maandag 15 mei 2023

Onthand

 

‘Je hebt geluk dat het je linker pols is, want je bent rechtshandig toch?’, vroeg één van mijn zussen nadat ze gehoord had over het breken van mijn pols. Ze had uiteraard gelijk, een gebroken rechter pols was pas echt onhandig geweest. Maar na twee weken hard, en één week zacht gips om die linker pols vraag ik me af of het heel anders was geweest als het mijn rechterpols was. Want ik ben erachter gekomen dat mijn rechterhand niet zonder de linker en de linker niet zonder de rechter kan. Ze vullen elkaar aan. Ze hebben elkaar nodig, van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat. Wie ooit weleens in zijn leven geprobeerd heeft om zich met één hand aan te kleden weet waar ik het over heb. Het lukte mij de eerste week niet. En om een boterham te besmeren met boter en jam en daarna in stukjes te snijden lukte ook niet. Koken met één hand bleek moeilijk, strijken simpelweg onmogelijk.

Dus bleef er veel tijd over om te peinzen, over tweetallen. Een mens heeft niet alleen twee handen maar ook twee voeten, twee ogen, twee oren, twee neusgaten. Om te lopen moeten linker en rechtervoet samenwerken en voor horen zien en ruiken geldt hetzelfde. Niet alleen bestaat het menselijk lichaam voor een aanzienlijk gedeelte uit tweetallen, ook mensen onderling functioneren het beste op die manier. ‘Het is niet goed dat de mens alleen is’, staat in Genesis. Ik prees mijzelf de afgelopen weken gelukkig dat Bernard er was om me te helpen met koken, aankleden en zelfs strijken.

Maar met wat ik het liefste doe, schrijven, typen op de computer, kon hij me niet helpen. En daarvan baalde ik echt. Maar Bernard zei met een lachje: ’Nu kun je er eindelijk niet meer onderuit.’ ‘Waaronderuit?’, vroeg ik. ‘Met je tekst inspreken, in plaats van opschrijven’, zei hij. Hij zelf doet dat al jaren en het gaat inderdaad veel sneller dan typen. Maar ik wilde er nooit aan. Omdat het voor mijn gevoel dan net lijkt alsof dat wat er op papier komt niet van jezelf is. Maar toen ik daar over mijmerde -ik had immers tijd genoeg om te mijmeren- bedacht ik dat het vroeger heel gebruikelijk was om hard op uit te spreken wat iemand anders dan opschreef. Veel van Paulus brieven zijn zo geschreven.

En nu spreek ik alles dus al een paar weken in en komt het zonder mijn hand op papier. Met mijn stem is gelukkig helemaal niks mis.

maandag 8 mei 2023

The big five

 

Aan het einde van onze vakantie in Kenia kwam het er, met gebroken pols en al, toch nog van: een tweedaagse safari naar Tsavo, het grootste van de 50 nationale parken en reservaten van Kenia. ‘Safari ’ is het woord voor rondrit in een Afrikaans wildpark waarbij het er op aankomt ‘de grote vijf’ te schieten. Niet letterlijk zoals vroeger, maar figuurlijk, met de camera. Iemand die op safari is geweest krijgt altijd de vraag: ’En heb je ze alle vijf gezien?’ De olifant, de buffel,  de leeuw, het luipaard en de neushoorn.

Om kwart voor zes ’s morgens, het begon net een beetje licht te worden, werden we opgehaald door een echte safari-landrover waarvan het dak naar boven kan zodat iedereen staande om zich heen kan kijken. Voordat dat zover was haalde onze chauffeurs eerst onze vier medereizigers op: een half joods echtpaar uit Polen en een Keniaanse man met Zwitserse vriendin, wildvreemde mensen voor ons, het enige wat we deelden was ons gezamenlijk verlangen om de grote vijf te zien.

