maandag 26 april 2021

Met geld smijten

 

‘In de kerk moet je soms met geld smijten’.

Is deze uitspraak bijbels verantwoord? Ja of nee?

Ik vermoed dat de meeste lezers ‘nee’ zullen zeggen. Want met geld moet je, ook als kerkmens, zorgvuldig omgaan. In Bijbelse termen: goed ‘rentmeesterschap’. En heeft Jezus daar ook niet een mooie gelijkenis over geschreven? We moeten met het aantal ponden dat ons gegeven is winst maken. Die ponden in de grond stoppen om ze te bewaren is echt verkeerd, ze op de grond smijten des te meer.

Maar weten de mensen die van het rentmeesterschap zijn eigenlijk wel dat diezelfde Jezus een keer echt geld over de balk gooide, het op de grond smeet? Wat te denken van één van Jezus’ eerste optredens in de tempel? ‘Het geld van de wisselaars smeet Hij op de grond’. Het staat er letterlijk. (Johannes 2:15). ‘Ja, maar dat had een reden, dat deed Jezus niet zomaar’, hoor ik iemand zeggen. Dat weet ik natuurlijk ook. De reden waarom Jezus dat geld op de grond smeet was dat het hem aan het hart ging dat ‘geld’ in de tempel belangrijker was geworden dan eerbied voor God. En dan zijn we opeens weer heel dichtbij huis. Want geldt dat ook niet voor ons? Misschien wel niet heel erg, maar dan toch wel een klein beetje?

‘Met geld smijten’ is een uitdrukking geworden in de Nederlandse taal. Het betekent zoiets als ‘achteloos met geld omgaan’. En laat dat nou precies zijn wat Jezus wil: ’Je linkerhand mag zelfs niet weten wat je rechterhand doet’. (In het kader van geld weggeven in de collecte.) Waarom eigenlijk niet? Omdat Jezus niet wil dat er er iemand of iets anders Heer en Meester over ons is dan zijn dierbare Vader. Dus ook ons dierbare geld niet!

maandag 19 april 2021

Oost West-ereen Best

 

Het lukte maar niet om een andere titel voor mijn blogjes te bedenken. En dus hield ik het maandenlang bij het oude vertrouwde. Sinds een paar weken hoef ik niet meer te peinzen. Want het zal de komende jaren ‘Oost West-ereen Best’ blijven. Wie had dat kunnen denken? Het is fantastisch om van veel mensen een hartelijk welkom te krijgen. Het mooiste kwam van een oudere dame: ‘Welkom thuis’, schreef ze. Dat ontroerde me. Het was alsof ze zei: ’Jullie horen bij ons, dus kom maar gauw terug.’

Natuurlijk is het spannend om na acht maanden terug te komen. We gaan in een ander huis wonen, door Corona liggen allerlei kerkelijke activiteiten stil, wij hebben dingen meegemaakt, in de Westereen hebben mensen andere dingen beleefd. Maar als de Westereen echt ons ‘thuis’ is dan is dat allemaal niet erg. Want ‘thuiskomen’ betekent: wederzijds uitwisselen hoe het geweest is, elkaar omarmen, feestvieren, je verwonderen, blij met elkaar zijn!

Gisteren deed Bernard intrede. De kerk voelt nog altijd als ‘zijn’ kerk. We hopen dat het gebouw snel weer open mag voor iedereen. Volgende week zondag preekt hij weer en aan het einde van die week kunnen we eindelijk in de Westereen neerstrijken. De pastorie aan de Pastorijloane 1 wordt ons nieuwe thuis. We hebben er heel veel zin in.  

Oost West-ereen Best’: als je (lange tijd) van huis bent dan kun je ‘thuis’ heel makkelijk gaan idealiseren. Zoiets als mannen die tegen hun vrouw zeggen: ’Er gaat niets boven het eten van mijn moeder vroeger thuis’. Na acht maanden omzwerven kunnen we makkelijk wonen en werken in de Westereen gaan verheerlijken. Maar juist omdat we er een tijd niet woonden beseffen we wat we misten en is ‘Oost West-ereen Best’ echt ‘Oost west, thuis best’ voor ons 😊

maandag 12 april 2021

Omgekeerde volgorde

 

Jezus blijkt altijd weer verbazend anders dan je meent te weten. Wat te denken van deze uitspraak van de evangelist Johannes aan het begin van diens evangelie:

’Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen.’ (Johannes 1:17)

Die ene zin bevat een hele theologie. Een hele mooie theologie. Een hele verrassende theologie. ’Want de wet is door Mozes gegeven’: beetje kerkmens zal hierbij direct aan de Tien Geboden denken: door God aan Mozes gegeven en door deze op twee stenen ‘tafelen’ geschreven. Het belangrijkste moment voor het volk Israël: God vertelt hoe het volk moet leven. De wet bestaat uit regels die gaan over het moeten en het nalaten. Mozes gaf ze, namens God.

