maandag 12 november 2018

Gratis (3)


“Als je niet teveel geld uitgeeft aan je zorgverzekering of energieleverancier, dan zal het financieel wel goed gaan in het nieuwe jaar.” Zorgverzekeringen en energieleveranciers doen in november en december goede zaken met deze reclames. En laten we wel zijn: je moet toch verstandig met je geld omgaan? Want “je kunt het maar één keer uitgeven” en “geld groeit nu eenmaal niet op onze rug”.

Ik ken maar weinig mensen die niet gevoelig zijn voor geld. Of iemand nu veel of weinig heeft: geld speelt altijd een rol. Want zonder geld kun je niet leven in Nederland. “Je geld of je leven!” is het gezegde. Maar in ons land is ons geld ons leven. (Al zijn er in Nederland ook mensen die zonder geld leven en gelukkig voorziet de overheid voor hen in ‘brood en bed’).

Want met alleen ‘brood en bed’ nemen de meeste Nederlanders geen genoegen. Die willen ook graag een huis. Liefst geen huurhuis maar een eigen. Liefst vrijstaand. Mooi ingericht. Met een auto voor de deur. Een nette auto wel te verstaan. En voor de komende winter hebben we ook wat warms voor ons lijf nodig. Liefst iets moois warms. En alleen brood en water zijn niet goed voor de gezondheid. Dus hebben we ook geld nodig voor gezond, lekker eten. Om de tien jaar een nieuwe keuken hoort er eigenlijk ook bij. De trend verandert nu eenmaal. Hetzelfde geldt voor de badkamer.

Geld: je kunt er veel voor kopen. Maar niet alles. Twee dingen, die ook me ‘ge’ beginnen, ge-luk en ge-zondheid, namelijk niet. Bijzonder eigenlijk dat die dingen waar een mens het meeste behoefte aan heeft niks kosten. Voor onze gezondheid en ons geluk zijn we afhankelijk van een Hogere Instantie. En Hij zegt: ”Bid, en u zal gegeven worden!” 

Helemaal gratis!

maandag 5 november 2018

Gratis (2)


“GRATIS MEE TE NEMEN VOOR DE LIEFHEBBER”. Ik reed in de Westereen een paar weken geleden langs een huis waar in de voortuin op een stoel dit bordje stond. Op die stoel lag een stapel woontijdschriften waar ik de helft van meenam. En ik schreef er een blogje over.

Alsof het zo moest zijn kreeg ik de dag erna een mailtje van een Amerikaanse oud-collega van Bernard. Hij is al op oudere leeftijd maar schrijft nog steeds boeken en die gaan  over “Christenen en geld”. Hij is nu bezig met een nieuw boek en vroeg ons het manuscript te lezen voor het naar de uitgever ging: “Dare to Discover What the Bible Actually Says About Money”: Durf te ontdekken wat de bijbel nu echt zegt over geld. Ik las het en was verbaasd en verwonderd. Want de bijbel zegt heel veel over (hoe een christen met) geld (moet omgaan).

“Het is vaak makkelijker om over seks te praten dan over geld”, is  een prikkelende zin (in het voorwoord) die direct mijn aandacht trok. Is dat zo? Is omgaan met geld iets voor de privésfeer waar een ander niks over te zeggen heeft?

Op de Nederlandse tv en radio gaat het heel vaak over geld. “Met onze economie in Nederland gaat het goed, maar het kan nog beter”, een zin -uit de troonrede van onze koning- die het klimaat in Nederland goed weer geeft: We hebben met zijn allen veel geld verdiend, maar het kan altijd nog meer worden. En als je nu niet teveel geld uitgeeft  aan je zorgverzekering of je energieleverancier, dan gaat het zeker goed komen. Met dit soort berichten worden we  dagelijks overstelpt. Maar wat zegt de bijbel eigenlijk over omgaan met geld? Is dat iets privés? Of valt er meer over te zeggen?

(Wordt vervolgd)




maandag 29 oktober 2018

Gratis


“GRATIS MEE TE NEMEN VOOR DE LIEFHEBBER”. Ik reed - op mijn e-bike- langs een kartonnen bordje met deze tekst en remde daarna toch maar af. Had ik het goed gelezen? Gratis?

