maandag 5 februari 2018

Waarom zou ik naar de kerk gaan? (3)

In een recent boek van Bernhard Reitsma, hoogleraar theologie aan de VU in Amsterdam las ik iets wat veel kerkgangers diep van binnen beseffen:

“Door God te loven doet de christelijke gemeente wat de rest van de schepping (nog) nalaat."

Loven, zingen is wat we in de kerk doen, of het nu een evangelische, katholieke of protestante kerk is. En we doen het samen, iedereen mag meedoen, oud en jong, mensen met mooie stemmen en mensen die vals zingen, het doet er niet toe, het gaat er om met zijn allen God te loven.

Uiteraard wordt er ook op andere plekken in de samenleving gezongen, op voetbalvelden en bij allerlei festiviteiten. Maar daar gebeurt het meestal spontaan, in de kerk wordt altijd gezongen. Op het voetbalveld mag je zingen, in de kerk moet je zingen. Een week geleden ging iedereen in onze kerk overigens spontaan staan bij het lied na de preek: ”Jezus leeft in eeuwigheid, zijn shalom wordt werkelijkheid”. Het voelde alsof we met zijn allen uit volle borst ons geloof proclameerden en ik dacht bij mezelf: ”Zo is het leven bedoeld, hiervoor heeft de Schepper aan mensen een stem gegeven.

Met een stem heeft elk mens ook een aangeboren gave om te zingen gekregen. Voordat een kind naar school gaat kan het al zingen. Onze kleindochter van drie jaar zingt -volledig op toon-  “Jezus is de goede Herder” en het tweejarige dochtertje van mijn Eritrese vriendin  spreekt nog geen woord, maar zingt- samen met haar moeder-“Slaap kindje slaap.”

“Waarom zou ik naar de kerk gaan?” Een goed antwoord is: Om samen te zingen, tot eer van onze Schepper. Om Hem te loven en te danken en al zingende te merken dat je je verbonden voelt met iedereen om je heen!

maandag 29 januari 2018

Waarom zou ik naar de kerk gaan? (2)

Verrassend, al die reacties op de vraag van vorige week. Kerkgang is in elk geval een onderwerp dat mensen beweegt om in de pen te klimmen.
“Weet jij eigenlijk wat het woord ‘kerk’ betekent?”, vroeg ik aan iemand. “Geen idee”, was het response waaraan hij toevoegde: ”Ik houd  eigenlijk ook niet zo van het woord ‘kerk’, ‘gemeente’ is veel mooier.  Daar is natuurlijk wat voor te zeggen want  ‘kerk’ roept snel het beeld op van ‘kerkgebouw’. Maar ‘kerk’ komt van het Griekse ’kyrios’, ‘Heer’. Naar de kerk gaan is dus eigenlijk ‘naar de Heer gaan’. Best iets om eens over te peinzen: Waarom zou je naar de Heer gaan?

Twee van Jezus’ eerste leerlingen vragen Hem, als ze Hem voor de eerste keer tegenkomen: ”Waar verblijft U?” Jezus antwoordt dan: ”Kom en je zult het zien”. Vervolgens blijven ze de hele dag bij Hem. Niet een uur, niet anderhalf uur, niet twee uur, maar de hele dag. En Jezus is degene die hen daarvoor uitgenodigd heeft. Hij wilde dat blijkbaar graag. Aan het einde van Jezus’ leven, vlak voor zijn kruisiging, is er opnieuw een moment dat Hij graag wil dat een paar van zijn leerlingen bij Hem blijven, in de hof van Getsemane. Dat doen ze, maar het blijkt te moeilijk voor ze om wakker te blijven, ze vallen in slaap, ze maken niet mee wat Jezus doormaakt.

“Waarom zou ik naar de Heer (dus naar de kerk) gaan?” Omdat de Heer daarnaar verlangt. Zoals Hij daar tweeduizend jaar geleden naar verlangde. Tussen al die reacties was er maar één vrouw die door de ogen van Jezus naar ‘kerkgang’ kijkt: ”Als ik niet naar de kerk ben geweest, voelt het toch niet goed. Hij is er altijd voor ons maar wij niet voor Hem.”

maandag 22 januari 2018

Waarom zou ik naar de kerk gaan?

