemelse opdracht.

maandag 23 augustus 2021

Babyboom

 

Corona zorgde voor een babyboom in de Westereen. In één jaar werden er alleen al in onze kerk ongeveer 20 baby’s geboren. Een heel aantal in de maanden dat wij er niet woonden. En dat betekent dat wij nu samen voor een ‘poppeslok’ naar de kersverse of al wat meer ervaren ouders gaan. Om de nieuwe ‘pop’ te bewonderen en om over de doop te praten. Bernard heeft een heel schema van doopdiensten opgezet. Want om ze alle twintig tegelijk te dopen zou te veel van het goede zijn. En nu maar hopen dat Corona het kerkbezoek niet meer in de weg zal staan tegen de tijd dat het allemaal zijn beslag gaat krijgen, ergens in oktober.

Want was er nu mooier dan een doopdienst? Een ouderpaar dat met hun kind in de kerk komt en naar de zegen van God voor dat kind verlangt. Ik ben inmiddels al bij veel van zulke gesprekken geweest en elke keer verwonder ik me over de ontvankelijkheid van de ouders. Een kind krijgen doet iets met een mens. Met ieder mens. Zelfs met mensen die eigenlijk helemaal niet met God bezig zijn en niet of nauwelijks naar de kerk gaan. “Die geboorte zal het hele leven op mijn netvlies blijven.” En: ”Wat een wonder, daar zijn helemaal geen woorden voor.” En: ”Eigenlijk kun je na het meemaken van zo’n geboorte toch niet meer om het bestaan van God heen he?” Rond de geboorte van een kind is een mens ontvankelijk voor het mysterie van God. Wat jammer is het dan als na een paar jaar, als de baby’s opgegroeid zijn tot schoolgaande kinderen en tieners, die ontvankelijkheid soms langzaam wegebt en God naar de achtergrond verdwijnt.

Ik hoop -van harte- dat de komende doopdiensten opnieuw ontvankelijkheid voor de levende God zullen oproepen!

maandag 16 augustus 2021

Schade aan je ziel (3)

 

‘Schade aan je ziel is erger dan schade aan je auto’ en ‘het is een echte (wed)strijd om ervoor te zorgen dat je ziel niet beschadigd raakt’. Daarover schreef ik eerder.

Maar wat is dat nu precies: je ziel? In de bijbel komt het woord vaak voor. Zoals in de uitspraak om ‘de Heer je God lief te hebben met geheel je hart, geheel je ziel en geheel verstand.’ Ze horen alle drie bij het innerlijk, maar wat is het verschil? Met andere woorden: wanneer heb je te maken met het hart, wanneer met de ziel, wanneer met het verstand? Of moet je het zo zien dat de ene mens vooral vanuit zijn hart leeft, een ander helemaal op zijn verstand afgaat en de derde zich door zijn ziel laat leiden? We spreken over een ‘gebroken hart’, een ‘gekwetste ziel’ en een verstand waar ‘een steekje los aan zit’. Het geeft allemaal aan hoe we er van binnen aan toe zijn. En dat is niet best als ik het nieuws mag geloven. Nederland heeft een tekort aan psychologen en psychiaters, hulpverleners op het gebied van de ‘psyche’ (het Griekse woord voor ziel). Veel mensen hebben er moeite mee om goed met hun hart, ziel en verstand om te gaan.

Ik las in de bijbel een mooi verhaal over een man die van binnen helemaal de weg kwijt was. Als Jezus in zijn nabijheid komt is zijn eerste reactie is: ’Wat hebt U met mij te maken, Jezus, Zoon van de Allerhoogste God?’ Die man beseft dan nog niet dat hij met de grootste Psychiater aller tijden te maken heeft. Het verhaal eindigt met de volgende zin: ‘Goed bij zijn verstand zat de man met Jezus te praten.’     

Een beschadigde ziel die genezen was. (Lucas 8:26-39)

maandag 9 augustus 2021

Schade aan je ziel (2)

 ‘Wat baat het een mens zo hij de gehele wereld wint maar schade lijdt aan zijn ziel’. ‘Schade aan je ziel’, wat is dat?

