maandag 11 november 2019

Sta in de weg


Rode lopers: we zien ze niet zo veel meer in Nederland. Op Prinsjesdag op de televisie en af en toe bij een trouwerij. Een luxe trouwerij wel te verstaan. Onze jongste dochter trouwde vorig jaar eind september in het oude stadhuis in Amersfoort en ‘alles klopte’: de rode loper voor het bruidspaar, de zacht-lichte nazomerzon, de bruiloftsgasten in prachtige kleren en natuurlijk het allerbelangrijkste: het bruidspaar als een plaatje uit een tijdschrift.

We stonden met zijn allen te wachten aan de kant van de rode loper die tot op de tegels buiten het stadhuis was uitgelegd. Aan weerszijden van de loper de gasten. Onze kleinkinderen, de twee kleine nichtjes van het verse bruidspaar dartelden er ook rond. ‘Niet op de loper staan, meisjes’, zei hun moeder, ‘die is voor het bruidspaar, wij gaan zo meteen hen toejuichen.’ En daar kwamen ze aan in hun roomkleurige trouw-Volvo-met chauffeur: alles klopte. Als moeder van de bruid kon ik mijn vreugde niet op. Ik stond gelukkig helemaal vooraan, ik zag ze aankomen: zo prachtig, zo blij.

Een ‘loper’ wordt altijd uitgelegd voor bijzondere mensen: de koning en koningin, een bruid en een bruidegom. Die loper geeft aan: dat is voor de hoofdpersoon (of personen) van het verhaal. In het Marcus-evangelie is Jezus de hoofdpersoon. Aan het begin van het evangelie maakt Johannes de Doper dat meteen duidelijk: hijzelf is alleen maar gekomen om de loper voor Hem uit te leggen. Alle aandacht zal naar Jezus moeten uitgaan. Johannes cijfert zijn eigen persoon helemaal weg: ik ben alleen maar een stem die roept in de woestijn. 

Johannes de Doper was de voorloper van Jezus, hij mocht de loper uitrollen en hij is nog steeds een voorbeeld voor iedereen die zelf niet een sta in de weg voor het evangelie wil zijn.


maandag 4 november 2019

Wachten


De laatste opdracht die Jezus aan zijn leerlingen geeft, vlak voordat hij naar de hemel gaat is een beetje vreemd: Hij zegt hen dat ze moeten blijven zitten waar ze zitten en helemaal niks mogen ondernemen maar moeten blijven wachten. Niet wachten op een opdracht, maar wachten op een belofte. Iemand als Petrus kan er duidelijk niet mee uit de voeten want zodra Jezus naar de hemel gegaan is komt hij in actie: Hij bedenkt zich dat ze als leerlingen nu niet meer met zijn twaalven zijn en dat ze moeten zorgen dat er iemand in de plaats van Judas komt. Met zijn allen kiezen ze eerst twee mannen uit en loten vervolgens wie de uitverkorene gaat worden. Ze doen dit al biddend, dat moet toegegeven worden. Maar is dit zo echt de bedoeling van God geweest? In Handelingen 9 verschijnt een zekere Saulus van Tarsus die als Paulus snel een positie als die van Petrus inneemt.

(Op iets) wachten is moeilijk. Wachten in de wachtkamer van een dokter, wachten op de uitslag van een examen, wachten op de juiste levenspartner, noem maar op. Ook wachten op een belofte is moeilijk. Abraham duurde het wachten op kind van Sarah te lang en hij ondernam zelf het één en ander. Net als in het geval van Petrus had dat niet gehoeven, want als God iets belooft, dan komt het altijd goed. Hoe lang je ook moet wachten. Die leerlingen hadden geen idee waar ze precies op moesten wachten. ‘De doop met de Heilige Geest’ was iets heel nieuws. Maar toen het kwam wisten ze allemaal: Dit is dus waar we op moesten wachten. Een wervelwind met zoveel kracht dat ze niet op hun stoelen konden blijven zitten. De Geest zelf stuurde hen precies de kant op die Hij wilde.

maandag 28 oktober 2019

Handen uit de mouwen


‘Meester, wat is het allerbelangrijkste gebod?’ In Jezus’ tijd op aarde werd dit aan hem gevraagd en iedereen die een beetje thuis is in de bijbel weet het antwoord: God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf. Al meer dan veertig jaar heb ik daar mijn handen vol aan. Ik was twintig toen ik de keuze maakte om met en voor Jezus te leven.

