maandag 11 mei 2020

Het Nieuwe Normaal


Vandaag is dag 57 van de ‘ILD’, de ‘Intelligente Lock down’. 57 dagen geleden was dat een volkomen onbekend woord, nu niet meer. Net zoals ‘RIVM’. Die afkorting hoor en lees je de hele dag. Ik durf zomaar te beweren dat lang niet iedereen weet waar dat voor staat. Maar in de afgelopen 57 dagen heeft het ‘RIVM’ over ons geregeerd. Uiteraard regeerde premier Rutte en het parlement, maar premier Rutte ‘laat zich volkomen leiden door de wijze beslissingen van het ‘RIVM’ Ook iemand die maar weinig naar het nieuws kijkt zal dit gehoord hebben. Wij kijken elke avond en voor mijn gevoel was die zin een repeterende grammofoonplaat.

‘RIVM’ staat voor ‘Rijks Instituut Voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne’. En we mogen dankbaar zijn voor dat instituut want met de regering loodst ons het door de Coronacrisis. Deze week zijn we in een nieuwe fase beland. Kappers en scholen zijn weer open, winkels waren dat al, restaurants, theaters en bioscopen moeten nog even wachten. Een hele nieuwe discussie is ontstaan: op tv en in de supermarkt (de plek waar mensen samenkomen); ‘Waarom de kapper wel, maar de sportschool niet?’ 

Premier Rutte moet zich vaak verantwoorden op tv en krijgt dan veel voor zijn kiezen. Maar hij antwoordt steevast met ‘we moeten naar het ‘HNN’, ‘Het Nieuwe Normaal’. Sinds het Coronavirus op de wereld rondwaart moet alles anders gaan dan we gewend waren. In Nederland waren veel mensen heel veel gewend: meerdere buitenlandse vakanties per jaar, meerdere keren per week uit eten buitenshuis, minstens één keer per week naar de sportschool. Allemaal zaken die ‘normaal’ zijn in een welvaartsmaatschappij als de onze. 

In Afrika is welvaart niet normaal. Daar zijn veel mensen elke dag weer blij als er tenminste brood op de plank komt. Hoe ‘normaal’ waren wij eigenlijk?

maandag 4 mei 2020

Ouder worden


Over een maand word ik 62. Dat is nog lang geen 91, zoals mijn vader, maar het voelt ‘oud’. ‘Ik wilde niet oud worden en heb me daarvan moeten bekeren’, vertelde een kennis van mijn leeftijd. Ik begreep het.

Vlak voor de Coronacrisis toesloeg beseften Bernard en ik – tot onze teleurstelling- dat onze retro ‘Kip’ caravan geschikt was geworden voor moderne hippies, maar dat wij er te oud voor werden: geen stromend water, geen koelkast, geen wc. Met name dat laatste dreef ons richting caravancentrum van de Westereen, het grootste van heel Noordoost Friesland. Je vindt er caravans in alle soorten en maten en prijsklassen. Caravans met wc en stromend water en verwarming en rolgordijntjes en veel kastruimte. (Alles wat in de Kip ontbrak.) Eén ochtend rondwandelen op het terrein en caravans van binnen bekijken was voldoende om als eigenaars van een 20 jaar jonge ‘Knaus’ te eindigen. Onze Knaus is Duits en van het soort waar ik vroeger op neerkeek: een ‘oude mensen caravan.’ 

Maar na een week op een natuurcamping in Drenthe -in Corona tijd open ‘voor caravans met een eigen toilet- en doucheruimte’ - is mijn vroegere weerzin veranderd in een loftrompet. De firma Knaus zou me in kunnen huren om advertenties voor het bedrijf te schrijven: ‘Elke Knaus een comfortabel house’. Zo voelt het: een huisje, van alle gemakken voorzien en volledig ‘Corona-proof’.

Vorige week maandag vertrokken we, vandaag kwamen we weer terug. Onze Knaus heeft haar vuurdoop doorstaan:”60+ proof”. Klap op de vuurpijl van alles was de opmerking van onze jongste kleindochter die met moeder en zusje een middag op bezoek kwam. Ik probeerde iets in de Knaus even uit. Zij stond naast me en keek toe hoe ik klungelde: ’Ik weet dat je oud bent oma, maar je kunt het!’

