maandag 8 januari 2018

Lievelingsrestaurant

De kerk is op zijn retour, kerkdiensten zoals onze grootouders en ouders ze meemaakten zullen verdwijnen. Mensen komen veel liever samen in de huiskamer om daar te praten over de bijbel in plaats van een uur of nog langer stil te zitten en te luisteren…

Ik zit in de kerk, terwijl ik luister naar mijn eigen man. Van tevoren had hij mij verteld waar de preek over zou gaan en omdat ik een griepje aan voel komen blijf ik bijna in bed. Omdat ik solidair met hem wil zijn ga ik toch en zit te luisteren. Inderdaad, zonder dat ik of iemand anders iets terug mag zeggen. Gewoon te luisteren, om me heen te kijken en mee te zingen. Mooi eigenlijk, dat samen zingen, bedenk ik me. Tijdens de preek gebeurt er iets. Ik kan nog steeds niet precies thuisbrengen wat, maar iets in me verandert. Ik kijk naar de beamer, hoor de stem van mijn  man, laat de tekst een beetje tot me doordringen, kijk opnieuw om me heen en zie mensen aandachtig luisteren. Mooi eigenlijk dat er nu niemand de preek onderbreekt. Dat we gewoon samen luisteren en de woorden van de bijbel tot ons door laten dringen.

Opeens komt er een vergelijking in me op: als mensen samen naar een restaurant gaan gebeurt er hetzelfde. Zodra het bestelde menu wordt binnengebracht verstommen de stemmen en begint het proeven, happen, kauwen en doorslikken. “Mmm, heerlijk!”, en “Verrukkelijke soep”, meer komt er dan niet uit. Het gaat om het eten. Niet te snel, maar bedachtzaam. Alle smaken tot je door laten dringen. Niet te veel praten. Gewoon genieten. En thuisgekomen merken dat dat heerlijke eten je goed gedaan heeft.

“Alleen van brood kan een mens niet leven. Maar hij leeft van elk woord dat God spreekt.”

maandag 1 januari 2018

Gelukkig Nieuw Jaar?

Maandag 1 januari 2018, de 7 van 2017 is een 8 geworden.

Het kost mij altijd een paar weken om daaraan te wennen. Maar na tientallen jaren weet ik dat een jaar zomaar om is en het dan op 1 januari weer allemaal van voren af aan begint. De dagen gaan lengen, eind februari verschijnen de sneeuwklokjes, de eerste lammetjes worden geboren, de lente kondigt zich aan en de natuur en de mensen bloeien. In de zomer is dan voor een paar maanden het leven uitbundig en dan gaat het weer bergafwaarts richting herfst. Kortere dagen, op naar de winter, het langdurige binnen-zitten, de Feestdagen: van Sinterklaas tot en met Oudejaarsavond. En dan opnieuw -het woord zegt het al -Nieuwjaarsdag. Een voortdurende cyclus die sneller lijkt te gaan naarmate ik ouder word. Elk volgend jaar lijkt op een vorig, want het is steeds dezelfde kringloop. Dat maakt mij soms somber. “Gelukkig Nieuw Jaar”, hoor je overal om je heen. “Hoe zo nieuw?”, denk ik dan, “Het is toch elk jaar hetzelfde liedje?”

Om die sombere stemming te verdrijven besloot ik Psalm 103 te lezen want die Psalm roept op om toch vooral dankbaar te zijn: “Loof de Heer, mijn ziel, en al wat in mij is zijn heilige naam…” Ik ken de Psalm vrijwel uit het hoofd maar één regel sprong eruit: ”Die uw ziel verzadigt met het goede, zodat uw jeugd zich vernieuwt als die van een arend. “Wow”, dacht ik: ”De Heer is wel bij machte iets nieuws te doen. Eigenlijk wist ik dat wel, de hele bijbel is er vol van: ”Denk niet alleen aan wat er gebeurd is. Kijk niet alleen terug naar het verleden. Want Ik ga iets nieuws doen”, profeteert Jesaja.

