maandag 12 maart 2018

Waarom iedereen naar de kerk zou moeten gaan. (6)


“Onze kinderen gaan niet meer naar de kerk. Ze zijn druk met van alles en nog wat en de kerk is niet relevant.” Ik ben in gesprek met een echtpaar dat tegen de tachtig loopt. Voor henzelf is de kerk zeer relevant. Het woord relevant komt van het Latijnse ‘relevare’, wat betekent zich opheffen, erboven uitsteken. In het Friese landschap verheffen de kerktorens zich nog wel maar is voor veel mensen het christendom achterhaald. Waarom heeft dat oude echtpaar de kerk wel nodig maar hun kinderen en kleinkinderen niet?  Predikanten sloven zich op allerlei manieren uit om de kerk aantrekkelijk te maken maar delven vaak het onderspit: opleidingen (op allerlei gebied), sport (idem dito), hobby’s (vele) en vakanties staan torenhoog op de agenda. Het lijkt soms vechten tegen de bierkaai. 

Totdat iemand gaat beseffen dat hij zijn leven wel kan invullen met zijn opleiding, baan, hobby en vakanties maar dat dat niet automatisch een goed leven oplevert. En dat komt -gelukkig voor die zich uitslovende predikanten- eigenlijk best vaak voor. Het is allang geen schande meer ‘om bij de psycholoog te lopen’, om bij een ‘vakman’ (of  vrouw) te rade te gaan. Want “een mens te zijn op aarde” is niet gemakkelijk. Dat was en is het niet voor dat oude echtpaar, dat is het niet voor hun kinderen. Alle moderne snufjes ten spijt: ook de moderne mens komt vroeg of laat zichzelf tegen: zijn eigen complexe ‘ik’ waarop hij  maar geen vat kan krijgen. En juist over dat complexe ‘ik’ gaat het in de kerk. ”Komt tot Mij allen die vermoeid en belast zijt….en je zult rust vinden voor je ziel”, zegt de Heer van de kerk.

Daarom alleen al zou ieder mens er naar toe moeten gaan!


maandag 5 maart 2018

Waarom mensen niet naar de kerk gaan. (5)


“Oprechte christenen kunnen kerk en geloof niet combineren”, las ik in een artikel van Remmelt Meier. Eén van de redenen waarom veel mensen een - evangelische of reformatorische – kerk verlaten is dat ze die kerk te veroordelend én te hypocriet vinden. Dat bezwaar tegen kerkmensen hebben overigens ook mensen die nog nooit lid van een kerk geweest zijn: Christenen zijn hypocriet en veroordelend.

Als ‘kerkmens’ en als christen begrijp ik dat bezwaar heel goed. En ik geloof dat het terecht is. Want kerkmensen zijn vaak veroordelend en hypocriet. Maar daarin verschillen zij niet van anderen. Een Nederlander staat er wereldwijd om bekend altijd zijn heel eigen individuele oordeel over dingen te hebben. Iedereen be- en veroordeelt iedereen in Nederland. (Om die reden was het zo moeilijk om een nieuw kabinet te vormen, om die reden hebben wij het poldermodel uitgevonden: Eindeloos met elkaar praten om de oordelen en de verschillen enigszins uit de weg te ruimen.) 

Wat betreft het hypocriete ligt het een beetje anders. Hypocriet zijn betekent letterlijk ‘een toneelspeler zijn’. Je anders voordoen dan je bent. Sommige mensen verlaten de kerk omdat ze niet meer tegen het ‘toneelspel’ van bepaalde kerkgangers kunnen. Maar toneelspelen is inherent aan het leven van een christen. Een christen is namelijk iemand die Jezus Christus “nadoet.” Ik ben zelf Jezus Christus niet, maar ik probeer wel zo te spreken en te handelen als Hij het deed. Daarin schiet ik vaak tekort, dan speel ik mijn rol dus niet goed. Met vallen en opstaan gaat het gelukkig steeds een beetje beter. De vraag waar het allemaal om draait is: besef ik dat mijn medechristenen ook -met vallen en opstaan- bezig zijn om  Jezus Christus na te volgen? Veroordeel ik mijn mede-kerkganger of help ik hem weer op te staan als hij gevallen is?   
  


maandag 26 februari 2018

Olympische Spelen

Afgelopen vrijdag was een topmoment voor Nederland -voor Friesland- want Suzanne Schulting uit Ulesprong bij Tijnje won een gouden medaille bij het shorttrack. Zij was een van de favorieten, maar goud had niemand verwacht. En toen won ze! Ik deed zelf vroeger aan geen enkele sport, nog steeds niet trouwens, maar door mijn man ben ik ervan gaan houden, met name van spannende wedstrijden op televisie. En ik voelde de adrenaline van Suzanne bijna in mijn eigen lijf. Jammer dat het deze week weer voorbij is. Wat mij betreft waren er elk jaar Olympische winterspelen aan het einde van de winter.