Dankjewel kind.
   

maandag 27 april 2020

Honeymoon


Als ik dit schrijf zitten we 40 dagen in quarantaine. En dat is een cruciaal moment, weet ik uit ervaring. Niet omdat er al eens eerder een Corona epidemie is geweest. Wel omdat ik 40 dagen en nog veel langer een andere verandering meemaakte: wonen en werken in Kenia. Destijds, begin november 1998, begon het daar opeens aan mij te knagen. Wij waren half september met het vliegtuig en drie kinderen en 10 koffers geland en het avontuur was begonnen. Onze woning in Nederland was leeg. Veel spullen waren weggegeven. Meubilair en orgel waren opgeslagen, kortom: we waren er klaar voor.

En het was genieten geblazen, die eerste weken in Nairobi. Ik genoot werkelijk van alles, niet in het minste van het mooie weer. “Dit is gewoon een lange vakantie”, jubelde ik door de telefoon naar mijn ouders. Maar na zes weken kwam de omslag. Opeens miste ik mijn oude leven in Nederland. Daar hadden we tussen tientallen studenten op een Bijbelschool gewoond, nu moest ik ’s ochtends alleen koffiedrinken. De Keniaanse hulp -die ons vanaf het begin toegewezen was- begon opeens vreselijk op mijn zenuwen te werken. Ik kreeg last van mijn rug en was bang nooit echt aan dit nieuwe leven te zullen wennen. ‘Ja, de honeymoon is voorbij, nu komt het eropaan’, waren de woorden van een oude zendelinge die al jaren in Afrika woonde. Het woord ‘honeymoon’, de eerste weken van een huwelijk, kende ik, maar niet in dit verband. Haar uitspraak hielp me om het veranderde leven echt ‘aan te gaan’. 

Na veertig dagen in de woestijn, kreeg Jezus tenslotte honger. 
Na 6 weken (=42 dagen) in quarantaine, wordt het moeilijker. Dat is de normale gang van zaken in een veranderingsproces. Volhouden en rustig doorgaan: dat is waar het nu op aankomt.      

maandag 20 april 2020

Geduld


Dit is mijn 5e blogje over de quarantaine: ik schreef eerder over ‘geplande dagindeling’, over ‘het meisje dat haar oliebol in zeven stukjes sneed,’ over ‘hamsteren’ en over ‘wat we straks gaan doen’: dat weten we nog niet. Toen ik het eerste blogje schreef op 16 maart bedacht ik om tijdens deze crisis steeds iets te schrijven wat ermee in verband staat. Ik ben benieuwd of dat gaat lukken. En of ik het überhaupt nog interessant vind naarmate het langer en langer duurt.

Overal op internet vind je artikelen en blogjes en interviews en grafieken en spellingen en ga zo maar door over de periode waar we nu wereldwijd inzitten.  De ene mening volgt de andere op. Er is echt nieuws en fake-nieuws, er zijn overeenkomsten en ook grote verschillen tussen de landen, de continenten, de steden en de dorpen. Hier in Friesland zijn we nog vrij goed af als ik de tabellen en kaarten mag geloven. ‘Wat we straks gaan doen’ weten we nog niet. Wanneer het zover is (dat dit allemaal afgelopen is) weten we ook niet. Hoe Nederland er dan economisch en psychisch-sociaal en medisch uitziet weten we ook niet. Wanneer de ziekenhuizen weer ‘gewoon’ kunnen opereren voor niet Corona-patienten weten we niet. Kortom: de toekomst is één groot vraagteken en we hebben gelukkig een minister-president die dat eerlijk toegeeft. Iemand die geen beloftes doet die hij niet waar kan maken en al helemaal niet iemand die ‘fake-nieuws’ verspreidt.

Eigenlijk kunnen we in deze tijd allemaal maar één ding doen en dat is wachten. Wachten tot het voorbij is, tot er een wending ten goede komt. Geduldig zijn. En laat dat nu de meest christelijke eigenschap zijn die er bestaat: ’De liefde is geduldig’, zo begint 1 Corinthiërs 13. Laten we deze tijd gebruiken om hierin te groeien…   

maandag 13 april 2020

Paasjubel


Op 10 maart dit jaar, dus vlak voor de Coronacrisis in volle hevigheid ons land zou gaan teisteren, stapte ik om 9.20 in de Arriva stoptrein naar Leeuwarden. Het weer was guur, regenachtig en koud. En ik was gespannen want ik was op weg naar Joukje in Steenwijk. Joukje leerde ik kennen in mijn studententijd in Groningen, we raakten bevriend en woonden meerdere jaren samen in een huis. Dat gespannen gevoel op mijn borst had een reden: Joukje heeft terminale longkanker. Ze is in mijn beleving de meest vitale vrouw op aarde en kiest altijd met zorg uit wat ze eet. Maar nu is ze ‘thuis en in de laatste fase’. Zo had ze me het geappt. 