“Waarom zou ik naar de kerk gaan?” is de titel van een boek dat vroeger in de studeerkamer van mijn vader lag en dat nu ergens in ons huis aan de Balstien rondslingert. Mijn antwoord op die vraag was destijds: ”Ik ga naar de kerk, twee keer per zondag, omdat het moet, van mijn ouders.” Ik weet dat dat voor veel mensen zo was. (Niet altijd twee, maar in elk geval wel één keer per zondag.) In het huis van mijn ouders was (en is) kerkgang ‘een gewoonte’ waar niet over gediscussieerd werd. Mijn vader was per slot van rekening predikant en het zou een mooie boel worden als zijn dochters niet van de partij waren op zondagmorgen. Kinderen en echtgenoten van predikanten zijn dus niet de goede mensen om die vraag aan te stellen, want voor hen zit er een zeker ‘moeten’ in de kerkgang.

Maar als ik u, die dit leest, de vraag zou stellen: Waarom gaat u naar de kerk? Wat is dan het antwoord? Eigenlijk ben ik daar best benieuwd naar. En om die reden hoop ik hier vaker op maandag over te bloggen. Als u  een verrassende reden heeft om zondagsmorgens niet uit te slapen, niet hard te rennen, niet tv te kijken, maar naar de kerk te gaan, dan hoor ik dat graag. Want ‘omdat het nu eenmaal mijn gewoonte is’, is een hele magere reden, toch? Sinds anderhalf jaar ga ik overigens zelf wel weer met de regelmaat van de klok naar de kerk op zondag en het is wonderlijk wat dat met me doet. Want in plaats van ‘saaie sleur’ maakt juist dat uurtje (nou ja, die anderhalf uur) van de zondag een hele andere dag dan de overige zes! Dat is mooi meegenomen toch? 

maandag 15 januari 2018

Feit of fictie?

“Het lijkt steeds moeilijker te worden om elkaar in het dagelijks leven te ontmoeten. Het is vaak lastig feiten en verzinsels van elkaar te onderscheiden. We moeten niet zoeken naar een groter 'ik' maar naar een breder 'wij'.”

Zomaar een paar zinnen uit de kersttoespraak van koning Willem Alexander. De teneur was dat Nederlanders steeds minder dingen samendoen, dat kerk en verenigingen aan het wegvallen zijn en dat het meer en meer ‘ieder voor zich’ wordt. Net als de koning vind ik dat jammer. De Westereen heeft er overigens niet zoveel last van, want daar bloeit het kerkelijk- en voetballeven nog. In Leusden was het naar mijn beleving anders. Maar dat is een vooroordeel, bleek onlangs, tijdens een vrij weekend.

Nadat we in Leusden familie en kennissen hadden bezocht vroeg Bernard: ”Zullen we nog even naar onze oude kringloop gaan.” Zoiets hoef je mij nooit voor een tweede keer te vragen en kort daarna verschanste hij zich tussen de boeken en ging ik op zoek naar kleren. Na een half uurtje waren we klaar en liet ik hem mijn vondsten zien, hij mij de zijne: ”Kijk eens, acht boeken van Maarten Toonder voor tien euro.” Vlak bij ons stond een man die meeluisterde: ”Als u dat mooie boeken vindt dan heb ik er nog wel een paar, een hele doos zelfs, die kunt u zo voor niks bij mij ophalen.” “Dan moet dat nu, want wij gaan straks weer terug naar Friesland”, stamelde Bernard. “Nou, dan rijdt u maar achter me aan”, zei hij uitnodigend. In zijn huis in Leusden kregen we thee met een stroopwafel en we reden terug met een doos vol Olie B. Bommels.