Precies vijf uur later kwamen we aan bij de ingang van het park en hadden we er dus al een hele reis op zitten. Gelukkig hoefden we, eenmaal in het park, niet lang te wachten want al na een kwartier stopte de landrover voor een rode olifant op anderhalve meter afstand. Ik had nog nooit een rode olifant gezien,  deze was rood geworden van het rode zand van Tsavo. Olifanten bleken er overal rond te lopen : mannen, vrouwen en zelfs baby olifantjes. 'Maar ik ben gekomen voor de leeuwen’, zei de Pool. De chauffeur vertelde dat de giraf zijn lievelingsdier is, die zagen we binnen het uur, maar die hoort niet bij de grote vijf. Tegen de avond wees de chauffeur ons op een buffel, niet zo dichtbij als de eerste olifant, maar goed genoeg om gespot te worden. De rest van de dag zagen we  giraffen, zebra’s, antilopen in soorten en maten en struisvogels. Maar niet één van de grote vijf.

De volgende dag begon onze safari vroeg, om zeven uur: ‘op dit tijdstip hebben we meer kansen’, zei de chauffeur. Hij bleek ervaringsdeskundige , want binnen het uur stopte hij de Land Rover, niet voor één, maar voor maar liefst tien leeuwen. Ademloos gingen we alle zes rechtop staan en het aantal foto's dat gemaakt werd valt niet op twee handen te tellen. Om elf uur reden we het park weer uit,  van de grote vijf hadden we er  drie gezien, maar de vier wildvreemde mensen waren inmiddels al lang geen wild vreemden meer.

maandag 1 mei 2023

Pole Sana

 

Vorige week maandag arriveerden we dan toch eindelijk in Kenia. Blij en opgelucht want ook deze keer was er een hindernis geweest: de lekke band van onze auto een paar honderd van ons huis. We waren net met  koffers en al in gestapt om naar het station te rijden. Het gebeurde vlak voor het huis van een vriend die naar buiten rende toen hij zag wat er gebeurde: ‘Stap maar gauw met jullie koffers in mijn auto, jullie móeten naar Kenia’. We haalden de trein naar Schiphol en ook het vliegtuig naar Kenia en landden de volgende dag 's middags op het vliegveld in Mombassa. Daar wachtte onze taxi en anderhalf uur later kwamen we op de plaats van bestemming in Ukunda aan. Achterin de taxi was ik oren en ogen tekort gekomen. Wat te denken van ‘Pas op, overstekende kamelen’, kris kras rijdende tuk tuks (bromfiets rick shaws), passagier busjes in fel beschilderde kleuren en overal prachtig geklede Afrikaanse vrouwen. Het voelde als een ‘trip down to memory lane’.

Maar een paar dagen later had zich een ander gevoel van mij meester gemaakt. Een ongemakkelijk gevoel. Een gevoel dat ik helemaal niet kende van de jaren die wij in Nairobi woonden. Ik begon te beseffen dat iedereen mij hier alleen ziet als een mzungu* bij wie je je hand mag ophouden. Het feit dat ik  meer dan tien jaar in Kenia woonde valt  nergens uit op te maken: ik heb de verkeerde kleur en spreek maar een klein mondje Swahili. In Nairobi hebben we een aantal Keniaanse vrienden voor wie het verschil tussen zwart en wit niks uitmaakt, maar Nairobi is ver van hier.

En toen kwam de omme slag, op een manier die ik van tevoren nooit had kunnen bedenken. Aan de kant van de weg, vlak voor een souvenir stalletje, struikelde ik over iets, viel achterover op de grond en kon niet meer overeind komen. Bernard en de eigenaar van het stalletje trokken me omhoog en zetten me op een stoel. Ik voelde me misselijk van de pijn en dat was van mijn gezicht af te lezen want de koopman pakte subiet een ketting van zijn plank die hij in mijn hand duwde: ‘Oh pole sana* mama, you get this one for free from me’. De rollen waren omgedraaid. Op weg naar het ziekenhuis vroegen mensen die zagen dat ik verbeten mijn hand omhoog hield: ‘What happened with your hand mama?’ En in de wachtkamer van het ziekenhuis was ik gewoon een van alle andere mensen die op behandeling wachten.