Terwijl ik peins kijk ik naar de Olympische Spelen. Hoogtepunt daarvan is op zaterdagmiddag: de tien kilometer hardlopen voor vrouwen. De ogen van de hele wereld zijn gericht op Sifan Hassan. Op jonge leeftijd kwam zij als Ethiopische vluchteling naar Nederland, inmiddels heeft ze de Nederlandse nationaliteit. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan: ze is en blijft op en top Ethiopisch: Zelfbewust en trots. Voor zichzelf had ze besloten om met drie verschillende afstanden mee te doen: 1500 meter, 5000 meter en 10 kilometer. Op de 5000 meter won ze: haar eerste gouden medaille. Bij kwalificatieronden voor de 1500 meter viel ze. Voor veel atleten betekent dat ‘einde verhaal’. Maar zij overwon de pijn en kreeg uiteindelijk brons. Voor haar een teleurstelling want ze had haar zinnen gezet op goud. Op de 10 kilometer won ze op een grandioze manier weer goud. De hele wereld hield zijn adem in. Sifan kwam, zag en overwon!

Is het verkeerd om te genieten van de spelen? Om vol bewondering naar een overwinning te kijken?

Wie overwint…’, zeven keer klinkt die oproep in Openbaring, het laatste Bijbelboek. De gemeente van Jezus Christus - van alle tijden en plaatsen- wordt daar aangespoord om te blijven strijden. Niet om een medaille te winnen. Wel om het geloof te behouden. Dat is een hele strijd. Want de overste van de wereld, de duivel, wil niets liever dan dat een mens dat kwijtraakt. Maar ‘wat baat het een mens zo hij de gehele wereld wint maar schade lijdt aan zijn ziel’?

‘Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb het geloof behouden’, zegt Paulus aan het einde van zijn leven….

(Wordt vervolgd)

maandag 2 augustus 2021

Blikschade

 

‘Wat binne wy moai fuort west’, zeiden Bernard en ik op de terugweg vanuit Frankrijk. Het verblijf was mooi en de reizen ernaar toe en weer terug verliepen voorspoedig. Wij zijn gewend om aan het begin van een reis in de auto te bidden voor een veilige aankomst. Als we veilig zijn aangekomen danken we soms, soms vergeten we dat. De Heer vergeet ons nooit. Opnieuw kwamen we veilig thuis. Wat is het dan fijn om op een plek te wonen die op zichzelf vakantieachtig is. Want neem nou een ritje naar en een wandelingetje door Dokkum. ’Wat binne wy moai fuort west’, zei ik stralend tegen een vriendin op de parkeerplaats bij de Jumbo in Dokkum.

We hadden gewinkeld in Dokkum, koffiegedronken bij de Hema, kortom een geslaagde middag. Fluitend startte ik de auto op de bovenste verdieping van de parkeergarage bij de Jumbo en voorzichtig manoeuvreerde ik de auto twee verdiepingen naar beneden. Zowel de ingang als de uitgang daar zijn smal. Gelukkig is onze auto niet breed en heb ik het wel vaker gedaan.

Maar deze keer ging het anders. ‘Krak’, klonk het. Ik stopte abrupt. De auto zat aan de achterkant vast aan de hoekrailing. Zowel vooruit-als achteruitrijden zou beschadiging opleveren. Als er al geen beschadiging was. Oef. Een vriendelijke andere Jumboparkeerder hielp om de auto uit zijn beknelling te rijden. Inmiddels stonden er mensen te kijken. ‘Hopelijk ben je verzekerd’ zeiden ze toen ze de blikschade bekeken. En minder vrolijk dan na de vakantie kwam ik thuis. Maar het wonderlijk van dit alles is dat het eerste dat door me heen schoot was: ’Wat baat het een mens zo hij de gehele wereld wint maar schade lijdt aan zijn ziel’.  Schade aan je ziel is blijkbaar erger dan schade aan je auto…