Toen ik dit enthousiast aan iemand vertelde was de reactie: ”Dat meen je niet. Wij kijken echt niet naar die sportverslaving. Het pas ook niet bij een predikant om dat wel te doen.” Daar stond ik dus met mijn mond vol tanden. Voordeel van dit gesprekje was dat het dit blogje opleverde. Want ik begon te peinzen. Terwijl ik de spanning van de schaatsers meebeleefde, de triomf als het gelukt was en de teleurstelling als het net niet gelukt was. En terwijl ik luisterde naar de verslaggevers: ”Vier jaar heeft ze hier naar toegeleefd, alles heeft ze er voor opgegeven, en nu is het gelukt, een gouden medaille!” Vier jaar, dacht ik. Vier jaar voor één medaille. Tjonge. Vier jaar heel doelgericht leven, steeds een beetje beter worden, trainen, trainen, trainen om het allerhoogste niveau te bereiken. Wat een voorbeeld van discipline! Waar vind je dat anders dan in de wereld van topsporters?

Streeft naar de hoogste gaven en ik wijs jullie een weg die nog verder omhoog voert”, schrijft Paulus. Paulus haal (top)sport heel vaak aan als een voorbeeld voor christenen. Want hij wist als geen ander wat een discipline het vergt om Jezus werkelijk te volgen.




   

maandag 19 februari 2018

Waarom zou ik naar de kerk gaan? (4)

“Ik houd niet van het woord kerk”, vertelde iemand me. Daaraan moet ik denken als Bernard en ik weer eens afzakken naar het midden van het land. Leeuwarden -Heerenveen – Steenwijk - Meppel: Het landschap wordt minder weids en het zicht op kerktorens verdwijnt. (Ik telde er door het autoraam op een gegeven moment zes tegelijk.) Die kerktorens in Friesland geven mij altijd een gerust gevoel: geslachten komen en gaan, maar de kerk blijft. Sommige van die kerkjes zijn eeuwenoud. De St. Annakerk van onze vroegere gemeente in Hantumhuizen is van de twaalfde eeuw. Tien eeuwen geleden kwamen daar al mensen samen om hun geloof in Jezus te belijden. Het is jammer dat veel van die mooie oude kerkjes niet meer gebruikt worden voor de eredienst, maar die torens -die zo fier in de lucht steken -zijn op zichzelf al een boodschap: Kijk naar boven, want er is meer dan een wereld die doordraait. 

In de Westereen hebben de kleine 6000 inwoners maar liefst zes verschillende kerkgebouwen tot hun beschikking. En in de nazomer van dit jaar wordt er een nieuwe kerk geopend: modern, met een open ruimte om samen koffie te drinken, fijne stoelen en veel licht. Terwijl overal in Nederland kerkgebouwen worden afgebroken is het metselen en timmeren hier in volle gang. Het duurt nog even voor er diensten gehouden worden, maar nu al mag iedereen die er langs loopt weten: Hier wordt gebouwd aan een huis van en voor God, voor Jezus, de Heer. Uiteraard heb je geen kerk(gebouw) nodig om in Hem te geloven. Maar wanneer je Jezus belijdt als jouw Heer is het toch geweldig om dat samen met anderen in een mooie ruimte te doen? Ik denk dat ik heel veel van die nieuwe kerk ga houden!  

maandag 12 februari 2018

Stoptrein Leeuwarden-Groningen

“Onze trein is rood, he, oma? Rood en wit.” Klein en fragiel loopt ze naast met haar blonde paardenstaart die steeds scheef gaat zitten. Drie-en een half jaar. “Gaan al die mensen ook naar Friesland?” We maken samen ons maandelijkse tochtje van Groningen naar de Westereen met de Arriva-trein. Maand na maand verwonder ik me over de uitbreiding van haar woordenschat. 