Maar soms verlang ik naar meer: dat wil zeggen naar meer concrete aanwijzingen. Want zeg nou zelf: hoe doe je dat: God liefhebben boven alles en je naaste als jezelf? Mijn meest nabije naaste is Bernard, elke dag weer is het mijn opdracht om van hem net zoveel te houden als van mezelf. Ik probeer dat te doen door me in hem te verplaatsen, door niet alleen van mijn eigen gezichtspunt uit te gaan. Valt lang niet altijd mee, maar ik oefen mijzelf. Maar God liefhebben boven Bernard en boven mezelf is een heel ander verhaal. Hoe doe je dat? Wat vraagt God op dit moment van mij?

Vorig jaar werd ik om deze tijd gevraagd om pastoraal werk te doen in de gemeente. Dat kwam toen heel duidelijk op mijn pad. Maar nu? Ik weet het niet. Dus besluit ik om elke dag een hoofdstuk uit ‘Handelingen (van de apostelen)’ te lezen. Om te zien hoe die apostelen dat aanpakten. En meteen al in Handelingen 1 valt me iets bijzonders op: het laatste wat Jezus, vlak voor zijn hemelvaart, aan zijn leerlingen vraagt is om helemaal te niks te doen: ze moeten blijven wachten ‘op de belofte van de Vader’. Hoe zal iemand als Petrus, die graag de handen uit de mouwen stak, dat gevonden hebben? Jezus gaat naar de hemel, en het enige wat hij moet doen is wachten.

(Wordt vervolgd)

maandag 21 oktober 2019

Wonderboom


Ik sta op, ga naar beneden om koffie (voor Bernard) en thee (voor mezelf) te maken en trek de rolgordijnen naar boven. Iedereen is al naar het werk: op het pleintje voor ons huis staat geen enkele auto. Wat er wel staat is de boom in het midden met rondom een zitbank. (Waar ik overigens in drie jaar nog nooit iemand op heb zien zitten.) Die boom is een hele gewone boom, niet een eik of een kastanje. Bovenuit steekt zelfs een vreemde dode tak die altijd in het oog valt. (Ook in drie jaar is die nog steeds niet weggehaald.) Die boom is ooit veelbelovend daar neergezet, compleet met bankje er omheen, maar hij heeft de belofte nooit kunnen waarmaken. 

Alleen is het nu herfst en is die hele gewone boom voor een paar dagen in een wonderboom veranderd: goudgeel van kleur, het stralende middelpunt van ons pleintje. Gauw loop ik naar buiten om een foto te maken en binnen tien minuten hebben op Facebook al meer dan tien mensen hun waardering voor die boom uitgesproken. Dat heb je met bomen in de herfst.

Over een paar dagen staat hij er weer maandenlang kaal en saai bij. Het enige wat dan nog overblijft is hoop: op de lente, de zomer en de herfst. Hoop is iets dat niet echt past bij deze tijd. Op iets dat we nog niet zien wachten we hoogstens een dag, maar dan moet het toch echt zichtbaar zijn anders worden we ongeduldig. Maar: ‘Hoop die gezien wordt is geen hoop want hoe zal men hopen op dat wat men ziet? Maar als we hopen op dat wat we niet zien, verwachten we het met volharding.’ (Romeinen 8)

Misschien heeft God daarom wel de winter bedacht: om mensen te laten oefenen in echte verwachting. 


maandag 14 oktober 2019

Verkeerd uitgelegd


Het verhaal van Maria en Martha wordt vaak verkeerd uitgelegd. Dat gaat dan als volgt: ‘Martha, Martha, leg je bezem neer, al dat werken komt een andere keer.’ Neem een voorbeeld aan Maria, die zit stil te luisteren. Werkheiligheid tegenover devoot stil zijn. En Jezus zou de voorkeur geven aan het laatste.

Maar rijmt dat wel met teksten als: ‘Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook’? Of: ‘De Zoon des mensen is niet gekomen om zich te laten dienen maar om te dienen’. En: ‘Wij moeten werken de werken van degene, die Mij gezonden heeft, zolang het dag is. Jezus is niet tegen werken en ook niet tegen dienen. Het tegendeel: ‘Juist de werken die Ik doe getuigen van Mij dat de Vader Mij gezonden heeft.’ (Dit zijn teksten uit Mattheüs en Johannes.)