(Wordt vervolgd)   

maandag 26 juli 2021

Bijbelkennis versus zelfkennis

 

Er zijn mensen die schermen met hun Bijbelkennis: ‘Ik heb de bijbel al vier keer van begin tot einde gelezen’. Je hebt ook mensen die niet zichzelf maar anderen roemen: ’Die man, of vrouw heeft zoveel Bijbelkennis, daar kun je echt veel van leren.’ En je hebt mensen die ‘met de bijbel zijn opgevoed’. Die hebben veel kennis omdat hun ouders na tafel uit de bijbel voorlazen. En wat je als kind leert dat onthoud je goed. Zulke mensen zullen dus altijd hoog scoren bij een bijbelquiz. Ik ben ook ‘met de bijbel opgevoed’ en hoorde de verhalen uit het Oude en Nieuwe Testament van jongs af aan. Toch scoor ik altijd laag bij een bijbelquiz. Ik lees nu eenmaal meer in het Nieuwe dan in het Oude Testament.  Ik meende overigens wel dat ik best veel kennis van het Nieuw Testament heb. Vanaf Mattheus tot en met Openbaring lees ik het vaak en ik heb mezelf aangeleerd om dagelijks het Onze Vader te bidden.

 Zoals vorige week in Frankrijk. Maar toen ik beland was bij het ’en vergeef ons onze schulden gelijk wij ook vergeven onze schuldenaren’, ging er een schok door me heen. ‘Onze schulden’: mijn eigen schulden: hoe vaak denk ik daar eigenlijk over na sinds ik tot bekering gekomen ben? De schuld(en) van anderen heb ik altijd breed en duidelijk op mijn netvlies: ’Aan die mankeert dat en aan die dat’. Maar mijn eigen schuld? Verbeeld ik me dat ik volmaakt ben? Iemand zonder schulden? Na het ‘geef ons heden ons dagelijks brood’ komt het ‘en vergeef ons onze schulden’. Jezus wil blijkbaar dat iemand dagelijks stilstaat bij zijn eigen tekortkomingen. Als ik mezelf verbeeld het Nieuwe Testament goed te kennen, zonder dat ik mezelf echt ken, wat stelt het dan allemaal voor?

zondag 18 juli 2021

Schaamte

 

Herken je het volgende? Je verheugt je weken op je vakantie. Even eruit. Even niet het normale gedoe aan je hoofd. Even niks doen. Even alleen maar doen waar je zin in hebt. Je vertrekt vol verwachting. De eerste dagen op de plaats van bestemming moet je bijslapen. Dan doe je dus echt niks. Het kan je allemaal gestolen worden. Daarna, als de eerste vermoeidheid verdwenen is, wil je ‘er op uit’. Je zit notabene in Frankrijk, mooiste vakantieland van de wereld, vol prachtige bezienswaardigheden. Je wilt daar in elk geval iets van zien voor de vakantie om is.

Maar dan gaat het regenen. Niet een paar uurtjes. Niet  een dagdeel. Niet een hele dag. Maar een paar dagen. Net als jij van plan bent om er op uit te gaan is dat onmogelijk vanwege de zware regenval. Je zomerjurk met blote mouwen kan in de koffer blijven want de temperatuur is gedaald. Met het dalen van de temperatuur daalt ook je stemming. Je beseft dat de vakantie al langer dan een week duurt maar dat Frankrijk nog nauwelijks iets van haar schoonheid aan jou onthuld heeft. Je vindt dat je het afgelopen jaar genoeg regen hebt gehad in Nederland. Daarvoor was je toch niet naar Frankrijk gekomen?

En dan besluit je man dat het tijd is om eens naar het nieuws in Nederland te kijken. En jij kijkt over zijn schouder mee op zijn laptop. Samen zie je hoe in Limburg huizen onderlopen door de overstroming van de Maas en hoe in Duitsland mensen op de daken van hun huis zwaaien naar reddingshelikopters. Je beseft dat er zich een ramp voltrekt in vele levens op het moment dat jij zit te mokken over een vakantie die een (regen)tikje anders verloopt dan je hoopte.