Gratis is een toverwoord voor veel Nederlanders. Een toverwoord voor mij dus. Net zoals de woorden ‘aanbieding’, ‘korting’, ‘sale’, ‘koopje’, ‘reclame’. Altijd als ik zo’n woord lees gaat er van binnen een lampje branden. Ook deze morgen. Want vanuit een ooghoek had ik op die e-bike al gezien waar het bordje op sloeg: een stapel woontijdschriften. En als ik van iets een liefhebber ben is het dat. Ik stond voor de stapel, ik schat twintig stuks en dacht: Zal ik ze allemaal meenemen? Ik ben een liefhebber. Dus in principe mag dat. Maar misschien zijn er wel meer liefhebbers dus laat ik me inhouden. Ik nam de helft mee.

Gratis mee te nemen voor de liefhebber”: Ik vermoed dat de gulle gever van die woontijdschriften iemand is die thuis is in de bijbel. Want in dit ene zinnetje past elk woord bij het evangelie, het goede nieuws van Jezus Christus. Hij stierf voor de zonde van ieder mens, Hij biedt genade aan. De liefhebber mag die genade gratis meenemen. Zonder te betalen dus.

Jammer eigenlijk dat we dat in de kerk vaak een beetje kwijt zijn. Ook in ons dorp gaan er altijd collectezakken rond in kerkdiensten: alsof er voor genade toch betaald moet worden. Ooit gingen wij naar een kerk waar nooit gecollecteerd werd. De gemeente leden konden geld aan de kerk overmaken via de bank, maar nooit in de kerkdienst. Ik vond dat prachtig en heel aantrekkelijk voor nieuwelingen: alles in die kerk was echt gratis voor de liefhebbers. En reken maar dat er veel nieuwelingen spontaan een liefhebber van Jezus werden op deze manier!  

maandag 22 oktober 2018

Voetstappen


Binnen een uur -van huis tot huis- ben ik bij onze dochter in Groningen. Onlangs liep het anders. Het begin was als vanouds: met de fiets naar het station en daarna met de Arriva-stoptrein richting Groningen. In Buitenpost – de eerste stop- bleek de trein niet verder te gaan en stonden grote bussen klaar om reizigers verder te brengen. Maar het was stralend weer, ik hoefde niet maar mijn werk en was voor mijn plezier een dagje uit. Dus eigenlijk best mooi om met de bus door het Groninger herfst-landschap te rijden. 

In Groningen dan maar even de stoptrein richting Delfzijl pakken, dacht ik. Want het Noorderstation was mijn eindbestemming. Maar het bus avontuur van die dag bleek nog niet voorbij want op de perrons stonden in plaats van treinen kleine bordjes met “Volg de voetstappen naar je bestemming.” Ik keek naar de grond en inderdaad: allemaal sporen van nep-voetstappen. Die voor de richting Delfzijl waren blauw dus ik ging op pad. Stap voor stap. Overal om me heen zag ik mensen naar beneden kijken.

Een hele simpele manier om ergens te komen: volg de voetstappen. Een kind kan de was doen. “Treed in de voetsporen van Hem” staat in 1 Petrus. Die “Hem” is Jezus. Zijn leven is al het ware de ‘voetprint’ voor ons. Elke keer als je niet weet welke kant je op moet kun je je afvragen: WWD? What Would Jesus Do? In welke richting moet de volgende stap gaan? Ik had geen idee waar de voetstappen zouden uitkomen maar vertrouwde dat de N.S. me niet op een dwaalspoor had gezet. Het eindpunt van die blauwe voetstappen bleek het instappunt van een nieuwe grote bus, aan de overkant van het station.

Ook Jezus is te vertrouwen wat het eindpunt van onze aardse voetstappen betreft, reken maar!



maandag 15 oktober 2018

Tuin!


Mensen die mij wat langer kennen (al is het alleen maar van Facebook) weten dat tuinieren mijn hobby is. Mooiere zomer in Nederland dan dit jaar kan ik me dan ook niet herinneren: Al vanaf mei staan er elke dag verse bloemen in onze woonkamer.

Afgelopen zaterdag kreeg ik hulp van een ‘echte’ tuinman. Een “Westereender-met-pensioen-en-dus-drukker-dan-ooit” was zo goed om een paar uurtjes voor onze tuin vrij te maken. Drie grote potten met Agapanthus heeft hij in de vaste grond geplaatst. Daarvoor was stevig omspitwerk van het gazon nodig. Ik stond erbij, keek ernaar en luisterde naar al zijn aanwijzingen. Zijn eigen tuin is een waar lusthof met wel tien verschillende soorten Dahlia’s die hij allemaal bij naam kent en ook uit elkaar houdt. Ik voel me altijd een simpele beginneling in zijn buurt.  