Maarten Toonders’ boeken zijn fictie, dit verhaal een feit: In Leusden wonen ook mensen voor wie ‘wij’ belangrijker is dan ‘ik’.   

maandag 8 januari 2018

Lievelingsrestaurant

De kerk is op zijn retour, kerkdiensten zoals onze grootouders en ouders ze meemaakten zullen verdwijnen. Mensen komen veel liever samen in de huiskamer om daar te praten over de bijbel in plaats van een uur of nog langer stil te zitten en te luisteren…

Ik zit in de kerk, terwijl ik luister naar mijn eigen man. Van tevoren had hij mij verteld waar de preek over zou gaan en omdat ik een griepje aan voel komen blijf ik bijna in bed. Omdat ik solidair met hem wil zijn ga ik toch en zit te luisteren. Inderdaad, zonder dat ik of iemand anders iets terug mag zeggen. Gewoon te luisteren, om me heen te kijken en mee te zingen. Mooi eigenlijk, dat samen zingen, bedenk ik me. Tijdens de preek gebeurt er iets. Ik kan nog steeds niet precies thuisbrengen wat, maar iets in me verandert. Ik kijk naar de beamer, hoor de stem van mijn  man, laat de tekst een beetje tot me doordringen, kijk opnieuw om me heen en zie mensen aandachtig luisteren. Mooi eigenlijk dat er nu niemand de preek onderbreekt. Dat we gewoon samen luisteren en de woorden van de bijbel tot ons door laten dringen.

Opeens komt er een vergelijking in me op: als mensen samen naar een restaurant gaan gebeurt er hetzelfde. Zodra het bestelde menu wordt binnengebracht verstommen de stemmen en begint het proeven, happen, kauwen en doorslikken. “Mmm, heerlijk!”, en “Verrukkelijke soep”, meer komt er dan niet uit. Het gaat om het eten. Niet te snel, maar bedachtzaam. Alle smaken tot je door laten dringen. Niet te veel praten. Gewoon genieten. En thuisgekomen merken dat dat heerlijke eten je goed gedaan heeft.

“Alleen van brood kan een mens niet leven. Maar hij leeft van elk woord dat God spreekt.”

maandag 1 januari 2018

Gelukkig Nieuw Jaar?

Maandag 1 januari 2018, de 7 van 2017 is een 8 geworden.

Het kost mij altijd een paar weken om daaraan te wennen. Maar na tientallen jaren weet ik dat een jaar zomaar om is en het dan op 1 januari weer allemaal van voren af aan begint. De dagen gaan lengen, eind februari verschijnen de sneeuwklokjes, de eerste lammetjes worden geboren, de lente kondigt zich aan en de natuur en de mensen bloeien. In de zomer is dan voor een paar maanden het leven uitbundig en dan gaat het weer bergafwaarts richting herfst. Kortere dagen, op naar de winter, het langdurige binnen-zitten, de Feestdagen: van Sinterklaas tot en met Oudejaarsavond. En dan opnieuw -het woord zegt het al -Nieuwjaarsdag. Een voortdurende cyclus die sneller lijkt te gaan naarmate ik ouder word. Elk volgend jaar lijkt op een vorig, want het is steeds dezelfde kringloop. Dat maakt mij soms somber. “Gelukkig Nieuw Jaar”, hoor je overal om je heen. “Hoe zo nieuw?”, denk ik dan, “Het is toch elk jaar hetzelfde liedje?”

Om die sombere stemming te verdrijven besloot ik Psalm 103 te lezen want die Psalm roept op om toch vooral dankbaar te zijn: “Loof de Heer, mijn ziel, en al wat in mij is zijn heilige naam…” Ik ken de Psalm vrijwel uit het hoofd maar één regel sprong eruit: ”Die uw ziel verzadigt met het goede, zodat uw jeugd zich vernieuwt als die van een arend. “Wow”, dacht ik: ”De Heer is wel bij machte iets nieuws te doen. Eigenlijk wist ik dat wel, de hele bijbel is er vol van: ”Denk niet alleen aan wat er gebeurd is. Kijk niet alleen terug naar het verleden. Want Ik ga iets nieuws doen”, profeteert Jesaja.