En daarom voor al mijn blog-lezers:

Verrassend Nieuw Jaar!

maandag 25 december 2017

Op kraambezoek bij het Kerstkind

Slechts twee dagen in het jaar zijn de kerkbanken in Nederland vol: in de Kerstnacht en op eerste Kerstdag. Voorgangers weten dit en velen probeerden vorige week die ene goede preek te maken waar veel mensen het het hele jaar mee moeten doen. “Is toch mooi, dat kindje in de kribbe, die kerstboom, al die lichtjes en zoveel mensen samen. Kerst verbroedert. Ik houd van de Kerstgedachte. Vrede op aarde, zelfs in oorlogstijd.” Zomaar een greep uit dat wat mensen met Kerst naar de kerk brengt.

Alles draait om het Kerstkind. “Met Kerst vieren we de geboorte van Jezus”: zelfs mensen die nooit naar de kerk gaan weten dat en geboortefeesten zijn de mooiste die er bestaan. “Kraamfeesten”, heten ze in Nederland. Als er een baby geboren is gaan we op ‘kraambezoek’ of sturen een mooi -blauw of roze- feestelijk kaartje ter ere van het nieuwe kindje. Niks is zo vertederend en ontroerend als een pasgeboren baby. Niet verwonderlijk dus dat zoveel mensen naar de kerk gaan met Kerst, op kraambezoek gaan is altijd fijn. 

Wel verwonderlijk is het dat veel mensen na dat kraambezoek eigenlijk alle interesse in deze baby verliezen. Ze vragen zich nooit af wat voor mens zich uit dat kind heeft ontwikkeld, laat staan wat die mens, Jezus Christus voor hun eigen leven zou kunnen betekenen. En dat is jammer. Heel jammer. Want Jezus als volwassen mens was de meest bijzondere mens die ooit op aarde leefde. “Wil je Mij volgen?”, is zijn vraag aan iedereen, overal ter wereld. Op kraambezoek gaan is één ding, bij Hem blijven en Hem volgen is iets heel anders. Maar ieder mens die dat aandurft: het Kerstkind adopteren, bij Hem blijven het hele leven lang, zal zich werkelijk verwonderen over wat dat kind te brengen heeft. 


Op kraambezoek bij het Kerstkind

maandag 18 december 2017

Lichtpuntje

In mijn naaste omgeving is iedereen op de hoogte van mijn onverkwikkelijke geklaag over de winter. Wintertenen, een tranend oog, kou tot op het bot, depressie vanwege zonnegebrek en ga zo maar door. “Houd op met dag geklaag”, zegt Bernard vaak. Voor hem maakt het niks uit of het nu hartje zomer of hartje winter is. Ik reken elke dag uit hoeveel dagen nog tot 21 december, de kortste dag. Vanaf dan zal het langzaamaan ietsje beter worden, maar januari, februari en maart liggen  als grauwe monsters voor mij in het vooruitzicht. 

Dat tranende oog is overigens niet per se iets van de winter, dat plaagde mij ook hartje zomer. Vanaf juli bezoek ik specialisten. Eerst een oog-, inmiddels ook een KNO-arts. Ritje na ritje naar Dokkum. Zonder enige verbetering tot nu toe. Ik ben de tel kwijtgeraakt van de apparaten en scans die mijn ogen op allerlei manieren hebben bekeken. Diep vanbinnen, met een dwarse doorsnee, tot op de zenuw en tot en met het gezichtsveld. Alles is in kaart gebracht en nu nog op zoek naar de goede behandelingsmethode. Die lijkt ook wel uit seizoenen te bestaan, want ik moet nu drie maanden lang elke dag in beide ogen vloeistof druppelen in de hoop dat de oogdruk langzaam om laag gaat. Wachten dus. “Maakt u bij de balie maar een nieuwe afspraak”, daarmee verlaat ik de behandelkamer. Bij de balie staat een rij, dus eerst maar even koffie uit het apparaat halen. Nog steeds een rij als ik me met bekertje cappuccino aansluit. “U wilt een nieuw afspraak, bij zelfde dokter?”, ik bevestig het. “Dat wordt dan 16 april, om 9.20. Past dat?” 