Wat Martha verkeerd doet is niet dat zij hard werkt en dient om het allemaal in orde te maken. Wat wel verkeerd van haar is is haar houding: ze is ongeduldig naar Maria toe en jaloers. Ze vindt zichzelf geweldig en is verbitterd. Ze kan het gewoon niet hebben dat Maria heel rustig bij Jezus zit terwijl zij zich als een gek uitslooft. Ze voelt zich een slachtoffer en eist bijna van Jezus dat Hij iets voor haar doet.

Ik geloof dat Jezus wel degelijk ziet hoe zij zich uitslooft. Maar Hij wil haar iets leren. Het is dezelfde les die Saulus moest leren voordat hij Paulus werd: Hard werken vanuit een negatieve grondhouding stelt niks voor in de ogen van God. ‘Al ware het dat ik al wat ik heb tot spijs uitdeelde…maar had de liefde niet, het baatte mij niets.’(1 Corinthiërs 13)

Het ene nodige wat Jezus vraagt en wat eraan ontbreekt bij Martha is de liefde.

(Einde)

zaterdag 5 oktober 2019

Mzungu



Wanneer je als toerist een aantal dagen in Kenia rondloopt kan het niet anders of je leert het woord ‘mzungu’, het Kiswahili woord voor ‘blanke’. Onze vakantie in Kenia bestaat uit anderhalve week in Nairobi: oude bekenden ontmoeten. En een halve week de toerist uithangen aan de kust bij Mombassa. In Nairobi waren we nog Bernard en Margriet, hier aan de kust zijn we alleen ‘mzungu’. Je hoeft maar een stap buiten de deur te zetten of je hoort mensen tegen je roepen: ‘mzungu, mzungu!’ “Er niet op ingaan hoor, ze willen gewoon met je praten en je dan één of ander souvenir verkopen. Dat is het enige vervelend aan Kenia, dat niemand je hier met rust laat”, hoor ik een toerist mompelen. “Niemand kent je hier bij naam hoor, dus doe ook maar gewoon alsof je neus bloedt en loop de mensen straal voorbij”, een andere.

Ik denk aan de Westereen en aan mijn leven als vrouw van de dorpsdominee daar. “Ha Margriet!”, ik hoef maar een stap in het winkelcentrum te zetten of ik hoor dat. Iemand straal voorbijlopen hoort er niet bij in de Westereen. En ik wil dat ook helemaal niet. Want het is toch prachtig om op de hoogte te zijn van elkaars wel en wee? Dit is juist één van de redenen waarom we hier naartoe verhuisd zijn: leven in een gemeenschap waar je de mensen kent. In de Westereen ben ik niet een anonieme ‘mzungu’ maar mag ik wel helemaal mezelf zijn: Margriet Terlouw. Ik heb nu al zin om verhalen te gaan vertellen over wat we hier allemaal beleefd hebben. En dan maar hopen dat niemand me iets van het één of ander wil verkopen. Want Westereenders lijken in dat opzicht een beetje op de Kenianen aan het strand van Mombassa 😊


zondag 29 september 2019

Rijk


We zijn vijf dagen in Kenia -op vakantie- als ik dit schrijf. Het is zondag en na vier volle dagen file in Nairobi nemen we een dag vrij. We gaan zelfs niet naar de kerk: om nog meer mensen te zien en te spreken is simpelweg te veel. Dus de enige dag dat er geen file is hier, zondag, zitten we niet in de auto. Nairobi is een stad met 3 miljoen inwoners die in 50 jaar helemaal uit haar voegen gegroeid is. Stapje voor stapje wordt de infrastructuur nu verbeterd, maar de stad is er nog lang niet. Toen wij tien jaar geleden naar Nederland kwamen waren we blij om van die Afrikaanse files af te zijn, nu maken we mee dat ze nog langer duren. Twee of drie uur in de file om van A. naar B. te komen is de normaalste zaak van de wereld in Nairobi.

Ergens tussen al die autoritten komt Jacinta, onze vroegere ‘housegirl’, op bezoek. Het is een geweldig weerzien want zij was elf jaar lang niet alleen mijn hulp maar ook mijn beste vriendin. Wat hebben we vroeger wat afgekletst. Ze had haar voet nog niet over de drempel gezet en het was alweer als vanouds. Maar ik was vergeten dat Kenianen overal voor bidden. Dat bedacht ik me toen we de koffie-met-lekkers al op hadden. “Ai, ik ben en blijf een Nederlander, die bidden niet zoveel.” Waarop Jacinta lachte: “Dan doen we het nu toch alsnog? Ik in het Lua (haar stamtaal) en jij in het Nederlands.” 