En daarom voor al mijn blog-lezers:

Verrassend Nieuw Jaar!

maandag 25 december 2017

Op kraambezoek bij het Kerstkind

Slechts twee dagen in het jaar zijn de kerkbanken in Nederland vol: in de Kerstnacht en op eerste Kerstdag. Voorgangers weten dit en velen probeerden vorige week die ene goede preek te maken waar veel mensen het het hele jaar mee moeten doen. “Is toch mooi, dat kindje in de kribbe, die kerstboom, al die lichtjes en zoveel mensen samen. Kerst verbroedert. Ik houd van de Kerstgedachte. Vrede op aarde, zelfs in oorlogstijd.” Zomaar een greep uit dat wat mensen met Kerst naar de kerk brengt.

Alles draait om het Kerstkind. “Met Kerst vieren we de geboorte van Jezus”: zelfs mensen die nooit naar de kerk gaan weten dat en geboortefeesten zijn de mooiste die er bestaan. “Kraamfeesten”, heten ze in Nederland. Als er een baby geboren is gaan we op ‘kraambezoek’ of sturen een mooi -blauw of roze- feestelijk kaartje ter ere van het nieuwe kindje. Niks is zo vertederend en ontroerend als een pasgeboren baby. Niet verwonderlijk dus dat zoveel mensen naar de kerk gaan met Kerst, op kraambezoek gaan is altijd fijn. 

Wel verwonderlijk is het dat veel mensen na dat kraambezoek eigenlijk alle interesse in deze baby verliezen. Ze vragen zich nooit af wat voor mens zich uit dat kind heeft ontwikkeld, laat staan wat die mens, Jezus Christus voor hun eigen leven zou kunnen betekenen. En dat is jammer. Heel jammer. Want Jezus als volwassen mens was de meest bijzondere mens die ooit op aarde leefde. “Wil je Mij volgen?”, is zijn vraag aan iedereen, overal ter wereld. Op kraambezoek gaan is één ding, bij Hem blijven en Hem volgen is iets heel anders. Maar ieder mens die dat aandurft: het Kerstkind adopteren, bij Hem blijven het hele leven lang, zal zich werkelijk verwonderen over wat dat kind te brengen heeft. 


Op kraambezoek bij het Kerstkind

maandag 18 december 2017

Lichtpuntje

In mijn naaste omgeving is iedereen op de hoogte van mijn onverkwikkelijke geklaag over de winter. Wintertenen, een tranend oog, kou tot op het bot, depressie vanwege zonnegebrek en ga zo maar door. “Houd op met dag geklaag”, zegt Bernard vaak. Voor hem maakt het niks uit of het nu hartje zomer of hartje winter is. Ik reken elke dag uit hoeveel dagen nog tot 21 december, de kortste dag. Vanaf dan zal het langzaamaan ietsje beter worden, maar januari, februari en maart liggen  als grauwe monsters voor mij in het vooruitzicht. 

Dat tranende oog is overigens niet per se iets van de winter, dat plaagde mij ook hartje zomer. Vanaf juli bezoek ik specialisten. Eerst een oog-, inmiddels ook een KNO-arts. Ritje na ritje naar Dokkum. Zonder enige verbetering tot nu toe. Ik ben de tel kwijtgeraakt van de apparaten en scans die mijn ogen op allerlei manieren hebben bekeken. Diep vanbinnen, met een dwarse doorsnee, tot op de zenuw en tot en met het gezichtsveld. Alles is in kaart gebracht en nu nog op zoek naar de goede behandelingsmethode. Die lijkt ook wel uit seizoenen te bestaan, want ik moet nu drie maanden lang elke dag in beide ogen vloeistof druppelen in de hoop dat de oogdruk langzaam om laag gaat. Wachten dus. “Maakt u bij de balie maar een nieuwe afspraak”, daarmee verlaat ik de behandelkamer. Bij de balie staat een rij, dus eerst maar even koffie uit het apparaat halen. Nog steeds een rij als ik me met bekertje cappuccino aansluit. “U wilt een nieuw afspraak, bij zelfde dokter?”, ik bevestig het. “Dat wordt dan 16 april, om 9.20. Past dat?” 

Ik reken snel uit dat op 16 april de lente al is begonnen: zomaar even een onverwacht lichtpuntje daar achter die balie :)


maandag 11 december 2017

Insjallah

“Horen ‘waarom’ en ‘daarom’ bij elkaar?” vraagt ‘mijn Somalische leerling’ voor we met de taalles beginnen. Mooie aanleiding om haar het verband uit te leggen tussen oorzaak en gevolg. “Dus ‘want’ is hetzelfde als ‘omdat’ ”, oppert ze na mijn uitleg. Ik ben voldaan: ze heeft het begrepen. Denk ik. 