Ze wil zitten op haar lievelingsplekje met het kastje met de rode knop, tegenover een oudere en een jongere vrouw, beide met hoofddoek. Marokkaans, registreren mijn hersenen. En moslim. Ik wijs naar het kastje: ”Mijn kleindochter wil altijd hier zitten vanwege die knop.” Ze kijken glazig terug. Vluchtelingen, melden mijn hersenen: vrouwen die niet begrijpen waar ik het over heb. Zal ik een gesprek beginnen? Maar hoe? “Komen jullie uit Marokko?”, je moet ergens beginnen en ik kan ze niet thuisbrengen. “Nee, Syrië.” “Hoe lang wonen jullie hier?” Meestal is dat een tweede vraag. “Negen maanden”, antwoordt de oudste.

“Moeder en dochter?” “Ja.” De jongere heeft nog steeds niets gezegd maar mijn vragenvuur wint het uiteindelijk van haar stilzwijgen. Haar Nederlands blijkt al verrassend goed na negen maanden. Nu zij spreekt zegt haar moeder alleen af en toe ja en nee. Maar dan opeens komt er een hele zin, in het Engels: “Ik was docent Arabisch aan de universiteit van Damascus.” Haar dochter knikt haar bevestigend toe. Ik krijg gelukkig geen rood hoofd, maar voel me beschaamd. “Heb jij ook gestudeerd?”, vraag ik de dochter. “Ja, ook aan de universiteit, vier jaar.” 

Twee hoogopgeleide vrouwen uit Damascus die nu in Zuidhorn zich de Nederlands taal eigen moeten maken. Ik hoop dat ook zij echte vreugde aan die taal gaan beleven als hun woordenschat zich langzaam uitbreidt maar besef dat een lange moeilijke weg voor hen ligt. 


maandag 5 februari 2018

Waarom zou ik naar de kerk gaan? (3)

In een recent boek van Bernhard Reitsma, hoogleraar theologie aan de VU in Amsterdam las ik iets wat veel kerkgangers diep van binnen beseffen:

“Door God te loven doet de christelijke gemeente wat de rest van de schepping (nog) nalaat."

Loven, zingen is wat we in de kerk doen, of het nu een evangelische, katholieke of protestante kerk is. En we doen het samen, iedereen mag meedoen, oud en jong, mensen met mooie stemmen en mensen die vals zingen, het doet er niet toe, het gaat er om met zijn allen God te loven.

Uiteraard wordt er ook op andere plekken in de samenleving gezongen, op voetbalvelden en bij allerlei festiviteiten. Maar daar gebeurt het meestal spontaan, in de kerk wordt altijd gezongen. Op het voetbalveld mag je zingen, in de kerk moet je zingen. Een week geleden ging iedereen in onze kerk overigens spontaan staan bij het lied na de preek: ”Jezus leeft in eeuwigheid, zijn shalom wordt werkelijkheid”. Het voelde alsof we met zijn allen uit volle borst ons geloof proclameerden en ik dacht bij mezelf: ”Zo is het leven bedoeld, hiervoor heeft de Schepper aan mensen een stem gegeven.

Met een stem heeft elk mens ook een aangeboren gave om te zingen gekregen. Voordat een kind naar school gaat kan het al zingen. Onze kleindochter van drie jaar zingt -volledig op toon-  “Jezus is de goede Herder” en het tweejarige dochtertje van mijn Eritrese vriendin  spreekt nog geen woord, maar zingt- samen met haar moeder-“Slaap kindje slaap.”

“Waarom zou ik naar de kerk gaan?” Een goed antwoord is: Om samen te zingen, tot eer van onze Schepper. Om Hem te loven en te danken en al zingende te merken dat je je verbonden voelt met iedereen om je heen!

maandag 29 januari 2018

Waarom zou ik naar de kerk gaan? (2)

Verrassend, al die reacties op de vraag van vorige week. Kerkgang is in elk geval een onderwerp dat mensen beweegt om in de pen te klimmen.
“Weet jij eigenlijk wat het woord ‘kerk’ betekent?”, vroeg ik aan iemand. “Geen idee”, was het response waaraan hij toevoegde: ”Ik houd  eigenlijk ook niet zo van het woord ‘kerk’, ‘gemeente’ is veel mooier.  Daar is natuurlijk wat voor te zeggen want  ‘kerk’ roept snel het beeld op van ‘kerkgebouw’. Maar ‘kerk’ komt van het Griekse ’kyrios’, ‘Heer’. Naar de kerk gaan is dus eigenlijk ‘naar de Heer gaan’. Best iets om eens over te peinzen: Waarom zou je naar de Heer gaan?