God heeft ook iets met tuinen: in Genesis 3 staat dat “Hij in de avondkoelte in de hof (van Eden) wandelde” en in Johannes 20 ziet Maria Jezus staan maar denkt ze dat Hij de tuinman is. (Leek Hij daar een beetje op?) “Ik ben de Ware Wijnstok”, sprak Jezus, “en mijn Vader is de Landman.” Jezus gebruikt dus zelf het beeld van God als de Grote Tuinman.

Van die Grote Tuinman leerde ik in onze tuin drie dingen. (Meer gaat ongetwijfeld komen):

-       Geduld. Groei is iets dat heel langzaam gaat. Langzaam maar zeker.
-      Anti racisme. Bloemen zijn er in zoveel verschillende kleuren en maten dat vergelijking van de ene bloem met de andere nergens op slaat. Iedere bloem is uniek in zijn eigen soort.
-      Snoei. Hoe meer ik in mijn tuin snoei en wegknip, des te meer er gaat groeien en bloeien. Snoei is in feite noodzakelijk voor uitbundige bloei.

Voor elke wijze les van de tuin houd ik me aanbevolen!


maandag 8 oktober 2018

Dagboek van een herdershond


De ouderen onder ons kennen vast allemaal nog wel de tv serie “Dagboek van een herdershond” (van 1978-1980 op tv) over het leven van kapelaan (hulppastoor) Erik Odekerke in het Brabantse land. Elke begin aflevering begint met de scene waarop Erik bijna (of helemaal, ik ben het vergeten) van zijn fiets valt. Heen en weer fietsen van hot naar her is zijn bestaan en tijdens die tochten ontmoet hij het één na andere uitgesproken lid van zijn parochie. Met sommigen raakt hij bevriend en die worden in de serie op de voet gevolgd. In Kenia -waar nooit iets leuks op de tv was- bekeken Bernard en ik er een oude Dvd van: met veel genoegen. 

Nu is het vele jaren later. We wonen niet meer in Kenia en kijken bijna nooit meer Dvd’s. Want Bernard is predikant in de Westereen en sinds kort ben ook ik daar kerkelijk werker. “Geestelijk verzorger ten behoeve van het pastoraat” is de technische term. Herdershond vind ik mooier want dat is precies hoe ik me voel. Net als Erik fiets ook ik rond, ontmoet het ene na het andere boeiende gemeentelid en probeer de kudde  een beetje bij elkaar te houden. Dat is helemaal niet zo makkelijk als het lijkt. Want sinds de komst van de tv hoeft niemand op zondagmorgen meer de deur uit. Eén druk op de knop en je hebt de kerk in je huis. Voor sommige oude, zieke en zwakke schapen is dat natuurlijk een uitkomst. Maar de kudde dunt er wel een beetje van uit. 

Jammer is dat voor de (goede) herder. Want die houdt het liefst al zijn schaapjes bij elkaar. En dat is natuurlijk ook voor hen ook het allerbeste. Want waar de kudde bij elkaar is de herder nooit ver te zoeken.




maandag 1 oktober 2018

Niet genodigde gast


Ik geef hem het voordeel van de twijfel,  dacht Simon, en daarom nodig ik hem uit. Hij zou zelf alleen maar opletten en luisteren. Niemand zou hem verdenken van ook maar een spoortje geloof.

De eerste gasten kwamen binnen en Simon wees de ligplaatsen aan. Toen Jezus arriveerde ging zijn hart zo hard tekeer dat het bijna te horen was. De maaltijd begon en opeens ontwaarde hij achter Jezus een vrouw die hij niet uitgenodigd had. Hij zag haar gezicht niet want haar lange haar hing ervoor. Wie was dat? Langzaam drong zich een doordringende geur aan hem op. Was dat mirre? Hij zag sommige gasten hun wenkbrauwen optrekken. Mirre was niet om te eten, mirre was van vrouwen van lichte zeden. Het kon toch niet dat? Nog een blik in haar richting en zijn angst werd bevestigd. Met open mond keek iedereen nu naar Jezus en de vrouw.