Nu loop ik al dagen met mijn gebroken pols in knalgroen gips en een arm in een mitella. Dat knal groene gips heeft de wandelende geldautomaat in een echt mens veranderd. En dat voelt vizuri sane.*

 

* blanke

* het spijt me zo

* heel goed

zondag 23 april 2023

Mc Donalds

 

Noordoost Friesland mag dan een ‘krimpgebied’ zijn, sinds anderhalf jaar doen wij hier niet onder voor de rest van Friesland want we hebben onze eigen Mc Donalds. Eind 2022 geopend, aan de Lauwersseewei bij Dokkum. Middelbare scholieren die op hun fiets ’s morgens Dokkum in- en s ’middags uitrijden waren de eerste trouwe stamgasten. Tot verdriet van hun moeders, want menig pakje brood belandt in de prullenbakken buiten terwijl binnen gelachen en gesmuld wordt van een kip- of hamburger.

‘Tjonge, dat was er voor ons niet bij, wat leven we toch in een andere tijd’, verzucht mijn vriendin achter haar beker cappuccino. Ook wij hebben vanuit de Westereen de Mc Donalds ontdekt. Wij passeren niet op weg naar school, voor ons is het Mc Cafe het sluitstuk van even winkelen in Damwoude. Een paar keer per maand rijden we daar samen naar toe, in de zomer op onze e bikes (zonder helm, foei) in de winter in de auto. Als we dan bij Mac Donalds tussen de scholieren zitten voelen we ons weer een beetje jong.

De medewerkers van Mc Donalds zijn goed geïnstrueerd: ’Wilt u er ook een koekje bij?’, is de steevaste vraag als ik cappuccino bestel. Maar vanmorgen is het anders.’ Bent u al vijf- en zestig?’, vraagt een mooi opgemaakte vrouw die haar kleurige Mac Donalds uniform met flair draagt. Ik val stil en kijk met open mond naar haar zwarte haar dat net als het mijne ook geverfd is. Sinds ik mijn haar verf voel ik me nog lang geen vijf- en zestig. Waar haalt ze het lef vandaan om mij hier, op dit moment, tussen al die jongeren, aan mijn leeftijd te herinneren? ‘Nog net niet’, murmel ik:’ begin juni is het zover.’ ‘Nou, omdat u zo eerlijk bent krijgt u dan toch van mij de 65+ korting’. Ze voelt dat ze iets goed te maken heeft en als ze mijn verbaasde blik ziet zegt ze:’ 65 plussers krijgen 70 cent korting op de cappuccino.’

 ‘1 Cappuccino 65+, 1 Geen Cookie’, lees ik op de bon. Over twee jaar krijg ik AOW, nu dus al hele voordelige koffie. ‘Dankjewel voor je vraag’, grinnik ik haar toe ik als ik mijn beker meeneem.  

maandag 17 april 2023

Therapeutisch tuinieren

 

Het tuinseizoen is aangebroken en dat werkt goed op mijn gemoed. Ik ben nou eenmaal dol op wieden en schoffelen, zaaien en planten. Het komt door mijn genen, mijn vader was ook altijd bezig in zijn tuin. Dat was zijn zesde dochter, hij was dol op haar. Ik begin langzaam te begrijpen waarom: de tuin zegt nooit iets terug, is altijd stilletjes aanwezig, is nooit saai maar verandert van seizoen naar seizoen. Onze tuin kleurt nu hemels van de rankje blauwe druifjes waartussen een paar groepjes stoere tulpen zich laten gelden. De hortensia’s beginnen groen uit te lopen, de dahlia’s laten nog op zich wachten, net zoals de stokrozen en de Agapanthus. Als ik om de een of andere reden nooit meer op vakantie zou kunnen gaan, dan is er altijd nog de tuin. Tuinieren heeft iets therapeutisch. Daar kan niets tegenop. Het doet meer met me dan een goed gesprek of een mooie kerkdienst.

Tuinieren als therapie zonder dat er een therapeut aan te pas komt. Ligt hier een markt? Het is in elk geval voordelig, dat kan van een psycholoog of een therapeut niet gezegd worden. Tuinieren als therapie zonder dat er een gesprek -de meest voorkomende behandelingsvorm van een therapeut -  aan te pas komt. Hoe kan dat? Waarom heeft werken in de tuin, wroeten met je handen in de aarde, zo’n helende werking, niet alleen op mij maar op heel veel mensen? Ik voel me altijd een beetje meer mens na een paar uurtjes in de tuin.