Daarna lezen we het verhaal “Tom valt van de step”. De afbeeldingen in het boekje maken de uitleg makkelijk: bijna op elke bladzijde staat een step getekend. “Tegenwoordig krijgen kinderen al heel jong een fiets, vroeger begonnen ze met een step”, maak ik duidelijk. Ze leest verder over Tom die met zijn hond en zijn vriend gaat steppen. Tot het moment dat Tom van de step valt en stil op de grond blijft liggen. Een dramatisch verhaal met als vraag en rode draad: ”Waarom viel Tom van de step?” Ik laat haar stoppen met lezen bij de bladzijde waar het antwoord staat en zeg: “Je hebt het net gelezen, dus het is niet moeilijk.” Maar ik zie in haar ogen alleen maar vraagtekens: Hoezo, waarom? “Ja”, zegt ze, “Tom viel van de step.” “Klopt”, antwoord ik:” maar hoe kwam dat?” Weer vragende ogen. Ze staart naar het plaatje en heeft geen idee waarom ik die vraag stel. We hebben net gelezen dat Tom vergeten was zijn dagelijkse medicijnen in te nemen waardoor hij in zijn hoofd niet goed was geworden. Maar het verband met Toms val van de step ontgaat haar volledig en ik voel me verre van voldaan. 

En dan opeens valt het muntje: De oorzaak en gevolg vraag is een vraag die bij onze Nederlandse cultuur hoort maar die in haar cultuur geen enkele rol speelt. “Jullie zeggen altijd ‘insjallah’ (=zo God wil) bij alles wat er gebeurt he?”, vraag ik. “Ja”, zegt ze met stralende ogen: “Daarom!” 

maandag 4 december 2017

Hip

‘Taal is echt mijn ding’, daarom meldde ik me aan het begin van het nieuwe seizoen aan bij het ‘Digitaalhuis’ van de openbare bibliotheek. Eén keer per week geef ik daar nu taalles aan een Somalische. We hebben inmiddels een vaste routine: eerst leest ze hardop een verhaaltje, waarbij we na elke bladzijde even stoppen en ik vragen stel. Daarna komt als toetje het samen doorbladeren van een tijdschrift naar haar keuze. 

Het voorlezen van het verhaaltje gaat steeds beter. Ze geniet ervan als ik haar prijs en haar leer om ‘echt Nederlands’ te spreken. Dus niet elke keer als ze het lidwoord ‘een’ tegenkomt dat uitspreken als ‘één’, maar ‘un’ zeggen. Heel simpel, maar best moeilijk. Vorige week las ze het verhaaltje ‘Suus is hip’, over een meisje dat van haar moeder een zelfgemaakte jas krijgt en die jas niet aan wil omdat ze hem niet hip vindt. Goed leesbaar verhaaltje met één moeilijk woord: ‘hip’. Wat is in de vredesnaam ‘hip’? Zij had er nog nooit van gehoord en ik wist niet hoe ik het uit moest uitleggen. In zo’n geval pakken we het Somalisch-Nederlands woordenboek. Ik zoek dan het Nederlandse woord op en zij leest de Somalische betekenis voor. Zo ook in dit geval: Hip= “Kalmad soo ifbaxday amalagu istic maali jiray jiil cusub oo dhalinyaro ah oo soo baxay sanadadii.” Tja. Ik vroeg: “Wat betekent die lange zin?” Zij kon het niet uitleggen in het Nederlands. En zo weet ze nog steeds niet wat hip is, want ook het woord ‘modern’ is onbekend voor haar.

Thuis zocht ik naar een vertaling van die Somalische zin. Dat leverde dit op: “Het woord werd gebruikt door een jonge generatie.”  Waarom ‘hip’ werd gebruikt stond er niet bij. Vreemd. Doen ze in Somalië niet aan ‘waarom-daarom’?

[Wordt vervolgd]