Ik reken snel uit dat op 16 april de lente al is begonnen: zomaar even een onverwacht lichtpuntje daar achter die balie :)


maandag 11 december 2017

Insjallah

“Horen ‘waarom’ en ‘daarom’ bij elkaar?” vraagt ‘mijn Somalische leerling’ voor we met de taalles beginnen. Mooie aanleiding om haar het verband uit te leggen tussen oorzaak en gevolg. “Dus ‘want’ is hetzelfde als ‘omdat’ ”, oppert ze na mijn uitleg. Ik ben voldaan: ze heeft het begrepen. Denk ik. 

Daarna lezen we het verhaal “Tom valt van de step”. De afbeeldingen in het boekje maken de uitleg makkelijk: bijna op elke bladzijde staat een step getekend. “Tegenwoordig krijgen kinderen al heel jong een fiets, vroeger begonnen ze met een step”, maak ik duidelijk. Ze leest verder over Tom die met zijn hond en zijn vriend gaat steppen. Tot het moment dat Tom van de step valt en stil op de grond blijft liggen. Een dramatisch verhaal met als vraag en rode draad: ”Waarom viel Tom van de step?” Ik laat haar stoppen met lezen bij de bladzijde waar het antwoord staat en zeg: “Je hebt het net gelezen, dus het is niet moeilijk.” Maar ik zie in haar ogen alleen maar vraagtekens: Hoezo, waarom? “Ja”, zegt ze, “Tom viel van de step.” “Klopt”, antwoord ik:” maar hoe kwam dat?” Weer vragende ogen. Ze staart naar het plaatje en heeft geen idee waarom ik die vraag stel. We hebben net gelezen dat Tom vergeten was zijn dagelijkse medicijnen in te nemen waardoor hij in zijn hoofd niet goed was geworden. Maar het verband met Toms val van de step ontgaat haar volledig en ik voel me verre van voldaan. 

En dan opeens valt het muntje: De oorzaak en gevolg vraag is een vraag die bij onze Nederlandse cultuur hoort maar die in haar cultuur geen enkele rol speelt. “Jullie zeggen altijd ‘insjallah’ (=zo God wil) bij alles wat er gebeurt he?”, vraag ik. “Ja”, zegt ze met stralende ogen: “Daarom!” 

maandag 4 december 2017

Hip

‘Taal is echt mijn ding’, daarom meldde ik me aan het begin van het nieuwe seizoen aan bij het ‘Digitaalhuis’ van de openbare bibliotheek. Eén keer per week geef ik daar nu taalles aan een Somalische. We hebben inmiddels een vaste routine: eerst leest ze hardop een verhaaltje, waarbij we na elke bladzijde even stoppen en ik vragen stel. Daarna komt als toetje het samen doorbladeren van een tijdschrift naar haar keuze. 

Het voorlezen van het verhaaltje gaat steeds beter. Ze geniet ervan als ik haar prijs en haar leer om ‘echt Nederlands’ te spreken. Dus niet elke keer als ze het lidwoord ‘een’ tegenkomt dat uitspreken als ‘één’, maar ‘un’ zeggen. Heel simpel, maar best moeilijk. Vorige week las ze het verhaaltje ‘Suus is hip’, over een meisje dat van haar moeder een zelfgemaakte jas krijgt en die jas niet aan wil omdat ze hem niet hip vindt. Goed leesbaar verhaaltje met één moeilijk woord: ‘hip’. Wat is in de vredesnaam ‘hip’? Zij had er nog nooit van gehoord en ik wist niet hoe ik het uit moest uitleggen. In zo’n geval pakken we het Somalisch-Nederlands woordenboek. Ik zoek dan het Nederlandse woord op en zij leest de Somalische betekenis voor. Zo ook in dit geval: Hip= “Kalmad soo ifbaxday amalagu istic maali jiray jiil cusub oo dhalinyaro ah oo soo baxay sanadadii.” Tja. Ik vroeg: “Wat betekent die lange zin?” Zij kon het niet uitleggen in het Nederlands. En zo weet ze nog steeds niet wat hip is, want ook het woord ‘modern’ is onbekend voor haar.