Hoe zou ik haar aantreffen? Uitgeteerd op een ziekbed met haar man en kinderen aan haar zijde? Zou ze nog wel kunnen praten? Joukje is de eerste vriendin van mijn eigen leeftijd die gaat sterven. Terwijl de regen op mijn gezicht striemde liep ik het laatste stuk naar haar huis, belde zenuwachtig aan en wachtte op wat komen ging. ‘Ha Margriet!’, de deur ging met een zwaai open en daar stond ze, frêle in een strak glanzend zwart jurkje met chique laarsjes eronder. Roze lippenstift en een zilveren kettinkje maakten het plaatje compleet.

Ik omhelsde haar en kon niets anders uitbrengen dan: ‘Joukje, ik ben zo verdrietig.’ Maar zij liet me los en keek me aan alsof ik een abnormale vraag had gesteld: ‘Waarom?’ Stilte. ‘Nou, je gaat sterven…’ Om dat zomaar uit te spreken voelde inderdaad heel raar. ‘Maar Margriet, je hoeft niet verdrietig te zijn, want ik ga naar de hemel’, het klonk als muziek. En ik geloofde haar. Ze trok me mee naar de kamer waar we met zijn tweetjes – net zoals vroeger- over het leven hebben gepraat.

maandag 6 april 2020

Wat gaan we straks doen?


Quarantaine: veertig.

Veertig jaar duurde Israëls' tocht door de woestijn voordat het het beloofde land binnen mocht. Veertig dagen vastte Jezus in de woestijn. Wij zijn nog geen veertig dagen ‘onderweg’, maar het voelt lang omdat we (bijna) niks mogen doen waar we anders onze dagen mee vullen. We moeten thuis werken, mogen niet sporten in de sportzaal, geen gezellige samenkomsten hebben en niet buitenshuis eten. ‘Als dit allemaal afgelopen is dan gaan we de bloemetjes buitenzetten. Dan halen we het allemaal in, dan…’ Iedereen heeft zo zijn eigen dromen over ‘straks als dit voorbij is.’ 

Maar bijbels gezien kun je quarantaine ook van een andere kant bekijken. Want veertig jaar in de woestijn, veertig dagen vasten van Jezus en ook ‘veertig dagen vasten in de lijdenstijd’, hebben een andere bedoeling dan een tijdelijk ‘pas op de plaats’:
·       Veertig jaar in de woestijn waren nodig om het volk voor te bereiden op een heel ander soort leven dan het oude leven in Egypte.
·       Veertig dagen vasten in de woestijn waren de eerste fase van Jezus’ eigenlijke bediening op aarde.
·       Veertig dagen lijdenstijd zijn bedoeld als tijd van reflectie op het lijden en sterven van Jezus. Om beter te gaan begrijpen waarvoor Hij op aarde kwam en stierf. Om meer aan Hem toegewijd te worden.

Wanneer veel wegvalt waar een mens normaliter zijn plezier(tjes) aan beleeft en daar weinig van overblijft, dan is er altijd nog die Ene die ‘met ons is alle dagen tot aan het einde van de wereld.’ Die zich nooit opdringt, die zo zachtmoedig en nederig van hart is dat Hij makkelijk verdrongen wordt. En die maar één ding vraagt: ’Heb je Mij lief?

’Laten we bedenken hoe we straks invulling gaan geven aan ons ‘ja Heer, U weet dat ik U liefheb.’

maandag 30 maart 2020

Hamsteren


Opeens zitten we allemaal in hetzelfde schuitje: het Coronaschuitje. Jong en oud, rijk en arm, laaggeletterd en intellectueel: iedereen heeft er mee te maken en eronder te lijden. De één meer dan de ander, dat dan wel weer, maar toch. Een Nederlander staat wereldwijd bekend om zijn heftige mening over alles. (Tijdens onze tijd in Kenia werd me dat duidelijk omdat ik daar met andere nationaliteiten te maken had. Sommige culturen zijn veel gereserveerder dan wij, die ‘botte Hollanders’.) De meningen over andermans gedrag vliegen in Nederland over het internet deze dagen.

En in de winkel kunnen mensen er ook wat van: Het is toch schandalig, al die mensen op het strand, hebben die geen verstand of zo? Ik hoorde dit door iemand uitspreken vlak bij het gezicht van een ander, die haar vervolgens een duwtje in de rug gaf: Nou kop op he, we komen hier wel doorheen. Ik zag de verbijsterend blik van de kassière die me vervolgens toefluisterde: Normaal probeer ik vriendelijk te zijn voor de klanten, maar dat lukt me nu nauwelijks.