 “Simon, ik wil iets tegen je zeggen”, doorbrak Jezus de stilte. Iets zeggen tegen hem? Hij zou haar weg moeten sturen. “Zeg het meester”, smekend keek hij Jezus aan. “Zie je deze vrouw?”, Jezus stopte even, “jij bent de gastheer maar zij heeft mij verzorgd met tranen, kussen en mirre.” Was het nu echt nodig om hem zo voor gek te zetten? Hij zag de vrouw opstaan. Ook Jezus ging staan en zei: “Ik zeg jullie: alle zonden van deze vrouw zijn vergeven want ze heeft heel veel voor Mij gedaan.” Een paar gasten stonden  op en gingen weg zonder de gastheer te groeten. En Simon wist dat zijn vonnis was getekend. Door die vrouw en door Jezus, dacht hij. 

Zachtjes zei Jezus tegen haar: ”Het enige wat ik van een mens verlang is geloof in Mij en jij hebt dat laten zien deze avond.”

vrij naar Lucas 7:36-50


maandag 24 september 2018

Gluren (bij de buren)


Ik ben een echte Nederlander. Hoe ik daarbij kom? Ik houd van “gluren bij de buren”. In Nederland kun je dat doen zonder dat het heel erg opvalt. Simpelweg omdat er rond de huizen geen hoge muren staan (zoals in Kenia) en veel mensen de gordijnen open hebben ’s avonds. Ik vind het altijd leuk om te zien hoe het huis van iemand anders er van binnen uitziet. De mensen in de Westereen zijn gastvrij, ik heb dus al veel gezien.

Er is ook een andere vorm van gluren: gluren in iemands karretje in de supermarkt. Dat kun je helemaal doen zonder dat het opvalt. Ik vind het altijd bere interessant om te zien wat iemand anders koopt. Vaak brengt me dat op een idee. Dan denk ik: Als die en die dat of dat koopt is het waarschijnlijk een goed product . Wanneer ik in een vrijmoedige bui ben durf ik ernaar te vragen. Soms koop ik het gewoon zonder te vragen.

Afgelopen zaterdag aan het einde van de middag liep ik door de Lidl in Damwoude waar een dame van een jaar of dertig jaar haar karretje  tjokvol plastic zakjes met voorjaarsbolletjes stopte: tulpen, narcissen, krokusjes en nog veel meer. Die heeft een grote tuin, dacht ik. En voor ik het wist floepte het eruit. “Helemaal niet, juist heel klein, maar ik zie zo altijd zo tegen het sombere van de winter op dat ik mijn kleine stukje grasveld helemaal heb omgespit en daar gaat dit allemaal in. Dan begint voor mij de lente al in februari.” Dat was dus een feest van herkenning. We raakten aan de praat en ik vond het jammer dat de winkel al  bijna dicht ging. 

Waarmee ik maar zeggen wil: Gluren bij de buren levert soms iets moois op.





maandag 17 september 2018

Boer zoekt zoon


Met mijn zakdoek wrijf ik het zweet van mijn voorhoofd, het was een lange dag. Maar ook een dag vol voldoening: ik houd van werken. Nog even doorzetten, vanavond heb ik rust. In de verte zie ik de boerderij liggen. De boerderij van vader. Opeens hoor ik een geluid dat ik niet thuis kan brengen. Het lijkt wel muziek. Als ik dichterbij kom weet ik het zeker: op de boerderij is feest. En ik weet nergens van. “Weet jij wat er te doen is?” vraag ik aan een knecht. Hij knikt. “Waarom weet ik dat niet?” Ik ben boos en sprakeloos als hij het me vertelt: het feest is voor mijn broer. Mijn jongere broer die al jaren niet meer op de boerderij woont. De broer die de wijde wereld is ingegaan. Wat heeft die hier te zoeken?

Dan komt vader naar buiten met een lach op zijn gezicht. Ik wil iets zeggen maar hij is me voor: ”Ben je dan niet blij dat je broer nog leeft?” Wat moet ik zeggen? Ik voel me achtergesteld. Heb ik dan al die jaren voor niks mijn best gedaan? Het huilen staat mij nader dan het lachen maar vader komt dichterbij en fluistert iets in mijn oor. Het is heel persoonlijk, daarom vertel ik het je niet. Maar die ene zin verandert alles: mijn blik op mezelf, mijn vader en mijn broer. Wat heeft die veel gemist, zoveel jaren, zonder vader. Wat ben ik bevoorrecht geweest, hier op de boerderij. Ik had kunnen weten dat vader helemaal uit zijn dak zou gaan als mijn broer ooit terug zou komen. Want wij, mijn broer en ik, zijn hem meer waard dan die hele boerderij. Ik schaam mezelf diep dat ik dat bijna vergeten was. 