Zoals heel vaak kwam het antwoord uit iets dat ik in de bijbel las: Psalm 19, een gedicht van David over de schepping.

‘Niet zoals mensen spreken. Geen stemgeluiden, geen taal, zwijgen is het, sprakeloze stilte: tot aan de randen van de aarde weerklank van stilte.’*

Als ik tuinier mag ik met God zelf in gesprek zijn, een gesprek zonder woorden, in het aller diepste van mijn ziel. Terwijl ik onkruid wied en kleine zaadjes in de grond stop hoor ik Hem bijna fluisteren: ’Wees niet bang, nergens voor, Ik ben er immers ook en Ik ben aan het werk, dat zie je toch. Van de Agapanthus zijn alleen nog groene sprieten zichtbaar. Maar Ik werk, het zullen grote sierlijke planten worden. Vrees niet mensenkind, maar werk met Mij mee. Ik Zelf doe het grootste werk.’

(*vers 4, 5 vertaling Huub Oosterhuis)

maandag 10 april 2023

Houd mij niet vast

 

Vandaag is Tweede Paasdag. Mensen gaan naar familie, meubelboulevards, tulpenvelden of blijven thuis om te genieten van een extra vrije dag. Veel winkels zijn dicht. Er valt iets te vieren: de opstanding van Jezus uit de dood.

Het was een vrouw die als eerste met de opgestane Heer sprak: Maria. ‘Waarom huil je?’, vroeg iemand die in de graftuin liep.’ Ik huil omdat ze mijn Heer hebben weggenomen en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd’, snikte ze. ‘Maria’, zei hij. Aan zijn stem hoorde ze wie het was. Ze had hem niet herkend, hij zag er als opgestane Heer blijkbaar anders uit. En dan komt dat vreemde zinnetje: ’Houd Mij niet vast.’ ‘Noli me tangere’, in de Latijnse vertaling. Een inmiddels wereldberoemde zinnetje. Mensen hebben erover geschreven, gemediteerd en geschilderd. Die ontmoeting tussen Jezus en Maria: totaal overrompeld staat zij oog in oog met Hem die drie dagen ervoor aan een kruis stierf. Maar zij mag hem niet vasthouden, waarom niet? Als er iets is dat zij wil is dat het, ze wil hem nooit meer loslaten. Dat was haar een keer overkomen, dat wilde ze niet meer. Nooit meer.

Een paar weken later staat Jezus met zijn leerlingen op de Olijfberg en doet Hij een andere uitspraak die wereldberoemd werd: ’Ik ben met u, alle dagen.’ Is dat niet in tegenspraak met elkaar? Mogen die leerlingen Jezus wel vasthouden en Maria niet?

Vandaag vieren we Jezus’ opstanding uit de doden, zijn overwinning over de macht van de dood. Over een paar weken komt hemelvaart en daarna Pinksteren. We vieren het na elkaar omdat het na elkaar gebeurd is, maar het hoort bij elkaar: Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. Op de Paasmorgen ontmoet Maria de opgestane Heer. Maar ze moet weten dat het verhaal nog niet af is. Jezus zal nog een paar weken op aarde blijven in die mysterieuze gestalte en dan zal hij naar de hemel gaan. Vandaaruit zal hij  terugkomen in een andere gestalte, die van de  Heilige Geest en zo zal ze Hem kunnen vasthouden, want ‘Zie Ik ben met jullie alle dagen tot aan de voleinding van de wereld.’