En je voelt je beschaamd…

maandag 12 juli 2021

Vakantie

 

‘Ik moet maandag wel eerst mijn blogje schrijven hoor’. Op zondag zitten Bernard en ik op de veranda van onze gîte te overleggen wat we morgen -vandaag- gaan doen. Maandag is een rustdag voor de renners van de Tour de France, dus ‘naar de Tour de France kijken’ kan van het lijstje geschrapt worden. Afgelopen zaterdag schrapten we dat ook omdat ik graag zelf in de auto wilde toeren door de vallei van de Dordogne. Met ‘en passant’ twee bezoeken aan respectievelijk een klein en een groot kasteel was ook die dag in een oogwenk voorbij. Bernard moest notabene via de Whatsapp van zijn ouders horen dat Bauke Mollema de etappe won.

Maar maandag hebben de renners vrij en wij dus ook. Op het schrijven van dat blogje na. ‘Dan laat je dat toch een keertje zitten, het is vakantie’, oppert Bernard. Maar dat zou de eerste keer in vijf jaar trouwe dienst zijn. Dat is mijn eer te na. Al heb ik op dit moment nog geen idee waar ik de inspiratie vandaan moet halen. Of komt dat misschien omdat ik helemaal ondergedompeld ben in de inspiratie? Want zeg nu zelf: verblijven in een idyllisch dorpje op het Franse platteland waar de vogels zich nog vrij voelen om de hele dag te kwetteren en de wilde lavendel en oregano overal uitbundig bloeit. In Nederland moet je naar de winkel voor een potje oregano. Hier pluk je het van de grond en gaat het rechtstreeks in de macaroni.                                                                   

Komt het door het zonnige klimaat of door het karakter van de Fransen? Of hebben die twee simpelweg met elkaar te maken? Ik heb een soort ‘laissez faire’ gevoel over me gekregen. En eigenlijk is dat best fijn. Misschien heeft Bernard gelijk en sla ik een keer over. Het is vakantie!

maandag 5 juli 2021

Werk(en)

In de jaren dat wij als gezin in Kenia woonden kregen we geregeld veel bezoek. Vanwege het werk voor MAF (Mission Aviation Fellowship) kwam dat bezoek overal vandaan. Er was dan altijd een rondleiding in de hangar van MAF op Wilson Airport, één van de vliegvelden van Nairobi. En vaak ook kwam het bezoek bij ons eten ’s avonds. Mensen hingen aan Bernards lippen als hij vertelde over het werk voor MAF, over zijn reizen door Oost- en Zuid-Afrika, over zijn boeiende en veelzijdige baan. En dan steevast aan het einde van zo’n gesprek werd er naar mijn kant gekeken. Ik had inmiddels de tafel afgeruimd, de afwasmachine gevuld en was bezig met de koffie na de maaltijd.

‘En Margriet: wat doe jij?’ Eerst grapte ik dan: ’Oh, ik ben touroperator en gastvrouw’. Want ik had was degene geweest die de gasten door het hectische verkeer in Nairobi had geleid. Een baan op zichzelf. En ik had boodschappen voor het eten gedaan en gezorgd dat het huis tiptop leek voor onze gasten. Maar later irriteerde mij die vraag. Ik was notabene druk in de weer voor mijn gezin en voor hen. Wat wilden ze nog meer van mij? Eigenlijk wist ik dat wel, ze wilden ook van mij een of ander mooi verhaal. Over een  bediening in een sloppenwijk bijvoorbeeld. Maar daar ben ik nooit aan begonnen. Als mensen mij dus vroegen: ‘En Margriet, wat doe jij?’, antwoordde ik: ‘Niks’. Als mensen me dan verbaasd aankeken zei ik: ’Ik leef.