Wat iemand in zijn winkelwagenkarretje stopt is opeens ook een heftig onderwerp van discussie: hamsteren is bijvoorbeeld uit den boze, iemand die dat doet is niet goed wijs, het hoeft ook helemaal niet volgens premier Rutte, want er is voorraad genoeg. Toch heb ik vorige week één keer boodschappen gedaan voor een maand. (Twee- en halve winkelwagen vol.) Met in mijn achterhoofd: dan kan ik een hele maand thuisblijven. Ik voelde de hete adem van half Nederland in mijn rug, maar bij de kassa bleek de kassière helemaal aan mijn kant: Ik zou willen dat iedereen het zo aanpakt als u, want sommige mensen komen hier wel drie keer per dag, die vervelen zich blijkbaar maar ik kijk ze bijna de winkel uit.

Ik blij! 

maandag 23 maart 2020

Oliebol


Welk boekje het precies is van W.G. van der Hulst weet ik niet meer maar het beeld dat hij erin oproept is me bijgebleven. Het gaat om een klein meisje uit een arm gezin. (Arm is standaard in zijn boeken.) Dat meisje is zo blij met de grote oliebol die ze op Oudejaarsdag krijgt dat ze er bijna niet aan durft te beginnen. Om een hele week van die bol te genieten maakt ze er zeven kleine stukjes van die ze op een rijtje op de vensterbank van haar kamertje legt: voor elke dag een stukje. Hoe het met die stukjes is afgelopen ben ik ook vergeten, maar dat meisje in haar pyjamaatje voor de vensterbank zie ik nog zo voor me. 

W.G. van der Hulst leefde van 1897 tot 1963. Hij maakte twee wereldoorlogen mee en overleed voordat de wegwerpmaatschappij haar intrede deed. Het verhaal van de oliebol in zeven stukjes past in de tijd waarin hij leefde maar staat mijlenver van ons af. Of toch niet? Door de Coronacrisis is onze instant maatschappij opeens tot stilstand gekomen. Wij waren gewend om 7 dagen per week oliebollen en brood en eieren en wc-papier te kunnen kopen, maar opeens kan dat niet meer omdat elke gang naar de supermarkt een risicovol gebeuren  is geworden. (En het bovendien nog maar de vraag is of er wc-papier is.) Dus zullen ook wij moeten leren om zuinig te doen.

Toen het nog geen noodzakelijkheid was, voor de Coronacrisis, was zuinigheid een vies woord voor sommige mensen. Maar ik voorspel dat zuinigheid helemaal hip gaat worden en dat we van elkaar gaan leren hoe het werkt. Oudere mensen hebben ongetwijfeld veel tips op dit terrein. Wie weet kom je de komende weken iemand tegen die vroeger zelf haar oliebol in zeven partjes sneed 😊

maandag 16 maart 2020

Corona quarantaine


Quarantaine: quaranta giorni, is een van oorsprong Italiaanse medische term ten tijde van de pestepidemie in de 14e eeuw. In deze tijd werden namelijk alle aanmerende schepen verplicht om 40 dagen in de haven stil te blijven liggen, en werd de bemanning daarbij geacht het schip niet te verlaten. (Wikipedia)

Het is de 21 e eeuw, de pest ligt achter ons, maar een nieuw virus waart rond en we moeten allemaal thuisblijven. Het is vroeg in de morgen en ik zie mijn buurmeisje thuiskomen van de kapsalon in plaats van ernaar toe gaan: ”Ook wij mogen ons werk niet meer doen”, ik proef teleurstelling in haar stem. Sinds mijn huwelijk werk ikzelf niet meer buitenshuis, het enige wat er voor mij verandert op dit moment is dat ik geen vaste (kerkelijke) verplichtingen heb. Dus meer tijd om te doen wat ik zelf graag wil. Vanmorgen heb ik een schemaatje gemaakt: “Dagindeling tijdens gedwongen thuisblijven”:

-      1 uur stille tijd
-      2 uur studie
-      2 uur schrijven
-      1 uur wandelen
-      1 uur tuin

Ik kwam zo uit op 7 uur, terwijl in Nederland een 8-urige werkdag gebruikelijk is. Maar één blik op de volle wasmand was genoeg om een invulling voor dat laatste uur te vinden: huishouden! Ook tijdens quarantaine moet er gekookt, gestofzuigd en (af)gewassen worden.