Jezus ‘geeft’ niks, die ‘komt’ alleen. Wat komt hij brengen? In de eerste plaats ‘genade’. Jezus komt niet met regels die zeggen hoe het moet. Jezus weet blijkbaar dat niemand ter wereld echt doet wat moet, kerkmensen niet uitgesloten. Jezus brengt ‘genade’ voor elk mens, overal. Binnen de kerk en buiten de kerk. Neem iemand als de corrupte tollenaar Zachëus: Jezus komt als genade in zijn huis. Mozes zou gezegd hebben: ’Zachëus, het moet anders, je moet je bekeren’. Jezus zegt: ’Ik wil met je omgaan’.

Het tweede wat Jezus brengt is waarheid. Zachëus is opnieuw een prachtig voorbeeld. Jezus hoefde geen woord uit te spreken, zijn nabijheid was voldoende om Zachëus van de waarheid te overtuigen. De waarheid dat hij verkeerd leefde. Dat het anders moest. Zachëus besluit dan ook vrijwel direct om anders te gaan leven.

Genade en waarheid. In de kerk draaien we het meestal om. We zwaaien met de wet alsof we Mozes zelf zijn. Pas als iemand op zijn knieën gaat geven we een beetje genade. Hoe anders is Jezus!

maandag 5 april 2021

Paaspreekje

 

In mij schuilt nog altijd een dominee en op deze tweede Paasdag staat hij op 😊

Pasen, Jezus is opgestaan uit de dood: wat heeft het ons te zeggen?

Een regel uit Johannes 3 ging deze week voor mij leven. De meest bekende regel uit dat gedeelte is Johannes 3: 16, ‘Want alzo lief heeft God de wereld gehad…’ Maar wat te denken van vers 36:’Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven. Maar wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien maar de toorn van God blijft op hem.’

Ik moest opeens denken aan de twee Emmaüsgangers, twee leerlingen van Jezus die op de derde dag na de kruisiging compleet overrompeld en verdrietig uit Jeruzalem weggaan. Ze hadden in Jezus geloofd. Ze hadden alles van Hem verwacht. Maar nu was hij gestorven en weg uit hun midden. Met zijn dood was ook hun geloof gestorven. Deze twee ontgoochelde mensen mogen meemaken dat de opgestane Heer zelf met hen mee gaat en uitlegt dat het allemaal in de schriften voorzegd was. Dat Jezus wel zou moeten lijden. Op het moment dat zij Hem herkennen als de opgestane Heer verdwijnt deze ook weer uit hun midden. Maar in hen is een nieuw geloof geboren. En dat geloof krijgt direct handen en voeten: ze gaan op weg om anderen deelgenoot te maken van hun geloof.

‘…wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien maar de toorn van God blijft op hem.’ Deze wereld is een gebroken wereld onder de toorn van God. Je hoeft niet lang om je heen te kijken om dat te beseffen. Maar in die gebroken wereld is de Zoon van God verschenen. En Hij heeft voor iedereen die in Hem gelooft en naar Hem wil luisteren een hele nieuwe, begaanbare weg!

maandag 29 maart 2021

(Onver)wacht!

 

De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Want wat je nu gaat lezen was voor mij werkelijk een wonder.

Het is (vorige week) woensdagmiddag half twee. Ik weet de tijd nog precies want ik zal opgehaald worden door een vriendin. De minuten verstrijken terwijl ik in de zon op een paaltje bij ons huis wacht. Dat huis ligt op een doodlopende weg, dus we hebben weinig voorbijgangers. De buren van de rechterkant komen langs met hun hondjes en we maken een praatje. Als ze verder wandelen besluit ik mijn boek te pakken en wachten in lezen te veranderen. ‘Geniet u van het lentezonnetje?’ Ik kijk op in de vrolijke ogen van een onbekend grijs bebaard gezicht. ‘Ja, ik zit te wachten op iemand’. Wachten is momenteel een beladen woord voor ons maar dat vertel ik maar niet. De man gaat verder: ’Uw man was predikant in de Westereen he? Wij zijn ook -onzichtbare- schaapjes van de kudde.’