Twee van Jezus’ eerste leerlingen vragen Hem, als ze Hem voor de eerste keer tegenkomen: ”Waar verblijft U?” Jezus antwoordt dan: ”Kom en je zult het zien”. Vervolgens blijven ze de hele dag bij Hem. Niet een uur, niet anderhalf uur, niet twee uur, maar de hele dag. En Jezus is degene die hen daarvoor uitgenodigd heeft. Hij wilde dat blijkbaar graag. Aan het einde van Jezus’ leven, vlak voor zijn kruisiging, is er opnieuw een moment dat Hij graag wil dat een paar van zijn leerlingen bij Hem blijven, in de hof van Getsemane. Dat doen ze, maar het blijkt te moeilijk voor ze om wakker te blijven, ze vallen in slaap, ze maken niet mee wat Jezus doormaakt.

“Waarom zou ik naar de Heer (dus naar de kerk) gaan?” Omdat de Heer daarnaar verlangt. Zoals Hij daar tweeduizend jaar geleden naar verlangde. Tussen al die reacties was er maar één vrouw die door de ogen van Jezus naar ‘kerkgang’ kijkt: ”Als ik niet naar de kerk ben geweest, voelt het toch niet goed. Hij is er altijd voor ons maar wij niet voor Hem.”

maandag 22 januari 2018

Waarom zou ik naar de kerk gaan?

Waarom zou ik naar de kerk gaan?” is de titel van een boek dat vroeger in de studeerkamer van mijn vader lag en dat nu ergens in ons huis aan de Balstien rondslingert. Mijn antwoord op die vraag was destijds: ”Ik ga naar de kerk, twee keer per zondag, omdat het moet, van mijn ouders.” Ik weet dat dat voor veel mensen zo was. (Niet altijd twee, maar in elk geval wel één keer per zondag.) In het huis van mijn ouders was (en is) kerkgang ‘een gewoonte’ waar niet over gediscussieerd werd. Mijn vader was per slot van rekening predikant en het zou een mooie boel worden als zijn dochters niet van de partij waren op zondagmorgen. Kinderen en echtgenoten van predikanten zijn dus niet de goede mensen om die vraag aan te stellen, want voor hen zit er een zeker ‘moeten’ in de kerkgang.

Maar als ik u, die dit leest, de vraag zou stellen: Waarom gaat u naar de kerk? Wat is dan het antwoord? Eigenlijk ben ik daar best benieuwd naar. En om die reden hoop ik hier vaker op maandag over te bloggen. Als u  een verrassende reden heeft om zondagsmorgens niet uit te slapen, niet hard te rennen, niet tv te kijken, maar naar de kerk te gaan, dan hoor ik dat graag. Want ‘omdat het nu eenmaal mijn gewoonte is’, is een hele magere reden, toch? Sinds anderhalf jaar ga ik overigens zelf wel weer met de regelmaat van de klok naar de kerk op zondag en het is wonderlijk wat dat met me doet. Want in plaats van ‘saaie sleur’ maakt juist dat uurtje (nou ja, die anderhalf uur) van de zondag een hele andere dag dan de overige zes! Dat is mooi meegenomen toch? 

maandag 15 januari 2018

Feit of fictie?

Het lijkt steeds moeilijker te worden om elkaar in het dagelijks leven te ontmoeten. Het is vaak lastig feiten en verzinsels van elkaar te onderscheiden. We moeten niet zoeken naar een groter 'ik' maar naar een breder 'wij'.”

Zomaar een paar zinnen uit de kersttoespraak van koning Willem Alexander. De teneur was dat Nederlanders steeds minder dingen samendoen, dat kerk en verenigingen aan het wegvallen zijn en dat het meer en meer ‘ieder voor zich’ wordt. Net als de koning vind ik dat jammer. De Westereen heeft er overigens niet zoveel last van, want daar bloeit het kerkelijk- en voetballeven nog. In Leusden was het naar mijn beleving anders. Maar dat is een vooroordeel, bleek onlangs, tijdens een vrij weekend.

Nadat we in Leusden familie en kennissen hadden bezocht vroeg Bernard: ”Zullen we nog even naar onze oude kringloop gaan.” Zoiets hoef je mij nooit voor een tweede keer te vragen en kort daarna verschanste hij zich tussen de boeken en ging ik op zoek naar kleren. Na een half uurtje waren we klaar en liet ik hem mijn vondsten zien, hij mij de zijne: ”Kijk eens, acht boeken van Maarten Toonder voor tien euro.” Vlak bij ons stond een man die meeluisterde: ”Als u dat mooie boeken vindt dan heb ik er nog wel een paar, een hele doos zelfs, die kunt u zo voor niks bij mij ophalen.” “Dan moet dat nu, want wij gaan straks weer terug naar Friesland”, stamelde Bernard. “Nou, dan rijdt u maar achter me aan”, zei hij uitnodigend. In zijn huis in Leusden kregen we thee met een stroopwafel en we reden terug met een doos vol Olie B. Bommels.