Ook wij mogen Hem zo vasthouden, voor altijd, waar en wie we ook zijn.

maandag 3 april 2023

Grote teleurstelling

 

Vorige week reageerden veel mensen op mijn blogje ‘Vol verwachting’. Ik vermoed dat het er deze keer minder zijn. Want ‘Grote teleurstelling’ klinkt niet veel belovend. Verwachting roept spanning op, teleurstelling het tegenovergestelde: het is niet wat je verwacht had, gehoopt had. Voor een vrouw die graag een kind wil hebben liggen verwachting en teleurstelling dicht bij elkaar. In theorie  zou ze elke maand zwanger kunnen worden maar als dat niet gebeurt, terwijl ze het graag wil, is ze teleurgesteld. Pijnlijk teleurgesteld. Ik durf te beweren dat elke dag in Nederland honderden vrouwen er zo aan toe zijn. Grote verwachting kan zomaar omslaan in verschrikkelijke teleurstelling.

Hoe sta jij, die dit leest, erin: ben je vol verwachting of vol teleurstelling? Voor jonge mensen is het in zekere zin makkelijker om vol verwachting te zijn. Als je jong bent ligt het leven nog voor je, maar hoe zit het als je de zestig gepasseerd bent? Ik word over een paar maanden 65, een bijna pensioen gerechtigde leeftijd. Er liggen meer jaren achter mij dan voor mij. Verwacht ik nog iets van die jaren of is het alleen maar uitzitten van mijn tijd?

De ‘Stille Week’ is de naam die de kerk gaf aan de week die net begonnen is. De week waarin stilgestaan wordt bij het lijden en sterven van Jezus: de allergrootste teleurstelling voor zijn leerlingen. Drie jaar waren ze Hem gevolgd, hadden ze het ene na het ander wonder meegemaakt, was het leven een groot feest voor hen geweest. En toen eindigde dat allemaal abrupt aan het kruis. Met eigen ogen zagen ze hoe hun Grote Leider stierf. Terwijl zij al hun hoop en verwachting op hem hadden gevestigd. Hoe moest het nu verder?

En dan komt op die eerste Paasmorgen dat ontstellende bericht van een paar vrouwen: het graf is leeg en Maria heeft Jezus ontmoet, Hij is niet dood, Hij is nog steeds bij hen, anders dan voorheen, maar wel echt. Vanaf dat moment is het leven op aarde veranderd. Er is nog steeds lijden, in allerlei vormen: ziekte, oorlog en hongersnood, maar Jezus is er ook. Op de achtergrond, heel stil, soms fluisterend, heel af en toe ingrijpend. Hij weet dat een mens niet zonder verwachtingen kan leven en Hij heeft alle macht om elke teleurstelling om te draaien tot een onverwacht wonder.  

maandag 27 maart 2023

Vol verwachting

 

Onze jongste dochter is in blijde verwachting en iedereen weet wat dat betekent: ze verwacht een baby. Haar hart klopt niet vol verwachting naar wat het is want dat weet ze al: een jongetje, onze eerste kleinzoon. Dus ook wij zijn in blijde verwachting. De aanstaande ouders vertelden het toen we als gezin op 5 december bij elkaar waren rond een mand vol pakjes. De harten van onze kleindochters klopten vol verwachting naar wat er allemaal in die pakjes zou zitten. ‘’Voor dat we gaan uitpakken is er eerst een pakje voor de hele familie’, zei onze dochter: ‘en oma  mag het uitpakken.’ Het was een grote doos die helemaal vol zat met papieren snippers. Ik gooide de snippers uit de doos, op zoek naar een echt cadeautje en toen zag ik op de bodem een zwart wit fotootje liggen. Ik zag direct dat het een foto van een echo was. ‘Wow’, riep ik. ‘Wat zie je mama?’, vroeg iedereen vol verwachting. Ik legde het papiertje op de tafel en daarna ging het van hand tot hand. De pakjes in de Sinterklaas mand moesten wachten want we waren met zijn allen in gedachten bij een piep klein mensje waarvan we de prille omtrekken op een papiertje zagen.