Ik sta op van het paaltje, laat mijn boek bijna vallen en kijk hem met wijd opengesperde ogen aan. ‘Dat klopt maar hoe weet u dat?’ Hij blijkt de buurman van de overkant. ‘De vorige bewoonster van jullie huis heeft verteld over jullie en toen ben ik gaan googelen en nu luisteren wij naar de preken van de Westereen, elke zondag. Het spreekt ons aan.’ Ik vertel hem dat we eigenlijk aan het wachten zijn om in de Westereen terug te komen. Maar ook dat weet hij al.  Hij zegt dat hij af en toe een blogje leest en vraagt: ‘Is het niet moeilijk om elke keer weer zoiets te verzinnen?’ ‘Nou eerlijk gezegd komen de ideeën op de meest onverwachte momenten’, verzeker ik hem.

Hij is al een eindje verder als ik besef dat ik zojuist zo’n heel onverwacht moment meemaakte 😊

maandag 22 maart 2021

Zondebesef

 

Ik ben opgevoed met veel zondebesef.

In de tweede klas in Nunspeet leerde ik dit versje van Juffrouw Horseling:

‘Heer, toon mij uw gena-a-ade, straf mij niet naar mijn daden, ik was in kwaad verblind. Komt mij uw hand kastijden, sla mij met medelijden, als uw weerspannig kind’.

Het drong diep tot mij door: ik was een zondig kind dat vroeg of laat de mist inging. ’s Avonds in bed overdacht ik de dag en ik vond altijd wel iets dat ik moest belijden. ‘Sla mij met medelijden.’ Ik sloop naar beneden en bleef voor de kamerdeur staan. Ik hoorde mijn ouders praten en lachen en als het even stil werd klopte ik aan om mijn zonde van de dag te belijden. Dat luchtte op. En tevreden ging ik weer slapen. Biechten kreeg ik met de paplepel ingegoten. Mijn vader, de dominee, las elke zondag de Tien Geboden in de kerk en bij het laatste gebod ‘Gij zult niet begeren’ kreeg ik het benauwd. Want ik begeerde veel. Ik voelde me zondig omdat ik niet deed wat Gods geboden eist.

Toen ik ouder werd en een puber veranderde er iets. Ik zat in de kerk en dacht: Geloven al deze mensen dit allemaal? En belijden zij ook steeds weer hun zonden? Bestaat daar het christen zijn uit? Toen las ik in 1 Johannes 3:6 “Ieder die in Jezus blijft zondigt niet”. Die zin bleef haken. Jezus stierf niet alleen voor mijn zonden, Hij leeft om mij te helpen. Ik hoef niet te zondigen. Daarvoor kwam Hij op aarde. ‘Dank U Heer voor uw genade. Ik verlang niets anders dan te leven tot uw eer.’ Dit is mijn nieuwe lied geworden.

Ik geloof dat Jezus eens en voor altijd de straf voor de zonde van de hele wereld droeg. 

maandag 15 maart 2021

Stem-wijzer

 

Soms ben je ergens op bezoek en wil het gesprek maar niet vlotten. Op zo’n moment stel ik deze weken de vraag: ’En, waarop ga jij stemmen?’ Die vraag werkt. Je hebt van die mensen die zeggen: ’Dat is privé, dat vertel ik niet’. Dan kom je dus niet veel verder en moet je iets anders verzinnen. Maar er zijn veel mensen die graag over politiek willen bomen. En met 37 partijen valt er veel te bomen in Nederland: rechts of links, progressief of behoudend, rood of groen? Wel of niet christelijk? 

Als er geen verkiezingen worden gehouden ben ik heel erg apolitiek, dat wil zeggen dat ik er weinig belangstelling voor heb. Maar om niet te gaan stemmen gaat mij te ver want ik vind dat een mens de overheid moet gehoorzamen. Gesprekken over politiek hielpen mij in het verleden vaak om een keuze voor een politieke partij te maken. Maar dit jaar werd ik door iets anders beïnvloed. Het kwam uit een hele onverwachte hoek en op een onverwacht moment. Ik las in Genesis 1 het scheppingsverhaal. Over God die de aarde, de bomen en de planten, de vissen en de dieren en uiteindelijk het eerste mensenpaar schiep. ‘Naar Gods beeld’. Adam en Eva krijgen twee opdrachten: ze moeten zich vermenigvuldigen en ze moeten ‘de baas zijn over de aarde, over de vissen en de vogels en de dieren, de planten en de bomen’. En opeens wist ik op welke partij ik dit jaar ga stemmen. Het is een partij waarbij de aarde en de dieren en de planten vooropstaan: de Partij voor de Dieren. Die partij wordt soms verweten een te eenzijdige focus te hebben. Maar die eenzijdige focus zie ik juist terug in Genesis 1. 