’Ook in Nederland krijg ik vaak te horen: ’Oh, heb jij geen baan?’ Met ‘baan’ wordt betaald werk bedoeld. Sinds ik met Bernard getrouwd ben heb ik zelf geen baan. Maar geloof het of niet, nu ik dat laatste heb opgegeven heb ik meer werk dan ooit tevoren!


maandag 28 juni 2021

Identiteit

 

Mijn lange vlechten waren mijn identiteit. Op de middelbare school liep ik er fier mee rond: ze bungelden tot aan mijn billen, waren donkerbruin en dik. Eén van mijn zusjes had ook vlechten maar die waren dunner. Ik vond de mijne het mooiste en onze ouders waren trots op ons. We hadden altijd veel belangstelling, iedereen keek ons na. ‘Moet je eens zien wat een lange vlechten die meisjes hebben’. Wij tweetjes waren anders dan anderen. En mama genoot van ons. 

Ik zat in de vijfde klas en Annet in de eerste. Het gebeurde op een middag toen ik thuiskwam van school. Ik stalde mijn fiets in de garage en deed de voordeur open. Mama stond achter de deur: ’O, ben je daar Margriet. Je moet even niet verder lopen en wachten op Annet, die moet iets laten zien.’ Ik vroeg me af of mama blij of boos keek. Geen van beide, concludeerde ik. Keek ze trots? Waarom lachte ze zo? ‘Annet, kom je even naar beneden?’ Met mama keek ik naar boven. 

Op de trap verscheen een jonge vrouw met halflang haar rond haar gezicht. Het gezicht was van Annet, maar waar waren haar blonde vlechten? Ik zag hoe mama met ontzag naar haar keek. Vond zij dit mooi? Wilde zij opeens niet meer dat wij lange dikke vlechten hadden? Die vlechten waren mijn identiteit. Annet had geen vlechten meer en mama leek nog steeds blij met haar. Hoe kon dat? Ik voelde me verraden. ‘Ze is zelf naar de kapper gegaan,’ mama glunderde. Ik wilde het liefst door de grond zakken. Waarom was nooit in mij opgekomen om dat te doen? Ik voelde hoe ik knalrood werd en wist me geen raad met mijn houding.

Toen ik twintig was durfde ik de stap naar de kapper te wagen.

maandag 21 juni 2021

(Voetbal)spel

 

Vanmorgen overlegden we samen wat we op deze - voor ons vrije- dag zouden doen. We kwamen tot een plan, maar: ’Om zes uur moeten we wel terug zijn’, zei Bernard. ‘Wat is er dan om zes uur, komt er iemand eten?’, verbaasd keek ik hem aan, want ik wist van niks. Het afgelopen weekend waren er twee kleindochters te logeren maar voor vandaag stond niks gepland. Bernards blik naar mij hield het midden tussen verontwaardiging en ongeloof: ‘Om zes uur is er voetbal! Het Nederlands elftal!’ 

Ik had het kunnen weten maar was het vergeten. Opgegroeid in een meisjesgezin was voetbal een onbekend terrein voor mij. Na 31 jaar huwelijk met een grote voetballiefhebber is dat niet meer het geval. Maar toch: een echte liefhebber zal ik nooit worden. Het staat niet in mijn agenda. Ik kijk mee omdat dat gezelliger is voor Bernard en vind het leuk om spelers te herkennen. De Paay, Ronaldo, Blind, Frenkie de Jong…Bernard is zo’n grote fan dat hij afgelopen donderdag op de kerkenraadsvergadering met een grote oranje pruik verscheen. Sommige kerkenraadsleden moesten erom lachen. Anderen keken er toch wel een beetje van op. Ging de dominee nu niet te ver? Gelukkig liep de vergadering deze keer niet uit en kon Bernard nog de tweede helft van het spel zien.

Wat vindt God van voetbal? Die vraag kwam in mij op deze morgen? Daarover staat niks in de bijbel. Maar dat God van spelen houdt staat wel beschreven. In Spreuken 8 zegt de Zoon van God over zichzelf dat Hij ooit ‘als een kind was, te allen tijde voor het aangezicht van de Vader spelende’. Spelen is doen alsof het echt is er intussen van harte van genieten. Mijn kleindochters deden het ons voor het afgelopen weekend. Wat hebben wij ervan genoten!