Nu is het een paar maanden later en de buik van onze dochter krijgt een immense omvang. Eind juni is het zover. Het winterse wachten op de zomer, dat mij altijd veel te lang duurt, werd opeens draaglijk. Verwachten is de positieve variant van wachten. Wachten doen we allemaal voortdurend in ons leven, wachten is iets passiefs. Je wacht af tot het zover is en dat duurt vaak  lang. Verwachten is van een andere orde. Het is de actieve vorm van wachten. Onze dochter is heel druk met van alles en nog wat voor de komst van de baby. Een schattig wiegje staat klaar, een piepklein spijkerjasje hangt te wachten tot het van zijn hangertje wordt gehaald. De eerste zes maanden zitten er bijna op. Wij tellen met zijn allen mee. Vol blijde verwachting kijken we uit naar ons vierde kleinkind.

maandag 20 maart 2023

(Boeren)protest


 

We zitten in de auto met onze twee oudste kleindochters, ze mogen mee om in de voorjaarsvakantie bij ons te logeren. ‘Boerenprotest’, roept Anne, wijzend op de blauw-wit-rode vlaggen langs de weilanden. Ze roept het niet één keer maar blijft het herhalen. In Friesland is veel boerenprotest. ‘Nu weten we het wel hoor’, verzucht Nynke haar oudere zusje. Maar door die opmerking wordt Anne juist aangewakkerd om door te gaan alsof ze zelf een protesteerder is: ’Boerenprotest’, roept ze nog harder, wijzend op een tractor in het weiland met een groot spandoek erboven.

Terwijl ik dit schrijf zitten Bernard en ik voor de televisie. In Nairobi, ons tweede thuisland, zijn ook protesten gaande. Hordes Kenianen lopen aan de kant van een groot konvooi van dure zwarte auto’s met daarin vooraanstaande protesteerders. Kenia heeft sinds een paar maanden een nieuwe president, de oppositie heeft alles geprobeerd om deze tegen te werken maar het lukte niet, hij won de verkiezingen. Dus protesteren ze nu gewoon buiten de verkiezingen om. Ook in Kenia is ‘the cost of living’, buitensporig. Het is een belangrijke reden om te protesteren maar ik vraag me af of een andere regering daar iets aan zou kunnen doen. De huidige president is juist iemand van het volk, niet afkomstig uit de elite die voor hem regeerde.

Het boerenprotest in Nederland had grote resultaten. De regeerders op het pluche in Den Haag keken verbijsterd toe. Maar democratie is democratie, het volk heeft gekozen. Om grotesk te gaan protesteren na de verkiezingen -zoals nu in Kenia- zou heel ongepast zijn. Gelukkig hoeven we daar in Nederland niet bang voor te zijn. In Kenia maakten we in Nairobi heel veel protesten mee. Dat begon altijd een jaar voor de verkiezingen en ging in 2007-2008 door tot ver erna waarbij meer dan duizend doden vielen. In die maanden dacht ik soms met heimwee terug naar mijn vredige vaderland waar hoofzakelijk met woorden gevochten wordt.

Bernard en ik hopen dat de vrede in Nairobi spoedig hersteld zal worden.

maandag 13 maart 2023

De andere kant


Vijf en dertig jaar geleden kregen Bernard en ik ‘verkering’ zoals je dat toen noemde, een relatie dus. En dat veranderde alles in mijn leven. Om maar te beginnen met iets waar ik in die dagen mee bezig was: autorijles. Ik was al bijna dertig maar in de jaren 80 begon iemand pas met rijles wanneer er een behoorlijke baan en dus inkomen was. Ik zelf was part time predikant en verdiende naar mijn idee opeens heel veel, na een jarenlang studentenbestaan met een uitkerinkje van mijn ouders. De eerste maanden waarop er een echt salaris op mijn rekening verscheen wist ik niet hoe gauw ik de bus naar Leeuwarden moest pakken en werd al dat geld vrijwel direct omgezet in kleding.

‘Zou je er niet iets nuttigers mee doen?’, opperde mijn moeder. En toen kwam het idee van rijles op. Ik deed tot dan toe alles met de fiets en het openbaar vervoer, maar het door weer en wind over de Friese vlakten te rijden had zijn aanvankelijke charme verloren. De rijlessen van Mullender in Dokkum waren van een kaliber dat ik niet eerder in mijn leven had meegemaakt. Docenten en professoren in Groningen waren altijd beschaafd geweest maar er ging geen les voorbij of Mullender schreeuwde: ’Pas op, je zit in de verkeerde versnelling’, of ‘Remmen, nu, anders komt er een ongeluk.’ Ik bleek geen ster in autorijden en dat is nog zwak uitgedrukt.