Over doorbomen over mijn keuze houd ik mij aanbevolen 😊

maandag 8 maart 2021

De dominee

 

Mijn moeder vertelt het volgende verhaal bij tijd en wijle. Zij was nog maar een paar dagen predikantsvrouw in Nunspeet. Haar man, mijn vader, deed op zondag intrede in de grote hervormde kerk aan de Dorpstraat en op maandagmorgen een rondje op de fiets door ‘zijn’ wijk. Daar was het rustig want de meeste mensen waren naar het werk. Een oudere man stond te schoffelen in zijn voorjaarstuintje. Mijn vader -zelf een verwoed tuinierder- stopte en begon een gesprek over bloemen en gewassen. Het werd een geanimeerd gesprek. Toen hij weer opstapte vroeg de man: Wie bent u eigenlijk? Zijn antwoord ‘de nieuwe dominee’ maakte een einde aan het gemoedelijke gesprek over zaaien en oogsten. De dominee? In zulke kleren? Mijn vader droeg een bruine ribbroek met zijn lievelingstweetjasje. Hoofdschuddend keek de man hem na. En lijkbleek kwam mijn vader bij mijn moeder terug: In wat voor dorp zijn we in de vredesnaam beland?

De dominee hoorde in vroegere tijden bij de notabelen van het dorp: de burgemeester, de dokter en de dominee. De mensen met een ‘ambt’ waarbij een speciale uitrusting hoorde. Een toga, doktersjas en een burgemeesters-ketting. Mijn vader droeg die toga op de preekstoel maar in het dorp was hij een gewone man in een bruine ribbroek. Hij viel niet op als dominee. En in Nunspeet accepteerde men dat niet. Een echte dominee hoorde in driedelig zwart pak bij de mensen langs te gaan zodat het duidelijk was dat de dominee op bezoek was geweest. Mijn vader heeft dat nooit gedaan. Als hij bij mensen kwam dan was de tuin vaak onderwerp van gesprek. Want hij voelde aan wat er leefde. Maar vroeg of laat kwam dan altijd weer de Grote Tuinman uit Johannes 15:1 ter sprake. Daarvoor kwam hij immers langs als de dominee.   

maandag 1 maart 2021

Rode Draad

 

Ik word om 5 uur wakker en kan niet meer slapen. Als ik niet meer kan slapen ga ik piekeren. Ik bedenk me dat het vandaag 1 maart is en dat we nu op de kop af een half  jaar uit de Westereen weg zijn. Maar ook elf jaar weg uit Kenia, nadat we daar elf jaar woonden. Herinneringen ophalen is beter dan piekeren, maar het maakt me nog meer wakker. Dus sluip ik het bed uit, om Bernard niet wakker te maken, de trap af en maak mijn ochtend mok Engelse thee met melk. Terugkijken is mooi: wat hebben we veel meegemaakt. Vooruitkijken maakt mij altijd een beetje bang: wat gaat er komen?

Die elf jaar in Kenia waren niet alleen mooi. Soms was het daar echt moeilijk. Toch verdwijnt het vervelende steeds meer naar de achtergrond. Ik hoor een stem fluisteren: ’Ik was bij jullie, de hele tijd.’ Verdwijnt daarom het nare langzaam uit mijn beleving en blijft het fijne alleen over? Wat is het mooi om een gezin te hebben dat zich steeds meer uitbreidt. Met drie kleine kinderen vertrokken we destijds uit Nederland. Over een paar weken hebben we drie kleinkinderen. Dat is wat de tijd doet. Nee: dat is wat God doet. ‘En zie, Ik ben met jullie!’

God is de Rode Draad in ons leven. Meestal op de achtergrond. Nu op mijn laptop even op de voorgrond. Bij Hem loopt het nooit uit de hand. ‘Op bergen en in dalen ja overal is God’. Wat gaan de volgende elf jaar ons brengen? Gaan we die nog beleven op deze aarde? Veel goede vrienden en familie hebben dit aardse leven al verlaten. ‘Ik verlaat jullie nooit.’ Wat een geruststelling. 