In het ‘Dagboek van Anne Frank’, die van 6 juli 1942 tot 4 augustus 1944 het Achterhuis aan de Prinsengracht in Amsterdam niet mocht verlaten, wordt beschreven hoe de onderduikers daar hun dag indeelden. Indrukwekkend en met gevoel voor humor. Een uurtje wandelen op het Friese veld zat er voor Anne niet in. Ook de uitkomst na twee jaren gedwongen quarantaine was niet te vergelijken met die van ons. Waarmee ik maar zeggen wil: maak er het beste van!  

maandag 9 maart 2020

Eerbiedige eerlijkheid


“Maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders.”

Mensen die mij een beetje kennen weten dat ik ‘iets heb’ met de Samaritaanse vrouw uit Johannes 4. De eerste vrouw met wie Jezus een diepgaand gesprek voert in het Nieuwe Testament. De enige vrouw met wie Hij zo’n gesprek voert. Een vrouw met een twijfelachtige achtergrond wat betreft haar relatie met mannen. Iemand die om die reden niet zomaar tot de verbeelding spreekt.

Die Samaritaanse speelt al jaren wel tot mijn verbeelding vanwege bovenstaande tekst. Het gespreksonderwerp tussen haar en Jezus is ‘aanbidding’. Een reuze-interessant onderwerp. Aanbidding: wat is het en hoe doet je het? ‘Proskuneo’ is het oorspronkelijk woord in de Griekse tekst: ‘vooroverbuigen, eerbied betonen, kussen.’ Het is een woord dat de omgang met een koning of koningin oproept: een buiging door de knie, een handkus: vormen van erkenning van een koninklijke hoogheid.

Die Samaritaanse komt op het heetst van de dag bij de waterbron van haar stadje om water te putten. Ze verwacht daar alleen te zijn op dat tijdstip maar tot haar verrassing zit er een Jood die haar nota bene om water vraagt. Die vraag is het begin van een echt gesprek van hart tot hart. Als zij de deur naar het grote probleem in haar leven, ‘Ik heb geen man’, op een kiertje opent zegt Jezus dat Hij daar alles van weet: ’U hebt zes mannen gehad…’. Jezus kent de waarheid van haar leven. En om de één of andere wonderlijke reden wordt zij daar niet boos om maar ontzettend blij van. Zonder dat ze het zelf beseft is deze vrouw een ‘waarachtige aanbidder van de Vader’: ze toont eerlijke eerbied voor de waarheid van Jezus Christus.

maandag 2 maart 2020

Zussen



‘Kende je die mensen?’ Bernard en ik liepen het kerkpad af, we kwamen uit de kerk in Broeksterwoude waar een collega van Bernard preekte. Naast elkaar hadden we in de kerk gezeten. Dat gebeurt niet vaak want meestal zit ik tussen de gemeenteleden en staat hij op de preekstoel. Deze keer was anders. In elk opzicht. Een gemeente waar we niemand kenden, alleen de voorganger was een bekende. Ik liep na afloop druk pratende met de vrouw die voor me zat de kerk uit en ons gesprek had Bernards’ nieuwsgierigheid gewekt. Maar ook de vrouw voor me was een onbekende voor me geweest. Ik had haar nooit eerder gezien, maar toch. Na één uurtje in die kerk had ik het gevoel dat ik haar heel goed kende.

Ik schatte haar een jaar of vijf- en veertig, slank postuur, zwart haar in een korte moderne coupe. Links van haar zat een jonge vrouw, en rechts twee ander jonge vrouwen. Verder was de rij voor ons helemaal leeg dus ik bleef hen vieren observeren. De jonge vrouw aan de linkerkant kwebbelde aan één stuk door met haar moeder. Die conclusie had ik al snel getrokken: dit was een moeder met drie dochters. Alle drie lange haren, beetje opgestoken en fijne besneden gezichtjes die een beetje op elkaar leken maar toch ook weer anders. De meest rechtse van het stel ergerde zich aan het gekwebbel van de zus links van haar moeder, ik proefde het, ik herkende het. Ik was zelf zo’n kwebbelkont.

‘Zijn dat je dochters?’, vroeg ik aan de vrouw met het mooie zwarte kapsel. Haar ‘jazeker’ galmde als een blije kreet door die kerk. En wij raakten in gesprek over moeders en dochters en alle perikelen die dat met zich meebrengt. Ik zelf ben de oudste van vijf zussen...