Thuis zocht ik naar een vertaling van die Somalische zin. Dat leverde dit op: “Het woord werd gebruikt door een jonge generatie.”  Waarom ‘hip’ werd gebruikt stond er niet bij. Vreemd. Doen ze in Somalië niet aan ‘waarom-daarom’?

[Wordt vervolgd]


maandag 27 november 2017

Voorleeswedstrijd

Waarom ze het mij vroegen weet ik niet, feit is dat ik heel blij was met de vraag of ik jurylid wilde zijn van de jaarlijkse voorleeswedstrijd op de basisschool. Vier kinderen zouden mogen strijden om vier bekers, van klein naar groter tot grootst. Weken stond het genoteerd in mijn agenda, vorige week was het zover. Ik had me erop verheugd: kinderen die houden van voorlezen hebben bij mij een streepje voor. Twee jongens en twee meisjes mochten afwisselend op de voorlees-troon een stukje lezen uit een door hen zelfgekozen boek. Naast mij waren er nog twee juryleden. Het publiek bestond uit een paar groepen kinderen met veel gegiechel en aanmoedigingen. De vier kandidaten zaten stilletjes op een rijtje met hun boeken in de hand geklemd.

Ik kon mijn ogen niet van hen afhouden, een paar herkende ik uit het dorp, ik deed zelf vroeger ook wel eens mee en kon het gevoel nog helemaal thuisbrengen. Als jurylid moest ik op een heleboel punten letten, zoals ‘emotie’ en ‘verstaanbaarheid’. En dan tijdens het lezen aantekeningen maken. Maar dat lukte niet. Ik kon mijn ogen niet van die troon afhouden. Vier kinderen leverde vier totaal verschillende verhalen op. Het ene kind sprak heel bedachtzaam, het andere deed het in een sneltreinvaart. Het volgende kind bracht werkelijk spanning in het verhaal en het laatste verhaal leverde lachsalvo’s op. En daaruit moest de jury dus kiezen. “Onmogelijke opdracht”, bedacht ik toen wij ons even terugtrokken om te overleggen. In het gewone leven vergelijk je toch ook niet een voetbalverslaggever met een docent van de middelbare school, cabaretier of een nieuwsvoorlezer? 

Het meisje dat ons allemaal aan het lachen had gemaakt werd eerste, maar -heel terecht- kregen de anderen ook een beker, want alle vier waren ze goed geweest, op hun eigen terrein.




maandag 20 november 2017

Koffiekazerne

“Da’s zeker een groot verschil: leven in Nairobi en leven in de Westereen?”, soms vraagt iemand me dat. En mijn antwoord is altijd: ”Nee, hoor, want Westereenders lijken op Kenianen.” Als de vraagsteller dan zijn wenkbrauwen optrekt vertel ik waar die overeenkomst in bestaat: in de liefde voor een mooi gesprek.

In Kenia is dat tot een ware kunst verheven: samen praten doe je daar nooit kort, maar altijd lang en met veel omhaal en stembuigingen. Als mijn hulp Jacinta een vriendin aan de telefoon had, verstond ik haar stamtaal (het Luya) niet, maar kon ik aan de intonatie opmaken of het bericht goed of slecht was. Wij spraken samen Engels, en als ze goed op dreef was zei ze na elke zin ‘e-u-h’. Dat gaf mij altijd het gevoel dat ze helemaal in het gesprek opging. En dat kunnen Westereenders ook. Niet met ‘e-u-h’ maar wel met veel ‘leave's’ en stembuigingen. Ook hier klinkt het prachtig en ik ben blij dat ik het Fries kan verstaan. 

De elf jaar dat wij in Kenia woonden waren te kort om net zo volleerd in het voeren van een mooi gesprek te raken als een Keniaan, maar voldoende om er de smaak van te pakken te krijgen. En om die reden vind ik het  fijn dat er sinds kort in de Westereen een koffierestaurant is: de ‘Koffiekazerne’. In Nairobi komen mensen in het’ Javahouse’ samen om te koffiedrinken en eindeloos te praten (met veel ‘ehs’ en ‘nini’s’, een ander stopwoord). In de Westereen kan dat nu in de Koffiekazerne. Elke vrijdagmorgen van halftien tot twaalf is iedereen daar welkom voor een bakje koffie en een babbel. Ik was er al een paar keer en waande me bijna in Nairobi 😊

maandag 13 november 2017

Israël

“Een bezoek aan Israël voelde voor mij als thuiskomen”, vertelde iemand mij voordat we op het vliegtuig naar Tel Aviv stapten. Ik was benieuwd of het voor mij ook zo zou zijn. Het bleek heel anders uit te pakken.