De grote verrassing was dat zij destijds zoiets nooit uit zichzelf voorstelde. In materieel opzicht heeft ze niet veel, geestelijk gezien is Jacinta mijn rijkste vriendin. Het was geweldig om te zien hoe haar geestelijke rijkdom in tien jaar nog groter was geworden.




maandag 23 september 2019

Labyrint


Eén ding is nodig.” Al vanaf mijn studententijd in Groningen boeit die zin me. Zelfs zozeer dat het de titel werd van mijn doctoraalscriptie. Halverwege pedagogiek begon ik destijds met theologie en toen stuitte ik op een bekende pedagoog/theoloog uit de zeventiende eeuw: Johan Amos Comenius (1592-1670) Deze schreef een boekje met als titel: ”Het ene nodige.” Gebaseerd op het verhaal van Maria en Martha.

Die Comenius leidde allesbehalve een rustig leven. Hij werd geboren in het tegenwoordige Tsjechië in een tijd dat er fervente godsdienstoorlogen woedden. Meerder keren verloor hij huis en haard en zelfs zijn hele bibliotheek ging in vlammen op. De laatste twintig jaar van zijn leven woonde hij als vluchteling in Amsterdam. Daar schreef hij “Het ene nodige”. 

Comenius was zowel theoloog als pedagoog en kende de kneepjes van het schrijversvak: hij begint zijn redenering niet met de bijbel maar met de levenservaring van de meeste mensen. Zo schrijft hij: ”Eigenlijk is ons leven een groot labyrint, een groot doolhof waar we steeds voor nieuwe keuzes staan, vaak de verkeerde kant oplopen en altijd maar weer hopen dat onze inspanningen ergens goed uitkomen.” (Ook in de 21e eeuw heel herkenbaar. Zo lijden veel jongeren aan keuze-stress op het gebied van studiemogelijkheden: hoe weet je of jouw keuze de beste is?) Op allerlei terreinen staat een mens voortdurend voor keuzes waarvan hij van tevoren niet weet of die goed uit zullen pakken. Een mens heeft eigenlijk een wijs Iemand nodig die hem voortdurend helpt bij het maken van beslissingen. Iemand die bij machte is van bovenaf naar het labyrint van de wereld te kijken.

Zo Iemand is voor de mensen op aarde gekomen: Jezus Christus de Zoon van God. Zonder Hem blijft een mens ronddwalen in deze wereld zonder te weten waar hij uit zal komen. 

(wordt vervolgd)


maandag 16 september 2019

Druk


Het woordje ‘druk’ is een modewoord in Nederland. Mode in de zin van: iedereen gebruikt het. ‘Hoe gaat het met je?’ ‘Goed hoor, maar wel druk’. Of: ’Beetje druk maar dat hoort erbij.’ In Nederland is het leven leuk én druk. Veel te druk is niet leuk, want dat kan een burn-out opleveren.

Maar ingewijden beweren dat een echte burn-out nooit door te veel drukte maar eerder door niet passend werk of een verkeerde werkomgeving komt. En in dat geloof blijven we met zijn allen lekker druk. (Ik heb jaren in Kenia gewoond en daar is iedereen veel minder geobsedeerd met druk zijn. Dat heeft ook zo zijn redenen: het werkloosheidspercentage is daar 40%, bij ons 5 %.)Toch is druk zijn is niet typisch iets voor Nederlanders in de een en twintigste eeuw. Martha uit Lucas  kon er ook wat van. Wanneer Lucas over haar vertelt introduceert hij haar als gastvrouw van Jezus, vervolgens beschrijft hij hoe haar zus  naar Jezus zit te luisteren. En dan staat er: ”Máár Martha…” Wat Martha doet wordt in contrast met Maria beschreven: Maria zit stil te luisteren, máár Martha loopt druk heen en weer.