De dag zal ooit aanbreken dat de Rode Draad werkelijk op de voorgrond blijft.

maandag 22 februari 2021

Smaken verschillen

 

Ik schaam me er niet voor: ik ben dol op de “Actie-aanbiedingen” van de Lidl. Producten die niet tot het eigenlijke assortiment horen en die Lidl één of twee keer per jaar aanbiedt. Zo hebben ze een Amerikaanse, Mexicaanse, Franse en Engelse week. Voor elk wat wils. Vorige week was de Engelse week en daar hoort Engelse Cheddar bij. Laat ik daar nu verzot op zijn. Dus kocht ik, met het schaamrood op mijn kaken, vier pakjes á vierhonderd gram van die kaas. Ik suste mijn schaamte weg met de gedachte dat de meeste Nederlanders toch meer van Goudse kaas houden. Gouda kaas was in Nairobi duur, Cheddar heel betaalbaar en dus aten we dat in onze tijd in Kenia. De smaak van Cheddar roept herinneringen op. 

Deze week stond ik weer voor de koelschappen bij de Lidl. De Engelse week was om maar de Cheddar nog niet op. Naast me stond een man met een regenjas hoog aangesloten. Hij deed een greep naar de kaas en ik zag dat hij drie pakjes Cheddar in zijn hand had. Dus iemand met dezelfde smaak. ‘Lekker he, die Cheddar?’ Hij keek me vragend aan. ‘Wij woonden in Kenia, daar heb ik het leren kennen’. Nog steeds een vragende blik: ’I a man Englishman’. Vandaar die blik en vandaar die smaak. Het voelde even alsof ik terug was in de tijd. ‘The texture of Cheddar is much better’, zei de Engelsman. Dat is precies waarom ik het zo lekker vind. Cheddar voelt brokkelig aan op je tong. Het duurde in Nairobi even voordat we daaraan gewend waren, maar het is inmiddels onze favoriete kaas. De Engelsman keek verheerlijkt zijn karretje in.

Daardoor aangemoedigd deed ik opnieuw een forse greep naar de doos Cheddar in het koelschap. Met veel minder schaamte deze keer.

maandag 15 februari 2021

Sneeuw

 

Twee dagen sneeuwen, een week vriezen en de stemming in Nederland draaide met honderdtachtig graden om. ‘Coderood’ kwam in plaats van Corona en ‘vaccineren’ raakte ondergesneeuwd door ‘schaatsen’.

Ik hoor bij het kleine groepje dat het bij wandelen houdt en was dus even opgelucht om niet tussen enthousiaste schaats- Friezen te wonen. ‘Ga jij het ijs niet op, Margriet?’ ‘Uh, nee’. ‘Waarom niet, houd je niet van schaatsen?’ ‘Uh  nee’. ‘Hoe kan dat nu, schaatsen is toch het allermooiste wat er is?’. ’Niet voor mij’. ‘Nou, dan mis je veel hoor’. Het enige wat ik mis is de angst om te vallen. Sinds ik door een val een serieuze hersenbeschadiging kreeg is die angst groter dan ooit. Dus laat mij maar veilig wandelen. Landgoed den Treek bij Leusden lag er sprookjesachtig bij en afgelopen zaterdag was ik al vroeg uit de veren om het bos eventjes helemaal voor mezelf te hebben. De rest van de dag worden daar namelijk honden uitgelaten. De zon kwam op en de sneeuw schitterde. Ik keek genietend om me heen totdat er opeens gele flitsen voor mijn ogen verschenen. ‘Hebt u wel eens last van flitsen voor uw ogen’, doelde mijn oogarts in Dokkum hierop? Twee keer per jaar stelt ze me die vraag, vanwege glaucoom in een vroeg stadium. Het zweet brak me uit, zou ik echt blind worden? Ik deed mijn bril af, maar ook zonder bril zag ik overal gele strepen. Ik draaide mijn hoofd alle kanten op, maar de strepen bleven. Ik raakte in paniek. In de verte kwam een man met een hond op me af. Die hond bleef even bij een boom staan. Ik keek toe en zag hoe de hond een geel spoor achterliet in de sneeuw.

Van grote angst veranderde mijn stemming in nog grotere opluchting.