Eenmaal geland duurde het uren voor we door de douane waren. Langzaam kroop de rij vooruit, om ons heen toeristen van over de hele wereld, hoorbaar aan veel verschillende talen. Daar tussen oude en jonge mannen in zwarte pakken met zwarte hoeden. Voor iemand uit bevindelijke kringen in Nederland misschien vertrouwd, voor mij eerder vervreemdend. Ik had nog nooit ‘sidelocks’ gezien en vroeg me af hoe lang het zou duren voordat zoiets aangegroeid is. De weg van Tel Aviv naar Jeruzalem is een prachtige snelweg, we zoefden door het landschap dat mij als een mengeling tussen Egypte en Kenia voorkwam. We zagen op de borden namen van steden en dorpen die ook in de bijbel te vinden zijn, maar moet je dat ‘thuiskomen’ noemen? De Via Dolorosa -de lijdensweg van Jezus dwars door Jeruzalem- bleek een straatje van drie meter breed met aan weerskanten alleen maar souvenirwinkeltjes. En bij de Klaagmuur werd ik hard achteruit geduwd omdat mijn schouders niet bedekt waren: ”Dit is heilige grond!” Alleen met een zwart kapmanteltje mocht ik verder lopen.

In Galilea, waar wij vlak bij het meer op een huis moesten passen, veranderde er iets. Er lag een boek met Psalmen opengeslagen bij Psalm 119 en mijn oog viel op vers 134:”Maak mij vrij van het dwingen der mensen opdat ik uw opdrachten nakom.” Door die regels was er opeens zoiets als thuiskomen. Want ‘Psalmversjes’ moest ik al op de lagere school uit het hoofd leren. Spontaan welde een gebed in me op: ”Dank U Vader dat ook ik -als niet-Jood- uw woord mag kennen.
    

 


maandag 6 november 2017

Genieten

"Geniet er maar van". Hoe vaak heb ik dat niet gehoord de laatste weken? Vakantie houden betekent uitrusten voor veel mensen. Maar onze 'vakantie' in Israël zou anders worden, want wij waren gevraagd om op iemands huis en planten en dieren te passen. Voor een paar dagen weliswaar, maar toch. Van te voren kregen we per e-mail uit Israël instructie over het hoe en wat:

"Aan de zijkant van de winterkamer buiten zit de kraan: de groene slang is voor de tuin op het niveau van het bovenhuis, de gestreepte slang voor het plaatsje en zijkant onderhuis tuin met de palmen (onder het hekje doorkruipen) de tuin naast de trappen van de grot en het nieuwe tuintje naast het hek van het toegangspoort naar de grot. Voor de ondertuin een aparte slang. Kraan zit onder het betonnen balkon tegen een pilaar. Voor de planten aan het achterstraatje: slang halverwege het straatje aan de rotsen, bedient ook de planten op de trappen omhoog en de begoniatafel op het plaatsje voor het WC hokje.
Voor Maurice' landje aan de oostzijde van het huis, langgerekte stuk: een aparte slang.

"Gemiddeld ben ik twee uur per dag met de planten bezig", aldus de bezitter van al die slangen. "Hoe gaan we dat doen?", vroeg ik Bernard onderweg van Jeruzalem naar Galilea. Bernard is niet zo van de planten, dus ik zag al helemaal voor me waar het op uit zou draaien. Aangekomen bij het huis op de berghelling bleek het artistiek, oosters/Europees, met veel kamers en veel boeken. Die boeken trokken me, de waterslangen niet. En wat gebeurde er toen? Geloof het of niet: het ging regenen. Wel drie dagen lang. (Onderbroken door af en toe zon.) Ik heb geen slang aangeraakt en drie dagen zitten lezen met een geweldig uitzicht op de bergen. Toch genoten dus.