‘Hoe was het eigenlijk om Jezus als gast te hebben in je huis, Martha?’ ‘Tja, wat moet ik daar over zeggen, het kost je veel. Aan geld en aan energie. Wat moet er veel geregeld voordat dertien hongerige mannen gevoed zijn en alles in orde is gemaakt voor het slapen. Nu houd ik er best van om te dienen, het is ook wel een beetje mijn gave, diep in mijn hart ben ik er eigenlijk wel trots op. Is iets echt typisch Joods he? Maar het vreemde is dat het leek alsof Jezus helemaal niet door had hoe druk dit allemaal voor mij was.'

(Wordt vervolgd)


maandag 9 september 2019

Gastvrij


Maria en Martha: wie kent ze niet? Die twee zusters in het Nieuwe Testament. De ene de bedrijvige, de ander de passieve. Een openhartige vriendin fluisterde mij eens toe: “Die Maria stoort mij altijd, zo gedwee zoetig in haar kleine hoekje. Geef mij maar de stoere Martha. Onbegrijpelijk dat Jezus haar terechtwijst.” Onlangs zei een ander: ”Wij vrouwen zouden moeten bestaan uit een combinatie van Martha en Maria”. Ook iemand die blijkbaar niet uit de voeten kan met Maria. 

Jaren geleden woonde ik als student in Groningen met een echte Maria. Ze heette Ali, maar in haar doen en laten was het Maria: ze ging er nooit op uit, zat altijd in haar kamertje. Te bidden en bijbel te lezen. Van de weeromstuit ging ik er wel vaak op uit en nodigde altijd zoveel mogelijk mensen uit voor het eten om maar niet alleen met haar te hoeven zijn. Diep in mijn hart keek ik op haar neer,  want zeg nou zelf: gastvrijheid is toch de christelijke deugd bij uitstek?

“Martha ontving Jezus in haar huis.” Zo begint het gedeelte. Jezus trok namelijk rond en had zelf geen huis. Dus Martha bood logies en ontbijt en diner. Ze stelde haar huis open voor Jezus (en zijn twaalf leerlingen.) Martha was een Oosterse vrouw en dus gewend om dergelijke dingen te doen. Toch is ook in het Midden-Oosten dertien mensen aan tafel niet niks. Maar Martha geloofde dat Jezus niet de eerste beste rabbi was. Ze had naar zijn preken geluisterd en wonderen meegemaakt en ze was er misschien wel trots op ook dat Jezus bij haar wilde logeren.

En toch…Ergens ging er iets mis. Martha mocht dan wel de gastvrouw zijn, echt gastvrij in de meest letterlijke zin van het woord was ze niet.

(Wordt vervolgd)

maandag 2 september 2019

Spannend


Het is 1 september en onze tuin laat het zien. Het kleurrijke maakt plaats voor bruintinten en er is volop werk aan de winkel. Uitgebloeide planten weghalen en bladeren harken. Met een bos bijna uitgebloeide lathyrus loop ik naar de keuken om een bijpassend vaasje te zoeken. Met mijn neus bijna begraven in die bloemen want er is voor mij niets spannender dan de geur van lathyrus. Iedereen die op bezoek komt op de Balstien 8 moet eraan geloven: ”Ruik eens even, geweldig he? ”Ja, lekkere geur hoor”, is meestal de reactie waarna er weer tot de orde van de dag wordt overgegaan.

Maar mijn verhouding tot lathyrus is niet zomaar iets van het gewone leven van alle dag. Als meisje van acht mocht ik, samen met mijn zusje van zeven, twee keer achter elkaar bruidsmeisje zijn. Een broer en een zus van mijn moeder trouwden vlak na elkaar. Om die reden droegen we op beide bruiloften dezelfde lichtblauwe jurkjes gemaakt van stof met een schelpachtige structuur. Ik zie die jurkjes nog voor me en vond ze fascinerend. De eerste trouwerij was eenvoudiger dan de tweede. Bij de tweede kwam er bij het jurkje een kort wit jasje en werd mijn lange haar met veel speldjes opgemaakt. Bij de eerste was het alleen een paardenstaart en kregen mijn zusje en ik een bruidsboeketje uit de tuin van de ouders van de bruid. Van lathyrus dus.

De geur van lathyrus is voor mij hetzelfde als een superspannende belofte voor de toekomst. Als meisje van acht besef je goed dat je nog ‘maar een kind bent’. Wij deden niet echt mee met de ouderen op die bruiloften. Maar die geur van lathyrus riep iets in mij op dat niet te beschrijven is met woorden: Ook jou staat iets fantastisch te wachten.