Maarten Toonders’ boeken zijn fictie, dit verhaal een feit: In Leusden wonen ook mensen voor wie ‘wij’ belangrijker is dan ‘ik’.   

maandag 8 januari 2018

Lievelingsrestaurant

De kerk is op zijn retour, kerkdiensten zoals onze grootouders en ouders ze meemaakten zullen verdwijnen. Mensen komen veel liever samen in de huiskamer om daar te praten over de bijbel in plaats van een uur of nog langer stil te zitten en te luisteren…

Ik zit in de kerk, terwijl ik luister naar mijn eigen man. Van tevoren had hij mij verteld waar de preek over zou gaan en omdat ik een griepje aan voel komen blijf ik bijna in bed. Omdat ik solidair met hem wil zijn ga ik toch en zit te luisteren. Inderdaad, zonder dat ik of iemand anders iets terug mag zeggen. Gewoon te luisteren, om me heen te kijken en mee te zingen. Mooi eigenlijk, dat samen zingen, bedenk ik me. Tijdens de preek gebeurt er iets. Ik kan nog steeds niet precies thuisbrengen wat, maar iets in me verandert. Ik kijk naar de beamer, hoor de stem van mijn  man, laat de tekst een beetje tot me doordringen, kijk opnieuw om me heen en zie mensen aandachtig luisteren. Mooi eigenlijk dat er nu niemand de preek onderbreekt. Dat we gewoon samen luisteren en de woorden van de bijbel tot ons door laten dringen.

Opeens komt er een vergelijking in me op: als mensen samen naar een restaurant gaan gebeurt er hetzelfde. Zodra het bestelde menu wordt binnengebracht verstommen de stemmen en begint het proeven, happen, kauwen en doorslikken. “Mmm, heerlijk!”, en “Verrukkelijke soep”, meer komt er dan niet uit. Het gaat om het eten. Niet te snel, maar bedachtzaam. Alle smaken tot je door laten dringen. Niet te veel praten. Gewoon genieten. En thuisgekomen merken dat dat heerlijke eten je goed gedaan heeft.

“Alleen van brood kan een mens niet leven. Maar hij leeft van elk woord dat God spreekt.”

maandag 1 januari 2018

Gelukkig Nieuw Jaar?

Maandag 1 januari 2018, de 7 van 2017 is een 8 geworden.

Het kost mij altijd een paar weken om daaraan te wennen. Maar na tientallen jaren weet ik dat een jaar zomaar om is en het dan op 1 januari weer allemaal van voren af aan begint. De dagen gaan lengen, eind februari verschijnen de sneeuwklokjes, de eerste lammetjes worden geboren, de lente kondigt zich aan en de natuur en de mensen bloeien. In de zomer is dan voor een paar maanden het leven uitbundig en dan gaat het weer bergafwaarts richting herfst. Kortere dagen, op naar de winter, het langdurige binnen-zitten, de Feestdagen: van Sinterklaas tot en met Oudejaarsavond. En dan opnieuw -het woord zegt het al -Nieuwjaarsdag. Een voortdurende cyclus die sneller lijkt te gaan naarmate ik ouder word. Elk volgend jaar lijkt op een vorig, want het is steeds dezelfde kringloop. Dat maakt mij soms somber. “Gelukkig Nieuw Jaar”, hoor je overal om je heen. “Hoe zo nieuw?”, denk ik dan, “Het is toch elk jaar hetzelfde liedje?”

Om die sombere stemming te verdrijven besloot ik Psalm 103 te lezen want die Psalm roept op om toch vooral dankbaar te zijn: “Loof de Heer, mijn ziel, en al wat in mij is zijn heilige naam…” Ik ken de Psalm vrijwel uit het hoofd maar één regel sprong eruit: ”Die uw ziel verzadigt met het goede, zodat uw jeugd zich vernieuwt als die van een arend. “Wow”, dacht ik: ”De Heer is wel bij machte iets nieuws te doen. Eigenlijk wist ik dat wel, de hele bijbel is er vol van: ”Denk niet alleen aan wat er gebeurd is. Kijk niet alleen terug naar het verleden. Want Ik ga iets nieuws doen”, profeteert Jesaja.

En daarom voor al mijn blog-lezers:

Verrassend Nieuw Jaar!