Achter vader aan ga ik het  huis binnen om mijn broer te ontmoeten.

(vrij naar Lucas 15:11-32)


maandag 10 september 2018

Verloren.

Help: ik wil gevonden worden!

Daar lig ik dan, plat op mijn kant, weggerold onder de kast. Hier zal ze me nooit vinden. Ze heeft me niet eens horen rollen, maar ik voelde het met mijn hele lijf. En nu lig ik hier helemaal alleen, in het stof. Ik kan geen kant meer op, nu al negen dagen en nachten. Of is het tien? Ik ben de tel kwijt. Moet ik wachten tot ze gaat verhuizen en de kast wordt weggeschoven? Of mag ik hopen op een grote schoonmaak? Ik kan niks doen als ik op mijn kant lig.

Vroeg of laat hebben ze me nodig, in mijn lange leven heb ik dat wel geleerd. Soms raken ze je in geen dagen aan en opeens ga je van hand tot hand. Hoeveel handen hebben mij al niet vastgehouden? Oude versleten handen en kleine jonge handjes. Af en toe lig ik op een stapeltje met vrienden maar zoiets duurt nooit lang. “Geld moet rollen” hoorde ik eens een man tegen zijn vrouw zeggen. Ze heeft me zover laten rollen dat ik zoekgeraakt ben maar ze heeft het niet eens door, ze heeft nog negen anderen van mijn soort.

Opeens voel ik iets hards over me heen schuren en schuif ik een klein eindje op. Wat gebeurt er? De laag stof om me heen lijkt nog dikker te worden, maar dan wordt het licht. Ik knipper met mijn ogen: wat is dat? Ik merk dat ik word opgeschoven, van de muur af de kamer in. Het gaat heel voorzichtig maar mijn hart gaat tekeer als een razende:zou het echt zo zijn? Is ze naar me op zoek? Zal ze me vinden? Wat verlang ik ernaar om weer vastgehouden en gebruikt te worden!

(Vrij naar Lucas 15:8-10)


maandag 3 september 2018

De Pickwickvragen (10)


“Waar ben jij het meest trots op?”

Mooie vraag. Want een mens kan trots zijn op van alles en nog wat. Onze buurjongen is heel trots op zijn boot. Met recht. Hij heeft een oude boot helemaal gerenoveerd tot een nieuw pracht exemplaar. In 2008 was ik supertrots op de uitgave van mijn eerste boek(je) “Nooit meer dorst”. Het was bloed, zweet en tranen geweest maar het uiteindelijke exemplaar mocht er zijn. Bijna zoiets als een bevalling. Dit jaar studeerden twee jonge mensen binnen ons gezin af, de ene aan de VU, de andere aan de PABO. Wie is er niet trots op een diploma?

Zo zou ik nog een hele tijd door kunnen gaan, maar onlangs gebeurde er iets waardoor ik met hele ander ogen naar ‘trots’ ging kijken. Iemand zei -in de wandelgangen- tegen mij :”Jij bent best een lastig persoon om mee om te gaan.” En ik dacht: Ik? Is dat echt zo? Ben ik moeilijk in de omgang? Ik heb zelf een hele andere indruk. Dat ik best een aardig iemand ben. Dat ze in de Westereen blij mogen zijn dat ik er ben neergestreken. Door die ene opmerking viel ik van binnen van mijn voetstuk. Want als ik eerlijk ben ben ik het meest trots op mezelf. Op mijn ‘ik’. Stel dat het waar is wat die persoon tegen mij zei: dat anderen mij veel minder als een geweldig iemand zien dan ik mezelf zie?

Ik fietste door de Westereen en peinsde. Bij de kerk keek ik op naar het kruis dat op de toren staat. Daar hing Jezus en Hij stierf voor mij. Voor mijn ‘ik’. In plaats van trots vanuit dat ‘ik te leven mag ik staan op de rots die Hij is! En daar ben ik trots op: trots op de Rots!