En toen kwam Bernard in mijn leven. Hij had inmiddels zijn rijbewijs gehaald bij Jappie van der Veen in Ternaard en een auto aangeschaft. Hij wilde me in die nieuwe auto wel bochtje achteruit leren. Dat was Mullender nog niet gelukt. ‘Waarom ga je niet eens een keertje een examen oefenen?’, opperde Bernard. Ik vroeg het aan Mullender maar hij reageerde met: ’Dat gaat em echt niet worden, daar ben je nog lang niet klaar voor, dat wordt een teleurstelling.’ Maar Bernard bleef aanhouden. En zoals ik schreef, met hem veranderde alles dus ik besloot het er op te wagen. De dinsdagochtend waarop het examen moest plaatsvinden was een stralende dag in juni, maar de onzekerheid joeg door mijn lijf. Was het niet verstandiger geweest om naar Mullender te luisteren in plaats van naar mijn kersverse nieuwe vriend? ‘Werp het net uit aan de andere kant’, las ik toevallig die ochtend. Petrus en de zijnen hadden na een hele nacht vissen niks gevangen en Jezus gaf een vreemd advies. Misschien moest ik me daar aan vasthouden.

Het weer was stralend en het verkeer rustiger dan ooit. Tot drie keer toe moest ik de rotonde bij Leeuwarden uitproberen. Ik had geen idee waarom maar gehoorzaamde de instructeur braaf. Samen wachtten we op de uitslag die de examinator stralend kwam brengen: Geslaagd! Mullender keek op zijn neus, de examinator fluisterde ‘er was bijna geen verkeer, dat was haar geluk’ en Bernard omhelsde me.  

maandag 6 maart 2023

Inflatie

 

Over de inflatie, de waardevermindering van ons geld, gaat deze blog niet. Want daarover hebben we het toch al de hele dag. Met elkaar, in de supermarkt, onder de koffie en onder de borrel. Als dat laatste er nog af kan. Ook op de tv is het een terugkerend onderwerp. ‘Wij kunnen kan geen kaas meer kopen, kaas is veel te duur en pindakaas is minder gezond, hoe moet dat nu?’ Ik hoor het mezelf zeggen en ik schrik ervan. Ben ik al die jaren in Kenia, waar we leefden tussen mensen voor wie pindakaas een grote luxe was, vergeten?

Inflatie is een onderwerp waar mensen boos van worden, ik ook. Totdat ik een paar weken geleden las over een Ierse vrouw die niet alleen in Ierland maar over de hele wereld bekend is. Ik had alleen nog nooit van Myrtle Allen (1924-2018) gehoord. Ze leeft niet meer, maar in haar lange leven werd ze beroemd toen ze een restaurant begon op het moment dat haar kinderen de deur uit gingen. Op zich is daar niks bijzonders aan, veel vrouwen beginnen restaurants, voorwaarde is uiteraard dat je een beetje verstand van koken hebt. Dat had Myrtle Allen. Ze had niet alleen verstand van koken, ze was ook dol op Ierse streekproducten. Dan klinkt als van deze tijd maar we hebben het nu over de jaren zeventig. In haar restaurant kookte ze alleen met de verse producten die op de betreffende dag geleverd werden. Als de vis of groente die ze wilde gebruiken niet voorhanden was dan bedacht ze iets anders en kwam er dus ook iets anders op het menu. ‘Schaarsheid leidt tot creativiteit’, was haar logo.

Om dat logo te gebruiken in onze tijd is niet makkelijk. Ik ben de eerste omdat toe te geven. Simpelweg omdat we al vele jaren niet weten wat schaarsheid inhoudt. De schappen in de supermarkten zijn nog nooit zo vol geweest als de laatste tien jaar. Maar schaarsheid in de middelen om al dat lekkers te kopen kan ook tot creativiteit leiden. Ga eens snuffelen in kookboeken, bekijk of er een alternatief voor kaas is, wordt door die inflatie geen klager maar juist een kei in koken, net als Myrtle Allen.